Interview Angela Groothuizen

Angela Groothuizen: ‘Je kunt je niet bezighouden met wat andere mensen van je denken’

Angela Groothuizen. Beeld Pablo Delfos

Angela Groothuizen, tv-persoonlijkheid en heel lang geleden één van de Dolly Dots is bijna 60. Een gesprek over imago, televisie en haar open relatie: ‘Ik hoef niet, wat ik niet heb.’

Zoals mensen meteen ‘Hee lullo!’ beginnen te roepen wanneer ze acteur Michiel Romeyn zien, zo barsten mensen bij het zien van Angela Groothuizen spontaan uit in Love me just a little bit more, dé hit van de Dolly Dots. En als ze haar niet van de Dots kennen dan wel van het The Voice, waardoor ze nog steeds in zingen uitbarsten. Óf, en dat gebeurt ook vaak, ze komen gewoon even gezellig ouwehoeren. 

Angela – ‘zeg maar jij, hoor’ – Groothuizen zit op haar vlonder bij de Vinkeveense Plassen, koffie verkeerd, blote voeten, vervaagde tatoeage, af en toe een glimp van een Alkmaars accent, en zegt: ‘Elke dag. El-le-ke dag. Laatst nog, op Lowlands. Komt er vrouw naar me toe die zegt: ‘Ik was vroeger jou.’ Want iedereen had natuurlijk zijn favoriet. Mijn notaris, die was vroeger Sjeel. Maar er zijn er ook die voor mijn neus gaan staan, eerst uitgebreid kijken en dan naar een vriend verderop roepen: ‘Ja hoor, het ís ’r.’

Ze staat op, doet het voor.

Dan, met een Amsterdams accent: ‘Je bent wel kléín, zeg!’

Het is een vaker uitgeserveerde anekdote, maar wel een rake: dit zijn haar fans (half Holland) en dat zijn hun manieren (lekker direct). En: bewijs dat de Dolly Dots rotsvast verankerd zijn in het collectief cultureel geheugen van Nederland. Het avontuur van de meidenband bestaande uit Angela Groothuizen, Patty Zomer, Angéla Kramer, Ria Brieffies, Esther Oosterbeek en Anita Heilker begint veertig jaar geleden, in 1979. In de kleine tien jaar dat ze bestaan, scoren ze zowel binnen als buiten Europa grote hits, verkopen ze een reeks concerten uit in Carré en op hun hoogtepunt hebben ze zelfs hun eigen poppenlijn en televisieprogramma. De Dolly Dots blijken een commercieel én persoonlijk succes, dat tot de dag van vandaag verschoond is gebleven van vetes en harentrekkerij. In 2007 komen ze nog één keer samen in een bomvol Ahoy. In de rouwadvertentie die de overgebleven Dots plaatsen voor Ria Brieffies, die in 2009 overlijdt aan longkanker, staat de tekst: Zes meisjes, zes vrouwen, zussen voor altijd.

Groothuizen, lachend: ‘Niettemin schreef de Volkskrant alleen een heel cynisch klein berichtje op pagina 17 toen we uit elkaar gingen.’

‘Terwijl mijn vrienden allemaal in de steun zaten, hadden wij met zes meiden een circus waar tien man hun gezinnen van konden onderhouden.’ Beeld Pablo Delfos

Waarom was dat denk je?

‘In de jaren tachtig was commerciële muziek toch besmet gebied. Maar terwijl mijn vrienden allemaal in de steun zaten, hadden wij met zes meiden een circus waar tien man hun gezinnen van konden onderhouden. Met feministen hadden we ook hele discussies: dat we ons uiterlijk zó gebruikten. Nou èn, zei ik dan, we hebben tien mannen in dienst – en wat doe jij? En dan hadden we ook nog de mannen zelf die ons klein probeerden te houden. Technici die niet naar je luisterden, platenbazen die vroegen of je even koffie kon halen.’

Is dat nu, veertig jaar later, verbeterd?

‘Jawel, al blijven sommige dingen hardnekkig. Om een voorbeeld te geven: ik heb de Annie M.G. Schmidt-prijs gekregen voor het liedje Vinkeveen. Jan Beuving deed de tekst, ik schreef samen met toetsenist Nico Brands de muziek. Maar dat ik heb meegeschreven aan de muziek staat er dan weer niet bij in het juryrapport. Want ik ben een vrouw, en vrouwen zingen alleen, heel misschien tamboerijntje erbij. Dan kun je het mensen ook niet kwalijk nemen dat ze je alleen van de Dolly Dots kennen. Boven de 40 word je muziek trouwens überhaupt niet meer gedraaid.’

Is dat zo?

‘Het kan er ook mee te maken hebben dat de albums die ik maak compromisloos zijn. Ik maak vrije kunst. Ik betaal, dus ik bepaal.’

Wat je eigenlijk zegt is: ik ben financieel onafhankelijk.

‘Mensen denken altijd dat je tonnen verdient als je bij RTL zit maar dat is niet zo, althans, ik niet. Nee, wat ik bedoel, en dat zeg ik met alle respect voor mijn collega’s, want die waardeer ik zeer: grote zangers moeten het allemaal hebben van covers. Avondje Arena met de Toppers: covers. Ladies of Soul: covers. Glennis Grace: steengoeie zangeres, maar het liefst hebben mensen dat ze Whitney Houston zingt. Als je in Nederland van het zingen wil leven kun je een heel goede boterham verdienen, als je maar bereid bent met een tape alle feesten af te lopen. Nou, ik prak­ki­seer er niet over.’

Je hebt een huis in een fraaie Amsterdamse buurt én dit vakantiehuis. Had je die niet, dan had je misschien ook met een tape door het land moeten trekken.

‘Ik heb ook een heel hoge hypotheek, hoor. Ik heb een schuld bij mijn eigen bv, omdat ik lekker heb geleefd toen de kinderen klein waren. En ik ben kostwinner. Daarom ben ik blij dat ik bij RTL zit, dat geeft je de vastigheid die je als muzikant nooit hebt.’

Groothuizen ontvangt op ‘het eiland’, hun vakantiehuis op een stukje grond in de Vinkeveense Plassen. Dochter Nona (21) ligt met een koptelefoon te tekenen op de grond, in de wc hangen foto’s aan de muur van vrolijke familietaferelen, op tafel ligt een pakje vloei voor het rollen van een joint. Roken doet ze af en toe, drinken gaat niet meer. ‘De laatste keer bij de Edisons dacht ik de volgende ochtend: een godswonder dat ik niet in de goot op de Dam lig. In mijn avondjurk.’

Bovendien, ze doet nog wel van alles, maar ze wordt tóch ouder. 60 om precies te zijn, op 28 september is het zover. ‘Dat is toch heel lang iets wat andere mensen overkomt.’ Om het lijf soepel en het hoofd helder te houden zwemt ze daarom elke dag een stukje in de Vinkeveense plassen, zeer meditatief, dat geklots en voorbij zwemmende eenden. Ze loopt met een glas naar de waterkant, schept het vol en houdt het omhoog: ‘Kijk: loepzuiver. Komt door de kokkeltjes, die zuiveren de boel. Je huid wordt er loeizacht van.’

Wat is het voornaamste inzicht dat je tot nu toe hebt opgedaan?

‘Je kunt je niet bezighouden met wat andere mensen van je denken. Ze schatten je toch altijd te laag in. Of juist te hoog. Er zijn maar een paar mensen die snappen wie je bent, en die de moeite nemen om de gelaagdheid daarin te zien. En met de rest kún je je niet bezig houden.’

Jouw goede vriend visagist Leco van Zadelhoff zei: ‘Angela durft zichzelf te laten zien. Ze heeft geen houding, geen vormpje, geen façade.’

Schiet in de lach: ‘Ja, dat vindt hij ook weleens irritant: heeft hij me net helemaal beeldig gemaakt, sta ik een dag later weer met natte haren op Instagram, haha.’

Hij zei: ‘Als ik een mening wil horen, bel ik haar, want dan weet ik dat ik geen Haarlemmerdijkies krijg. Ze zegt het zoals het is.’

‘Dat komt omdat ik kranten lees. Ik hou van nieuws, ik hou van Blendle, van De Correspondent. Dus als hij weleens iets zegt, dan zeg ik meteen: ‘Nou, dat ligt net íéts anders.’ Leco heeft een paar jaar bij me ingewoond toen hij net uit Harderwijk kwam. Vakman, toen al. Wat hij kan, kan niemand. Als hij je opmaakt ben je tien jaar jonger. Ik ken ook niemand die zo hard werkt als hij. Maar een hedoníst... Dan vliegt hij weer naar Mykonos, dan weer naar Ibiza. Echt een leven dat je denkt, nou schat, zo kan-ie wel weer. Maar hij is echt niet de enige, hoor. Ik deed het vroeger ook. Want het is een global village en iedereen vliegt maar, maar eigenlijk is dat natuurlijk helemaal niet zo gewoon. Dus dat zeg ik dan tegen hem. Ik ben best wel links. Dat is weleens eenzaam, want tegenwoordig lijkt iedereen rechts.’

In de culturele sector toch niet?

‘Nee, maar in de televisiewereld wel. En dat is ook helemaal niet slecht. Alle geluiden moeten gehoord worden.’

Ben je altijd links geweest?

‘Ja. Toen ik achttien was, had je de treinkapingen, Bij De Punt. Toen wilde ik al weten van: waarom dóén mensen zoiets. Of Palestijnen die een schip kaapten en een invalide man overboord gooiden: hoe kom je tot zo’n daad? Want dat doe je niet zomaar. En ondertussen woon je zelf in het paradijs, dan ga je toch nadenken.’

‘Ik ben best wel links. Dat is weleens eenzaam, want tegenwoordig lijkt iedereen rechts.’ Beeld Pablo Delfos

Angela Groothuizen wordt op 28 september 1959 in Alkmaar geboren als vijfde kind in het middenstandersgezin van Atie Overtoom en Theo Groothuizen. Vader bestiert samen met twee broers een zaak in schildersbenodigdheden op de Platte Stenenbrug, (‘Heel mooi, prachtig pandje, stond er al in 1300’) moeder bekommert zich om de kinderen en het huishouden. Vóór zijn huwelijk vertrekt vader Groothuizen in 1938 naar Algerije, destijds een Franse kolonie. Groothuizen: ‘Als economisch vluchteling, want hier was de crisis uitgebroken. Uiteindelijk is hij bij de koopvaardij gegaan, maar toen brak de oorlog uit en lag hij een jaar lang dag en nacht onder vuur, ook midden op zee. Toen de oorlog voorbij was kwam hij terug en is hij mijn moeder tegengekomen bij het dansen. Hij kocht onmiddellijk een fiets voor d’r en voor ze het wist waren ze getrouwd.’ Het eerste kind sterft, wanneer moeder eenmaal zwanger is van Angela krijgt vader een bloeding in zijn rug, als gevolg van een verwaarloosde oorlogswond. Hij raakt verlamd en ligt jarenlang in het ziekenhuis, tot ver na Angela’s geboorte. ‘Dus het begin van mijn leven waren mijn vader en ik niet bij elkaar.’

Heb je daar herinneringen aan?

‘Jawel, want ik was een enthousiaste, luidruchtige peuter en hij een vijftig jaar oudere avonturier in een gebroken lichaam, dus dat was best lastig. Ik werd een kind dat zich maar een beetje gedeisd hield. Vooral niet in de weg lopen. Dat lukte niet, met mijn karakter. Later werd dat beleefd met elkaar omgaan: hoe is het, hoe gaat het? Op mijn 24-ste heb ik wel een keer tegen hem gezegd, dat was na een coachingsessie die ik had gedaan in New York: ‘Wíj kunnen er niks aan doen, dat het begin zo moeilijk was. Maar ik heb toch een te gekke jeugd gehad, ondanks alles, en daar wil ik u voor bedanken. Want ik hou toch van u.’ Had ik nog nooit gezegd. Noord-Hollanders hè, dat soort dingen zeiden we niet. Wat denk je? Begon-ie heel hard te huilen. En toen zei hij ook nog, leunend op zijn stok: ‘Ik ook van jou.’ Dus toen was het klaar. Dacht ik.’

Dacht je?

‘Ja, want begin dit jaar deed ik mee met het programma Verborgen Verleden en toen kwam ik ineens achter dat hele verhaal van zijn tijd in Afrika. Wisten wij allemaal niks van. Alsof er een totaal nieuwe man opstond. Een heel stoere ook nog eens, ik was voor het eerst trots! Het punt is: ik dácht altijd dat hij niet zo van mij hield, dat ik te veel was. Maar omdat alle herinneringen begonnen te herkleuren, en ik hem ineens veel beter ging begrijpen, zie ik nu foto’s waarvan ik denk: potverdorie, hij kijkt wél lief naar me. Wacht, ik laat er een zien. Hier, moet je kijken.’

Scène van een badje, vier voeten erin.

Groothuizen, geroerd. ‘Kijk nou, hoe lief hij naar me kijkt. Dat zág ik hiervoor allemaal niet.’

Dan, vrolijk: ‘Moet je godverdomme 60 voor worden.’

Beter laat dan nooit.

‘Het is zoiets moois, dat je door kennis te vergaren, beter bij je gevoel kunt komen. Alsof het nu ineens allemaal loskomt. Vaders zijn zo belangrijk voor dochters. Moeders trouwens ook hoor, en ik had een hele leuke, zo een waar je heerlijk tegenaan kon liggen. Van haar heb ik geleerd dat je het altijd moet opnemen voor kinderen. Ik weet nog dat er bij de eerste Wie is de Mol? die ik presenteerde zo’n jonkie bij was, een beetje lastig sujet. Mijn moeder zei meteen: ‘Die vind ik leuk. Ach, zo’n kind.’ Haar oudere broers en zussen – ze had er 14, écht katholiek – zagen haar ook altijd als tweede moeder.’

Dat is precies de rol die jou wordt toebedeeld in het huidige medialandschap.

‘Is het niet hysterisch? Ik moet daar om lachen. Ik ben geen psycholoog maar het zal wel te maken hebben met een bepaalde veiligheid, die mensen bij me voelen.’

Ik kan me voorstellen dat het ook beperkend is. Want bij oudere vrouwen is het wel vaak óf die moederrol, of helemaal geen rol.

‘Ik heb veel mannelijke vrienden en die noemen mij allemaal de kerel van het stel, ondanks mijn 1 meter 59. Weet je wat het is: in Nederland willen wij mensen altijd in hokjes stoppen. Ik vind, en zo jureer ik ook bij The Voice: het is zoveel leuker om iemand omhoog te gooien dan omlaag te trekken, want wat iemand minder goed beheerst, dat weet diegene zelf ook wel. Iedereen hééft al die stemmetjes in zijn hoofd; ik kan het niet, of ik durf het niet. Zeker met jongeren, gooi ze omhoog. Dan voelen ze zich gezien en gesterkt en moet je dán eens kijken wat er gebeurt.’

Maar dat die rol jou goed past, betekent nog niet dat het systeem deugt: als je iets anders had willen doen zou daar ook ruimte voor moeten zijn.

‘Dat is waar. Maar ik heb wel het idee dat dit de laatste stuiptrekkingen zijn, hoor. De wereld verandert, en de wereld verandert snel.’

Later: ‘Ik heb het idee dat de ideeën van de jongvolwassenen van nu heel goed aansluiten bij wie ik ben. Alsof ik voor het eerst in mijn leven in time ben. De jaren tachtig, toen ik zelf jong was, waren cynisch. Generatie Nix; de bom zou toch vallen. Terwijl ik altijd overal het goede probeer in te zien.’ 

Op haar nieuwste album De Lage Landen komen de thema’s van nu in stemmige singer-songwritermelodieën voorbij: van vliegschaamte tot bankencrisis en van gluten tot de online schandpaalcultuur.

‘Wat mij écht raakt, is dat je tegenwoordig amper kunt struikelen, of je wordt met pek en veren weggejaagd.’ Beeld Pablo Delfos

In het nummer Bucketlist vraag je je af hoe lang we nog op deze manier kunnen doorjakkeren.

‘Ik wil nog steeds avocado, maar ik hoef ’m niet meer uit Nieuw-Zeeland. En ik ben geen vegetariër, maar wel (zet een deftige stem op) fléxitariër. Ik vind het moeilijk, want ik hou er zo van. Maar dan kijk je naar die laatste serie van David Attenborough, Seven Worlds, One Planet, en dan durf je niks meer. En wij merken ook, hier helemaal (wijst om zich heen), dat er weinig muggen zijn, weinig vogels, weinig vissen. Daar kun je gewoon niet omheen.’

In het lied Pek en Veren hekel je de online schandpaalcultuur.

‘Wat mij écht raakt, is dat je tegenwoordig amper kunt struikelen, of je wordt met pek en veren weggejaagd. En dan heb ik het natuurlijk niet over Jeffrey Epstein, toen ik dat zag dacht ik ook van: yes, kláár met dat soort gasten. Maar voor veel minder word je ook een kopje kleiner gemaakt, en dat vind ik erg. Neem nou Dotan, vorig jaar. Het was ook te stom voor woorden wat hij had gedaan, hoe verzin je het, maar ja: ik ken hem, en het is echt een heel lieve jongen met prachtige muziek. Wat er dan over je héén komt...’

Wat krijg je zelf over je heen?

‘Grachtengordel, deuggleuf, noem het allemaal maar op. Dus ik dacht: ik benoem het een keer, in een liedje, hoe wij zijn, als volk. Want de Tweede Wereldoorlog was nog niet afgelopen of we schoren meisjes kaal van wie werd gedacht dat ze het met een Duitser hadden gedaan. Moet je nagaan: ben je net zelf vijf jaar bezet geweest, laat je je zo gaan. En daarna ga je óók nog naar Indonesië om hetzelfde te doen! Ik begrijp het niet.’

In het nummer Verder maak je je druk om het klimaat en om vliegschaamte. Maar zelf vlieg je voor het nieuwe RTL-programma Ver van huis ook de halve wereld over, zodat gezinnen die elkaar zijn verloren omdat ze voortdurend op een scherm kijken, ‘een nieuwe start kunnen maken.’

‘Weet je wat mijn eerste vraag was aan RTL toen ze voorstelden om naar de amish-gemeenschap in Amerika te gaan? Ik zei: ‘Maar er zijn toch ook amish in Duitsland?’ Maar ja, het idee is nu juist dat je die mensen ver van huis brengt, omdat je ze dan echt uit hun comfortzone haalt.’

Duitsland is toch ook buiten hun comfortzone?

‘Ja nee, daarom vroeg ik dat ook. Maar ik moet je eerlijk zeggen: wij zijn hier met vier gezinnen naartoe gevlogen, vier totaal verschillende families – een Surinaams gezin met vapor- en tattooshops uit Rotterdam, een cafetariahouder uit Enschede, een keukenbouwer uit Venray en een moeder en een zoon uit Purmerend, allemaal gezinnen die elkaar dus waren kwijtgeraakt – en ik zag wel écht wat gebeuren, hoor. Ik zag gewoon wat de rust van het platteland en de digitale detox met ze deden, want je had natuurlijk nergens bereik daar.’

Thuis wel weer, dus hoe duurzaam is zo’n programma dan?

‘In het programma zit ook een sessie waarin ze leren herkennen hoe je als gezin vast kunt lopen. Dat zijn pittige sessies hoor, die vergeet je niet zomaar.’

Waarom kozen jullie voor amish als voorbeeldgezin?

‘Omdat zij familietradities heel erg hoog houden. Het is er een beetje zoals het hier in de jaren vijftig was: er wordt veel met elkaar gesproken; hoe was jouw dag, waar ben je dankbaar voor, dat soort dingen. Ook veel over God natuurlijk. Maar zo’n amish-vrouw zei ook: ‘Luister, denk je dat wij geen problemen hebben met onze pubers? Dat is van alle culturen en alle tijden.’

Dat geloof ik graag, dat zij ook problemen hebben. Ik zou daar bijvoorbeeld niet graag gay zijn, als puber.

‘Wij zaten bij de New Order, en ik moet zeggen, ik vond ze behoorlijk verlicht. De eerste vraag die ik aan een oude amish-man stelde was: ‘Vertel, hoe gaat dat hier op school, vaccineren jullie de kinderen?’ Zegt hij: ‘Wíj wel. Jullie niet, hè?’ Dan sta je mooi met een mond vol tanden, hoor. En natuurlijk, op veel vlakken zijn ze behoudend. Maar wij hadden ook een paar gays bij ons, en dat ging verder prima, daar hebben ze niks van gezegd.’

Mijn punt is de dualiteit: je zingt het één, en doet het ander. En als je daar vervolgens mee wordt geconfronteerd op sociale media, vind je dat lastig.

‘In mijn theaterprogramma benoem ik dat ook: ik doe mijn best, maar die gashaard blijft aan. We zitten in een veranderende wereld, maar ik sta niet op een kansel. Ik ben ook maar een mens.’

En uiteindelijk is televisie toch entertainment.

‘Zeker weten. Het is spelen met rook en het is weg.’

Angela Groothuizen heeft al dertig jaar een relatie met regisseur Rob Mooij (1959). Samen hebben ze twee dochters: Lola van 24 en Nona Tijger van 21. Groothuizen: ‘En dan hebben we nog een aanloper, Lisa. Prachtig kind, 22, we love her dearly. Ze heeft heel leuke ouders, maar dat ging een beetje moeizaam, dus nou ja. Ze hoort echt helemaal bij ons, gaat ook mee op vakanties. Nu niet meer trouwens want ze heeft een vriendje, ontzettend leuk joch.’ Zelf ontmoette ze haar grote liefde tijdens opnames van het televisieprogramma Eindexamenjournaal, dat hij regisseerde en zij presenteerde. Groothuizen: ‘Daar stond ineens iemand onder aan de trap van wie ik dacht: met hem ga ik kinderen krijgen. Pats boem. Hij vroeg nog: wat is er met jou? Maar ja, dat kon ik natuurlijk niet zeggen.’

Lang verhaal kort: na tweeënhalf jaar vriendschap en een hele sliert vriendjes voor haar en nog veel meer vriendinnetjes voor hem (Groothuizen: ‘Hij was echt heel erg. Mooie jongen natuurlijk. Op een gegeven moment heb ik gezegd: ‘Jij neukt met iedereen, behalve met mij’) kregen ze eindelijk verkering. Ze trouwden nooit, een detail in een verder solide relatie, maar, zegt ze, na 26 jaar moet je wel je best blijven doen. Groothuizen: ‘Esther Perel, de psychotherapeut, zei het mooi in Zomergasten: je krijgt steeds nieuwe huwelijken met elkaar. Bij ons is het nu ook weer even zoeken.’

Waarnaar?

‘Ik hoop dat we samen oud worden, en we zullen er ook altijd voor elkaar zijn, geen twijfel aan, maar soms is het een bumpy road. We hebben gelukkig twee huizen zodat je je af en toe even terug kunt trekken. Ik kan me goed voorstellen dat als je een bekende vrouw hebt, het lekker is om daar af en toe even van weg te zijn.’

Ze hebben een open relatie. Groothuizen: ‘Ik maak daar geen geheim van, en als iemand het aan me vraagt geef ik antwoord. Maar ik geef geen details.’

Hoe is de situatie nu?

‘Rob heeft een heel dierbaar iemand in zijn leven. En dat vind ik prima, want ik heb óver. Ik heb zoveel geluk en liefde en alles wat ik wil, ik heb zat. Snap je? En ik ga hem, mijn aller-allerliefste, in dat ene leven dat hij heeft, niet voor de voeten lopen. Met níéts. Is onze relatie daardoor makkelijker? Nou, nee. Het is niet altijd makkelijk. Maar het is óók niet echt heel moeilijk. Die man is een vrije ziel. Een fantastische, lieve, trouwe, vrije ziel. En die moet je niet willen beknotten, klaar.’

Later: ‘Dan komt hij terug van haar, en hoe hij me dan knuffelt, dan zíé ik gewoon hoe gelukkig hij is. En dat geluk gun ik hem. Ik gun het haar zelfs.’

Wat groots.

‘Zo zie ik het niet. Wij hebben gewoon een heel goeie relatie. Rob is mijn allerbeste vriend. Als vriendinnen weleens met een man aan het daten zijn, en ik vraag hoe hij is, zeggen ze: ‘Leuk, maar het is geen Rob.’ Daarom kwetst het me ook als mensen het niet begrijpen. Dan denk ik: láát die man.’

Heb je er moeite voor moeten doen om tot dit begrip te komen?

‘Eigenlijk niet, met geen van mijn vriendjes heb ik ooit de behoefte gehad om te zeggen: dit mag niet, dat mag niet. En dat moeten ze ook nóóit tegen mij zeggen. Voor ons werkt dit. Ik wil maar één ding, en dat is dat hij, met al zijn overgevoeligheden, gelukkig is. Ik ben het namelijk al, er is veel goed in mijn leven. En ik hoef niet, wat ik niet heb.’

Vertellen jullie elkaar alles?

‘Nee, je moet elkaar ook geheimen gunnen. En als er behoefte is aan duidelijkheid, wordt er gewoon over gesproken. Er wordt niets achtergehouden. Ik zie zoveel mensen die jokken tegen elkaar. Die zeggen dan: zoiets komt er bij ons niet in. Dan denk ik: nou meid, ik zal mijn mond maar houden. Want mannen zijn altijd enorm openhartig naar mij. Ik krijg gehéímen te horen... Omdat ze weten dat ik het aankan.’

Heb je zelf ook weleens behoefte aan een ander? In het nummer Bucketlist zing je: ‘Is het klaar met de seks en heb ik echt nooit meer zin’.

‘Ik kan er enorm van genieten maar schat: het is wel een gedoe, hè? Sjongejongejonge, na 26 jaar samen en met kinderen en de overgang en dan ben ik nog kostwinner ook... Asjeblieft, zeg. Dus dat proberen we nu te herontdekken, wat daar nog zit. Misschien dat we ook wel hulp gaan zoeken, dat weet ik nog niet. Misschien dat ik straks zeg: ik heb het allemaal wel gezien. Ook dan geldt: goed is goed genoeg.’

Geklots in het water, er vaart een bootje voorbij met drie pubers en luide muziek. Groothuizen, turend: ‘Ach kijk nou, die jongen. Hij gaat veel te hard voor hier. Maar hij heeft twee leuke meiden aan boord dus ik ga er lekkers niks van zeggen.’

‘Ik heb zoveel geluk en liefde en alles wat ik wil, ik heb zat. Snap je?’ Beeld Pablo Delfos

CV Angela Groothuizen

28 september 1959 Geboren in Alkmaar.

Muziekgroepen

1979-1988  Dolly Dots.

1989-1993 ­Angela & The Rude.

Theater (o.m.)

1989-nu ­Cabaretgroep Purper.

1994 Spelen.

2010-11 Label.

2012 Angela en de Optigan. 

2014 Eeuwige jeugd. 

2016 toneelstuk We want more

2019 Lueke binge.

Muziek

7 soloalbums (o.m.) Young Souls, Melk en ­honing,

Sinterklaas Meezingboek (platina).

Deze maand verschijnt De lage Landen.

Film (o.m.)

Dutch Treat, Pietje Bell, Snapshots (met Burt Reynolds),

Pietje Bell 2.

Televisie (o.m.)

De Uitdaging, Sex met ­Angela, Wie is de Mol, X-factor, The Voice of Holland, The Voice kids, The Voice senior.

2016-nu Jurylid Holland’s Got Talent.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden