columneva hoeke

Als ik naar Frida kijk, ken ik haar al zo lang

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Ik was al een week voorbij de uitgerekende datum, maar nog altijd was er geen vermoeden van een kind, het rómmelde nog niet eens. De omgeving ging van een vriendelijk ‘zet ’m op!’ naar een ongedurig ‘is het er nou nog niet?’, weer een fase later kwamen daar de lollige verzoeknummers bij. Mijn verloskundige Stephania was 18 mei jarig, als ik dan toch te laat was kon ik net zo goed even volhouden, toch? Zelf dacht ik meer aan de verjaardag van opa Ben op 24 mei, als we dan toch sentimenteel gingen doen, maar zover kwam het niet. Omdat mijn natuurlijke houding van laissez-faire na enig googlen was omgeslagen naar een vage ongerustheid, togen wij op zaterdag 22 mei, negen dagen na de deadline, met een Maxi-Cosi en een weekendtas aan de arm naar het lokale ziekenhuis om de boel aldaar een beetje op te laten porren. ‘Geweldige datum’, jubelde Ester Bal, de ex-persvoorlichter van de Arnhemse voetbalclub Vitesse, tegen de Man. Ze had even snel een kaartje gelegd en daar waren 33 engelen uit tevoorschijn gesprongen, ‘dríé-en-dertig, da’s psychologisch heel sterk.’ Zelf was ze nooit verder gekomen dan twaalf stuks. Ester: ‘Zeg tegen Eva dat ze dat kind er vandaag uitpoept!’

Het is niet zo dat ik het erom deed, maar ze kreeg haar zin – zes uur later klonk er een huiltje uit kamer Y6 van het Zaans Medisch Centrum, en ik was het niet. Over de bevalling: ze zeggen dat je altijd moet vertellen vanuit het litteken en niet vanuit de wond, dus ik hou mijn mond, maar anderhalve week later ben ik wel al zover dat ik die paar uur ellende kan relativeren.

Want nu is Frida er.

Frida Wilhelmina – de kraamzorg dacht aan ABBA, wij aan Kahlo.

Ik tik dit stukje terwijl ze bij me ligt, kalm en warm, en kleine geluidjes maakt die je alleen hoort als je heel dichtbij bent. Door de kieren van de houten vloer klinkt muziek, beneden heerst een nieuwe vrolijkheid die alle chaos vergoelijkt. Als ik naar haar kijk ken ik haar al zo lang: dezelfde neus, dezelfde kruin, zelfs dezelfde blik als haar zusters, foto’s van dit gezicht staan al vijf jaar in mijn telefoon. Een oogwenk en ze zal op zwemles zitten, haar navelstreng is er ook al afgevallen. De kraamzorg vroeg nog of we die bewaren wilden. Zij: ‘Sommige mensen begraven het in de tuin.’

Ik: ‘En wat gebeurt er dan?’

Kraamzorg: ‘Niks.’

En zo liggen we en kijken we, terwijl de dagen komen en gaan, zonder buitenwereld en zonder nieuws, als in een bel, een wereld van ragfijn gesponnen suiker waarin we dealen met een scala aan onschuldigheden, van vlekken in bed tot nachtelijke humeuren, van een hielprik en een gehoortest waar ze eerst niet, en toen alsnog voor slaagde, de nachten ertussen wiebelig als water. Het dierlijke bevalt me, het instinctgedreven gedrag dat ervoor zorgt dat je niet langer dan een half uur zonder haar kunt zijn en mensen zonder pardon weg durft te sturen als de energie je niet langer bevalt. Het gulzige, de overdaad, het zomaar kunnen huilen, de slappe lach om niks, de gutsende dankbaarheid, voor alles, voor buren en voor douchen en voor mijn eigen lijf en voor strijklicht en vooral voor eten en voor drinken, de hele dag door, boterhammen en dikke plakken duivekater en bananen en romig walnootijs en frites en kaas en biefstuk en bier, dat eerste zalige bier, in glazen groot als vazen, klokkend gaat het naar binnen, om alles na een half uur weer klaterend uit te plassen, en ik vrees de dag dat het normale leven zich aandient en ik me weer gedragen moet.

Maar zover is het nog niet. Voorlopig staat de wereld stil, letterlijk – vanmorgen keek ik voor het eerst weer op mijn horloge, het was blijven staan op 24 mei.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden