Eeuwige Leven Anco de Knijff-Mali (1926 - 2018)

Anco de Knijff-Mali (1926-2018): een journalist die een boek schreef over de familie Frank

Ze schreef zesduizend artikelen en vier boeken, ook een over de familie Frank. Ze zag hoe de Joden in de oorlog werden weggevoerd.

Anco de Knijff-Mali.

Ze groeide op in Amsterdam-Zuid in een buurt waar ook veel Joden woonden, onder wie de uit Duitsland geëmigreerde familie Frank. Anco Mali zat op de Jekerschool in dezelfde klas als Anne Franks oudere zus Margot. Die schreef in haar poesiealbum:

‘Lieve Anco
Moedig en vrolijk, lustig en olijk,
Vrij van verdriet, moog je het leven
bloemen steeds geven
Bloemen wier stengel geen doornen biedt.’
Ter herinnering aan je schoolvriendinnetje Margot Frank.
Amsterdam, 23 februari 1938.

Beiden waren toen 12 jaar. Aan het einde van het schooljaar ging Margot Frank naar een andere school. Ze verloren elkaar uit het oog en zouden elkaar ook nooit meer zien. Verbaasd was Anco na de oorlog toen ze hoorde dat de extraverte Anne en niet de introverte Margot een dagboek had bijgehouden.

In 1970 schreef ze een brief aan Otto Frank die heel blij was met haar herinneringen. ‘Tot zijn dood heeft ze met hem gecorrespondeerd’, vertelt haar dochter Yda de Knijff. ‘Hij vond het fijn dat er op die manier ook wat meer aandacht kwam voor Margot.’ Op verzoek van de Anne Frank Stichting schreef ze in 2005 haar herinneringen op in het boek Margot Frank en de anderen.

Daarna publiceerde ze na haar 85ste nog drie boeken: Met voeten als strijkijzers over de ballerina Alexandra van Rhijn, Gereformeerde jongens over twee zeer gelovige jongens die aan lager wal raken, en Uru of de weg naar onafhankelijkheid over een Nederlands echtpaar dat Congo ontvlucht.

Ook was ze tot op heel hoge leeftijd journalist van De Stad Amersfoort, een huis-aan-huiskrant die ze zelf mede had opgericht. Ze schreef zesduizend stukken, waaronder tweeduizend interviews.

Anco de Knijff-Mali overleed Eerste Kerstdag 2018 op 92-jarige leeftijd met het idee dat ook Margot Frank zo oud had kunnen worden.

Ze kwam uit een humanistisch kunstzinnig gezin. Haar ouders onderhielden contacten met Marsman, Slauerhoff en Bert Haanstra. Over de Joodse kinderen van Duitse vluchtelingen die in de jaren dertig bij haar in de klas kwamen schreef ze: ‘Ze zijn dichtbij en toch ver weg. Verscholen, als de meesten van hen achter gordijnen in huizen vol geheimenis.’ Ook met Margot Frank was ze niet echt close. ‘We wisselen weleens de uitkomst van een moeilijke som uit. Van een lastige staartdeling bijvoorbeeld.’ Ze zag hoe de Joden om haar heen van huis werden gehaald en weggevoerd. ‘Ineens zijn Roosje Löwenstein en de anderen in het niets verschwunden.’

Vaak moest ze huilen. Haar moeder zei: ‘Je moet flink zijn. De Duitsers hebben het nu voor het zeggen. Het beste kun je je nergens mee bemoeien.’

Na de oorlog maakte ze de hbs af en studeerde kunstgeschiedenis, waarna ze een baan kreeg bij de welstandscommissie. Hier ontmoette ze haar man Dirk Willem de Knijff, een geoloog die voor het mijnbedrijf Société Générale in Belgisch Congo werkte. Hier woonde ze van 1955 tot 1960 en werden ook de eerste twee van haar drie kinderen geboren. Vervolgens woonde ze zeven jaar in Zuid-Frankrijk, waar haar man voor vatenfabriek Wavin werkte.

Na terugkeer in Nederland streek het gezin neer in Amersfoort, waar haar man vertrok (‘het woord echtscheiding mocht niet gebruikt worden’), waarna ze zelf de kost moest verdienen. In 1969 begon ze haar journalistieke carrière bij de Leusder Courant en vanaf 1974 ging ze schrijven voor De Stad Amersfoort. Ze zou daarnaast ook veel schilderen – een kant die volgens haar dochter onderbelicht is gebleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.