INTERVIEWJE KUNT HET MAAR ÉÉN KEER DOEN

‘Als vrijwilliger geef je gewoonlijk, maar van Herre heb ik heel veel teruggekregen’

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid nemen kan op veel manieren: hóé je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt Barbara van Beukering nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Herre Wooldrik (58, vrachtwagenchauffeur) overleed op 9 mei dit jaar door een maagbloeding. Hij leed al dertig jaar aan de ziekte van Niemann-Pick. Henk Bussink, (72, arbeidstherapeut tbs-kliniek en vrachtwagenchauffeur) samenwonend met Dirkje Posthuma, was zijn buddy.

Henk: ‘Vier jaar geleden werd ik gebeld door Welzijn Ouderen Hengelo, waar ik als vrijwilliger bij aangesloten ben. Ze zochten een begeleider om elke donderdag een gehandicapte man te begeleiden op de duofiets, een dubbele fiets. Ik kende het fenomeen niet, maar ik houd van fietsen, zit veel op de mountainbike, dus het leek me leuk om te proberen.

Herre zat in een rolstoel en sprak heel onverstaanbaar, ik moest ontzettend mijn best doen om hem te verstaan. Toch klikte het meteen. Hij was opgewekt en energiek. We kregen een speciale band, het voelde alsof we broers waren. We deelden dezelfde interesses; hielden allebei van vrachtwagens, motoren en van keiharde rockmuziek. De band Normaal was onze favoriet. En we hielden allebei van sport.

Herre was al jong met rugby begonnen en ging vaak naar de sportschool. Toen hij 28 was, viel het zijn moeder op dat hij een beetje merkwaardig bewoog. Hij sleepte wat met een been en kon moeilijk uit zijn stoel komen, vreemd voor een sportieve jongeman. De neuroloog in het Radboudumc in Nijmegen ontdekte dat hij de ziekte van Niemann-Pick had. Dat is een genafwijking, een hersenstoring waardoor de aansturing van de spieren niet goed gaat. Het is een progressieve ziekte. De uiterlijke kenmerken lijken veel op ALS, maar ALS is een spierziekte, en Niemann-Pick is een neurologische aandoening. Langzaam viel de controle over al zijn spierfuncties weg.

Hij woonde in een aanleunwoning en kreeg ondersteuning van de wijkzorg. Hij functioneerde nog behoorlijk zelfstandig toen ik hem leerde kennen.

Elke donderdag gingen we samen fietsen. We maakten tochten naar Boekelo en Delden, en kwamen pas om 5 uur terug. Toen vroeg hij of ik ook met hem naar de fitness wilde gaan, omdat zijn vaste begeleider tijdelijk was afgehaakt vanwege een knieoperatie.

Vanaf dat moment haalde ik hem elke maandagochtend om 8 uur op om naar de sportschool te gaan. Hoe hij tekeerging: hij hing aan de zwaarste gewichten en ook de spinningfiets moest op de zwaarste stand. Eén bult spieren. Het probleem zat ook niet in die spieren, het probleem zat in de besturing. Hij was altijd netjes verzorgd, zelfs naar de fitness droeg hij een overhemd. De suggestie om een T-shirtje of trainingspak te dragen, was nicht im Frage. Altijd een overhemd met knoopjes. Hij maakte bij de dagbesteding, zijn werk noemde hij dat, schilderijen van mozaïek. Een enorm gepriegel als je zo’n moeizame motoriek hebt, maar hij deed dat om zichzelf te trainen. Wat een wilskracht had die kerel. We gingen steeds meer samen doen. Dirkje en ik namen hem mee naar de TT in Assen, naar Zwarte Cross en naar concerten van hardrockbands.

Hij kon wel steeds minder. In het begin kon hij nog een biertje vasthouden, later moest hij door een rietje drinken. Hij kreeg moeite met slikken. De afstand die we fietsten werd steeds korter. Hij viel steeds vaker uit. Een gesprek voeren ging nauwelijks.

Herre en Henk Beeld
Herre en Henk

Eerst gebruikte hij nog een toetsenbordje, maar het werd steeds moeilijker om dat met zijn handen te bedienen. We hebben ook nog gekeken naar een computer met oogbesturing, maar zijn pupillen dansten te veel. Dus ik ging letters raden. Dan vroeg ik wat de eerste letter was. Een B? Nee, een D? En zo ging ik het alfabet langs. Naarmate we elkaar beter leerden kennen, hadden we steeds minder woorden nodig.

Op een gegeven moment had hij zoveel zorg nodig dat de wijkzorg hem dat niet meer kon bieden. Twee jaar geleden is hij verhuisd naar een verpleeghuis. Op de verzorging was niets aan te merken, maar hij had zich er een beetje op verkeken dat hij toen te midden van ouderen verkeerde. Bovendien was in het verpleeghuis ook in één keer zijn privacy en zijn onafhankelijkheid weg, precies waar hij zo aan hechtte. Maar hij klaagde nooit, aan zijn humeur merkte je niets.

Op 16 maart zat hij door de lockdown van de ene op de andere dag opgesloten in het verpleeghuis. Opeens kon hij niets meer. Hij kon niet meer fietsen, niet naar de fitness en niet naar de dagbesteding. We konden ook niet bellen, omdat hij niet kon praten. Het enige wat hij nog had was zijn balkon op eenhoog, dus ik ging vaak onder zijn balkon zitten. Dan zwaaiden we een beetje naar elkaar. Soms gooide ik wat in de brievenbus: sigaartjes of een tekening van mijn kleinzoon.

Op zaterdag 9 mei was het heel mooi weer en Dirkje en ik gingen fietsen in de buurt van Deventer. De neef van Herre belde op met de vraag of ik kon komen omdat het helemaal niet goed ging met Herre, hij had om 5 uur ’s uur morgens een maagbloeding gehad. De verpleeghuisarts had gevraagd of hij naar het ziekenhuis wilde, maar dat wilde hij absoluut niet. Toen de dokter had uitgelegd dat hij dan niet meer te redden zou zijn, legde Herre zich daarbij neer. Voor ons was het onverwacht en snel, maar volgens mij had hij er al lang over nagedacht. Het ziekenhuis was helemaal niets voor hem. En aan de slangen als een kasplantje verder leven ook niet.

De hele familie van Herre zat buiten voor het verpleeghuis: zijn moeder, zijn neef, zijn zus en haar man en hun drie kinderen en aanhang. Om de beurt ging iemand naar binnen. Het verpleeghuispersoneel wist dat Herre zou sterven en daarom werd bezoek ondanks de strenge regels toegestaan. Zijn moeder was net bij hem geweest en zij zei dat ze al geen contact meer had kunnen krijgen. Iemand zei toen: ‘Laat Henk eerst maar even gaan, dan ga ik daarna wel.’

Hij lag daar met zijn ogen dicht. Ik heb zijn hand vastgepakt. Zijn ademhaling werd steeds heftiger. Op een gegeven moment haalde hij heel diep adem, maar de uitadem kwam opeens niet meer. Daar zit je dan op te wachten. Maar die kwam helemaal niet. Het was dus klaar. Na de stilte kwam opeens een enorme golf bloed uit zijn mond. Dat was wel even schrikken, maar het was duidelijk dat het nu echt was gebeurd. Ik vond het heel bijzonder om bij hem te zijn. Het leek alsof hij gewacht had tot ik er was. Toen de verpleegkundige met zijn zus binnenkwam, ben ik weggegaan. Naar buiten, waar de familie verdrietig stond te wachten.

Herre heeft me heel veel geleerd. Dirkje en ik noemen het een les in nederigheid. Hij moest elke dag inleveren en toch bleef hij opgewekt. Hij is een verrijking in ons leven geweest. Als vrijwilliger geef je gewoonlijk aan een ander, maar ik heb er heel veel voor teruggekregen.

Ik ben dankbaar dat hij in mijn leven is gekomen. Dat iemand toevallig op je pad komt, die eigenlijk je broer blijkt te zijn. Alleen jammer dat ik hem maar zo kort heb gekend.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden