Column Nico Dijkshoorn

Als mensen mij wilden leren kennen dan gaf ik ze Blood on the Tracks van Bob Dylan

Ik heb zojuist bijna anderhalf uur zitten luisteren naar de knopen op de het vest van Bob Dylan. Ze tikken, als je goed luistert, tijdens het liedje You’re a Big Girl Now  bij het spelen tegen zijn gitaar. Niemand in de studio durfde iets te zeggen. Bob ging net zo lekker.

Ik zat zelf kortgeleden in een vergelijkbare situatie. Tegenover mij zat een bekende schrijver, hij vertelde over het scheppen, over het schuiven met zinnen, de worsteling met zijn hoofdpersoon en ondertussen keek ik naar een lang stuk hard snot, half verscholen in zijn snor.

Steeds luider sprak hij over zijn nieuwe roman en hoe alles nu eindelijk op zijn plaats begon te vallen. Ik knikte en luisterde naar zijn adviezen. ‘Zorg dat de lezer zich met de hoofdpersoon kan identificeren, Nico, al is hij nog zo slecht.’ Dat kon dan wel zo zijn, maar het kostte mij steeds meer moeite om hem serieus te nemen. Ik luisterde naar iemand die er uitzag alsof hij in 23 uur en 36 minuten de Elfstedentocht had gereden.

Het was niet uit respect dat ik hem niet waarschuwde. Ik wilde zijn goede humeur niet bederven. Hij zat zo te genieten. Die man kwam ’s avonds thuis en dan ging hij zijn vrouw vertellen dat hij weer een andere schrijver op weg had geholpen en dan zou zijn vrouw – midden in een zin over vertelperspectief – tegen hem zeggen.’Wat heb jij nou in je snor zitten? Kom eens hier.’ Zo zou het gaan. De grote schrijver, met een stuk hard snot in zijn hand, en dan zou hij het – snel terugrekenend – opeens begrijpen. Hij had advies gegeven met een stuk uit zijn neus. Voorgelezen met snot uit zijn neus. In de tram gezeten met een harde groene snor.

Ik begrijp dus wel dat ze 16 september 1974 niets tegen Bob Dylan hebben gezegd. Dat doe je niet, als iemand zijn hart door zijn ribbenkast zit te zingen, de studio in wandelen, hem op zijn rug tikken en zeggen: Bob, doe even een ander vest aan.

Ik ben vooral dolblij dat ze Bob hebben laten spelen, want het is het hoogtepunt op de onlangs verschenen cd-box vol met liedjes die uiteindelijk, in wat voor versie dan ook, terecht zijn gekomen op de plaat Blood on the Tracks. Mijn lievelingsplaat. Een plaat die ik tientallen keren cadeau heb gedaan. Als mensen mij wilden leren kennen dan gaf ik ze Blood on the Tracks.

Het liedje Shelter from the Storm, ik heb het honderden keren zitten luisteren in verschillende kamers, twijfelend aan verschillende mensen maar toch vooral aan mijzelf. Daarom zijn de zes cd’s in deze uitgave een schatkamer en ik rol al enkele dagen door het goud. Er staan acht versies op de plaat van You’re a Big Girl Now. Die met de knoopjes op de gitaar is het mooist.

Iedereen had die dag – 16 september 1974 – gelijk. Bob Dylan moet het zelf ook hebben gehoord en dat is juist zo prachtig. Hij zingt en meent iedere zin, maar sommige zinnen meent hij nóg meer. Dan doet hij zijn hoofd iets dichter bij de microfoon en daar heb je ze, zijn knoopjes op een akoestische gitaar.

Bob, die in zijn tekst verdwijnt, de ogen dicht, het hoofd opeens naar voren en dan dat gerinkel. Magisch. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.