Altijd bescheiden blijven

Ik heb zojuist twee keer gescoord in de eerste officiële voetbalwedstrijd van mijn leven (CVVO-Delfstrahuizen, eindstand 5-2) en op weg naar de kleedkamer besluit ik dat ik geen piloot word maar profvoetballer....

Ik kijk of ik mijn vader zie. Hij staat te wachten bij de uitgang. 'Twee doelpunten!', schreeuw ik naar hem, alsof hij dat niet heeft gezien. Even later zit ik in mijn voetbalkleren naast hem in onze Kever. Hij zegt niks en hij vraagt niks. Dat is jammer, want ik gloei en had graag beide doelpunten nog eens tot in detail beschreven.

Thuis ren ik op mijn moeder af. 'Twee doelpunten gemaakt!', roep ik. 'We hebben met 5-2 gewonnen en ik heb er twee gemaakt!' 'Goed gedaan', zegt mijn moeder. Die loftuiting acht mijn vader ruim voldoende.

'Je moet altijd bescheiden blijven', zegt hij.

Die woorden maken diepe indruk. Ruim 33 jaar later herinner ik ze me nog letterlijk en de nagalm gaat nooit meer weg.

Met de profcarrière is het wegens een schrijnend gebrek aan talent en veel verkeerde vrienden niks geworden.

De Engelse voetballegende zit tegenover me, in een hotel niet ver van Stoke-on-Trent. We zitten al twee uur te praten. De legende is 81 jaar oud. Hij praat tegen me alsof hij me al jaren kent.

De voetballegende is een bescheiden man. Heel Engeland heeft aan zijn voeten gelegen. Hij heeft meer dan dertig jaar lang in bomvolle stadions zijn evangelie gepredikt, de heilsboodschap van de grote liefde voor de bal. Op rechts heeft hij het volk in staat van extase gebracht met zijn dribbels, ze hebben hem uitgeroepen tot de beste voetballer van Europa en een standbeeld voor hem neergezet, maar zijn bescheidenheid is volledig intact gebleven. Nooit heeft de legende hoog van de toren geblazen.

Zo bescheiden is de voetballegende, dat hij zichzelf nooit heeft zien spelen op filmbeelden, dat kon hij niet verdragen. Na een wedstrijd durfde hij de kranten alleen te lezen als hij niet zo goed had gespeeld. Toen zijn biografie verscheen, moest hij die na lezing van de eerste pagina wegleggen. 'Ik kon er gewoon niet tegen', zegt de voetballegende. 'En ik durf ook niet langs mijn standbeeld te lopen.'

'Toen ik in mijn eerste wedstrijd twee doelpunten had gemaakt, zei mijn vader alleen maar dat ik bescheiden moest blijven', zeg ik. 'Dat had hij tegen u niet hoeven zeggen.' De legende kijkt me opeens scherp aan, alsof ik iets onfatsoenlijks heb gezegd. 'Kwam je vader kijken?', vraagt hij.

'Ja', zeg ik, 'bijna altijd.'

'En zei hij weleens dat je goed had gespeeld?'

'Soms.'

Er verschijnen oude emoties op het gezicht van de legende.

'Mijn vader was kapper', zegt hij. 'En bokser. Een stille man. Ik hield van hem. Maar tot zijn dood heeft hij nooit met me over mijn voetbal gesproken. Nooit een woord. Heel Stoke was trots op me, maar mijn vader heeft er nooit een woord aan vuilgemaakt. Vreemd, vind je niet?'

'Heel vreemd', zeg ik.

De legende is opeens hevig geëmotioneerd. 'Ik heb het nooit begrepen', zegt hij. 'Ik begrijp het nu, meer dan zestig jaar later, nog steeds niet. Hij hield van me, dat weet ik zeker. Maar hij had toch wel een keer kunnen zeggen dat hij trots op me was? Ik vind dat elke vader dat zou moeten doen. Dat is heel erg belangrijk. Het heeft me mijn hele leven dwarsgezeten dat ik dat nooit heb gehoord.'

Honderdduizend mensen hebben het tegen hem gezegd. En toch een te weinig.

'Jarenlang heb ik gedacht dat mijn vader zelfs nooit een wedstrijd van me had gezien', zegt hij. 'Tot ik op een dag, toen hij allang was overleden, iemand tegenkwam die zei: Je vader miste nooit een wedstrijd waarin je meespeelde. Nooit. En hij was verschrikkelijk trots op je. Echt verschrikkelijk trots.'

De legende schudt bedroefd het hoofd. 'Waarom heeft hij me dat nooit zelf verteld? Waarom niet? Dat is toch niet te begrijpen?'

Ik durf niet te vragen of hij misschien wat minder bescheiden was geweest als zijn vader hem eens flink had geprezen. Of hij dan misschien wat vaker zelf op doel had geknald, in plaats van maar weer voor te leggen. Of hij dan wellicht trots en tevreden zijn biografie had gelezen.

Ik doe mijn best het interview met de oude legende zo mooi mogelijk op te schrijven.

'Gelezen, het interview met Stanley Matthews?', vraag ik door de telefoon aan mijn vader.

'Ja', zegt hij. 'Leuk.' In mijn achterhoofd hoor ik hem erachteraan zeggen dat ik bescheiden moet blijven.

Ter nagedachtenis aan Stanley Matthews prijs ik mijn dochter om het minste of geringste de hemel in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden