Column Peter Middendorp

Als mijn oude buurman over de galerijen loopt, gaan de rolgordijntjes naar beneden

Steeds vaker bereiken me berichten dat mijn oude buurman uit de seniorenflat schuin achter ons huis zijn buren van dichtbij voor ‘imbeciel’ heeft uitgemaakt. Soms hoor ik het van de stijf gescholden hoogbejaarden zelf. Als ze niet bang voor hem zijn, worden ze hem wel zat. Als hij over de galerijen loopt, gaan de rolgordijntjes naar beneden.

De buurman is vaak zijn sleutels kwijt. Voortdurend, de hele dag. Alle buren op zijn verdieping hebben al een reservesleutel in de la, waarop hij enkele keren per dag aanspraak komt maken door op hun bel te drukken – hetzij vanaf de verdieping, als hij zijn voordeursleutel kwijt is, hetzij van beneden op de stoep, als het hele bosje is verdwenen – en die bel ingedrukt te houden tot er voor hem wordt opengedaan.

De tijd waarin hij zijn sleutels wel heeft, wordt korter; intervalletjes, tussentijd. Het is zijn belangrijkste taak geworden, zijn dagbesteding: sleutels zoeken. Nadenken over waar ze zouden kunnen liggen, hoe ze zouden kunnen zijn kwijtgeraakt. Peinzen ook over wat er gebeurt. Zo vaak je sleutels kwijt zijn is namelijk verdacht. Dat kan natuurlijk geen toeval zijn. Er zit iets achter. Overal zit iets achter. Steeds meer.

Als ik hem ergens op straat met kleine, nauwlettende oogjes om zich heen zie kijken, lijkt hij vooral naar het verband tussen de dingen te zoeken. Alsof de werkelijkheid hem voorkomt als een plan waarvan ze hem niet op de hoogte hebben gebracht. Er gebeurt veel, het meeste achter zijn rug, en als hij zich omdraait blijft dat zo.

Hoe komt het bijvoorbeeld dat de medewerkers van de thuiszorg, die hem een paar keer per dag bezoeken, in wisselende volgordes en met wisselende gezichten, altijd alles van hem weten? Wat hij de een vertelt hoort hij van de ander terug.

Laatst stond hij ’s avonds op de stoep omdat zijn telefoon het niet meer deed als hij hem zelf bediende. Op zijn verzoek belde ik een ex-vriendin en gaf hem het toestel terug. Hij liet hem overgaan, wachtte tot de vrouw zich meldde en begon te roepen dat hij zijn sleutels morgen terug wilde omdat die weleens handig van pas konden komen. Ik hoorde nog roepen: ‘Ik moet je niet! Ik moet je niet!’ – ze bleef het zeggen, hij bleef het vergeten. Maar hij had haar al weggedrukt, het uit-knopje vond hij nog moeiteloos.

Niet veel later hoorde ik geroep achter het huis. Ik stapte naar buiten, keek schuin omhoog en zag de buurman geschrokken op zijn galerij staan. ‘Alles was dicht!’, riep hij. ‘Ik had alles afgesloten en nu staat alles open! Wagenwijd! Voordeur! Wc-deur! Keukendeur! Slaapkamerdeur! Woonkamerdeur! Alles!’

Hij spreidde hij zijn armen, liet ze tegen zijn heupen vallen, en haalde vervolgens zijn schouders op. Geschokt over waar de thuiszorg nu weer achter bleek te zitten, maar ook wel opgelucht dat er nu eindelijk eens iemand was die het ook had gezien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.