ColumnThomas van Luyn

Als kind leerde ik snel: hoe meer rood, hoe slechter het nieuws

null Beeld ai
Beeld ai

Ik heb genoeg van dat gehannes en gedoe met m’n iPhone, ik ben de boodschappenlijstjes weer lekker op papier gaan doen. Gewoon, post-it-stapeltje op het aanrecht, en alles wat me te binnen schiet erop krabbelen. Als ik de deur uit ga neem ik het ­bovenste velletje mee. Ik hoef niks te ontgrendelen, niks in te voeren, niks af te vinken, niks te wissen, en als ik klaar ben laat ik het velletje achter in het karretje, gezellig bij de rest van de afgedankte lijstjes. Een verademing. Waarom heeft niemand dat ooit eerder bedacht?

Ik probeerde aanvankelijk een functiespecifiek pennetje naast het stapeltje te laten wonen, maar dat slaagde er toch regelmatig in aan het regime te ontsnappen en te gaan zwerven in tassen en onder banken – geen idee hoe – dus ik ben de confrontatie met onze chronische pennenschaarste aangegaan en heb een doos met veertig ballpoints gekocht, voor in de la onder de post-its. Niet sinds mijn bureaubaantje op een verzekeringskantoor heb ik zo’n pennenweelde gekend. En als kers op de taart heb ik geheel toevallig van mijn ­provider een vierkleurenpen opgestuurd ­gekregen. Een wat? Een vierkleurenpen. Vier kleuren in één! Dus als ik denk: hm, dat blauw dat ken ik nu wel, dan kan ik mijn boodschappenlijstjes een opwindende make-over geven en gaan schrijven in zwart, waarmee mijn lijstjes er ineens reuze officieel en ambtenaarderig uitzien. Of als ik echt in een malle bui ben: groen! Gekkenhuis!

In theorie kan ik ook rood gebruiken, maar dan ziet mijn boodschappenlijstje eruit alsof er iets heel erg fout is gegaan. Als kind leerde ik snel: hoe meer rood, hoe slechter het nieuws. Als ik een proefwerk terugkreeg zag ik in één oogopslag aan de hoeveelheid rood hoe groot de schade was. Ik kon de agressie van de leraar aflezen aan hoe snel de strepen waren gezet, want als alles fout was, wilde zo’n man er snel klaar mee zijn. Streep! Streep! Streep! Soms kon hij zich niet inhouden en stond er een rood ‘NEE!’ in de kantlijn, of drie grote vraagtekens: wat bezielt je???

Sommige leraren namen fijntjes de moeite om, als ik er echt een potje van had gemaakt, er een persoonlijk berichtje onder te zetten, om zeker te weten dat de dolk nog even rondgedraaid werd. Zo van: ‘Ik snap het werkelijk niet. Je bent niet dom. Is het luiheid?’ Of: ‘Als je te beroerd bent om af en toe je huiswerk te maken, weet ik het ook niet meer’. Ik gok dat leraren dat niet meer mogen, dat soort micro-agressie, want goed kan het niet zijn voor de tere kinderziel.

Ooit is dat ingevoerd, rood als correctiekleur. Misschien hebben ze eerst groen geprobeerd en schrok de leerling daar niet hard genoeg van. Of geel, en begonnen kinderen uit te kijken naar hun vrolijke, zonnige foutenregen. Iemand op het ministerie van Onderwijs zal gedacht hebben: rood, dat is de kleur van gevaar, dat zal die luie donders wel wakker doen schrikken.

Mensen die goed waren op school, zullen een stuk prettiger associaties hebben bij rood, immers de kleur van de vrolijke negen, die zo vaak boven hun proefwerk stond te stralen. Als zij een verkeerslicht op rood zien springen denken ze: ik ben weer lekker bezig, en rijden onbekommerd naar de horizon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden