interview

‘Als je naam Nadia Moussaïd is, word je aangesproken op je afkomst’

Als kind van 17 vertrok Alice Moussaïd uit Marokko illegaal naar Europa. Hij vond zichzelf ‘een capabele man met kwaliteiten’. Samen met zijn dochter, programmamaker Nadia Moussaïd, reconstrueren ze in een documentaire zijn geschiedenis, het verhaal van vele migranten.

Sara Berkeljon
Nadia en vader Alice Moussaïd. Beeld Valentina Vos
Nadia en vader Alice Moussaïd.Beeld Valentina Vos

Toen Ali Moussaïd na zijn illegale overtocht vanuit Marokko en een jarenlange tocht door Spanje, Frankrijk, Italië, Duitsland en België uiteindelijk in Nederland terechtkwam, in Vlaardingen om precies te zijn, veranderde hij zijn naam. Ali werd Alice.

Het was niet zijn eigen idee, maar dat van een vriend, een Marokkaan die hij had leren kennen en die hem meedeelde dat hij vanaf dat moment geen Ali meer zou heten.

Alice: ‘Dus ik zei: ‘Hoezo? Ik heet gewoon Ali en daar ben ik trots op!’ Maar hij zei: ‘Nee, het wordt Alice. Dus je behoudt Ali, maar je zet gewoon die twee letters erachter.’ Als Ali zou ik door sommige vrouwen niet worden geaccepteerd, dacht mijn vriend. Hij zei: ‘Als jij je voorstelt als Ali, dan schrikken ze. Niet van jou, maar van Ali.’ Als ik zou zeggen dat ik half Italiaans was en Alice heette, zouden de vrouwen aan m’n voeten liggen. Mijn Marokkaanse vrienden noemden zich Jean-Paul, Antonio en Luis.’

En werkte dat?

Alice, met een brede grijns: ‘Ja. Geloof me maar. We waren het in Marokko niet gewend, maar als er één plek is waar vrouwen aan je kleren trekken, dan is het in Nederland. Ik heb het nergens in mijn leven meegemaakt zoals hier.’

Zijn dochter, Nadia Moussaïd: ‘Ach man, ga toch weg.’

Alice: ‘Luister nou even! Nederland is gewoon een vrij land, er is geen taboe op flirten en versieren.’

Nadia: ‘Als ik naar Marokko ga, is het voor mij ook heel makkelijk.’

Alice: ‘Dat mag jij zeggen. En ik vertel míjn verhaal.’

Maar waarom dan Alice?

Nadia: ‘Naar Alice Cooper.’

Alice: ‘Helemaal niet naar Alice Cooper.’

Nadia: ‘Dat heb je me zelf verteld! Want ik dacht altijd: waarom heb je een vrouwennaam gekozen?’

Alice: ‘Ik heb zelf niks met Alice Cooper. Het kwam door die vriend. Maar ik heet nog steeds zo. Iedereen kent me als Alice.’

Dan zijn leeftijd. ‘Je mag drie keer gokken’, zegt vader Moussaïd, op zijn liefst glimlachend. Nadia: ‘Veel migranten weten hun geboortedatum niet. Dus in hun paspoort staat er dan vaak dat ze op 1 januari zijn geboren. Bij mijn vader ook.’ Alice: ‘Ik ben 64 en ik vier mijn verjaardag op 27 oktober. Ik ben ooit naar mijn ouders gegaan om te vragen wanneer ik precies geboren ben, en toen is mijn moeder gaan zoeken en kwam ze uit op de maand oktober. Maar de dag wist ze niet meer, dus die heb ik zelf gekozen. Omdat 27 oktober dat jaar op een zaterdag viel, en dat leek me een leuke dag om mijn verjaardag te vieren. En ik vond Schorpioen een goed sterrenbeeld.’

Nadia Moussaïd, bekend als presentator van onder meer Op1 en Mondo, maakte met regisseur Roozbeh Kaboly voor de VPRO een driedelige reisserie over haar vader Alice, Mijn vader de gelukszoeker, waarvoor ze met haar vader de reis reconstrueerden die Alice aflegde vanaf het moment dat hij als 17-jarige illegaal naar Europa kwam. Nadia: ‘Mijn oorspronkelijke idee was dat ik achter de camera zou staan en mijn vader zou volgen. Maar uiteindelijk leek het ons beter om samen vóór de camera te staan, het samen mee te maken en ook de dynamiek tussen ons in beeld te brengen.’

Volgens regisseur Kaboly was Alice Moussaïd een gedroomde hoofdpersoon, vanwege zijn Rotterdamse accent, zijn verteltalent en zijn verschijning. Hij zei: ‘Alice lijkt sprekend op Sean Connery.’

Alice: ‘Hahaha! Ja, we hebben het heel gezellig en leuk gehad. We hadden een klik. Roozbeh is zelf geboren in Iran. Als je allebei zoiets groots als migratie hebt meegemaakt in je leven, zit je al snel op hetzelfde niveau. Dan begrijp je elkaar.’

Nadia: ‘Hij is mijn vader en hij staat op een voetstuk. Dus het was fijn voor mij dat Roozbeh óók vond dat mijn vader een goede hoofdpersoon zou zijn.’

Kaboly had het ook over het grote contrast tussen jullie, hij noemde Nadia ‘echt een Nederlandse vrouw’, die geen Arabisch spreekt, en Alice een – weliswaar ‘verkaasde’ – Marokkaanse man.

Nadia: ‘Dat mag hij zeggen. Ik snap wat hij bedoelt, want ik ben hier geboren en in veel opzichten hartstikke Nederlands. Maar mijn identiteit is tegelijkertijd veel complexer en meerkleuriger dan dat. Ook ik voel me migrant. Het is onderdeel van mij. Als je naam Nadia Moussaïd is, word je aangesproken op je afkomst. Alle familie van mijn vader woont in Marokko, en mijn moeder is Oostenrijks-Nederlands, dus ook in Oostenrijk heb ik familie. Ik weet hoe het is om ze te moeten missen, om verjaardagen nooit met z’n allen te kunnen vieren. Ik ken het verdriet van na een vakantie weer gedag te moeten zeggen, maar ook de heftige blijdschap als je elkaar weer ziet. En mijn vader is weliswaar geboren en opgegroeid in Marokko, maar al op zijn 17de uit het land vertrokken. Dus wat neemt híj nog mee van zijn thuisland?’

null Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos

In de serie interviewen jullie jongens die nu illegaal in Europa verblijven. Je vader begeeft zich op een vanzelfsprekende manier tussen de jonge sigaretten- en hasjverkopers onder een metroviaduct in Parijs, jij zegt dat je die jongens in je eentje nooit had durven aanspreken.

Nadia: ‘Voor mij was dat inderdaad ver uit mijn comfortzone. Ik had de neiging mijn tas wat steviger vast te pakken.’

Alice: ‘En voor mij was het gewoon.’

Nadia: ‘Het heeft natuurlijk ook met sociale klasse te maken. Tegelijkertijd draag ik de geschiedenis van mijn vader dagelijks met me mee. Ik heb altijd geweten hoe hij heeft moeten vechten, heeft moeten overleven, omdat hij op straat leefde zonder papieren. Dus met die bril kijk ik ook naar anderen. Als ik in een restaurant zit, vraag ik me af: wie staat er hier in de spoelkeuken? Als er een schoonmaker komt, wedden dat het dan een migrant is? Wie is die jongen die de flitsboodschappen rondbrengt? Als ik naar die sigarettenverkopers in Parijs kijk, zie ik mijn vader. Dat kan ik niet uitzetten. Het zou mooi zijn als deze serie tot gevolg heeft dat ook anderen wat vaker met die bril zullen kijken.’

Was u meteen enthousiast over het idee van een serie?

Alice: ‘Gewoon jij zeggen hoor, dan kan ik lekker op m’n stoel blijven zitten. Ik was enthousiast omdat het met mijn dochter is. Omdat ik op deze manier veel tijd met haar kon doorbrengen. Ik heb haar gemist sinds ze op haar 19de uit huis is gegaan. Dus heb ik deze gelegenheid met beide handen aangegrepen.’

Nadia: ‘Mijn vader is nog tien jaar blijven vragen of ik weer thuis wilde komen wonen.’

Alice: ‘Ja, ja. Buitengewoon, leek me dat. Ik vind het heerlijk om haar te zien. En ik ben haar ook beter gaan begrijpen. Hoe druk ze het heeft met haar werk. Vóór deze serie dacht ik weleens: waarom neemt ze de telefoon niet op? Waarom belt ze me niet terug? Nu snap ik hoe het zit. Dus dat was een reden om deze serie met haar te maken. Het wroeten in mijn verleden, daar had ik minder mee. Ik heb mijn verleden ook willen vergeten. Want godverdorie, het is een heftig leven geweest. Ineens bekeek ik mezelf van een afstandje. Maar ik ben ook trots op mezelf. Ik heb ervan geleerd. Ik was de ster van mijn eigen leven, ik heb gevochten voor mijn plek en geleerd dat ik op mezelf kan vertrouwen.’

Nadia: ‘Mijn vader heeft een prijs betaald voor zijn komst naar Europa. En die prijs is dat hij hier alleen is. Dat hij zijn land, familie en vrienden moest verlaten om vanuit het niets een bestaan op te bouwen in een land dat – want dat kun je niet ontkennen – niet altijd even gastvrij is geweest. Als je je als migrant ergens vestigt, krijg je met racisme en discriminatie te maken. Ook dat is een prijs die je betaalt, en die je kinderen betalen.’

Daarover gaat het weinig in de serie.

Nadia: ‘Ik denk dat de samenleving eind jaren zeventig toleranter was. Mijn zusjes en ik hebben ook de Marokkaanse nationaliteit, maar mijn ouders hebben nooit Marokkaanse paspoorten voor ons aangevraagd. Mijn vader en moeder wilden niet dat Marokko zich op wat voor manier dan ook met ons zou kunnen bemoeien. Maar toen Geert Wilders opkwam zei mijn vader: ik wil toch die paspoorten voor jullie gaan regelen. Want dan kun je weg, als het nodig is.’

Alice: ‘Voor de zekerheid. Maar ik ben in Nederland altijd goed opgevangen. Ik heb nooit discriminatie meegemaakt.’

Nadia: ‘Mijn vader zegt niet graag iets negatiefs over Nederland.’

Alice: ‘Daar is ook geen reden voor.’

Je zegt dat je nooit bent gediscrimineerd, maar je veranderde wel je naam van Ali in Alice.

Nadia knikt instemmend. ‘Hmm-hmm.’

Alice: ‘Ik was jong, ik verlangde naar meisjes. En als Ali was het gewoon moeilijker. Ook om werk te krijgen, trouwens.’

Nadia: ‘Maar pap, dat ís dan toch discriminatie?’

Alice: ‘Ik zeg dat ik nooit ben gediscrimineerd. Er heeft nooit iemand gezegd dat ik terug moest naar mijn eigen land.’

Nadia: ‘Tegen mij is dat wel gezegd. Maar misschien vind ik het ook minder moeilijk om toe te geven dan mijn vader. Ik heb meer te eisen van Nederland. Ik ben hier geboren, hier naar school gegaan, dit is mijn land. Ik accepteer geen discriminatie.’

En als je nooit discriminatie hebt meegemaakt, waarom dan toch die Marokkaanse paspoorten aanvragen voor je kinderen?

Alice: ‘Toen Wilders opkwam, zijn wij als Marokkaanse gemeenschap gaan nadenken. Vérder denken. Ik dacht: ik moet niet te laat zijn. Als ik dat tweede paspoort voor mijn dochters kan regelen, hebben zij opties. We moeten altijd wakker blijven, als Marokkaanse gemeenschap. Want we hebben geen zin om ons in een trein te laten stoppen, dat willen we niet. We gaan gewoon vechten.’

Nadia: ‘Weet je, nu word ik echt kwaad, eigenlijk. Want dit is wat het doet! Dit is het gevolg van de uitspraken van Wilders, en andere politici, over Marokkanen, over migranten. Want dit leeft echt breed. Het leeft onder allerlei migranten – ze houden er allemaal, bewust of onbewust, rekening mee dat er een moment kan komen dat ze hun spullen moeten pakken.’

Alice: ‘Je moet continu wakker blijven. Nooit naïef zijn.’

Regisseur Roozbeh Kaboly zei: ‘Alice veranderde een beetje toen we in Marokko gingen filmen.’

Nadia: ‘We kwamen daar in zijn land. Dus hij wilde daar onderhandelen over alles wat we aten en dronken. Hij had het idee dat de crew en ik overal werden afgezet, bij elk flesje water. Heel vermoeiend.’

Alice: ‘En het was ook zo. Honderd procent.’

Nadia: ‘Mijn vader heeft een haat-liefdeverhouding met Marokko. Vanwege de corruptie...’

Alice: ‘De ongelijkheid. Het gebrek aan democratie.’

Nadia: ‘Vroeger gingen we altijd met de auto naar Marokko op vakantie. Als je de douane passeert, moet je iets geven, een slof sigaretten, of geld. Anders halen ze je hele auto overhoop. Maar mijn vader wilde niks geven, dus die hele auto moest elke keer overhoop. En de aanhanger, met alle spullen voor de familie.’

Alice: ‘Dan werden jullie allemaal kwaad op mij. Maar ik ben daar principieel in. Weet je, de corruptie zit de mensen daar gewoon in het bloed.’

Nadia, een hand op zijn arm: ‘Nee pap, het zit niet in hun bloed. Het is het systéém.’

Alice: ‘Luister, er wordt in Marokko altijd gelijk over smeergeld begonnen, dus dan zit het gewoon in het dna, klaar uit.’

Wat vertelde Alice vroeger over zijn leven op straat?

Nadia: ‘Hij maakte er een Kuifje-verhaal van.’

Alice: ‘Ik heb het altijd leuk proberen te vertellen, want ik wilde bij mijn kinderen niet de indruk wekken dat ik zielig was. Natuurlijk had ik verdriet, maar dat verborg ik. Ik maakte er een sprookje van, iets grappigs. Zodat ze zouden lachen, en vragen: ‘Papa, vertel dat verhaal nog een keer!’’

Nadia: ‘Het verhaal van de trein, bijvoorbeeld.’

Alice: ‘Dat is een goed voorbeeld. Ik was op een bepaald moment gestrand bij de grens tussen Spanje en Frankrijk. Ik had een poging gedaan door de douane te komen, maar dat was niet gelukt. ‘Jij zal nooit binnenkomen’, zeiden ze daar. ‘Zelfs als je koning Hassan hierheen haalt, kom je niet binnen.’ Ik voelde me waardeloos, maar kreeg van een man de tip om te wachten tot de douaniers van post zouden wisselen, dan zou ik ze kunnen passeren, onder een heg door, de trein in, en me verstoppen. Dat deed ik. Eenmaal in de trein schroefde ik een plaat onder een treinbank vandaan met behulp van een muntje. Ik verstopte me onder de bank en klemde die plaat terug. Ik lag naast een koelelement, er was weinig plek, maar ik was slank en jong, dus het paste. Zo heb ik uren gewacht tot de trein ging rijden. Maar na een tijdje – en dit deel van het verhaal heeft op mijn kinderen altijd het meeste indruk gemaakt – moest ik plassen. Toen heb ik in mijn broek geplast. En weer vele uren later hoorde ik: Madames et monsieurs, nous arrivons à Paris! Toen het stil was, ben ik onder de bank vandaan gekropen. En toen stond ik oog in oog met een, eh...’

Nadia: ‘Conducteur.’

Alice: ‘Precies. En die zei: ‘Ik heb je gezien, jij gaat betalen.’ Dus ik zei: ‘Naturellement’, en ik ben keihard weggerend. Ik had één klein tasje bij me, rood-wit, van Adidas. Daarin zat een trainingspak, een muts en sportschoenen – kleding waarin ik sliep.’

Nadia: ‘Eigenlijk heb ik me pas bij het maken van deze serie echt gerealiseerd hoe jong hij was. Hij was 17 en helemaal in z’n eentje! Daar had ik nooit écht bij stilgestaan.’

Alice: ‘Ik was een jongen met een rijke fantasie. Ik wilde leven. Het gezin waar ik uit kwam was arm, en ik wilde hogerop. Ik ben in een toeristenplaats gaan werken, ’s avonds als bordenwasser in een hotel en overdag als badmeester in een zwembad. Daar kwam ik op grote ideeën. Ik kwam vrouwen tegen uit Duitsland, Engeland, Nederland, en Marokkaanse gezinnen die in Europa woonden en het daar beter hadden. Ik was onwetend. Ik kende alleen de films. Auto’s, discotheken, vrouwen, geld, vrijheid, lol maken – een mooier leven dan in Europa bestaat niet, dacht ik.’

null Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos

Maar het is toch een enorme stap, om in je eentje, als minderjarige, de oversteek te wagen?

Alice: ‘Ik kende geen grenzen. Ik deed het zonder na te denken. Je moet beseffen: vanuit Marokko kun je Spanje zo zien liggen. Ik sprak allerlei mensen die vertelden over hun leven in Europa, over hun mooie auto, ik zag hun pakken en stropdassen en dacht: wat hebben zij meer dan ik, aan capaciteiten? Wat zij kunnen, kan ik tien keer! Ik ben naar Tanger vertrokken, over een muur geklommen en zo kwam ik achter de douane terecht. Ik ben zo de boot op gelopen.’

Wat is er eigenlijk met je vingers gebeurd?

Alice, kijkend naar de ringvinger en pink van zijn rechterhand, die voor de helft ontbreken: ‘Toen ik net 14 was, werkte ik in een leerlooierij, en daar kwamen mijn vingers tussen de honderdtwintig messen van een machine terecht. Ik deed mijn vingers in mijn mond en ben in de auto van de directeur naar het ziekenhuis gebracht. Eenmaal daar haalde ik de vingers uit mijn mond, maar de dokter gooide ze in de prullenbak, zo van: die hebben we niet meer nodig. Ik heb het geaccepteerd.’

Wat vonden je ouders ervan, dat je op je 17de naar Europa ging?

Alice: ‘Ik vertelde dat ik het zou gaan maken, dat ik een vliegtuig voor ze zou kopen. Ik zei tegen mijn moeder dat ik nooit met een Marokkaanse vrouw zou trouwen, en daar was ze het ook mee eens.’

Nadia: ‘Huh?’

Alice: ‘Ja, echt waar.’

Nadia: ‘Hoezo niet?’

Alice: ‘Dat was mijn wil. Ik was een arme jongen en ik zou een vrouw in Marokko niet kunnen onderhouden. En iedereen weet: als het geld niet binnenkomt, gaat de liefde de deur uit. Er waren zat meisjes in Marokko die met mij wilden trouwen, maar als je met een vrouw trouwt, heb je een bepaalde verantwoordelijkheid. Je gezin mag niets tekortkomen. Mijn eigen vader heeft keihard gewerkt, maar het was nooit genoeg, met een vrouw en vijf kinderen. Als ik nieuwe schoolspullen nodig had, was er niet genoeg geld. Ik kwam gummen, schriften en potloden tekort, dus die pikte ik. Ik wilde niet dat mijn kinderen ooit schriften zouden hoeven pikken. Ik dacht: als ik naar Europa ga, loop ik niet tegen deze problemen aan. Mijn ouders waren verdrietig dat ik ging, maar ze stonden erachter.’

Nadia: ‘Maar papa, wisten ze écht dat je wegging?’

Alice: ‘Ja. Ze huilden, ze waren verdrietig, natuurlijk! Maar ze wisten dat ik capabel was, een man van 17 met kwaliteiten.’

Zo zag je jezelf. Als een capabele man van 17.

Alice: ‘Absoluut! Terwijl ik in feite nog een kind was. Ik weet nog dat mijn eigen drie dochters 17 waren. Die vroegen of ik nog een boterhammetje met hagelslag voor ze wilde maken. Er is een groot verschil tussen 17 en 17.’

Je hebt geregeld op straat moeten slapen.

Alice: ‘Ja, onder bruggen of in portieken, en in Barcelona sliep ik op het strand.’

Nadia: ‘Ik wist dat het hard was, maar ik heb tot we deze serie gingen maken nooit geweten dat het zó hard was. Mijn vader heeft zijn verwachtingen drastisch moeten bijstellen, zijn verwachtingen van Europa, maar ook van mensen die hem zouden helpen en het lieten afweten. En hij moest altijd op zijn hoede zijn. Als ik met hem in de trein zit, zit hij nog steeds om zich heen te kijken. Alsof hij nog steeds geen papieren heeft.’

Alice: ‘Maar ik ben altijd optimistisch gebleven. Overdag was ik actief bezig met overleven. Soms moest ik stelen, de tijd heeft mij daartoe gedwongen. Je móét. En pas ’s avonds, als het donker werd, voelde ik de eenzaamheid. Dan lig je onder een brug op een stuk karton en ga je denken over hoe het verder moet. Dan val je in slaap en de volgende ochtend moet je weer aan de slag. Ik ben altijd blijven hopen.’

Nadia: ‘Mijn vader is altijd positief. Hij zit nooit in de put, hij klaagt nooit. Nóóit. Als ik klaag over de regen, zegt hij dat regen ook mooi is.’

Als je had geweten wat je in Europa te wachten stond, was je dan gegaan?

Alice: ‘Ja.’

Nadia: ‘Wel?’

Alice: ‘Ja, weet je waarom? Omdat ik dat zware leven in Europa toch had verkozen boven een leven in Marokko. Absoluut.’

Nadia: ‘Waarom dan, pap?’

Alice: ‘Omdat ik een droom had. Je ziet je vader, moeder en je drie zussen en je weet: wij hebben niks. Ik wilde iets bereiken en dat kon niet in Marokko.’

Wat zou je adviseren aan jongeren die nu voor die keuze staan?

Alice: ‘Het verplaatsen vanuit Noord-Afrika naar Europa is moeilijker geworden. En in Marokko is de situatie nu beter dan in de jaren zeventig, dus als ik nu jong was geweest, zou ik misschien hebben gedacht: met mijn capaciteiten is er voor mij ook een toekomst in Marokko.’

Nadia: ‘Want Marokko is veranderd. Er zijn meer kansen.’

Alice: ‘Absoluut.’

Nadia: ‘Er is vooruitgang, maar ook achteruitgang. We filmden bij het zwembad waar mijn vader vroeger als badmeester had gewerkt en waar ik als meisje op vakantie vaak heb gezwommen. Het was warm, dus ik vroeg waar ik me kon omkleden. Nou, die man zei: ‘Je mag hier niet zwemmen, het is alleen voor mannen.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Hij verwees me naar het vrouwenzwembad, een klein badje, helemaal afgezet. Dus ik deed demonstratief mijn broekspijpen omhoog en ging met mijn voeten in het water zitten. Ik was zó kwaad.’

Alice: ‘Ik vond het ook een teleurstelling.’

Nadia: ‘Je ziet het op allerlei plekken in Marokko. Weet je nog dat we met hele gezin in Tanger waren, op het strand? Toen lagen we met mijn vader, mijn zusjes en moeder in zwemkleding op het strand. En we werden aangestaard op een manier die niet meer leuk was.’

Alice: ‘Ik dacht: prima. Durf maar eens wat te zeggen.’

Nadia: ‘Maar we zijn wel weggegaan.’

Alice: ‘Omdat mama zich niet meer op haar gemak voelde. Dus ik dacht: ik kies voor vrede.’

Nadia: ‘Vrede? Je was hartstikke kwaad, man.’

Alice: ‘Ik was wel kwaad, maar ik koos voor mijn vrouw.’

null Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos

Je kwam na tweeënhalf jaar zwerven door Europa uiteindelijk in Schiedam terecht. Hoe?

Alice: ‘Ik hoorde dat er veel werk was en welk uurtarief ze zouden betalen en dacht: daar moet ik heen. Nou, ik ben gegaan. Ik woonde in Vlaardingen toen ik in een discotheek in Maassluis Nadia’s moeder ontmoette. We trouwden, gingen in Schiedam wonen en kregen een relatie die tig jaar heeft geduurd.’

Jullie zijn nu gescheiden?

Alice: ‘We zijn gescheiden, maar we zijn nog wel bij elkaar. Gewoon, gezellig.’

Nadia: ‘It’s complicated.’

Alice: ‘Dat is zo.’

Nadia: ‘Mijn moeder is niet te zien in de serie. Ze heeft lang getwijfeld en uiteindelijk besloten het niet te doen. Dat moesten we respecteren. Ik snap dat niet iedereen zit te wachten op een camera op z’n snufferd. Overigens hebben mijn moeder en zusjes nu allemaal spijt dat ze niet in de serie zitten.’

Wilde u uw kinderen...

Alice onderbreekt: ‘Sowieso, sowieso.’

Nadia: ‘Je weet de vraag nog niet eens.’

Alice: ‘Ik begrijp de vraag heel goed. Toen we kinderen kregen, besloot ik: we blijven in Schiedam. Een compacte stad, met goede scholen. Rotterdam was te groot en te druk. Mijn kinderen moesten een rustig leven leiden. Ik liet ze leven op z’n Hollands, en dat gaf rust. Beter kan het niet.’

Nadia: ‘Mijn moeder wilde dat we naar een openbare school zouden gaan, maar daar stak mijn vader een stokje voor. We moesten naar een rooms-katholieke basisschool. Een strenge school.’

Alice: ‘Ik ben zelf van huis uit moslim, maar ik doe alles wat God verboden heeft.’

Nadia: ‘Je drinkt, je doet niet mee aan de ramadan.’

Alice: ‘Dat zeg ik. Ik doe alles wat God verboden heeft. Ik leef. Ik heb mijn kinderen wat betreft religie altijd met rust gelaten, ze mogen geloven wat ze willen.’

Heb je ooit gerebelleerd tegen je vader?

Nadia: ‘Ja, maar dat ging over vriendjes. Jij had er ontzettend veel moeite mee dat ik, zoals ieder jong mens...’

Alice: ‘Dat weet ik. Ik besef het heel goed.’

Nadia: ‘Dat veroorzaakte kortsluiting in jouw hoofd. Je zei dat ik te jong was, dat ik eerst mijn studie moest afmaken.’

Alice: ‘Juist.’

Nadia: ‘Je vond het heel ingewikkeld om dochters te hebben die op een gegeven moment met jongens wilden omgaan. Maar dat kon je, ondanks die kortsluiting, ook toegeven, gelukkig. Je zei letterlijk: ‘Ik vind het heel moeilijk.’ En ik begreep dat ook wel weer.’

Alice: ‘Het was ook moeilijk.’

Nadia: ‘Maar uiteindelijk zijn er natuurlijk gewoon vriendjes gekomen.’

Alice: ‘En dat heeft je vader ook goed geaccepteerd. Maar ze mochten niet blijven slapen.’

Nadia: ‘Mijn eerste vriendje was Nederlands-Marokkaans, net als ik. Daar heb ik jaren verkering mee gehad. En uiteindelijk was dat prima.’

Alice: ‘Nee, prima was het niet.’

Nadia: ‘O?’

Alice: ‘Nee, ik heb altijd angst gehouden, over mijn dochters. Toen ik in Nederland kwam, viel het me op hoe mannen hier over vrouwen spraken. Hoe weinig de meisjes in Nederland waard waren, in de ogen van jongens. Hoe er gebruik of misbruik van ze werd gemaakt.’

Nadia: ‘Pap, dat is niet Nederlands. Dat is in elke cultuur zo.’

Alice: ‘Niet in elke cultuur. Als je in Marokko een vrouw lastigvalt, word je zonder pardon in elkaar geslagen.’

Nadia: ‘Ik ben in Marokko zó vaak lastiggevallen.’

Alice: ‘Misschien de laatste jaren. Vroeger was het anders.’

Nadia: ‘Nee. Dit is echt onzin, sorry.’

Alice: ‘Goed, maar ik was gewoon bezorgd. Omdat vrouwen zo vaak slecht behandeld worden door mannen. Ik ben blij dat ze goed terecht is gekomen. Ik ben een vader die zich veel zorgen maakt om zijn kinderen. O, helemaal gek word ik ervan. Maar daar wil ik niet over praten. Toen Geert (Broertjes, de vriend van Nadia, red.) ernstig ziek werd, heb ik echt in een dip gezeten.’

Nadia: ‘Hij heeft een erfelijke vorm van kanker. Het gaat nu goed, maar hij staat onder strenge controle. Vandaag moest hij weer bloedprikken. En dat zal altijd zo blijven, want dat gen heeft hij. De scans en prikken blijven altijd.’

Alice: ‘Maar hij doet alles. Hij sport, hij eet, hij is actief.’

Nadia: ‘Ons huis hebben mijn vader en mijn vriend samen helemaal verbouwd.’

Alice: ‘Ik kan alles. Ik ben huisschilder en werkte in de bouw.’

Nadia: ‘Helaas is er tijdens de storm een metershoge populier op gevallen. Ik was totaal in de stress, want het dak was kapot. Ik had mijn vader aan de telefoon en hij zei: ik kom nu! Maar ik zei: je gaat niet nu de weg op, het is levensgevaarlijk.’

Alice: ‘Ik ben de volgende ochtend vroeg meteen gaan rijden. Want ja, het regent zo naar binnen, dus je moet snel iets doen.’

Nadia: ‘Hij stond met Geert samen op het dak om dat gat te repareren.’

Alice: ‘Het is vanzelfsprekend. Niet nadenken. Je gaat gewoon.’

CV Nadia Moussaïd

30 mei 1984 Geboren in Schiedam.

2005 International Business & Languages Inholland Hogeschool.

2009 Sociale en culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam.

2010 Redactie en research MTNL/VPRO.

2012-2013 Redacteur, verslaggever en presentator bij AT5.

2015 Korte documentaire Leven, liefde & hiv (KRO NCRV).

2015 Korte documentaire Lost Generation, over jongeren in Bosnië en Herzegovina.

2016-2018 Presentator De Nieuwe Maan (NTR).

2016-2018 Presentator De Bus van Nieuws & Co (Radio1).

2018 Presentator Brandpunt+ (KRO NCRV).

2018 Presentator Laat op Eén (KRO NCRV).

2019 Nummer 1 in De Kleurrijke Top 100, categorie media.

2020 Presentator Mondo (VPRO).

2021-heden Presentator Op1 op maandagavond (BNN/Vara).

2022 Mijn vader de gelukszoeker (VPRO).

CV Alice (Ali) Moussaïd

27 oktober 1957 Geboren in Fez, Marokko, emigreert naar Europa, in 1980 trouwt hij met Petra Ziëck en vestigt zich in Schiedam.

Loopbaan: verkoopt als kind snoep en water op straat, poetst metaal in de medina, werkt in leerlooierij, als badmeester en als boodschappenjongen. In Nederland werkt hij in de haven, in de tuinderij als plukker van radijzen, komkommers en tomaten, als stratenmaker, in een kabelfabriek, in een kroketten- en frikandellenfabriek en als bordenwasser. Vanaf het moment dat hij zijn verblijfspapieren krijgt, werkt hij als huisschilder. Moussaïd fantaseert nog steeds over een doorbraak als acteur en over het openen van een eigen restaurant in Rotterdam.

2022 Mijn vader de gelukszoeker (VPRO) wordt uitgezonden op 20 maart, 20.25 uur, NPO2.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden