Columnpeter middendorp

Als je het opneemt voor moeders of kinderen, is vrijwel alles geoorloofd

null Beeld

Twee jaar na mijn vaders dood betrok mijn moeder een kleiner huis. Ze knapte de tuin op, liet de wildgroei over de schuttingen verwijderen, zodat de buren voor het eerst in jaren weer over hun schutting konden kijken, wat ze trof als een affront, een aanval. Ook kocht ze een kleinere auto en zette die in de carport voor het huis, wat de buren opvatten als een tweede aanval, een oorlogsverklaring.

Toen mijn moeder aanbelde om kennis te maken, zei de oude buurman: ‘Ik heb gehoord dat je uit een groot gezin komt, maar veel opvoeding heb je volgens mij niet gehad.’ De buurvrouw riep: ‘En dan koop je ook nog zo’n klein, rood autootje – daar heb ik helemaal geen aardigheid aan om tegenaan te kijken!’

Sindsdien hebben de buren twee grote, plastic kraaien achter hun huis opgehangen, boven mijn moeders tuin, één in een spar en één met een touw aan een bezemsteel. Vanuit mijn moeders huis lijkt het alsof ze met maximale vleugelbreedte, scherp dalend door de ramen naar binnen komen vliegen.

Ik houd van kraaien, maar de meeste mensen denken bij kraaien aan de dood – zeker als die dood nogal heeft huisgehouden. Net weduwe, allemaal broers en zussen begraven, hele jaar alleen binnen vanwege corona, en voor haar ogen, waar ze zich ook in huis bevindt, hangt het idee dat anderen haar pijn willen doen, willen beschadigen, gematerialiseerd in plastic kraaien.

Mijn vader had de buren gepaaid. Hij had ze opgewreven tot ze glommen, net zolang gevulde koeken langsgebracht tot ze gevulde koeken werden. Maar mijn moeder zegt: ‘Ik doe net alsof ik niets zie, dan gaat de lol er vanzelf af.’

Op zich verstandig. Alles is aandacht voor de pestkop, elke reactie is winst; mijn moeder woont naast de buurtversie van alt-right. Maar het werkt niet. Als het heeft gewaaid, komt het buurmannetje snel naar buiten om de kraaien weer op mijn moeder te richten.

Moet ik accepteren dat mijn moeder wordt getreiterd? Als je het opneemt voor moeders of kinderen, heb je het gelijk zodanig aan je zijde dat vrijwel alles is geoorloofd – hoe groter je gelijk, hoe langer de remweg van de emoties. Als je hebt aangebeld, zit je al hoog in de ademhaling. Eenmaal oog in oog met de geniepige buren, heb je het domein van het proportionele feitelijk allang verlaten.

Ik vrees mijn temperament. Ik trek die kraaien uit de boom en kom ze aan de voordeur terugbrengen. Of er doorheen. Ik ram die vogels in hun strot – mond open, ogen dicht – of vraag of ze even voorover willen buigen. Ik zeg: Steek nog een vinger naar haar uit en ik schop je het ziekenhuis in, of ernaast, want ze hebben het daar al zo druk.

Nee, tot nader order kom ik niet meer bij mijn moeder. Ik zeg dat het door corona komt, maar het zijn die verdomde vogels.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden