Amerikaanse filosoof Barber dringt aan op strengere overheidsregels voor multinationals; 'Macht McWorld bedreigt democratie'

Overheid en burgers moeten samen meer tegenspel bieden aan het internationale bedrijfsleven, oftewel 'McWorld', vindt de Amerikaanse politiek filosoof Benjamin Barber....

Van onze verslaggever

Peter Giesen

TILBURG

'Bedrijven moeten winst maken. De democratische gemeenschap moet aangeven welke grenzen zij daarbij stelt. Dat is de rolverdeling. In plaats daarvan trekt de overheid zich terug en hopen we dat het bedrijfsleven zich als een goede burger gedraagt. Dat is waanzin', zegt Benjamin Barber.

De befaamde politiek filosoof uit de Verenigde Staten was maandag in Tilburg voor een debat over de sociale verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven, georganiseerd door het Nexus Instituut in Tilburg. Steeds meer multinationals publiceren een gedragscode waarin zij beloven een goed sociaal beleid te voeren, de mensenrechten te bevorderen en het milieu te ontzien.

Barber is een criticus van het internationale bedrijfsleven, door hem 'McWorld' gedoopt. McWorld is een bedreiging voor de democratie, meent hij. Grote bedrijven onttrekken zich met succes aan controle door de democratische gemeenschap. Burgers, overheden en vakbonden durven niet te veel van multinationals te eisen, uit angst dat zij de wijk nemen naar bedrijfsvriendelijker gebieden.

Het enige wapen dat echt indruk lijkt te maken, is de consumentenboycot. Als reactie daarop beloven bedrijven als Shell zich als een goed burger te zullen gedragen.

Barber is sceptisch. 'Wat mij zorgen baart, is de verwarring tussen de publieke en private sector. Shell moet petroleumproducten verkopen, tegen een zo hoog mogelijke winst. Dat is eigenlijk alles wat ik van ze verlang, want dat is goed voor de welvaart. Voor beslissingen over het publieke welzijn hebben we een instelling die we regering noemen.

'Als Shell zegt: we moeten zo goedkoop mogelijk werken, dus bouwen we tankers met een wand die uit een laag staal bestaat, heb ik daar weinig problemen mee. Maar vervolgens moet de overheid zeggen: mr. Shell, het is fijn dat u zo veel geld wilt verdienen, maar wij eisen dat u drie lagen staal gebruikt.'

Natuurlijk beseft Barber dat een mondiale economie moeilijker te controleren is dan een nationale economie. 'Maar er kan aanzienlijk meer worden gedaan dan meestal wordt gesuggereerd. Economisch wordt de dienst uitgemaakt door zes of acht machtige landen. Als die besluiten dat ze bijvoorbeeld geen producten meer importeren die met kinderarbeid zijn gemaakt, heeft dat een enorme impact. Daar hoef je echt geen 150 landen voor op één lijn te krijgen', zegt hij.

Volgens Barber is het probleem veeleer dat de burger zijn zelfvertrouwen heeft verloren. Hij gelooft niet meer dat hij de wereld naar zijn hand kan zetten.

'Laat ik een voorbeeld geven. Twintig jaar geleden kwam de Amerikaanse columnist James Tobin met het prachtige plan om kapitaaltransacties te belasten. Op de kapitaalmarkt gaat elke dag een biljoen dollar om. Stel je voor dat je elke transactie met 0,01 procent zou belasten. De valutahandelaren zouden het niet eens merken, terwijl je van het geld allerlei mooie dingen zou kunnen doen.

'Maar als ik minister van Financiën zou zijn, zou ik die Tobin-tax ook niet invoeren. Want aan de ene kant heb je bedrijven, bankiers en beurshandelaren, die allemaal roepen: rampzalig, absoluut onaardvaardbaar! En aan de andere kant heb je helemaal niemand. Er is geen burger die roept: belast de valutahandel'

Barber ziet wel hoopgevende signalen. Er lijkt een internationale 'civil society' te ontstaan, een maatschappelijk middenveld van actiegroepen en non-gouvernementele organisaties die McWorld tegenspel kunnen bieden.

'Consumentenacties kunnen een grote rol spelen. De productiekant van McWorld is moeilijk aan te pakken. Als Indonesië lastig doet, maakt Nike zijn schoenen wel in Nigeria.

'Maar op een gegeven moment moet McWorld terug naar de westerse wereld. Want dat is de enige plek waar ze dure sportschoenen kunnen verkopen. Wij kunnen eisen dat er geen kinderarbeid wordt gebruikt, dat het milieu niet wordt vervuild, dat er goede arbeidsomstandigheden zijn.'

In haar eentje zal de internationale burgerij McWorld niet kunnen tegenhouden, evenmin als de overheid dat kan. Maar samen kunnen ze nog heel wat bereiken, meent Barber.

'We moeten alleen weer vertrouwen krijgen in de idee dat we onszelf kunnen besturen. Wij lijden aan iets wat ik ''schulditis'' noem. We geven altijd iemand anders de schuld van onze problemen: Shell of de politici hebben het bijvoorbeeld gedaan. Maar we leven niet in Moskou in 1934, we leven in een democratie waar we zelf de baas zijn. De politici, dat zijn we zelf.'

Paradoxaal genoeg heeft ook McWorld belang bij een overheid die strenge, duidelijke regels stelt, meent Barber. 'Als ik bestuurder van Shell zou zijn, zou ik een sterke overheid wensen. Dat geeft mij immers de ruimte om zo egoïstisch mogelijk te zijn. Nu verkeert zo'n man voortdurend in onzekerheid. Gaat het niet te veel kosten? Doe ik wel genoeg aan mijn sociale verantwoordelijkheid, of krijg ik straks toch weer zo'n actiegroep op mijn dak?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.