'Als we zo doorgaan wordt het hier een soort Italië'

De georganiseerde misdaad in Nederland breidt zijn greep op de bovenwereld in hoog tempo uit. De lange reeks onopgeloste liquidaties geeft criminelen een gevoel van onaantastbaarheid....

'Endstra, Holleeder, de Hells Angels.' Gerben Bruinsma spreekt de namen met nadruk uit. 'De combinatie van deze drie vormt de meest krachtige vorm van georganiseerde misdaad die Nederland ooit heeft gezien. Hier komen drie soorten van zware criminaliteit samen. Ten eerste het witwassen van crimineel geld op hoog niveau. Daarnaast een intelligente, brute vorm van crimineel ondernemerschap, aangevuld met de gewelddadigheid en geslotenheid van de criminaliteit van een motorbende.'

Tien jaar geleden stelden de criminologen Cyrille Fijnaut, Frank Bovenkerk, Gerben Bruinsma en Henk van de Bunt al dat de georganiseerde misdaad zich in Nederland had ontwikkeld tot een volwaardige branche. Voor de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden kregen zij toegang tot alle registers van politie en justitie. Zo kon Nederland voor het eerst kennismaken met de mafia in eigen land. De vier zijn nog steeds actieve misdaadonderzoekers. Hun harde conclusie: de kracht en macht van de mafia-groepen in Nederland is het laatste decennium alleen maar toegenomen.

Het beeld is aan het kantelen in Nederland, zegt Bruinsma. 'Er komen gebieden in handen van de georganiseerde misdaad: in het vastgoed, bepaalde gebieden in de grote steden, delen van de financiële wereld. Dat is een enorme verschuiving, die beangstigt mij. De georganiseerde misdaad is een macht geworden.' Volgens Cyrille Fijnaut moet Nederland oppassen geen vrijstaat te worden voor grote criminelen. 'De lange reeks onopgeloste liquidaties geeft criminelen een gevoel van onaantastbaarheid. Daarmee hebben zij zich de laatste tien jaar ontwikkeld tot een zeer serieuze bedreiging van de Nederlandse rechtsstaat.'

Frank Bovenkerk beaamt dit: 'Het is beroerder dan tien jaar geleden. Nederland is een knooppunt voor de wereldwijde handel. We zijn en blijven een internationaal centrum van de georganiseerde misdaad.'

De Nederlandse georganiseerde misdaad is moeilijk aan te pakken, stelt Henk van de Bunt. 'Nederlandse misdadigers voelen zich niet gebonden aan een territorium en zijn zeer flexibel in hun samenwerkingsverbanden. Zo wordt optimaal geprofiteerd van de globalisering. Het succes van dit Nederlandse model is alleen maar groter geworden. Net als de bijbehorende verdiensten.'

De gevaren voor de samenleving worden volgens de criminologen het meest zichtbaar in de criminele investeringen in het vastgoed. Fijnaut: 'Het grote misdaadgeld heeft structureel zijn weg gevonden in de Nederlandse economie. Er is in bepaalde kringen een gigantisch financieel vermogen vergaard.'

Gerben Bruinsma: 'Dat geld is voor een groot deel neergeslagen in het onroerend goed in de steden. De georganiseerde misdaad houdt zich bezig met het kopen van panden, van horeca en bedrijven. Over de situatie in Amsterdam wordt steeds meer bekend, maar we zijn buitengewoon naïef over wat er aan de hand is in Den Haag, Utrecht en Rotterdam. Dit zijn geen domme jongens. Deze vorm van oneerlijke concurrentie ondermijnt het gewone bedrijfsleven in Nederland.'

De onderwereld versmelt steeds duidelijker met de bovenwereld, zegt Van de Bunt. 'Het illegale en het legale zakenleven vinden elkaar steeds gemakkelijker. Het is verbazingwekkend om te zien hoe gemakkelijk drugsgeld soms bij legale bedrijven binnenstroomt. De onderwereld wil naar boven, dat is van alle tijden. Al hebben we het nog nooit op deze schaal zien gebeuren. Tegelijkertijd zie je dat de bovenwereld ook naar de onderwereld toekruipt.' Criminoloog Bruinsma ziet nog een andere verschuiving. 'Tien jaar geleden hadden we vooral oog voor het botte, fysieke geweld. Nu krijgen we zicht op het stille geweld van de georganiseerde misdaad; dat van de fijnmazige financiële structuren en het verborgen eigendom, met op de achtergrond geweld of de dreiging daarvan. Er worden zo veel miljoenen verdiend. Daar moeten notarissen, financieel experts en de civiele advocatuur bij zijn betrokken. Geld corrumpeert. En gaat zo'n adviseur één keer in de fout, dan laten ze hem nooit meer los. Zo werkt die wereld. Die is keihard.'

Hoe heeft het zover kunnen komen? Fijnaut ziet de verwaarlozing van de recherche als een belangrijke oorzaak voor de toenemende criminele macht. 'Er was in sommige steden geen recherche meer, althans geen recherche die tegen de zware misdaad is opgewassen. Ook in geruchtmakende zedenzaken als de Schiedammer parkmoord bleek de recherche niet meer in staat professioneel te werken.'

Een ander punt is het 'mislukken' van het financieel rechercheren, tien jaar geleden aangekondigd als het antwoord op de georganiseerde misdaad. Henk van de Bunt: 'Die belofte is niet ingelost. Althans, niet op grote schaal. We zien nu wel voorbeelden van hoogwaardig opsporingsonderzoek op financieel terrein. Zo slaagt men er toch in gecompliceerde financiële structuren bloot te leggen. Dat is een begin en dat is hoopgevend. Daarnaast is de komst van de Nationale Recherche een grote verbetering.'

Ook het 'plukken' van criminelen is achtergebleven bij de verwachtingen. Frank Bovenkerk: 'Met het ontnemen van crimineel vermogen is dramatisch weinig bereikt.' Gerben Bruinsma voegt daaraan de invoering van de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties toe, die bijvoorbeeld de banken verplicht om verdachte contante stortingen te melden bij justitie. 'Wat gebeurt er met die meldingen? Niks.'

Nederland neemt zijn georganiseerde criminaliteit nog steeds onvoldoende serieus, zegt Cyrille Fijnaut. 'We doen alsof de misdaad een andere wereld is. Het is onder ons. Mensen zijn kennelijk niet in staat dat mentaal te aanvaarden. Dat criminelen op grote schaal vastgoed bezitten en verhuren, daarvan kunnen veel mensen de ernst maar moeilijk inzien. De lokale overheid speelt in dat soort gevallen de bal vaak meteen door naar politie en justitie. Blijkbaar voelen zij geen gedeelde verantwoordelijkheid.'

Nederland bevindt zich wat betreft de georganiseerde misdaad in de gevarenzone, zegt Bruinsma. Grootschalige tegenactie is noodzakelijk, vindt hij. 'Als de overheden, lokaal en landelijk, niet gezamenlijk optreden, dan is de georganiseerde misdaad niet meer te bestrijden. Als de misdaad zich eenmaal heeft genesteld, dan is het heel moeilijk die weer weg te krijgen. Van Rotterdam tot Maastricht, van Enschede tot Den Haag is een herbezinning nodig. Als we zo doorgaan, is het hier over twintig jaar Italië'. We hebben de culturele roots niet voor dat type van georganiseerde misdaad, maar de Nederlandse samenleving is snel aan het veranderen.'

De georganiseerde misdaad heeft zich verstopt in ontoegankelijke vennootschapsrechtelijke structuren, zegt Bruinsma. 'We maken ons enorme zorgen over het terrorisme, maar over de juridische ondoorzichtigheid van het eigendom in ons land hoor je niemand. Dat je zo weinig weet van het eigendom van onroerend goed in Amsterdam is heel eng. In de steden ontstaan nieuwe machtsblokken.'

Kan het tij nog worden gekeerd? Het antwoord op die vraag vergt volgens Bruinsma nieuw onderzoek: 'Ik zou wel een nieuwe parlementaire enquête willen zien naar de eigendomsverhoudingen in Nederland. Wie heeft de macht? Wie bepaalt wat er gebeurt? Van wie is Amsterdam-Zuid of de binnenstad van Arnhem? Van wie zijn de grote bedrijven? Als je daarnaar kijkt, komt er veel over de georganiseerde misdaad uit.'

Bovenkerk benadrukt het belang van de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde misdaad, de bevoegdheid voor overheden om vergunningen te weigeren aan twijfelachtige aanvragers. 'De bestuurlijke aanpak kan heel veel opleveren. Daar moet met volle kracht aan worden doorgewerkt.'

Fijnaut legt nog een vraag op tafel: 'Zijn onze middelen wel ingrijpend genoeg in relatie met de huidige misdaad? Maarten van Traa (destijds voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, red.) wilde niets weten van de coöperatieve getuige, wat anderen wel de kroongetuige of een deal met criminelen noemen. Dat was een te zwaar antwoord op de misdaad van dat moment. Wat zou hij nu zeggen? Na de lange reeks liquidaties in Amsterdam zou hij toch niet zo snel meer zeggen dat we de coöperatieve getuige niet nodig hebben.'

De liquidaties zetten volgens Fijnaut een groot vraagteken bij de kracht van de rechtsstaat. 'Een heel belangrijke vraag is: kan de rechtsstaat het grootste onrecht bestrijden? Kun je liquidaties oplossen? Heb je alle middelen om die mensen op te sporen en te berechten? Een liquidatie is toch de illegale doodstraf. Is iedere hoeder van de rechtsstaat - die zich druk maakt over de doodstraf in de VS - zich dat wel bewust?'

'De rechtsstaat lijkt nu een vrijbrief te geven aan de meest gewelddadigen onder ons. De opsporing schiet tekort bij dit type van brute, goed afgeschermde misdaad. Zo stelt de staat zichzelf ernstig ter discussie. Als de rechtsstaat niet doeltreffend is, dan wordt het vertrouwen in diezelfde rechtsstaat ondermijnd. Kijk maar eens wat er is gebeurd in België na de Bende van Nijvel en Dutroux. Het vertrouwen in een rechtsstaat kan volledig verloren gaan, als men niet in staat is doeltreffend op te treden. Ik zou nu met veel meer nadruk zeggen: voer die coöperatieve getuige in. Wil je de rechtsstaat tegen de zwaarste vormen van misdaad verdedigen, dan resten weinig andere middelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden