Column Nico Dijkshoorn

Als je mij ziet lopen, denk je niet: ‘daar gaat hij, de grote clitoriskenner’

Ik lees zojuist de volgende zin: ‘Nee, de clitoris is dus geen klein knopje.’ Daar heb ik tientallen vragen bij. Wie heeft dat gezegd en in welke situatie? Hoe is dat gegaan. Van wie was die clitoris? Als het geen klein knopje is, wat is het dan wel? Een wandmeubel? Een opgehangen ossenkop?

Ik vraag mij ook meteen af wat de clitoris allemaal nog meer níét is. Een vorkheftruck. Dat weet ik zeker. Ik durf hier ook wel te beweren dat de clitoris geen vliegtuigmaaltijd is, maar tegelijkertijd denk ik: wat weet ik er nu eigenlijk van? Het is nu niet zo dat ik er al jarenlang eentje in mijn jaszak heb zitten, of dat er een op mijn zolderkamer woont.

Het maakt niet heel veel indruk als ik zeg dat de clitoris geen kamerplant is. Je ziet mij lopen, met mijn witte kop stro en dan denk je niet: daar gaat hij, de grote clitoriskenner, wat ik bijvoorbeeld wel heb bij Jeroen Pauw of Krik Makkelie.

Jeroen Pauw, als die in zijn talkshow iets vooroverbuigt en tegen een van zijn gasten zegt: ‘Maar heel even, de clitoris is natuurlijk geen vlooienkammetje hè’, dan neem ik dat meteen aan. Hier spreekt een man die in bed geen boek leest maar een clitoris. Zo iemand spreek je niet tegen. Jeroen zit qua clitoriskennis op universitair niveau.

Krik Makkelie dat is een ander verhaal. Die heeft er een proberen te maken. Ik woonde toen een paar jaar in een plattelandsgemeente omdat ik dacht dat je zo romans schreef. Boerderijtje kopen, uit het raam kijken en dan maar wachten op het nieuwe boek. Dat kwam niet, dus ging ik na een paar maanden door het dorpje lopen en hoorde ik het geluid van metaal op metaal. Het kwam uit een loods met een rode deur. Op de deur stond: windbuiltje.

De deur stond op een kier. Ik liep naar binnen en toen zag ik voor het eerst de rug van Krik Makkelie. Vol met haar. Hij schreeuwde heel hard en daarna sloeg hij, in een wolk van stoom en vuur, met een enorme hamer op een dikke plaat metaal. Ik ging naast hem staan en stelde de logische vraag: wat maakt u?

Hij zweeg, pakte mijn arm, trok me mee naar een ruimte achter in de loods, pakte met beide handen mijn achterhoofd en bewoog het van links naar rechts. Daar stonden 63 metalen clitorissen. Ze hadden allemaal een naam. Annie stond helemaal links en Zara helemaal rechts. Daar zit verder nog een heel verhaal aan vast en dat vertel ik nog wel eens, maar als zo een man tegen je zegt: de clitoris is geen waterbuffel, dan geloof je dat. Zo iemand heeft er meer kijk op dan ik.

Dan kom ik bij een van de andere vragen. Van wie was de clitoris die niet op een knopje lijkt? Laat de Volkskrant daar eens een paar maanden iemand op zetten, in plaats van undercover te gaan bij een postorderbedrijf. Ik wil antwoorden.

Welke clitoris was het? Als het geen klein knopje is, welke vorm heeft die clitoris dan? Vierkant? Of een soepbord vol met nat brood? Ik vind het voor een krantenbericht te weinig. Nu constateer je alleen maar iets. Ik wil weten wie die eigenaar van die clitoris is. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.