Ambtsbericht te veel geënt op één bron

De ambtsberichten bepalen het lot van menig asielzoeker. Hun auteurs moeten dan ook uit meerdere bronnen putten, betoogt Boris Dittrich....

AL JARENLANG wordt er veel kritiek geuit op de ambtsberichten die het ministerie van Buitenlandse Zaken uitbrengt, en op grond waarvan de staatssecretaris van Justitie besluit of uitgeprocedeerde asielzoekers naar hun land van herkomst kunnen worden teruggestuurd.

De kern van de kritiek is de ondoorzichtigheid van de ambtsberichten. Wat zijn de bronnen die zijn geraadpleegd? Waarom hebben de opstellers een bepaalde selectie uit de feiten gemaakt? Hoe kan het dat instellingen als Amnesty International en organisaties van vluchtelingen soms totaal verschillende gegevens produceren? Al gauw komt men op de gedachte dat Buitenlandse Zaken andere - vaak stoffelijke - belangen nastreeft. Welk ambtsbericht Buitenlandse Zaken ook zal uitbrengen, van het odium van partijdigheid - terecht of niet - zal het niet snel afkomen.

Wat voor oplossing is er te bedenken? Die van Chris Keulemans (Forum, 22 februari) is irreëel: het accepteren dat er andere werkelijkheden bestaan dan de onze. Ik denk niet dat de staatssecretaris van Justitie daarmee uit de voeten kan.

Ik stel het volgende model voor. Op Buitenlandse Zaken wordt een afdeling opgericht waar allerlei gegevens over het betreffende land van herkomst worden verzameld. Dus niet alleen de informatie van de ambassademedewerkers, hoe waardevol soms ook, maar tevens rapportages van Amnesty International, Human Rights Watch, Vluchtelingenorganisaties, UNHCR, verslagen van journalisten et cetera.

De ambtenaren van Buitenlandse Zaken die een ambtsbericht opstellen, organiseren - voor zij daarmee aanvangen - een openbare hoorzitting. Allerlei belanghebbenden kunnen dan hun mening geven over de algemene politieke en mensenrechtensituatie in het betreffende land.

Vervolgens wordt door Buitenlandse Zaken het ambtsbericht opgesteld. Alvorens het wordt vastgesteld, wordt het voorgelegd aan een commissie van onafhankelijke deskundigen. Acht zij bepaalde onderdelen onduidelijk, onvolledig of onjuist, dan heeft zij het recht het ambtsbericht met een negatief advies terug te sturen naar Buitenlandse Zaken. Deze constructie doet denken aan de toetsing van wetsvoorstellen door de Raad van State.

De ambtenaren bekijken het ambtsbericht opnieuw, waarna het onder verantwoordelijkheid van Buitenlandse Zaken definitief wordt vastgesteld.

Voordat er met het aldus tot stand gekomen ambtsbericht wordt gewerkt, spreekt de Tweede Kamer zich er nog over uit, al dan niet na ruggespraak met maatschappelijk organisaties. De Kamer kan de staatssecretaris van Justitie dwingen de uitvoering van het ambtsbericht op te schorten, totdat er nadere informatie is gegeven. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij het laatste ambtsbericht over Iran. Staatssecretaris Schmitz wilde dienstweigeraars en deserteurs terugsturen, maar de Kamer hield dat tegen.

Bovenstaand voorstel kan ertoe bijdragen dat de ambtsberichten van Buitenlandse Zaken aan objectiviteit en overtuigingskracht winnen. Daarmee is iedereen gebaat, in het bijzonder de uitgeprocedeerde asielzoekers. Een degelijk ambtsbericht kan voor hen van levensbelang zijn.

Boris O. Dittrich is Justitiewoordvoerder van de fractie van D66 in de Tweede Kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden