ColumnSylvia Witteman

Als je vroeger in de snackbar een ‘Jos Brinkie’ bestelde, wist iedereen wat dat was

null Beeld
Sylvia Witteman

Artis is nog steeds dicht, maar even verderop ligt begraafplaats De Nieuwe Ooster. Daar is het ook heel leuk. Die prachtig barokke zigeunergraven alleen al, en als je mazzel hebt, kom je een Surinaamse uitvaart tegen, met swingende Wi Kan Doe-dragers. Ook liggen er beroemde Amsterdammers, van George Breitner tot Jos Brink.

Jos Brink! Ik was dol op hem, met zijn guitig-weemoedig koorknapengezichtje, en die heerlijke (nét wel, of nét niet ironisch-) kakkineuze stem. Zelfs mijn oma zag door de vingers dat hij ‘zó’ was. ‘Toch een leuke, spontane jongen’, zei ze dan zuinig. (Van Wim Sonneveld wilde ze het trouwens niet geloven. Welnee, zo’n keurige man!)

‘Weet u misschien waar Jos Brink ligt?’, vroeg ik aan de portier, een aantrekkelijke mediterrane krullenbol die met een fonkelende glimlach naar zijn toetsenbord greep. ‘Joost wie?’, vroeg hij. Nou ja, hij was nog jong. ‘Jos Brink!’, zei ik. ‘Die was heel beroemd hoor, van de tv!’

Weer die lach. ‘Ja, ziet u, ik ben een Turk’, zei hij. ‘En ik kijk eerlijk gezegd nooit tv... maar als u de naam voor me kunt spellen?’ Ik deed het, maar het hielp niet. Hij ging een collega halen, een man van mijn leeftijd. ‘Jos Brink... Jos Brink... Ja, er is, geloof ik, al eens eerder iemand voor hem geweest...’, peinsde die, turend op zijn scherm. ‘O, ik heb ’m. Hij ligt hier als Gerardus. Gerardus Brink. Vak 39.’

Hij gaf me een plattegrond. Er was geen mens op de vochtig kille begraafplaats. Krassende kraaien, die wel. Kindergrafjes met clownsschoenen. En daar, in een bochtje, lag Jos.

Er stond een bordje bij zijn graf: ‘Iedereen is welkom bij het graf van Jos Brink. En iedereen mag natuurlijk bloemen of andere zaken plaatsen.’ Maar van bloemen was geen sprake, laat staan van ‘andere zaken’. Niets. De aarde rond zijn steen was woest en ledig, alsof hij geen 15 jaar dood was, maar 115.

Arme Jos. Vijf miljoen kijkers trok hij mákkelijk, op een avond. Als je in de snackbar een ‘Jos Brinkie’ bestelde, wist iedereen wat dat was: een frikandel met pindasaus. Dan heb je het ver geschopt, hoor.

Nu kent zelfs de portier van de begraafplaats hem niet meer. ‘Wanneer je doodgaat, groeien alle bomen gewoon door, en is de groenteboer om 9 uur weer open’, zei Jos eens. Hij kreeg gelijk.

‘Dag Jos. Je bent wel héél erg dood’, zei ik. Ik liep terug naar de ingang. Zou ik ook nog even naar Breitners graf vragen?

Het vrolijke hoofd van de portier deed me besluiten van niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden