interview Martine de Jong

‘Als niemand je ooit uitdaagt weet je niet eens dat intelligentie een optie is’

Haar debuut werd lovend ontvangen, nu is er het tweede boek van Martine de Jong. En dan is ze ook nog de vrouw achter Arjen Lubach, zowel in werk als privé. ‘Hij was een van de eersten die zagen wie ik was.’

Martine de Jong. Beeld Imke Panhuijzen

Martine de Jong herinnert zich nog veel te goed die stage, een verschrikkelijke stage bij een klein ontwerpbureau. Klassiek verhaal. Met zo’n baas die de boel terroriseerde en allemaal jankende collega’s. ‘Ik kon niet meer. Ik kreeg maagzuur. Zo’n bejaardenklacht. Moest ik naar de dokter, spulletjes slikken. Terwijl: ik was hartstikke jong.

‘Lag ik te huilen, in bed. Mijn vader kwam bij me zitten. Ik zei: ‘Pap, ik vind het zo vreselijk, werken. Dit kan toch niet de bedoeling zijn?’ Ik was echt bezorgd. Ik dacht: moet je nou je hele leven dit soort situaties het hoofd bieden? Toen zei hij zoiets als: ‘Je moet je vermannen. Dit hoort erbij. Het leven is niet altijd leuk.’

Zelfspot in haar ogen: ‘Nou, dat maakte het nog erger.’

Dan: ‘Zo denkt hij er inmiddels ook niet meer over hoor.’

Arjen Lubach vertelde dat jouw vader later in creatief opzicht een voorbeeld heeft genomen aan jou: ‘Door Martine is hij zijn droom gaan najagen.’

‘Door mij durfde mijn vader die stap te zetten. Dacht hij ook: het kan gewoon, voor mezelf beginnen.’

Haar vader was politieman, technisch rechercheur, en werd later professioneel fotograaf. Martine volgde een mbo-opleiding voor grafisch vormgever, begon als ‘kabelsleper’ bij de televisie en klom op tot artdirector bij het satirische programma Zondag met Lubach. Daarnaast ging ze schrijven. Haar tweede boek, De aanloopman, is net verschenen. Het gaat over een vrouw die in haar eentje op het Groningse platteland woont, tot een onbekende gast aanklopt. Met vérstrekkende gevolgen. Zonder de plot te verraden: de aardgasbel speelt in dit verhaal, vol mysterieuze insecten, een duistere rol.

Over je eerste boek, dat goed werd ontvangen, schreef je...

Onderbreekt: ‘... nu hoef ik niet meer mee te doen aan het echte leven. Ik bedoelde: ik kan nu boeken blijven schrijven, hoop ik. En dan hoef ik me niet meer bezig te houden met pensioen en werkgevers en al die crap.’

Een selfmade woman, noemde Arjen je lachend.

‘Wát zei die?’

Martine de Jong. Beeld Imke Panhuijzen

Sinds 2003 zijn Martine de Jong en Arjen Lubach elkaars beste vrienden; sinds eind 2015 zijn ze samen. Martine heeft twee kinderen van 10 en 12, uit een eerdere relatie. ‘We zijn heel goed met elkaar. Met z’n allen. Zie je me dichtklappen nu? Ik wil hierover verder echt niks op print hebben, omdat ik dat stom vind voor mijn ex. En ik denk ook, als ik verhalen over relaties lees van anderen: oooh, waarom vertel je dat?’

Het is wel grappig. Vroeger zei je nog: ‘Ik heb een enorme drang om alles te weten van Bekende Nederlanders.’

‘Daar ben ik vanaf hoor, inmiddels. Heb ik wel spijt van.’

Dat vertelde Arjen ook. Dat je daar tegenwoordig anders over dacht, ook omdat je nu zelf meemaakt wat het is.

‘Ik vind het erg vervelend. Als ik nu iets zou zeggen over Arjen en mij staat het volgende week met allemaal kunstmatig erbij getrokken foto’s in Story. Dat vind ik echt kut. Vooral kut voor mijn kinderen.’

Je zei toen: ‘Het maakt me niet uit wát Jan Smit doet op televisie, maar met wíé hij het doet.’

‘Maar dat komt ook: er is echt een verschil tussen mensen die zulke publiciteit graag willen en zelf opzoeken en mensen die het niet willen en ermee geconfronteerd worden. Arjen en ik zijn geen Geer en Goor. Ik snap nog steeds helemaal niks van bekendheden die zelf roddelbladen bellen met: ‘Luister, ik heb een nieuwe vriend.’ En dat vind ik ook nog steeds leuk om te lezen. In de zin van: doe normaal. Waarom heb je foto’s laten maken van je badkamer, met allerlei glamour? Man!’

Toen Arjen de Gouden Televizier Ring 2017 won, brak jij op de afterparty je enkel. Op een roddelsite stond: ‘Haar grootste bekendheid dankt Martine de Jong aan een vervelend incident op het Televizier Gala.’

Schiet in de lach: ‘Mijn moment of fame.’

Martine de Jong. Beeld Imke Panhuijzen

Haar Amsterdamse bovenwoning is bijzonder opgeruimd, maar het tegenovergestelde van steriel. Bloemen en kleuren en keurige rijtjes potten en flessen. Vogelgekwetter door het open raam. Ze zegt: ‘Orde is het beste wat er is. Als je denkt: mijn leven is een zootje, moet je in elk geval zorgen dat je alles op orde hebt. Dat geeft bizar veel rust. Ik kan het iedereen aanbevelen. Mensen zeggen vaak: ‘Let niet op de rommel’, maar daar let ik ook echt niet op. Alleen: als het een rommel is, krijg ik wel veel zin om het op te ruimen.’

Waarom?

‘Omdat je het zo mooier maakt. Je kan dingen netjes opvouwen, netjes rangschikken. Ja toch?’

Haar vader, en de vader van haar vader, fotografeerden alles. ‘Heel gaaf, want er zijn nu van die kiekjesachtige foto’s van mijn oma die gewoon in haar pantykousen de aardappelen zit te schillen.’ De moeder van haar moeder hield altijd dagboeken bij. ‘Die tic heb ik ook, alles willen vastleggen. Je kunt zo op een andere manier naar je leven kijken. Zo’n fijne foto van een opgeruimde kamer en die een beetje bijkleuren, daar word ik heel blij van. Stilstaan bij: o, wat is mijn kamer toch mooi opgeruimd. Ik heb vroeger in mijn dagboeken ook niet veel rottige dingen opgeschreven. Ik dacht: ik lees liever de leuke dingen terug.’

Liever een positief beeld overhouden.

‘Maar dat werkt ook echt. Als je de positieve dingen aandacht geeft, onthoud je die ook beter. Normaal gesproken onthoud je natuurlijk eerder shitzooi, maar als je die negeert dan gaat het eigenlijk ook wel, pffffftt. Weg.’

Goed idee.

Enthousiast: ‘Lifehack.’

Maar echte ellende kun je niet wegpoetsen.

‘Natuurlijk niet. Maar het is wel fijn als je tijdens rottige perioden naar de mooie dingen, die er ook zijn, naar plaatjes en tekst, kunt kijken.’

Meteen daarop: ‘Daarom is Twitter ook zo’n baggermedium. Omdat daar het tegenovergestelde gebeurt.’

Jij was een van de eerste Nederlandse twitteraars.

‘2007. Maar toen was het nog een kroeg joh: ‘Hallo goeiemorgen allemaal!’ Ik zit er officieel nog op, om mijn boek te promoten. Ik heb veel volgers. Maar ik kijk er nauwelijks meer op. Het is zo lelijk. Omdat het de nadruk legt op alle shit. Terwijl: dat is niet de realiteit. De realiteit is niet dat Nederland de hele tijd boos is. De mensen die daar aan het woord zijn, zijn mensen van wie we normaal niet eens hadden geweten dat ze bestaan. Schreeuwende lillekerds, met hun lege hoofden.’

Waarom ben je eigenlijk op Twitter gegaan?

‘Omdat ik overal als eerste bij was met internet. Vond ik leuk.’

Martine de Jong. Beeld Imke Panhuijzen

Ze groeide op in Noord-Holland, in Avenhorn. Martines moeder werd later peuterjuf, haar vader was politieman in een dorp iets verderop. ‘Ik vind het nog steeds leuk agenten te zien. Ik heb natuurlijk ook nooit last van ze: ik ben braaf, volg de regels.’ Haar ouders scheidden toen Martine 17 was.

‘In mijn familie heeft niemand gestudeerd’, zei je.

‘In mijn directe familiekring in elk geval niet. Mijn atheneum heb ik ook niet afgemaakt. Arjen kreeg scheve blikken omdat hij uit een hoogopgeleide familie komt en stopte met zijn studies, maar andersom is ook niet wenselijk. Als er helemaal niets van je wordt verwacht, tja.’

Werd er echt niks van je verwacht?

‘Nee. Ik ging een middelbare beroepsopleiding doen, het grafisch lyceum, omdat een vriendin van mij erheen ging. Maar het was veel te makkelijk. Ik had havo gedaan en allemaal exacte vakken gekozen, omdat ik dan bijna geen huiswerk had. Ik was goed in natuurkunde, wiskunde, scheikunde. Toen kwam ik op het mbo en op dag één kreeg je een toets van iets dat wiskunde heette, maar dat begon met 2 plus 2. Het niveau sloeg nergens op.’

Heb je er spijt van?

‘In de zin van: toen ik klaar was, wilde ik eigenlijk wel naar de kunstacademie. En toen zei mijn vader: ‘Nee, ik betaal niet meer.’ Ze lacht. ‘En ik was zelf ook niet zo gemotiveerd om te zeggen: dan neem ik wel een bijbaantje.’

Je zei ook: ‘Ik heb niet zo’n brede algemene ontwikkeling.’

‘Dat merk ik nu vooral weer bij Zondag met Lubach. Dan denk ik: die jongens weten zó veel. Ik wil niet te nederig zijn, maar ik weet vergeleken bij hen echt niet veel.’

Ik geloof eigenlijk niet dat je niet zo’n brede belangstelling hebt. Nu ook weer in je boek: je schrijft over de aardbevingen in Groningen, Henk Kamp speelt een rolletje. Dat moet ergens vandaan komen.

‘Maar ik wist er weinig van af. Je kunt veel opzoeken hè. We hebben het aardgas behandeld in het programma. Het was allemaal nieuw voor me. Ik heb het daar geleerd.’

Is het weleens lastig om te werken met redactieleden die zo veel weten?

‘Nou, lastig. Het lastige is om je gelijkwaardig te blijven voelen. Nou kan ik gelukkig veel dingen die zij niet kunnen. Ik maak alles wat zij verzinnen. Ik zorg dat het programma er goed uitziet.’

Arjen zei, over jouw werk als artdirector: ‘Martine doet eigenlijk alles waarbij je mij niet ziet. Zelfs de kleur van het licht.’

‘Ik doe alles, behalve Arjen, of ik heb er in elk geval de supervisie over. Maar vergis je niet in Arjen: die bemoeit zich overal mee. Het decor hebben we in de kamer hiernaast nog samen geknutseld. Het raampje heb ik eruit gesneden en toen heb ik er kerstlichtjes in gehangen. Nu staat het daar dus in de studio, elke week. Zo gaaf.’

Mis je dat je de kunstacademie toch niet hebt gedaan?

‘Op een gegeven moment kreeg ik verkering met een jongen, niet de vader van mijn kinderen hoor, die wel op de kunstacademie had gezeten. Die daar erg prat op ging en mij het gevoel gaf dat mijn ontwerpen minderwaardig waren omdat ik geen kunstacademie had gedaan. Toen heb ik wel een tijdje een fase gehad dat ik dacht: het is ook minderwaardig wat ik doe. Want ik heb helemaal niet geleerd hoe je echte kunst maakt.’

Ben je er nu wel van doordrongen dat dat onzin is?

‘In die vier jaar dat ik op de kunstacademie had kunnen zitten heb ik mezelf opgewerkt bij de televisie. Dat had ik anders nooooit gedaan.’

Ze was 22, zat in Amsterdam-Oost op een kamertje van 200 gulden met een koude douche, haar verkering was uit en ze had net haar diploma gehaald als grafisch vormgever. Vrijheid, een groots moment. ‘Wow, dacht ik, ik kan doen wat ik wil!’ En toen: ‘Maar ik moet wel iets van werk bedenken.’ Een tante van haar die bloemist was, zei: ‘Er komt hier altijd een vrouw boeketten halen voor televisieprogramma’s. Ga een keer met haar mee.’

Dat deed ze. ‘Ik zat in het publiek bij zo’n programma en ik voelde gewoon: ik wil dit. Magisch, televisie.’ Ergens verderop stond een jongen met een bos kabels. ‘Hoe heet dat wat jij doet en hoe kan ik dat ook worden?’ vroeg ze. Hij was operationeel assistent. ‘Kabelaar. Camera’s opbouwen, koffie halen voor de cameraman en als die ineens wegrent, moet je zorgen dat-ie genoeg kabel heeft.’ Ze solliciteerde en werd aangenomen. Haar eerste stap in televisieland. ‘Hartstikke zwaar, maar ik had een ingang. Zo geweldig. Ik heb echt alles gedaan. All you need is love en alle programma’s van Linda de Mol, Traumhochzeit. Maar ook Buitenhof en kerkdiensten.’ Er volgden andere banen bij de televisie: programma’s razendsnel voorzien van beeld en grafieken, televisievormgeving.

Selfmade woman, toch.

‘Oké: wat ik nu kan, heb ik allemaal wel zelf opgepikt.’

Je lijkt heel consciëntieus.

‘Ik weet niet wat dat betekent.’

Precies zijn, het goed willen doen. Wel grappig dat je dat vraagt.

‘Dat is dus wat ik bedoel. Ik mis veel. Ik schaam me er niet voor. Ik vraag ernaar. Ik zoek elke dag dingen op op Wikipedia. Ik denk dat anderen in mijn omgeving wat dat betreft een voorsprong hebben. Het is gewoon onhandig.’

En nu zit je bij het slimste televisieprogramma van Nederland.

‘Yes. Met allemaal winnaars van De slimste mens op de redactie. Ik leer er zo veel. Kennis, feiten.’

Arjen zei ook over jou: ze is erg slim.

‘Ja, maar kennis en intelligentie hebben geen reet met elkaar te maken. Mijn vader is dan gewoon politieman geworden, omdat-ie op zijn 16de naar de politieschool ging, maar hij werd wel een erg goede technisch rechercheur. Een van de weinige vingerafdrukexperts van Nederland.’

interview Beeld imke panhuijzen

Ze was 28 toen ze Lubach voor het eerst ontmoette. ‘Hij was een van de eerste personen die zagen wie ik was, zeg maar. Die op een ingewikkeld en intelligent niveau met mij ging communiceren. Dat is voor hem normaal. Waardoor ik meteen een niveau hoger werd getild. Dat was wel gaaf. Met zo iemand wil je wel vrienden zijn.’

En daarna kwam je de man tegen met wie je later kinderen hebt gekregen.

‘Dat was misschien ook omdat ik eindelijk wist wat mijn eigen niveau was. Mijn ex heeft wel kunstacademie gedaan. Van hem heb ik alsnog veel geleerd, over typografie, over concepten.’

Later: ‘Als je op een havo zit in een middelgrote gemeente heb je toch andere mensen om je heen dan op de redactie van Zondag met Lubach. Ik heb vroeger mijn niveau denk ik toch altijd een beetje aangepast aan mijn omgeving. Dat ik me nu niet meer hoef aan te passen, scheelt zo ongelooflijk veel energie, heb ik gemerkt. Als je de hele tijd je zinnen anders moet formuleren omdat ze anders niet goed worden begrepen of dat anderen je grappen niet snappen, omdat ze te vergezocht zijn... Terwijl: ik vind onze redactie zo heerlijk. Die gesprekken zijn zo snel. Taktaktak, de hele dag door.’

Je bent aan het inhalen?

‘Ik ben absoluut aan het inhalen. De hele tijd aan het leren. Ik krijg nu ook schaakles, van een collega, elke week. Ik kon al wel schaken, maar gewoon net als iedereen. Ik dacht: het is wel interessant als je het echt goed kan.’

Wat is er zo interessant aan?

‘Omdat het volgens mij het moeilijkste spel is wat er is. Ik hou erg van dingen doen die moeilijk zijn. Technisch dan hè, niet psychisch. En wat ik er ook zo gaaf aan vind: dat de koningin superpowerful is. Terwijl de koning zo’n sul is die beschermd moet worden.’

Waarom hou je er zo van als het moeilijk is?

‘Anders verveel ik me. Boeken schrijven is ook ingewikkeld. Dat vind ik fantastisch. Gisteren hoorde ik op internet dat het schrijven van een boek te vergelijken is met een legpuzzel, zo een van duizend stukjes. Het is heel bevredigend om puzzels op te lossen.’

Je hebt veel fantasie, blijkt uit De aanloopman.

‘Denk ik wel ja. Ik ben nu weer bezig met een derde boek. Geen idee wat die mensen gaan meemaken. Ik gooi ze in problematische situaties en die moeten ze dan oplossen. Gaaf toch? Dat je nog helemaal niet weet hoe het zal aflopen?’

Hoe kwam je op het idee van al die gekke insecten en vreemde dieren die opduiken in je nieuwe boek?

‘Ik wilde het echt weird maken. Wat er gebeurt in De aanloopman zou je je in het echt nog kunnen voorstellen. Dat maakt het ook sterker. Maar eigenlijk wilde ik iets heel anders schrijven, iets magisch-realistisch, veel raarder dan het boek nu al is. Dat leek me zo’n fijne vrijheid geven. Maar dat is ook een vreselijke vrijheid: dan hoef je niks meer te verantwoorden of op te lossen.’

Lacht: ‘Zodra mijn uitgever Joost Nijsen er lucht van kreeg dat ik over het aardgas ging schrijven, zei hij meteen: ‘Dan kunnen we het boek aankondigen als de grote aardbevingsroman.’ Ik zei: ‘Alsjeblieft niet. Straks word ik nog bij De Wereld Draait Door uitgenodigd om te debatteren over de aardbevingsproblematiek.’

In eerste instantie werd je benaderd door een andere uitgever. Toen was je nog bang dat ze wilden dat je een verhaal schreef over een vrouw die de hele dag in haar huispak rode wijn op de bank zat te drinken.

‘Ja, of over moeder zijn of zoiets vreselijks. Waarbij ik een beetje lollig moest doen. Had ik totaal geen zin in. Ik lees dat soort boeken ook niet. Omdat ze toch ook weer ijdel zijn. Net zoiets als dat ene deel van die bekende Nederlanders: kijk mij eens beroemd zijn. Zo lelijk. Ik ben daar allergisch voor.

‘Maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. De uitgever had De Recensiekoning gelezen, een rubriek achterop de Volkskrant waaraan ik meewerkte, en wat onlinedingen die ik had gedaan. ‘Heb je weleens geprobeerd een roman te schrijven?, vroeg ze. ‘Wát’, zei ik. Ik had nog nooit een letter fictie geschreven.’

Verraste lach, nog steeds.

Eerder in het gesprek, over de eerste ontmoeting met Arjen Lubach: ‘Kijk, je hoeft natuurlijk ook niet per se altijd iets te doen met je intelligentie. Maar als niemand je ooit uitdaagt weet je niet eens dat het een optie is.’

CV Martine de Jong

16 augustus 1975 geboren in Avenhorn.

Opleiding Havo, atheneum (niet afgemaakt), mbo grafische vormgeving.

Werk
Begonnen als kabelsleper bij het facilitair bedrijf van de Nederlandse tv.

Diverse banen bij de afdeling NOB ProGraphics en NOB Design.

2011 Maakt met vier anderen de rubriek de Recensiekoning voor de achterpagina van de Volkskrant (recensies van onderburen tot scheerapparaten).

2014 Artdirector van Zondag met Lubach.

Boeken
2015 De mannen van Raan (2015)

De aanloopman (2018), waarvan ze zelf het boekomslag ontwierp.

Martine de Jong woont in Amsterdam en heeft twee kinderen uit een eerdere relatie. Ze is nu samen met cabaretier, schrijver en tv-presentator Arjen Lubach.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden