Altijd een antwoord, op elk vraagstuk

Vader en zoon Salam uit Tilburg belichamen de meest orthodoxe variant van de islam. Hun invloed strekt zich uit tot het buitenland....

‘Te gek voor woorden’, dacht Thea van Blitterswijk van de parochie Heikant-Quirijnstok in Noord-Tilburg toen ze ontdekte dat de moskee van Ahmad Salam zich op slechts een steenworp afstand van haar kantoor bevond. Nog nooit had ze een ontmoeting gehad met de ultra-orthodoxe imam, die kort na de moord op Theo van Gogh voor het oog van de televisiecamera weigerde de hand te schudden van de toenmalige minister voor Integratie Rita Verdonk.

Dat vond ze, uit oogpunt van de maatschappelijke cohesie in haar roerige wijk, onaanvaardbaar. ‘De moslims ervaren dat ze na de moord op Van Gogh in een ander, intolerant land wonen’, zegt Van Blitterswijk. Dus trok ze, zo’n anderhalf jaar geleden, haar jas aan en stevende ze af op de moskee (voluit de Islamitische Stichting voor Opvoeding en Overdracht van Kennis). Via de tolkende zoon van de Arabisch sprekende imam, kwam ze in contact met de omstreden figuur die scherp door de AIVD in de gaten wordt gehouden.

Van Blitterswijk wilde, samen met andere religieuze organisaties in het multiculturele Noord-Tilburg, een interreligieus beraad beginnen. Samen onderzoeken wat religie – ‘ja, ook het fundamentalisme’ – kan betekenen voor de samenleving. Vader Ahmad (58) en zoon Suhayb Salam (27) stonden daar ‘zeer voor open’, zegt Van Blitterswijk.

Wel werd onmiddellijk gemarkeerd wat samen niet mogelijk is: gezamenlijke gebedsdiensten, bijeenkomsten met muziek, gemengde (mannen en vrouwen) feesten of andere activiteiten, samenkomsten in ruimten waar alcohol wordt geschonken. Netelige punten, zoals sport en de positie van vrouwen, staan nog niet eens op de agenda. Maar Van Blitterswijk weet zeker dat met de Salams alles bespreekbaar is, al zegt ze te beseffen dat hun opvattingen de integratie van moslims niet bepaald bevorderen.

Tilburgs burgemeester Ruud Vreeman (PvdA) gaat een forse stap verder. Na een uitgelekt geheim beraad met de Salams op het gemeentehuis in december 2006, zei Vreeman publiekelijk dat de imam zo orthodox is dat hij niet thuishoort in Nederland. De imam was bij de burgemeester op het matje geroepen om te praten over nieuwe omstreden uitspraken. Hij zou zijn volgelingen hebben opgeroepen geen belasting te betalen om de Nederlandse staat schade te berokkenen. Jongeren zou hij hebben aangeraden geen lid te worden van sportclubs en buurthuizen te mijden.

Het was de derde keer binnen vijf jaar dat Salam senior in opspraak kwam. In 2002 werd hij, samen met zijn geestverwanten imam Fawaz van de As Soennah-moskee in Den Haag en El Shershaby van de El Tawheed-moskee in Amsterdam, door het tv-programma NOVA beschuldigd van haatzaaien. NOVA had heimelijk een aantal preken opgenomen. De imams verheerlijkten het martelaarschap, riepen Allah op de vijanden van de islam te vernietigen en gingen herhaaldelijk tekeer tegen de emancipatie van vrouwen.

De drie omstreden imams vertegenwoordigen dezelfde salafistische stroming. Het salafisme is een verzamelnaam van diverse bewegingen met als gemeenschappelijk kenmerk een compromisloze, rechtlijnige uitleg van de islamitische bronnen. De salafisten grijpen allen terug naar de tijd van de profeet Mohammed en zijn overleveraars (de Salaf). Sommige groepen zijn puur religieus, andere politiek of jihadistisch.

Fawaz, El Shershaby en Salam zijn van de politieke tak. Zij gaan ervan uit dat hun ‘zuivere islam’ holistisch is. In de woorden van Fawaz, in een interview met de Volkskrant: ‘De islam is volledig, omvat alle zaken, heeft te maken met de politiek, met economie, met maatschappelijke kwesties. De islam is het enige geloof dat een antwoord heeft op alle vraagstukken.’

Het trio erkent de scheiding van kerk en staat niet, en de westerse rechtstaat evenmin; voor hen telt de sharia. Ze zeggen weliswaar dat hun volgelingen mogen stemmen, maar voegen daaraan toe dat het alleen mag als het de islam ten goede komt. Met Nederland hebben ze alleen ‘een contract’ gesloten.

Fawaz geeft in de interviews aan dat de drie imams geregeld gezamenlijk optrekken. Om te protesteren tegen de door Verdonk verordonneerde uitzetting van radicale imams uit Eindhoven, bijvoorbeeld. De drie zijn sinds maart 2001 ook formeel verenigd in het Islamitisch Comité Ahl-Soennah in Europa. Ze hebben hun krachten gebundeld om hun boodschap effectiever in het Westen te kunnen verspreiden.

Diverse bronnen binnen het Hofstadnetwerk en in salafistische kringen, die anoniem wensen te blijven, meldden de Volkskrant dat de drie imams kort na de ophef over de NOVA-preken bijeenkwamen in een geheim beraad. Daar is afgesproken dat de imams niet meer over jihad zouden spreken, althans niet in het openbaar. En dat ze publiekelijk op alle thema’s binnen de grenzen van de Nederlandse wetten zouden blijven. De gemeente Tilburg liet kort na de NOVA-uitzending drie preken van Salam vertalen en stuitte, behalve op ultra-orthodoxie, niet op uitspraken die de openbare orde in gevaar konden brengen.

Van de drie imams wordt Salam alom beschouwd als de geleerdste. Volgens een recent rapport (april 2006) over radicalisering in Tilburg, uitgevoerd door het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT), is hij zelfs ‘een van de meest geleerde salafistische voorgangers in Europa’. Zijn moskee trekt van ver over de grenzen bezoekers, aldus het COT.

Abdelilah Ljamai, universitair docent aan de theologische faculteit Tilburg, beschrijft Salam in zijn boek Imams in tekst en context (2004) ook als een intellectueel. Salam publiceerde zeven religieuze boeken. Volgens Ljamai, die Ahmad Salam uitgebreid interviewde, maakt de imam zich grote zorgen over het ontbreken van geestelijke waarden in de Nederlandse maatschappij. Die zijn in zijn ogen vervangen door plat amusement.

De Nederlandse vrijheid, van het individu, de vrouw en de adolescent, vindt de imam extreem. Die gaat ten koste van ‘morele en ethische’ waarden. Nederlandse scholen ondermijnen het gezag van islamitische ouders.

De imam is voor de strikte scheiding van mannen en vrouwen (op het werk, op school, in de recreatie). Hij bepleit zelfstandige islamitische media. Vrouwen mogen van hem alleen werken als daar noodzaak toe is en zij niet in ‘onterende situaties’ verzeild raken. Eigenlijk is hij tegen, want het kind mist moederliefde en de echtgenoot ‘innerlijke rust en geborgenheid’.

Zoon Suhayb, die tot 2004 in het bestuur zat van de Tilburgse moskee, loopt theologisch aan de leiband van zijn vader. Hij heeft inmiddels een eigen Instituut voor Opvoeding en Educatie opgericht, omdat in Nederland ‘geen sprake is van betrouwbare islamitische opleidingsinstituten’, zegt hij op zijn website. Met zijn vader als religieuze toezichthouder geeft hij intensieve salafistische cursussen in Utrecht, Tilburg en Amsterdam. Suhayb, die goed Nederlands spreekt, is ook buitengewoon actief in het lezingencircuit. Meer dan zijn vader spreekt hij jongeren aan.

Maar hij is even strikt in de leer. Hij is de verloofde van economiedocente Samira Dahri, die door een Utrechtse middelbare school is ontslagen omdat ze weigert mannen de hand te geven. Samen met haar pleitte hij, in een op 7 december 2006 gedateerd artikel, voor de boerka: ‘De burka is als een voorschrift binnen de Islaam vastgesteld; hierover bestaat geen twijfel’, schrijven ze. En: ‘De keuze van de moslima om een stukje stof over het gezicht te dragen in plaats van een stukje stof om het achterwerk dat het ondergoed onthult, mag en kan geen reden zijn om hun grondrecht in te perken.’

Najaar 2006 is Suhayb betrokken bij een incident op de Technische Universiteit Eindhoven. De multiculturele studentenvereniging Mosaïc heeft hem uitgenodigd voor een lezing over ramadan. Suhayb eist dat de mannen voor in de zaal en de vrouwen achterin plaatsnemen. ‘Om de poorten van de ontucht niet te openen’, licht hij toe. Mosaïc gaat door de knieën, maar wordt daarvoor berispt door het college van bestuur van de universiteit.

Is met zulke religieuze scherpslijpers een dialoog mogelijk en zinvol? Driek van Griensven, PvdA-fractievoorzitter in Tilburg, denkt van niet. De Tilburgse raad sprak na de ‘belastingrel’ op 16 april met de Salams. ‘Het was een charme-offensief’, zegt Van Griensven. Het initiatief werd genomen door vader en zoon Salam zelf. ‘We mochten een koranlesje komen halen in de moskee. Daar voelden we niets voor. Ik heb ook geen behoefte aan een lesje bijbelse of joodse geschiedenis.’

Vader en zoon werden vervolgens uitgenodigd op het gemeentehuis. Het bezoek werd zorgvuldig voorbereid. Een ambtenaar, die Arabisch beheerst, was als adviseur aanwezig. Van Griensven: ‘We wilden weten of de zoon alles correct vertaalde. Dat deed hij.’ Van Griensven begroette de Salams in zijn eentje op de stoep van het stadhuis, ‘om compromitterende beelden van een geweigerde hand van een van de vrouwelijke fractievoorzitters te voorkomen’.

Van Griensvens eindoordeel: ‘Door hun opstelling is het bijna ondoenlijk voor hen te participeren in de Nederlandse samenleving.’ Zo zijn de Salams op het eerste gezicht niet tegen het werken van vrouwen. Maar bij doorvragen blijkt dat in de praktijk onmogelijk. Van Griensven: ‘Meisjes mogen wel de verpleging in, maar geen mannen wassen of helpen met eten. Ze mogen bij de politie, maar geen mannen arresteren of bekeuren.’

De Salams opereren sluw, weet het Tilburgse SP-bestuurslid Rachid el Hajoui. Hoewel zij ontkennen de belastinguitspraak te hebben gedaan, zijn er concrete aanwijzingen dat dat wel zo is. Dat bevestigt ook Van Griensven. Volgens El Hajoui weten de Salams dat Gerrit Zalm, toen hij nog minister was, de burger opriep hogere tarieven voor de onroerendezaakbelasting te boycotten.

El Hajoui: ‘Dat spelen ze uit. Dreigen de imam het land uit te zetten en Zalm met rust laten. Dat is meten met twee maten. In wat voor rechtstaat leven wij, zeggen ze tegen hun volgelingen.’ Dat twee-matengevoel moet worden voorkomen, zegt El Hajoui. ‘Erken openlijk dat Geert Wilders net zo radicaal is als de Salams.’

Radicaal en onwrikbaar in hun standpunten, is het algemene oordeel over de Salams. Toch lijkt ook voor hen de praktijk soms weerbarstiger dan de leer, waaraan ze zich persoonlijk niet altijd zouden houden. Bronnen in drie circuits (in inlichtingenkringen, de Tilburgse moslimgemeenschap en salafistische kringen), zeggen dat zowel vader als zoon zijn ‘eerste vrouw’ heeft achtergelaten in Syrië.

Vader Salam is in 1978 met zijn eerste vrouw gehuwd, van wie hij vijf kinderen heeft. Afgelopen januari is hij van de 62-jarige vrouw gescheiden. Intussen had hij een veel jongere, Syrische vrouw ontmoet, die er voordien volgens ingewijden een moderne levensstijl op na hield. Salam zou haar hebben leren kennen tijdens de Nederlandse les op het ROC in Tilburg. Met haar en kinderen uit zijn eerste huwelijk woont hij nu samen in Berkel-Enschot.

Suhayb, verloofd met Dahri, trouwde eind 1999 in Damascus met een Nederlands-Syrische vrouw. Hij zou haar – het huwelijk is volgens de gemeentelijke registers niet ontbonden – en een kind in Syrië hebben achtergelaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden