Amnestiewet in strijd met grondwet Suriname

De verdachten van de 8 decembermoorden krijgen het benauwd. Het voorstel voor een amnestiewet is volgens Gerard Spong echter een heilloos idee....

De berechting van de verdachten van de zogeheten ‘8 decembermoorden’ uit 1982 in Suriname nadert haar climax. Op dit moment is het nog wachten op de beschikking van het Hof van Justitie te Paramaribo op het door enkele verdachten ingestelde hoger beroep tegen beschikking van de krijgsraad uit februari 2006.

In die beschikking had de krijgsraad beslist dat het bezwaar van diverse verdachten, onder wie Desi Bouterse, tegen een kennisgeving van verdere vervolging wegens moord en het uitlokken van moord ongegrond is.

Ofschoon de behandeling in hoger beroep tergend langzaam plaats heeft, zal het Hof van Justitie op korte termijn met een beslissing (moeten) komen. Dat ligt nu eenmaal verankerd in de Surinaamse wet.

Ook uit rechtstatelijk oogpunt beschouwd, kan een zodanige beschikking niet echt veel langer op zich laten wachten. Het vertrouwen in de Surinaamse rechtsstaat en rechtspraak brengt mee dat het Hof in deze gecompliceerde zaak met uiterste zorgvuldigheid en behoedzaamheid te werk gaat.

Ondertussen krijgen de verdachten het bij het naderen van deze beschikking in hoger beroep kennelijk steeds benauwder. Daar zijn ook goede gronden voor.

In een zo te zien wanhopige poging het rechtsoordeel te vermijden, hopen Surinaamse parlementariërs met de indiening van een voorstel voor een amnestiewet bij de Nationale Assemblee, het Surinaamse parlement, te ontkomen aan een veroordeling van hun politieke leider Bouterse (Buitenland, 18 april). Dat is een heilloze onderneming.

Nog daargelaten dat het bepleiten van amnestie voor daders van de betrokken moorden een zuivere buitengerechtelijke bekentenis of erkenning van schuld inhoudt, ziet men eraan voorbij dat een amnestiewet in strijd is met de Surinaamse Grondwet.

Er zijn ten minste vier gronden waarom een amnestiewet in strijd is met de Surinaamse Grondwet. Een zodanige wet is in de eerste plaats in strijd met de in de Grondwet neergelegde waarborg voor de eerbiediging en naleving van fundamentele rechten en vrijheden, waaronder het eveneens in de Grondwet verankerde recht op leven.

In de tweede plaats strijdt een amnestiewet met het in de Grondwet opgenomen gelijkheidsbeginsel, inhoudende dat allen die zich op het grondgebied van Suriname bevinden gelijke aanspraak hebben op bescherming van personen en goederen.

En in de derde plaats komt een amnestiewet in strijd met de opmerkelijke Surinaamse grondwetsbepaling dat politieke ambtsdragers burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor hun handelen en nalaten. De Surinaamse Grondwet is met deze bepaling aanmerkelijk moderner en vooruitstrevender dan de Nederlandse, waarin een dergelijke bepaling ontbreekt.

Maar die moderniteit doet Bouterse c.s. nu de das om. Want hij heeft zich bij herhaling publiekelijk als voormalig politieke ambtsdrager gemanifesteerd en bijgevolg tot zeer recent nog politieke verantwoordelijkheid voor de 8 decembermoorden op zich genomen. Dat was in het licht van deze grondwettelijke bepaling geen handige zet.

Op vergelijkbare gronden heeft overigens de Argentijnse rechter enkele dagen geleden een presidentiële amnestieverlening van Carlos Menem ten behoeve van de ex-juntaleiders Videla en Massera ongrondwettig en als gevolg daarvan ongeldig verklaard (Buitenland, 26 april). Met name meende de rechter dat de Argentijnse Grondwet verplicht een schending van mensenrechten die in de Grondwet gegarandeerd zijn, zoals ook in de Surinaamse Grondwet het geval is, te vervolgen en te berechten.

Last but not least is de vierde grond waarop een amnestiewet in strijd zou zijn met de Grondwet gelegen in de grondwettelijke bepaling dat elke inmenging inzake de opsporing en de vervolging en in zaken bij de rechter aanhangig, verboden is. Nu de zaak van de 8 decembermoorden bij de Surinaamse rechter aanhangig is gemaakt, verzet dit grondwettelijke verbod zich tegen inmenging, zelfs als die van het parlement afkomstig is.

Om een amnestiewet aanvaard te krijgen, zal volgens de Surinaamse Grondwet een meerderheid van ten minste tweederde van het grondwettelijk aantal leden van het Surinaamse parlement noodzakelijk zijn.

Immers, in de Surinaamse Grondwet is met zoveel woorden gestipuleerd dat de wetgever, de regering en de overige overheidsorganen de bepalingen van de Grondwet en dus dat moderne grondwetsartikel over strafrechtelijke aansprakelijkheid van politieke ambtsdragers, in acht nemen. Die grondwettelijke bepalingen kunnen slechts bij wet met tweederde meerderheid gewijzigd worden.

Wat niet gewijzigd kan worden, is dat een Surinaamse rechter, die integriteit hoog in het vaandel heeft staan, achteraf net als zijn Argentijnse ambtsgenoot de wetgever kan terugfluiten en een amnestiewet ongrondwettig kan verklaren.

En daarvoor liggen, zoals betoogd, de argumenten voor het oprapen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden