Reportage Amin Ballouz

Amin Ballouz is arts op het vergeten Duitse platteland: ‘Ik wil het hier nog niet opgeven’

Amin Ballouz en zijn Trabant. Foto Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Wie met dokter Amin Ballouz meegaat op visite, krijgt de problemen waarmee Duitsland kampt op een presenteerblaadje aangereikt: werkloosheid, armoede, vreemdelingenhaat. Maar vooral ook, de beroerde zorg op het Duitse platteland. Zelfs in conservatieve kring gaan nu stemmen op om buitenlandse artsen in te zetten.

Dokter Ballouz geeft gas. De ­motor hikt, de auto hobbelt. De dokter foetert. ‘Een, twee, drie… zeven visites, dat wordt krap.’ Bij een grote kuil in het asfalt wipt de ­stethoscoop om zijn nek op en neer. Tijdens het rijden kijkt hij met een schuin oog op het lijstje adressen op het dashboard. ‘Misschien moet die mevrouw met haar voeten tot morgen wachten, of nee…’ Ballouz remt – piepend. Een bus – dat scheelde weinig. De buschauffeur zwaait. De dokter claxonneert, lacht, zwaait terug. ‘Ook een patiënt van me.’

Drieduizend patiënten heeft Amin Ballouz, in een gebied van grofweg driehonderd vierkante kilometer. Nee, dit is niet Rusland, of Afrika. Ballouz is huisarts op het Duitse platteland, in de omgeving van het stadje Schwedt in de Uckermarck, waar Angela Merkel opgroeide en de rivier de Oder de grens met Polen markeert.

Drie redenen zijn er, waarom de 58-jarige Ballouz de beroemdste plattelandsarts van Duitsland is. Ten eerste rijdt hij zijn visites in een Trabant, bouwjaar 1967. Ook afgezien van zijn auto is hij een opvallende en tamelijk lawaaierige verschijning, met zijn zwarte bos krullen waarin een bril zwemt, zijn stropdas met roze ­paisleymotief en een stem die niet ­gemaakt is om te fluisteren.

Hij is geboren in Libanon, dat is de tweede reden van zijn beroemdheid. Op zijn 16de kwam hij als vluchteling van de burgeroorlog naar Duitsland. Zijn vader bracht de getalenteerdste van zijn vier zonen naar de ­haven van Beiroet, zette hem met zijn diploma’s en een stapel bankbiljetten op een vrachtschip naar Egypte, alwaar hij valse papieren en een vliegticket kreeg – naar de DDR. ‘Dat er twee Duitslanden bestonden, leerde ik pas bij aankomst. Daar ging m’n droom van een Mercedes.’

Een Libanese dokter die in een Trabant door de Uckermark tuft, daar kregen de media natuurlijk lucht van. In de jaren na de opening van zijn praktijk, in 2010, werd hij door diverse Duitse media geportretteerd als redder van het vergeten platteland.

Er zouden meer dokters moeten zijn als dokter Ballouz, schreven ze. Ze bedoelden het letterlijk. Duitsland kampt al een jaar of vijftien met een groeiend tekort aan plattelands­artsen, zeker in het oosten – ook daarom is dokter Ballouz beroemd.

Amin Ballouz aan de telefoon in zijn Trabant. Foto Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Cynische oplossing

Aan dat artsentekort ligt een wirwar van oorzaken ten grondslag, die zich laten samenvatten in twee woorden. Te weinig. Te weinig studieplekken geneeskunde, veroorzaakt door te weinig investeringen in universiteiten, te weinig salaris voor huisartsen in vergelijking met andere artsen, te weinig vergoeding voor huisbezoeken. Maar de belangrijkste factor is onaantrekkelijkheid van het platteland voor jonge artsen met een gezin. Dat laatste geldt met name voor de Oost-Duitse periferie.

Jens Spahn, de nieuwe minister van Gezondheid, heeft dit voorjaar een oplossing aangekondigd: hij wil de Duitse arbeidsmarkt gemakkelijker toegankelijk maken voor buitenlandse artsen. Het idee van de CDU-politicus kun je praktisch noemen, maar ook cynisch. Spahn geldt als hardliner in het vluchtelingenvraagstuk die de meeste buitenlanders liever ziet gaan dan komen, maar daar waar de Duitse overheid heeft gefaald, zijn ze blijkbaar welkom om de handen uit de mouwen te steken. Zou dat werken?

Dokteren op het Oost-Duitse platteland is niet eenvoudig, zeker niet voor iemand met een buitenlands uiterlijk. De laatste mediaberichten over Amid Ballouz gingen niet meer over die gekke dokter in zijn Trabant, maar over de steen die vorig jaar door het raam van zijn huis werd gesmeten. Een steen met een hakenkruis erop.

Schwedt , 13.30 uur

Aan de Rosa-Luxemburgstraat komt geen einde. Hij heeft hier al duizend keer gereden en nog steeds raakt hij de tel kwijt tussen de identieke flats. Daar! Nummer 15, Ballouz gooit het stuur om. De Trabant glipt tussen twee geparkeerde auto’s door de stoep op. De dokter parkeert ’m pal voor de ingang. Een postbode werpt een vijandige blik. ‘Een Trabi mag dat’, zegt Ballouz.

Hij neemt drie traptreden tegelijk. In een smoorheet appartement op de vierde zitten twee tachtigers in fleec­e­pyjamas op de bank. Hij is dement en moet eigenlijk naar een dagbehandeling, als daar plek zou zijn geweest. Zij heeft het aan haar hart en klaagt over haar stoelgang. ‘Over uw bloeddruk ben ik vandaag tevreden’, stelt Ballouz na meting vast. ‘Dat is alvast iets. Maar als ik bij de bouwmarkt een nieuw hart voor u kon kopen, zou ik geen seconde twijfelen.’ Ze giechelt. De dokter klopt de man op de schouder, is alweer op weg naar de uitgang, met excuses voor het moordende tempo. Aan de waslijn in de gang hangen damesonderbroeken waar de poepvlekken niet goed uitgewassen zijn.

Een paar flats verder, net zo’n ­trappenhuis. Hier woont familie H. De vader is aan het afkicken van een alcoholverslaving. Twee flessen wodka dronk hij per dag. Een jonge vrouw gluurt door een kier in de deur, achterdochtig. ‘Dokter Ballouz?’ De dikke l verraadt dat haar moedertaal Russisch is.

Haar man, of wat daarvan over is, zit aan tafel. ‘Hoe ging het de afgelopen dagen?’ ‘Wei-nig hal-lu-ci-na-ties, mag-ik-er-nog-zo-een.’ Elke lettergreep is een hindernis. Dokter Ballouz zet een spuit in zijn magere dijbeen, spreekt de man moed in. Dan kijkt hij de kamer rond, zwaait naar het 3-jarige meisje op bank. Het kind zit zo verstard dat ze familie lijkt van porseleinen hondjes in de vensterbank. ‘En als hij naar de fles grijpt, meteen bellen!’, zegt Ballouz bij de deur. Terug in de auto vertelt hij dat de man zijn vrouw en kinderen sloeg, toen hij nog dronk. ‘Jeugdzorg heeft ze in het vizier.’

Vreemdelingenhaat

In Duitsland zijn tientallen, zo niet honderden stadjes als Schwedt. Het zijn plaatsen waar alle problemen ­samenballen die vorig jaar om deze tijd opdoken in de verkiezingscampagnes: van achterstallig onderhoud aan de wegen, in de Trabant extra goed voelbaar, tot de hoge werkloosheid. Ballouz wijst onderweg naar de rokende schoorstenen van de elektriciteitscentrale, de grote werkgever in de regio, waar sinds de val van de Muur het aantal banen is gehalveerd.

De rest van de penarie kent de dokter in zijn patiëntenbestand: vergrijzing, braindrain, verslavingen. En dan nog de paar honderd vluchtelingen die rond Schwedt terechtgekomen zijn, hun moeizame integratie. Zij komen vaak juist in dit soort dorpen terecht vanwege de hoge leegstand. In zijn spreekuur klinkt dagelijks het geschonden vertrouwen in de politiek door – vaak aangelengd met vreemdelingenhaat. De rechts-nationalistische AfD werd in de regio Schwedt bij de verkiezingen de tweede partij achter de CDU.

Amin Ballouz in gesprek met een van zijn patiënten. Foto Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Vorig jaar zocht hij samen met een jonge Syrische vluchteling een sportschool in het stadje. De jongen had geklaagd over neerslachtigheid. Ze werden overal weggestuurd. Vluchtelingen waren niet welkom. De woorden van een sportschoolbezitter bleven hem bij: ‘Ik neem ze pas als de uitkering van mijn oma hoger is dan wat die buitenlander per maand krijgen.’ Ergens begrijpt Ballouz dat wel. Maar was dat de schuld van die Syrische jongen?

Ballouz heeft ook begrip voor de jonge artsen die niet naar het platteland willen, of in elk geval: niet naar dit platteland. Zelf ging hij ook niet helemaal vrijwillig. Na zijn scheiding, in 2010, smeekte de voorzitter van de hoofdstedelijke artsenkamer of hij niet naar het de Uckermark wilde. ‘Echt iets voor jou, zei hij, je houdt toch zo van het buitenleven? Ik was zo stom geweest om ze te vertellen dat ik graag jaag, op wilde zwijnen. Ja, die zitten hier genoeg! Hij heeft niks te veel gezegd. Maar zo hebben ze me erbij gelapt.’

Bernau, 18.00 uur

Op de rijbaan richting Berlijn staat file, die terug naar de Uckermark is bijna leeg. De dokter zucht. Het was een makkelijke visite, dat is het niet. Hij heeft bloed afgenomen bij de bleke, eenbenige Iraniër bij wie hij een resistente bacterie vermoedt. Daarna heeft hij even gedold met de kluit kinderen die op hem af kwam rennen met de verschrikte vraag of ze nou alweer een inenting moesten.

En toch heeft het bezoek hem somber gestemd. Dat komt door het gesprek dat hij had met Andrea Räthel, de manager van het asielzoekerscentrum. Ze vertelde over het jonge Syrische stel dat een baby verwacht. Ze had daarom bij de gemeente Bernau aangedrongen op een woning. Er was een vierkamerflat beschikbaar. Maar ze wilden er niet wonen, omdat er geen lift was. Ze wilden de boodschappen niet vier trappen naar ­boven dragen, zeiden ze.

Van zulke verhalen wordt Ballouz somber. Volgens hem, en Andrea ­Räthel, zijn sommige vluchtelingen ‘niet tot integreren in staat’. Bijvoorbeeld mannen die een ziekmelding voor hun vrouw komen vragen, omdat ze het er niet mee eens zijn dat hun vrouwen naar een taal- of integratiecursus gaan. Hij maakt het geregeld mee, niet alleen in het azc, maar ook in zijn praktijk in Schwedt. ‘Ik geloof niet dat die mensen een toekomst kunnen opbouwen in Duitsland, en al helemaal niet hier.’

Frauenhagen, 20.00 uur

De dokter moet even langs huis om de buurman te betalen die zijn schuur opknapt, een van de vele schuren op het terrein van de boerderij die de dokter van leegstand en afbraak redde. Frauenhagen, heet het gehucht waar hij woont.

In de tuindeuren gaat de zon onder. Hier vloog vorige winter dus die steen met dat hakenkruis. De foto stond in Der Spiegel. Ook de banden van zijn Trabantjes, achter het huis staat een kleine kudde, werden lek­geprikt. ‘Ik heb dat soort dingen lang genegeerd, maar dat kan nu niet meer.’

De eerste keer dat hij werd lastiggevallen door neonazi’s was in 2014. Op een avond stonden ze voor zijn praktijk, vier jongens met een hond en een baseballknuppel. Hij probeerde ze af te schudden, zegt hij, zigzagde langs de flats, door een parkje en vond beschutting in het tankstation verderop. De volgende ochtend was de politie niet onder de indruk. ‘Ach kwajongensstreken.’ De daders werden niet ontmaskerd.

Toen kwam die steen, en daarna begon het gelazer met parkeerbonnen. Een arts moet een vignet op zijn auto hebben, zodat hij gratis mag parkeren voor zijn praktijk. Maar dat vignet viel steeds van de Trabant af, dus besloot Ballouz het ding achterwege te laten. Iedereen weet toch dat dit mijn auto is, dacht hij. Er rijdt hier maar een Trabant. Het liep uit op een principekwestie tussen hem en een wijkagent die hem ongeveer vijftig keer beboette voor het ontbreken van de sticker.

Amin Ballouz behandelt een van zijn patiënten. Foto Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Hij betaalde niet en kreeg een dagvaarding. Uiteindelijk werd de zaak geseponeerd toen iemand uit de gemeenteraad de gemoederen had gesust. ‘Maar sindsdien heb ik het gevoel dat er bij de politie mensen werken die mij niet mogen omdat ik een buitenlander ben.’

De politie van Schwedt valt onder het korps van Frankfurt Oder. Bij het noemen van de naam Ballouz, weet de persvoorlichter, mevrouw Cotte-Weis, genoeg. ‘Aha, de man uit Libanon, ja die kennen we hier natuurlijk wel.’ Op de vraag hoe het precies zit met die steen en met die parkeerboetes, zegt ze navraag te moeten doen bij haar collega in Schwedt.

Een half uur later belt ze terug. ‘Dat met die auto is inmiddels toch opgelost? Het waren kleine overtredingen, niks ernstigs.’ Het voorval met de steen vindt ze serieuzer. ‘Want meneer Ballouz doet alsof bewezen is dat de daders uit de rechtse hoek komen. Maar wij hebben de daders nooit kunnen vinden.’ Ze acht het ook niet uitgesloten ‘dat hij die steen zelf door z’n raam heeft gegooid om zich als slachtoffer neer te zetten’. Nee, bewijs heeft ze daar niet voor. ‘Maar dat heeft hij dus ook niet.’

Ze wil nog wel iets anders zeggen over Amin Ballouz, als ‘achtergrondinformatie’. Dat hij door veel mensen in de regio wordt gezien als een ­‘poseur.’ Gevraagd naar toelichting, vertelt ze dat hij toen de vluchtelingen hier kwamen, in verschillende azc’s ‘de Gutmensch uithing, en zich daarbij graag liet filmen’. Maar, zegt ze: ‘We kennen hier ook mensen die minder gediend zijn van zijn goede werken en zijn zelfingenomen ­manier van doen.’ Meer wil voorlichter Cotte-Weis er niet over kwijt.

Ballouz bulderende reactie op deze beschuldiging, achteraf, telefonisch: ‘Ik gooi toch geen steen door m’n ­eigen ruit en prik acht van m’n eigen banden lek! Ik heb die banden trouwens nooit teruggezien na het onderzoek van de politie.’

Schwedt, 21.00 uur

Als het laat wordt, eet dokter Ballouz bij restaurant Athene, in de water­toren van Schwedt, een van de weinige gebouwen die in 1945 de opmars van de Russen heelhuids hebben doorstaan. De Griek wordt bestierd door een Pool. De ober brengt hem meteen een roze drankje. Ouzo met aanmaaklimonade. Dit medicijn schrijft hij alleen zichzelf voor. Het is perfect tegen mismoedige gedachten.

En die heeft Ballouz steeds meer. ‘Die parkeerkwestie heeft me diep geraakt. Ik weet niet waarom, maar ik kon me er niet overheen zetten. Ik kreeg er griep van. Ik heb nooit griep.’ Hij belde alle vier z’n kinderen. Ze kwamen langs, stuurden hem op ­vakantie naar Libanon. ‘Ze zeiden dat ik een burn-out had.’ Hij ging drie ­dagen.

In Beiroet heeft Ballouz een broer, een zus, en zijn 91-jaar oude moeder. Op zijn telefoon laat hij een foto zien van een verschrompeld vrouwtje onder een bloeiende plant. Zij suggereerden dat hij misschien met pensioen moet, weg uit de Uckermark, ergens heen waar de mensen vriendelijker zijn. Amin Ballouz wil niet. Hij wil zijn patiënten niet alleen laten, maar ook zijn huis niet, zijn Trabanten en wilde zwijnen. ‘Ik wil het hier nog niet opgeven.’

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.