Profiel De doodskisten van Paa Joe

Als je dan toch doodgaat, fleurt zo’n Ghanese kist je begrafenis beslist op

Beeld Kyle Weeks

De gouden tijden van de massale verkoop zijn voorbij, maar de fantasievolle doodskisten van Paa Joe uit Ghana worden nu als exclusieve kunst gezien. Zelfs in de dood kan design vrolijk zijn.

Wie in Ghana doodgaat, kan begraven worden in een colafles. Of in een leeuw, een rode peper, een Porsche, een naakte vrouw, een computer of Nike-sneakers; welk beroep of diepe liefde de overledene bij leven ook maar ­typeerde, het kan omgezet worden in een bijpassende, houten doodskist. ­Joseph Ashong heet de timmerman die deze kisten al meer dan vijftig jaar met de hand maakt, Paa Joe voor intimi. Tegenwoordig doet hij tussen het zagen, schaven en verven in de Ghanese hitte door een dutje, want Joe is inmiddels wel 71. Op dit moment werkt hij aan een kist in de vorm van een leeuw en eentje in de vorm van een haan, vertelt hij telefonisch uit Ghana. Hoe het gaat? ‘We are blessed’, bast hij. Maar dat laatste is niet helemáál waar.

Beeld Kyle Weeks

Er is leven na de dood, gelooft de ­Ghanese gemeenschap. En dus is het belangrijk om in stijl heen te gaan, in een kist die je verlangens, je beroep of je verslaving van dit aardse leven weerspiegelt. Het einde van het leven op aarde wordt er traditioneel groots gevierd, met een ceremonie die soms wel drie dagen en nachten duurt, en in plaats van een wat luguber omhulsel dat zo snel mogelijk onder de grond verdwijnt, is de kist een feestelijk laatste eerbetoon aan de overledene, een herinnering die hoog bovenop de schouders gedragen wordt en eindeloos wordt rondgedraaid om boze demonen weg te jagen.

Als 16-jarig jongetje uit de heuvels boven Accra werd Paa Joe in 1964 door zijn moeder bij zijn ooms in de leer gedaan, in die tijd beroemde makers van fantasiekisten, abebuu adekai.

Na twaalf jaar opende Joe zijn eigen werkplaats. Zijn eerste kist was voor een projectontwikkelaar: een manshoge versie van een flatgebouw. Het waren gouden tijden en Paa Joe werd de bekendste kistenmaker van het land. Samen met zijn team maakte hij wel tien laatste rustplaatsen per maand, bezoekers uit binnen- en buitenland kwamen langs, president Bill Clinton kwam kijken, oud-president Jimmy Carter kwam ook en kocht naar verluidt twee kisten. Paa Joe was rijk. Duizenden doodskisten moet hij in al die jaren gemaakt hebben, honderdduizenden uren werk die na een paar dagen in de zon zonder uitzondering voor eeuwig onder de grond verdwijnen.

Beeld Kyle Weeks

Of: verdwenen. Want tijdens zijn dutjes in de schaduw mag Paa Joe dan dromen van tien bestellingen per maand, maar die tijden zijn voorbij. Tegenwoordig blijft het bij een of twee; de meeste mensen kiezen aan het einde van hun leven voor een gewone, goedkope kist. De ooit zo grote, bloeiende studio is vanwege een te hoog geworden huur verplaatst vanuit de hoofdstad naar het kleinere Pobiman, een betaalbaarder maar afgelegen buitengebied met minder klandizie, en Paa Joe’s zoon en leerling Jacob Tetteh-Ashong is tegenwoordig de enige vaste medewerker. ‘Ghanezen’, zegt Jacob met enige droefenis in de Britse documentaire Paa Joe and the Lion uit 2016, ‘zien deze kisten niet als kunst’.

Maar tegelijk met de dalende belangstelling in Ghana gebeurde er iets opvallends: de rest van de wereld wilde wél zo’n handgemaakte houten fantasiekist, beschilderd in felle, vrolijke kleuren, bekleed met zacht satijn. Niet om in begraven te worden, maar om naar te kijken. Het begon in 1989 met een uitnodiging om deel te nemen aan de tentoonstelling Magiciens de la terre in het Centre Pompidou in Parijs, waarna de uitnodigingen bleven komen. Van het V&A Museum in Londen, het Brooklyn Museum in New York en het Kunstmuseum in Bern: de kisten van Paa Joe hebben de hele westerse wereld gezien. Zeker tien keer is de maker zelf meegeweest, van Zwitserland tot Nottingham. Op uitnodiging van een galerie in New York maakte Joe dertien kisten geïnspireerd op de dertien forten aan de Afrikaanse Goudkust, waar slaven in de 15de eeuw gevangen werden gehouden om vervolgens verscheept en verhandeld te worden in Amerika. En de westerse belangstelling voor moderne Afrikaanse kunst groeit nog steeds. In september vliegen vader en zoon Ashong naar Detroit om een maand lang artist in residence te zijn bij het Detroit Institute of Art, waar ze ter plekke een kist maken en na afloop een fictieve, traditionele begrafenisceremonie zullen leiden.

Beeld Kyle Weeks

Bovendien worden de haan-en leeuwkist die Joe en Jacob op dit moment in Ghana aan het maken zijn, gemaakt in opdracht van particuliere kunstverzamelaars. Wie dat zijn, wil Joe niet zeggen, maar de haan gaat straks naar Los Angeles en de leeuw naar België. Het kost de verzamelaars zo’n 10 duizend euro per kist, een bedrag dat Joe kan vragen nadat de documentaire Paa Joe and the Lion wereldwijd werd uitgezonden. En zelfs in Ghana, waar kunst lang niet op het prioriteitenlijstje stond, groeit inmiddels de belangstelling. In Accra opende recent de galerie ANO, waar het werk van Paa Joe een prominente plaats krijgt: voortaan voor eeuwig zichtbaar in plaats van enkele dagen.

De pensioenloze maker zelf blijft er nuchter onder. ‘Boven de grond, onder de grond; ik vind beide doelen prima’, zegt hij kalm aan de telefoon. Ja, zijn kisten hebben de wereld gezien, maar hij blijft hier in Ghana noodgedwongen dagelijks schaven, zagen en schilderen, tot aan zijn laatste kist: waarschijnlijk in de vorm van een hamer. En nu weer aan het werk, er moet brood op de plank.

O ja: ‘You can follow us on Instagram’, zegt hij nog. ‘Paa Joe Coffins’.

Beeld Kyle Weeks
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.