Altijd op zoek naar de kerk

Hij was geen alledaagse bisschop, Tiny Muskens (72). In een slaapzak bracht hij de nacht door tussen daklozen. Hij bezocht een bordeel om de aandacht te vestigen op vrouwenhandel....

‘Niet de regels zijn bindend, je moet je laten leiden door je geweten. En het haalbare. De kerk moet van gelovigen niet eisen dat ze perfect zijn.’

Soepel omgaan met de regels heeft Tiny Muskens van thuis meegekregen. Zijn moeder was niet streng in de leer. Soms stopte ze de sokken tijdens het bidden van het rozenhoedje of schilde ze de aardappelen voor de volgende dag. Zijn ouders moedigden het zwemmen aan, hoewel de regent van het kleinseminarie dat verbood.

‘Ik zwem nog steeds elke vrijdag bij de Koninklijke Militaire Academie. Dat kan niet meer als ik ben ingetreden. Ik kan bij de monniken wel veel wandelen. Bewegen is belangrijk. Ik krijg altijd de complimenten van mijn pedicure dat ik van die dunne enkels heb. Die heb ik omdat ik zo veel wandel, zegt ze.’

Hebt u zich vaak eenzaam gevoeld tussen de Nederlandse bisschoppen?

‘Ja, ik heb vaak gevoeld dat de andere bisschoppen mij zagen als iemand die zijn eigen weg gaat. Als je een andere mening hebt, word je niet geacht die naar buiten te brengen.’

Dat hebt u toch gedaan. Met uw standpunt over gehuwde priesters bijvoorbeeld. U bent een voorstander van het wijden van gehuwde mannen tot priester.

‘Ik verkondig dat standpunt omdat ik weet dat er buiten Nederland bisschoppen en kardinalen zijn die het wél met me eens zijn. Ik probeer de communis opinio te beïnvloeden. De wil te veranderen, moet groeien in de wereldkerk.

‘Tegenstand neem ik op de koop toe. Ik word niet nerveus van een kardinaal uit Rome. Ik heb zestien jaar in Rome gewerkt, ik weet hoe de curie in elkaar steekt. Hoe hard het er soms aan toe gaat. En dat er absolute standpunten worden ingenomen.’

Zou u graag kinderen hebben gehad?

‘Ja. Het is een hoge prijs, geen kinderen, maar er staat veel tegenover. Ik heb nu veel meer tijd voor gebed en voor de gelovigen. Ik zou dat niet hebben kunnen combineren met een gezin.’

Wat moet er nog meer veranderen in de kerk?

‘Er is zo ontzettend veel behoefte aan veranderingen dat er snel een concilie moet komen. Dat moet gaan over het celibaat en over de bestrijding van aids. De meer dan een miljard katholieken moeten worden gemobiliseerd. We moeten de mouwen opstropen. Investeren in hygiëne en medicijnen. Ik ben vorig jaar in Oeganda geweest* In Afrika zijn miljoenen aidswezen. Elke dag sterven duizenden mensen aan aids. Het neemt toe in India, China, Oost-Europa.’

En het gebruik van condooms moet worden toegestaan.

‘Als van een echtpaar de een aids heeft en de ander niet, moet je het gebruik van condooms toestaan om te voorkomen dat de ander wordt besmet. Het overtreden van het verbod op het gebruik van een condoom is een kleine zonde vergeleken bij de doodzonde van iemand de dood injagen.’

Toch hebt u het document getekend waarin de Nederlandse bisschoppen het gebruik van condooms verbieden.

‘De solidariteit met de kerk wint het op dat moment van mijn persoonlijke mening. Maar als je in Afrika al die ellende hebt gezien, gaat de barmhartigheid een belangrijke rol spelen. Niet alleen de zuivere beleving van de seksuele moraal, ook het mededogen is een belangrijke christelijke deugd. We moeten niet star zijn. We moeten veel met de mantel der liefde bedekken.’

Uw standpunt over euthanasie wekte aanvankelijk ook de nodige beroering.

‘Ik ben in alle gevallen tegen, maar je moet oog hebben voor de omstandigheden. Het onderscheid tussen pijnbestrijding en euthanasie is in de praktijk vaak moeilijk te beleven. Daardoor zijn er misverstanden.

‘Mijn moeder leed zo ongelooflijk veel pijn, het halve dorp kon haar horen schreeuwen. Toen heeft de dokter haar zware morfine gegeven om de pijn te temperen. Het bijeffect was dat ze in een uur was gestorven. Dat wist die dokter ook wel. Maar hij heeft haar niet de dood ingejaagd.’

Op welk moment hebt u zich het eenzaamst gevoeld?

‘Na mijn twee herseninfarcten. Dan ben je ineens bisschop af, en ben je gewoon een mens die sukkelt met het aantrekken van zijn broek. Je moet aan het handje worden genomen door een verpleegster alsof je een kind bent. Dan ben je onderhevig aan alle menselijke zwakheden. Dat was heel eenzaam.’

Ik bedoelde: wanneer hebt u zich het eenzaamst gevoeld tussen de bisschoppen?

‘Er zijn meer momenten geweest. Wat ik het meest miste, was dat de andere bisschoppen mijn ervaringen niet delen. Ik heb acht jaar in Indonesië gewerkt. In Rome heb ik het Nederlands College geleid en kreeg ik priesters uit Nigeria, India, Kenia, China en Oeganda als huisgenoten. Ik heb de hele wereld rondgereisd. Ik heb de kerk gezien zoals die in Afrika en Brazilië werkt, zoals die in Tahiti leeft, ik heb 44 van de 50 staten van de Verenigde Staten doorkruist, altijd op zoek naar de kerk.

‘Als je hebt gezien hoe groot de verschillen in de katholieke kerk kunnen zijn, krijg je meer gevoel voor de realiteit en de relativiteit. Daar komt het in essentie op aan. Dat miste ik bij de andere bisschoppen. Die zijn allemaal grootgebracht in Nederland, altijd in Nederland gebleven. Een keer een reisje hier, een reisje daar, maar existentieel ervarend dat het anders kan*’

De ruimere blik.

‘In zuidelijk Afrika is nauwelijks een priester die zich aan het celibaat houdt. Afrikanen kunnen zich niet voorstellen dat een man geen vrouw heeft en geen kinderen. Dan tel je niet mee. Als je dat hebt gezien, ga je daar anders over denken. Hadden de andere bisschoppen die ervaring ook maar gehad, dan zouden ze meer door de vingers zien.’

Is het Nederlandse bisschoppencollege ongevoelig voor kritiek?

‘Nee, we bespreken de kritiek, de toon van de kritiek. Die is vaak harteloos en agressief. Serieuze kritiek wordt besproken.’

Of denken de bisschoppen: de kerk zal ons allen overleven...

‘De Acht Meibeweging (progressieve katholieken die geregeld overhoop lagen met de bisschoppen, red.) is opgeheven, de bisschoppen zijn er nog.’

*de storm gaat wel liggen.

‘We zitten in een crisis, niet alleen in de kerk. Het is een cultuurcrisis, een beschavingscrisis. De hele wereld is zich aan het heroriënteren wat betreft omgangsvormen en ethische standpunten. Daar moeten we doorheen. Daar komen we ook doorheen.’

Wat was uw leerzaamste ervaring als bisschop?

‘Vertrouwen krijgen in de basis. Een bisdom is hiërarchisch ingesteld, maar ik heb geleerd van mijn bisschopstijd dat je een groot vertrouwen moet hebben in het geloof van de basis.’

Dat had u niet?

‘Jawel, maar in de zin van: doen wat de baas zegt. Dat heb ik afgeleerd. Er is zo ontzettend veel geloof. Ook al zijn er veel moeilijkheden in de organisatie, en is er verdeeldheid onder pastores en leken, de harde kern is ontzettend gelovig. Dan denk ik aan al die plaatsen waar zelden een priester komt. Het zit heel diep daar. We moeten er veel meer in geloven dat het geloof overeind blijft. Dankzij de basis.’

Voor zijn studie missiologie trok Muskens de godganse wereld over op zoek naar wat katholieken bindt met andere gelovigen. ‘Alle godsdiensten houden zich bezig met het mysterie dat wij God noemen. Waarom zouden we elkaar dan bestrijden? Daarom heb ik voorgesteld God voortaan Allah te noemen. Met een gezamenlijk woord voor God benadrukken we onze overeenkomsten met de islam.’

Toch heeft Muskens grote moeite met die godsdienst. ‘God weet wat dé islam is. Er zijn zo veel stromingen. Ik heb vaak gevraagd: leg me nu eens het inhoudelijke verschil uit tussen soennieten en sjiieten. Ik snap het nog steeds niet. En ze vermoorden elkaar. De islam moet flexibeler worden. Misschien dat we dan wat makkelijker met elkaar kunnen verkeren.’

De wrijvingen tussen christenen en moslims worden meer veroorzaakt door cultuurverschillen dan door geloofsinhoudelijke, vindt Muskens. ‘Ik heb laatst een imam op bezoek gehad voor de maaltijd. We hebben hier een schoothondje rondlopen, zo’n klein, onschuldig keffertje, dat moest de deur uit voordat de imam aan tafel ging, want een hond is een onrein dier. Mijn huishoudster, van wie dat hondje is, zei: die mens komt er nooit meer in.’

Dat de cultuur de boventoon voert, daar weten katholieken alles van. Nog niet zo lang geleden leken regels en rites belangrijker dan de inhoud.

‘In de tijd van het Rijke Roomsche Leven was dat zo. Dat is iets bijzonders geweest, het was een abnormale tijd en die heeft niet lang geduurd: van 1890 tot 1950. Dat de bisschoppen zeiden: katholieken moeten KVP stemmen. Zo gek was het.’

Grote pastorieën met rijk gevulde wijnkelders en sigaren rokende pastoors*

‘Het was niet alleen de financiële rijkdom, maar vooral de uitbundigheid. Het uitbundig vieren van de liturgie, het uitbundig vieren van processies. Daar hoorden die wijnkelders bij. Het Rijke Roomsche Leven in Nederland was een unicum in de wereldkerk. Eind negentiende eeuw waren de katholieken in Nederland nog arm. Ze moesten vechten om aan bod te komen. Op elk gebied. Er was een katholieke arbeidersbeweging, een katholieke geitenfokvereniging, een katholieke damvereniging – overal stond katholiek voor.

‘In het blad van het bisdom Den Bosch stonden elke week de benoemingen. Zijne Hoogwaardigheid monseigneur W.P.A.M. Mutsaerts heeft tot geestelijk adviseur van de damclub Zet Vooruit in Vught benoemd kapelaan die en die. Elke vereniging had een geestelijk adviseur. Voor de sociale controle. Eind jaren vijftig was duidelijk dat er iets moest veranderen. Het heeft tot de jaren zestig geduurd eer dat doorzette. En toen ging het hard. We waren er niet op voorbereid.’

U bent de bisschop van het broodje. Wat wilde u zeggen?

‘Het recht op leven is belangrijker dan het recht op eigendom. De goederen van deze wereld zijn voor iedereen bestemd. Als ze verdeeld zijn onder een klein, schatrijk elitegroepje, en aan de onderkant weten de mensen niet hoe ze moeten overleven, dan mogen die wel iets wegpakken. Niet alleen brood, volgens de catechismus voedsel, kleding en huisvesting. Dat gebeurt in Latijns-Amerika. Daar worden hele landerijen bezet met de steun van de bisschoppen, omdat de rijken het land niet willen delen. Het is heel christelijk als je daartegen in opstand komt. Dat werd vroeger op alle katholieke scholen onderwezen. Door de kapelaan.’

Uw laatste boodschap hebt u vervat in uw boek Opmaat tot eeuwigheid.

‘In drie maanden zijn er tienduizend exemplaren van verkocht. Evenveel als Jezus van Nazareth van de paus. Het boek van de paus over de zoon van God en het boek van de bisschop van Breda over de kunst van het sterven en eeuwig leven houden gelijke tred. Mijn laatste pastorale injectie doet mij goed. Ik reikte laatst de communie uit, komt er een vrouw voor mij staan en die zegt: bedankt voor het boek. Dat vind ik heel fijn, mensen helpen een houding aan te leren hoe ze naar het einde toe kunnen leven.’

U bent ook op weg naar de laatste statie.

‘Ik moet het zelf nog waarmaken. Ik ben altijd een luxepaard geweest. Ik heb wel veel gedaan, maar ik krijg ook alles maar cadeau. Toen ik naar de missie wilde, mocht ik gaan van monseigneur Bekkers. Zijn opvolger, monseigneur Bluyssen, vond het goed dat ik studiereizen maakte.

‘Vorig jaar vroeg ik aan de paus een hulpbisschop met recht van opvolging, en wel Van den Hende, de vicaris van Groningen. Die is gekomen. Een paar maanden geleden vroeg ik de paus of ik voor mijn 75ste met pensioen mocht gaan. ‘En wilt u zo goed zijn dat op 31 oktober te laten ingaan?’ Twee keer ja. Ik ben een verwende jongen.’

U gaat het klooster in om u in stilte te concentreren op gebed. Tijdens de studietijd en het eten wordt alleen het hoognodige gezegd. Dat moet een beproeving zijn voor iemand die graag onder de mensen is. Is het een boetedoening?

‘Voor mijn zonden?’

Ja.

‘Ik treed in met een gerust geweten. Ik ben klaar met het leven en ga mij voorbereiden op de dood. Het is een stadium van Godsaanraking. Van vrij worden van deze wereld. Vrij van bezit. Vrij van de sigaren. Vrij van doen, doen, doen. Om uiteindelijk helemaal vrij te worden en dood te gaan. Ik verlang naar de eeuwigheid.

‘Dood is een bevrijding, hè. Niet alleen van de aardse ellende, het is de ultieme bevrijding. Bij God hoop ik zo vrij te zijn dat ik nooit meer iets over het broodje hoef te zeggen.’

Muskens lacht en besluit in onvervalst Brabants: ‘Kunde hier iets mee?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden