Land van afkomstAnnejet van der Zijl

Annejet van der Zijl: ‘Mijn moeder vond dat ik met alle mensen moest omgaan, ook met arbeiders. Dat heb ik geweten’

Annejet van der Zijl.Beeld Ernst Coppejans

Annejet van der Zijl (57), die dit jaar het Boekenweekgeschenk schrijft, groeide op in Friesland. Maar van alle lijntjes die samen haar familiegeschiedenis vormen, voelt ze zich misschien nog wel het minst verbonden met haar Friese kant.

Op haar zevende verhuisde Annejet van der Zijl van Noord-Holland naar Friesland. ‘Al mijn grootouders zijn in Friesland geboren. Maar ik beschouw mezelf als een Noord-Hollander, ik woon nu ook weer vlak bij waar ik ben geboren, in de buurt van Alkmaar. Friesland paste mij niet.’

Waarom niet?

‘Ik praatte keurig Nederlands. Op mijn eerste lagere school werden boeken gelezen. In Leeuwarden kwam ik terecht op een volksschool. Wij woonden best chic, aan de rand van de wijk, op een kade in een huis met een gebeitste vloer. Mijn ouders waren intellectuelen. Ik weet nog dat mijn moeder vond dat ik met alle soorten mensen moest kunnen omgaan, ook met arbeiders. Nou, dat heb ik geweten.

‘De kinderen op die school praatten Luwadders, het Friese dialect dat in Leeuwarden wordt gesproken. Ik sprak geen Fries en tot vandaag heb ik een grondige hekel aan Luwadders. Kinderen die hun best deden op school werden suurtsje genoemd, dat spraken ze dan uit in hun accent. Het werd uitsloverig gevonden om je best te doen op school.

‘In de pauze gingen ze voor hun plezier vechten, dan werd ik in een kring geduwd. Ik had een bril, keek scheel en kon geen diepte zien – ik kon niet vechten. Ik was een schuw, verlegen meisje dat in de hoek zat met een boek.’

Vroeg je aan je ouders waarom jullie naar Friesland moesten verhuizen?

‘Zo assertief was ik niet. In die tijd zei je nog u tegen je ouders. Ik ging ’s ochtends braaf naar school, liet me pesten en kwam dan weer terug. Op de middelbare school was ik meer op mijn plek. Dat was een gymnasium waar Nederlands werd gesproken, ook in Leeuwarden. Vanaf het moment dat de jongens mij leuk begonnen te vinden, toen ik 16 was, kwam het allemaal goed.

‘Het is niet fijn om gepest te worden, maar het heeft twee voordelen gehad. Ik ben enorm gaan lezen. Als ik het populairste meisje van de klas was geweest, had ik dat misschien nooit gedaan. En wanneer je het pesten overleeft, ontwikkel je een prettige onafhankelijkheid. Nog steeds ben ik ongevoelig voor groepsdruk. Als iedereen roept dat het A is, denk ik er nog eens rustig over na of het niet B kan zijn. Ik ben niet zo gevoelig voor mode of trends.’

Waarom hadden je grootouders Friesland verlaten?

‘Aan mijn moeders kant verhuisden ze naar Amsterdam om werk te zoeken. Het waren de gastarbeiders van die tijd. Van mijn opa bestaat nog een brief die hij naar zijn broers en zussen in Friesland stuurde: ‘Komt allen hier, hier is werk.’ Ze waren arm. Ik vergelijk die Friese immigranten met de Ieren in New York. Sterke kerels, recht in de leer, ze werden vaak politieagent. Ze woonden in Amsterdam-West, in de Kolenkitbuurt. In de jaren dertig was dat een nieuwe wijk aan de rand van de stad.

‘Het mooie van de geschiedenis is dat daar later ook weer gastarbeiders werden gehuisvest. Mijn opa leerde Nederlands, mijn oma zat thuis en sprak alleen Fries, die kon met niemand praten. Net als de latere gastarbeiders hadden ze allemaal heimwee en dachten ze dat ze terug zouden gaan. Mijn opa heeft dat ook gedaan. Hij zei: ik vind het hier best leuk, maar na mijn pensioen wil ik geen nacht meer in de stad slapen.’

In 2010 verscheen Van der Zijls boek over prins Bernhard. Tijdens de research deed ze een ontdekking over de familie van haar vader. ‘Van Zijl is een veel voorkomende naam, Van der Zijl is minder gebruikelijk. In een database kun je de namen vinden van alle Nederlandse Joden die zijn vermoord in de Tweede Wereldoorlog. Ik was daarin aan het zoeken en zag opeens pagina’s vol Van der Zijls staan. Abraham van der Zijl, Betty van der Zijl-Cohen, uit Groningen en Hoogeveen.

‘Die hele clan is uitgeroeid. Mijn achternaam is afkomstig van een Joodse Groninger die zich introuwde in een Friese boerenfamilie. Het was zo vreemd om mijn eigen naam daar in dat verband te zien staan. Ik ben altijd bezig de familiegeschiedenissen van andere mensen uit te zoeken, het voelt bijna als een plicht om ooit een boek te schrijven over deze geschiedenis in mijn eigen familie.

‘De meeste familiegeschiedenissen bestaan, net als de mijne, uit zo veel verschillende lijntjes dat je zelf de identiteit kunt kiezen waarmee je je het diepst verbonden voelt. Alle draadjes die samen een afkomst vormen, geven de vrijheid om zelf een route te nemen en je niet te laten afbakenen tot: dit is wat jij bent en zo moet je leven. De moeder van mijn vader had Belgische voorouders. Dat is niet waar ik me mee identificeer. Ik beschouw mezelf maar als Noord-Europees. In Noorwegen wordt mij altijd de weg gevraagd, in Italië gebeurt dat nooit.’

Dit jaar schrijft Van der Zijl het Boekenweekgeschenk, Leon & Juliette. Het gaat over een Nederlandse fortuinzoeker die in 1818 afreisde naar Charleston, een stad in het zuiden van de Verenigde Staten. Hij werd verliefd op een slavenmeisje, stichtte met haar een gezin en werd door het extreme racisme in het zuiden gedwongen met hen naar Nederland te vluchten. ‘Toen Juliette in Charleston werd geboren, gold ze juridisch gezien als tweederde van een mens, ze mocht niet leren lezen en schrijven, ze mocht niet reizen en kon ieder moment op de slavenmarkt worden verkocht. Uiteindelijk stierf ze als burgemeestersvrouw in Nederland.

‘Net als bij mijn andere boeken stuitte ik bij toeval op dit verhaal en werd ik nieuwsgierig. In Charleston woonden mensen die zichzelf beschouwden als beschaafd. Ze gingen naar musea en het theater, ze lazen boeken. En toch bleven ze zich vastklampen aan zo’n verschrikkelijk instituut, terwijl het in andere westerse landen al werd afgeschaft. De idiotie van zo’n samenleving – hoe rechtvaardigde de bovenklasse dit, hoe werkte het in de praktijk? Dat wilde ik uitzoeken.’

Nederlands

‘In het buitenland, vooral in Amerika.’

Fries

‘Nooit.’

Partner

‘Een Limburger. Geert Mak zat op hetzelfde gereformeerde gymnasium als ik, in Leeuwarden. Zijn vrouw is ook Limburgs. Hij zegt altijd: wij hadden wel wat roomse vrolijkheid nodig.’

Wit of blank

‘Door elkaar heen. In een historisch boek schrijf ik blank, het woord dat in die tijd werd gebruikt. Voor de huidige tijd gebruik ik wit.’

Annejet van der Zijl (Nederland, 1962) is de schrijver van het Boekenweekgeschenk, Leon & Juliette, dat tijdens de Boekenweek (7 tot en met 15 maart) door de boekhandel cadeau wordt gedaan bij besteding van € 15 aan Nederlandstalige boeken. De komende jaren zal Van der Zijl de familiegeschiedenis van Leon en Juliette verder onderzoeken, om er een groter boek van te maken.

Robert Vuijsje interviewt voor de Volkskrant Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met diplomaat Peter Derrek Hof (Surinaams) en ondernemer Karim Erja (Marokkaans).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden