Als je eenmaal oud bent, wil je niet meer anders

Zes auteurs vertellen om de beurt over de dilemma's van hun generatie. Helga Ruebsamen (1934), Ger Thijs (1948), Aleid Truijens (1955), Philippe Remarque (1966), Fadoua Bouali (1970) en Anna Woltz (1981)....

Veel mensen willen niets liever dan zo lang mogelijk blijven leven, maar tegelijk verafschuwen zij grondig het oud zijn en ze gaan zwaar gebukt onder het eigen almaar ouder worden, waartegen ze van alles ondernemen en waarover ze met vrees en beven spreken. Toch is het merendeel van deze bangeriken eigenlijk nog te jong om over ouderdom verstandig te kunnen meepraten, want geloof me, en ik spreek wel degelijk uit ervaring en met kennis van zaken, als je eenmaal oud bent dan wil je niet meer anders.

Ouderdom is het Beloofde Land!

Zoals met meer beloofde landen zijn ook in dit geval de grenzen moeilijk te bepalen: wanneer zit men er in en wanneer hoort men er (nog) niet bij? En wie zal dit bepalen?

Opvattingen hieromtrent lopen uiteen. Om maar eens een paar krasse maar zeker niet unieke voorbeelden te geven: mijn moeder was het type dat op haar tachtigste razend werd op de welpen die haar wilden helpen oversteken, met haar wandelstok sloeg zij bijna de petjes van hun kop, mijn vader daarentegen kon het niet verkroppen dat hij op zijn zestigste niet grijs was zodat hij volgens zijn zeggen door sommigen nog altijd als een snotneus werd bejegend.

Mijn voorkeur ging toentertijd lichtelijk uit naar de opstelling van mijn moeder, die meende dat het geen pas gaf een mens naar zijn leeftijd te beoordelen, oud zijn was volgens haar een eigen keuze en zij benadrukte vaak: slechts des duivels moer was oud.

'Je bent zo oud als je je voelt!' zei ze dan en ze vertoonde weer een kunstje zoals een been in haar nek leggen, of even op haar hoofd staan, wat ze allemaal nog kon als de beste: 'net zo goed trouwens', vertelde ze er steevast triomfantelijk bij, 'als lezen en naaldwerken zonder bril'.

Haar gedrag had iets heldhaftigs, maar ook iets gênants, niemand immers vroeg haar erom en wat mij betreft had ze, ook als wij erbij waren, gewoon haar leesbril mogen opzetten, die ze altijd onder het kussen in de zijkant van de bank hield verstopt.

Ik bekeek haar strijdvaardigheid met de welwillende achteloosheid van de jeugd. Wat kon het mij schelen of ze zich zo jong voordeed als ze zich wilde voelen, of dat ze zich zo oud liet kennen als ze werkelijk was.

Oud zijn was mijn pakkie-an niet, nog lange niet.

Pas veel later zag ik in, dat in haar dagen, waarin oudere dames geacht werden gerimpelde besjes te zijn, op verstandige platte schoenen en met eventueel een blauwspoelinkje in hun haar, mijn moeder (1903) al ten prooi moet zijn geweest aan die vurige, verneinende afschuw voor de ouderdom, die intussen algemeen is. 'Iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn.'

De tegeltjeswijsheid van nu!

Iedereen ontkent dus tegenwoordig glashard dat hij het is, oud. Men neemt maatregelen waardoor men de verdenking van overjarigheid van zich afwentelt, variërend van chirurgische ingrepen tot het onversaagd blijven rijden op een dure blauwe tramkaart, terwijl men al jaren tot de goedkope oudroze is gerechtigd.

Mijn vader (1890) zou zich in deze tijd belachelijk hebben gemaakt; stel je eens voor, een mesjoggenaas die hoopt dat hij spoedig duifgrijs zal zijn of anders graag kaal!

Toch zijn me langzamerhand de aangename en schrandere kanten van zijn standpunt gaan dagen. Alle inspanningen en trucs om jong te blijven leiden immers nooit tot onsterflijkheid en al evenmin tot eeuwige jeugd, misschien op zijn best tot een zeer tijdelijk geslaagde namaak daarvan. Geslaagd? Wat heeft tot nog toe de cosmetische plastische chirurgie tot stand gebracht? Och arme, die geopereerde gelaten, uitdrukkingsloos als plastic tulpen.

Niettemin blijf ik de onverschrokkenheid waarderen waarmee men naar onvergankelijkheid streeft, ook al is het een verloren zaak. Maar voor een lui mens zoals ik, die zich bovendien ervan bewust is dat de jeugdjaren geen doorlopend feest zijn, eerder een mijnenveld, is dit de beste optie: gewoon openlijk oud zijn en hopelijk straks nog ouder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden