Altijd opstandig

Een week geleden mocht Timothy eindelijk weg uit de jeugdgevangenis. Hoe een 'innemend joch met donkere krullen' een zwerfjongen werd....

Timothy is een innemend joch met donkere krullen. Een meegaand kind ook, zeggen zijn begeleiders, vol vertrouwen in de dingen die gaan komen. In 1997 arriveert hij in Nederland na een trektocht van maanden door Ierland. Hij is dan pas vijf jaar oud en niets wijst op de reeks van problemen die hij en zijn zusje in een betrekkelijk korte tijd allemaal hebben meegemaakt.
De ouders zijn junk, ze zijn verslaafd aan heroïne. Hulpverleners houden al sinds de geboorte van Tim een oogje in het zeil. Ze kunnen echter niet voorkomen dat hij en zijn een jaar oudere zusje ernstig worden verwaarloosd. Als de kinderen vier en vijf jaar oud zijn, slaat de basisschool alarm.
De ouders zijn niet in staat 'voldoende basiszorg' te bieden, concludeert de hulpverlening, ze zijn bang de kinderen te moeten afstaan. Het gezin wijkt uit naar Ierland, het geboorteland van de vader. Drie maanden duurt de zwerftocht. Tim herinnert zich vaag iets van een leven in tenten en caravans, totdat de Ierse autoriteiten ingrijpen en hem samen met zijn zusje onderbrengen bij een pleeggezin op het platteland.
Broer en zus komen op verzoek van hun moeder - die inmiddels weer in Nederland woont - terug. Ze wil, hoewel ze niet voor haar kinderen kan zorgen, hen geregeld kunnen bezoeken. Het tweetal krijgt een plek in een pleeggezin in Eemnes. Tim past zich makkelijk aan. Hij is een beetje stil en verlegen, maar dat is nu eenmaal zijn karakter. is opstandiger en laat zich niet meer bemoederen. Ze heeft immers zelf zo lang voor moedertje moeten spelen.
Tim denkt met veel plezier terug aan Eemnes. Hij houdt van de ruimte om hem heen en de dorpse gezelligheid. Soms komt zijn oma uit Amsterdam op bezoek. Zijn moeder komt niet zo vaak. Ze zwerft, steelt en blijft verslaafd aan harddrugs. Als ze het moeilijk heeft, laat ze zich oppakken. Dat scheelt, in de gevangenis heeft ze dan even te eten en een dak boven haar hoofd. Als ze langskomt, zijn de kinderen direct door het dolle heen.
De vader is nauwelijks in beeld. Tim heeft een vaag beeld van 'een man met een baard'. Het maakt op de dan 7-jarige jongen weinig indruk dat zijn vader in 1998 overlijdt aan aids. Arjan Thiel is dan al namens pleegzorg op zoek naar een nieuw pleeggezin. Het gezin in Eemnes is alleen beschikbaar voor crisisopvang.
Om te voorkomen dat de kinderen zich te veel hechten, mag de crisisopvang niet langer dan zes maanden duren. In dit geval worden die zes maanden een kleine twee jaar. Het afscheid valt Tim zwaar. Hij krijgt als cadeautje van Thiel een vrolijk gekleurde kartonnen opbergdoos mee. Die doos koestert hij jaren later nog altijd als een kostbaar relikwie. De gever is één van de weinige volwassenen in wie hij blijvend vertrouwen stelt.
Het nieuwe pleeggezin in Hoofddorp laat hem onverschillig. Hij maakt vaak ruzie - ook op school - en is brutaal. Het Riagg ondersteunt het pleeggezin. Dat lukt, hoewel het Riagg al in 2000 concludeert dat Tim beter af zou zijn in een kindertehuis.
Hij heeft een hechtingsstoornis en vindt het moeilijk als mensen te dicht in zijn buurt komen, hij wordt dan opstandig. Dat is niet ongewoon voor een kind met zo'n turbulente achtergrond, al geeft Tim een andere verklaring. Aan zijn oma vertelt hij dat hij met een riem wordt geslagen. Ook tegen Thiel zegt hij later dat hij en zijn zusje werden geslagen. Een van de latere pleegmoeders constateert op zijn rug heel veel blauwe plekken. Een moeder van een vriendje waar Tim later logeert: 'Hij werd met de regelmaat van de klok geslagen.'
In augustus 2003 barst de bom. Tim steelt geld van zijn pleegouders en loopt weg. Hij is woest, voelt zich verraden en is wraakzuchtig. Ook wil niet meer bij het pleeggezin wonen. Zij geeft de voorkeur aan een opvanghuis voor meisjes. Daar hoopt ze in alle rust haar vwo-opleiding af te maken. Zij wil eerst haar eigen sores oplossen en wil geen contact meer met haar broertje.
In de officiële stukken heten de beschuldigingen aan het adres van het pleeggezin ongegrond. Pleegzorg onderzoekt de zaak en concludeert dat Tim weleens een klap heeft gehad, maar meer ook niet. Dat zegt ook Martine Slagmolen, de vrouw van een van de twee oudere pleegbroers van Tim in Hoofddorp. 'Hij kon af en toe geweldig dwarsliggen. Soms kreeg hij dan een tik, of werd hij bij zijn arm gepakt. Maar daar bleef het dan ook bij.'
Alle deskundigen zijn het erover eens dat er vanaf dat moment professionele begeleiding nodig is. Een pleeggezin is geen optie meer, en ook zijn er nauwelijks kindertehuizen in Nederland. Tim wordt kortstondig opgevangen en komt uiteindelijk toch weer terecht in een gezin.
Onderdak
Hij maakt zich vrijwel meteen onmogelijk, loopt af en toe weg en slaapt dan op bankjes in het park. 'Ik zorg vanaf nu voor mezelf', zegt hij, inmiddels twaalf jaar oud. Hij vindt onderdak bij vriendjes. Even lijkt zich een oplossing aan te dienen, als Tim bij zijn vriendje Raymond in huis mag.
'Hij stond om half twee 's nachts voor de deur', zegt moeder Antoinette Arendsen. Eerst blijft hij een nachtje, dat worden een paar maanden. 'We hebben zelf vier kinderen. Tim is zo'n rustige jongen, die gaat gewoon met de meute mee.' Toch gaat het snel bergafwaarts. Als een vriendje tijdens een ruzie zijn moeder uitscheldt, slaat Tim hem een gebroken neus. 'Hij verhardt zienderogen bij elke doorplaatsing', schrijft Bureau Jeugdzorg eind 2003. Het wachten is op een snelle plaatsing in Harreveld, een jongerenhuis in de Achterhoek waar de noodzakelijke begeleiding kan worden gegeven.
Als hij begin 2004 wordt betrapt bij het stelen van een Mitsubishi-embleem van een bestelbus, moet hij voor de kinderrechter verschijnen. Timothy wordt voor het eerst opgesloten in de Justitiële Jeugdinrichting in Amsterdam.
Als zijn straf, half februari, erop zit, komt hij niet vrij. Men vindt het beter hem vast te houden tot er een plekje in Harreveld vrij komt. Het wachten duurt vier maanden en dat is langer dan de opgelegde straf, omdat er geen plaats is.
Op vakantie
Die zomer, het is inmiddels juni 2004, gaat Tim een maand op vakantie met zijn pleegbroer en diens vrouw. Martine Slagmolen: 'Hij is stapelgek op mijn man en op ons dochtertje.' Hij heeft gevraagd of hij bij de Slagmolens mag komen wonen. Dat lukt echter niet, vanwege zijn 'veel te gecompliceerde persoonlijkheid'. 'Hij heeft structuur nodig, die kunnen wij hem niet geven.'
Tim vervalt in herhaling en ook nu zendt de school een noodkreet uit: het kind heeft dringend een thuis nodig. Vier maanden later is het weer raak. Samen met vrienden heeft hij een bijl, stok en schaar gestolen uit het fort in Hoofddorp. Zijn vriendjes worden na een strenge preek van de politie heengezonden. Timothy moet voor de rechter komen en gaat opnieuw achter slot en grendel.
Ditmaal krijgt hij een relatief zware straf, die mede wordt ingegeven door het feit dat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. 'Dat maakt de kans op recidive erg groot', stelt de officier van justitie.
Na een paar maanden wordt Tim depressief. Hij trekt zich terug uit de groep en wordt onverschillig en passief. Er zijn geen boeken, hij blijft verstoken van onderwijs en hij vindt dat hij veel te zwaar wordt gestraft. Niemand kan hem zeggen hoe lang het wachten op Harreveld gaat duren. Dat is de érgste straf, vindt hijzelf, dat je niet weet hoe lang je moet zitten.
Timothy is inmiddels 13 jaar. Hij heeft het haar tot op zijn schouders laten groeien. Het is hem meestal te veel moeite om er 's ochtends een kam doorheen te halen. Hij heeft de jeugdpuistjes in zijn bleke gezicht opengekrabd en ligt het liefst met een zak snoep op bed in zijn cel. Een keer per week komt zijn oma in de jeugdgevangenis een uur op bezoek.
Hij zit voor diefstal. Geen grote diefstal, en zeker niet groot genoeg om in de gevangenis te komen. Hij vertoont gedragsstoornissen en daarvoor moet hij worden behandeld. De instellingen zitten echter vol en er zijn lange wachtlijsten. Als de straf op 18 december afloopt, moet Tim in de jeugdgevangenis blijven. Dat is al voor de tweede keer.
Achter de hoge muren zitten veel oudere jongens, die zich wel schuldig hebben gemaakt aan ernstige vergrijpen. Tim is kwaad. Hij weet niet waar hij aan toe is, zegt Arjan Thiel, de enige volwassene die hij vertrouwt. Hij heeft het gevoel dat niemand zich zijn lot aantrekt en dat niemand naar hem luistert. 'Ze luisteren naar volwassenen en niet naar kinderen', zegt hij tegen Thiel.
Thiel volgt Tim al sinds 1997. 'Hij is een heel aardige jongen die het af en toe onhandig aanpakt. Ik denk dat het niet te laat is. Hij zit aan het begin van zijn puberteit. Als hij straks zestien is, kun je hem niet meer leren anderen te vertrouwen.'
Vorige week is hij eindelijk vertrokken uit de jeugdgevangenis, niet naar Harreveld maar naar jeugdinrichting de Doggershoek in Den Helder. Daar kan hij wel worden behandeld.
Voor Thiel is Den Helder te ver weg om wekelijks op bezoek te komen. Advocaat Pim Fischer spant een kort geding aan tegen de staat. Tim heeft ten onrechte vastgezeten op een verkeerde plaats en dat is in strijd met de rechten van de mens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden