InterviewKasper van der Laan

‘Als ik het podium op moet, stapt de piekeraar achteruit’

Beeld Anne Claire de Breij

Hij heeft het geprobeerd, maar het is cabaretier Kasper van der Laan (39) niet gelukt te stoppen met het lezen van zelfhulpboeken. Als hij onzeker is, lonken de goeroes, stramienen en mantra’s. Uiteindelijk kwam hij op het podium terecht, misschien wel de beste zelfhulp: ‘Juist als het erom hangt, lukt het om te zeggen: kijk maar effe wat je doet.’

Cabaretier Kasper van der Laan (39) had al een stuk of tachtig zelfhulpboeken gelezen toen hij zich voornam om een jaar lang geen wervende titel over het worden van een gelukkiger, succesvoller, productiever of creatiever mens open te slaan. Wat bleek? ‘Ik werd daar eigenlijk veel gelukkiger van.’ 

Toch nam hij laatst op vakantie weer twee zelfhulpboeken mee, Focus AAN/UIT en Indistractable: How to Control Your Attention and Choose Your Life. ‘Vooral die laatste vond ik goed. Maar ik ergerde me er ook aan dat ik weer twee hele boeken zat te lezen over concentratie. Hoe moeilijk is het nou om jezelf beter te concentreren? Gewoon je mobieltje wegleggen en internet uitzetten als je aan het werk gaat, toch? Dan gaat het al best snel de goede kant op, met je aandacht.’

Uit haat-liefde voor het uit de voegen barstende zelfhulpgenre ontstond De weg naar SuccesGeluk, een absurde spoedcursus succesvol en gelukkig worden waarmee hij dit najaar 22 theaters aandoet.

Het is de corona-onderbreking van de tournee met zijn debuut 1 Kilo, dat rustig een succes mag heten. Van der Laan gold al enige tijd als een grote belofte toen hij eind november op zijn 38ste met zijn eerste voorstelling in première ging. Kasper van der Laan, onthoud die naam – zo adviseerde het panel dat hem in de jaarlijkse culturele talentenverkiezing van de Volkskrant uitriep tot comedytalent van 2019. De publieksprijs van het Leids Cabaret Festival had hij al op zak. NRC bracht hem als ‘sensationeel grappig’, een man die iets heeft ‘wat oneindig fascineert’.

Zijn grappen zijn fantasierijke, uitgesponnen en gedetailleerde bouwwerken van waanzin, net als zijn voorkomen niet zo makkelijk te plaatsen. Wat voor iemand is hij? Geen coole gast die even komt vertellen hoe het zit, ook geen typische rare vogel. Zijn gezicht is zachtaardig en sympathiek, met die rossige baard en krullen. Een beetje zonderling klinkt hij wel, droog en monotoon, met hoge uitschieters. En dan is er nog dat beweeglijke lijf dat zich steeds weer in gekkige posities manoeuvreert. 

In 1 Kilo is Kasper van der Laan een onzekere, wat wereldvreemde figuur die soms stoerder doet dan hij eruitziet, iemand die houvast en controle zoekt in onalledaagse structuren, systemen en gewoonten. Alles wat vanzelfsprekend lijkt trekt hij in twijfel, zijn hilarische gedachtekronkels voeren vrijwel altijd terug op de vraag of wat voor de hand ligt wel het meest logisch is.

Het gaat bij hem bijvoorbeeld over hoe je óók op je vingers kunt tellen, of wat je kunt doen als je na een bezoek aan de supermarkt door een samenloop van omstandigheden thuiskomt met karnemelk in plaats van melk. Over waarom je beter pardon dan sorry kunt zeggen als je wilt dat mensen voor je aan de kant gaan, en over hoe je elke discussie die je dreigt te verliezen tóch kunt winnen met ‘misschien wel het mooiste woord dat er bestaat’: touché.

Van der Laan zou zijn voorstelling tot begin juni spelen, voor het volgende theaterseizoen stond een uitgebreide reprise gepland. Er kwamen extra boekingen bij, voorstellingen werden verplaatst van kleine naar grotere zalen. Nadat hij in De Wereld Draait Door de complimenteuze recensies voor 1 Kilo mocht vieren en aan de talkshowtafel zijn wc-papierbesparingstheorie ontvouwde, waren de meeste avonden uitverkocht.

In het kort, ook al is het tegen de grapverklapmores: is een velletje wc-papier schoon nadat je je billen ermee hebt afgeveegd, dan betekent dat dus eigenlijk dat je billen al schoon waren voordat je de laatste keer ging vegen. Die laatste keer had dus niet gehoeven. 

Durf je het erop te wagen?, die hamvraag ging online nog eens vrolijk rond toen in maart het toiletpapierschap leeggehamsterd werd en de theaters dicht moesten. Van der Laan baalde van het opschorten van zijn tournee. ‘Maar dit kon beter kort na mijn première gebeuren dan drie jaar geleden. En mijn lichaam dacht eerlijk gezegd wel: ah, te gek, even niks.’

De tijd van ‘even niks’ is voorbij. In comedyclub Toomler, het thuishonk van stand-upcollectief Comedytrain waar Van der Laan zich in 2015 bij voegde, valt sinds begin juni weer wat te lachen – intussen voor zestig man publiek. In een aantal theaters zal hij dit najaar 1 Kilo spelen, in de anderhalvemetersetting, maar het gros van de shows is verzet naar volgend jaar. In plaats van 1 Kilo speelt hij hier en daar dus De weg naar SuccesGeluk, vaak twee keer per avond.

Een ironisch toeval wel: twee van zijn comedycollega’s maken op het moment op een serieuze manier werk van het thema persoonlijke ontwikkeling. Guido Weijers tourt met masterclasses geluk, niet te verwarren met cabaret, Ali B prijst zonder grappen en met een stalen gezicht zijn groei- en succesplatform aan.

Van der Laan noemt zijn zelfhulpparodie nadrukkelijk niet ‘mijn nieuwe voorstelling’, maar ‘een tijdelijk iets’. Want, zegt hij: ‘Ik sta straks in een grote zaal die maar voor een kwart vol is. Een echte voorstelling van anderhalf uur heeft een groter publiek nodig, voor de energie.’ 

Beeld Anne Claire de Breij

De weg naar SuccesGeluk is misschien juist wel gebaat bij de sneue aanblik van een paar honderd lege stoelen. ‘Je plant een tour en dan blijkt maar een kwart van de mensen in de zaal te passen. Hoe maakbaar is succes dan nog?’

Welk cijfer geef jij je succes?

Lacht: ‘Ik ben zo bescheiden om mijn succes een 9 te geven.’

En je geluk?

‘Nou, toch wel een 8.’

Volgens zijn SuccesGeluk-model maakt dat zijn SuccesGeluk-score opgeteld 17. ‘Op zich geen slecht resultaat’, concludeert hij op zijn site Succesgeluk.nl, maar er is ruimte voor verbetering. ‘Wist je dat SuccesGelukkige mensen een cijfer tussen 18 en 20 scoren? Het goede nieuws: dit is voor jou ook mogelijk!’

Op tafel in restaurant Canvas, om de hoek bij zijn huis in Amsterdam, ligt De Ladder van managementgoeroe Ben Tiggelaar – een boek met tips over gedragsverandering dat Van der Laan me voor ons gesprek aanraadde. ‘Heb je het gelezen?’

Niet helemaal.

‘Gelukkig! Ik zat het gisteren nog even door te bladeren, en ik vond het lullig voor je dat ik het had aangeraden. Ik raakte weer heel geïrriteerd, gaandeweg. Als je de samenvatting hebt gelezen, weet je eigenlijk genoeg.’

Om een doel te bereiken moet je je gedrag veranderen, maar veranderen is moeilijk, dus je moet dingen bedenken die ervoor zorgen dat je dat gedrag kunt volhouden.

Schiet in de comedystand: ‘Ik zeg altijd maar zo: door dingen te doen, krijg je dingen gedaan.’

Dat zegt goeroe Kasper van der Laan?

‘Dat zegt goeroe Kasper van der Laan. Bij veel goeroes, en ook bij Ben Tiggelaar, bekruipt mij toch het gevoel dat ze een boek willen schrijven omdat ze een boek willen hebben. Zodat ze vervolgens overal en nergens over dat boek kunnen vertellen en rondom hun verandermodel een heel verdienmodel kunnen bouwen.

‘Als je niks over het onderwerp weet, kun je denken: verdorie zeg Ben, dat eenvoudige model van jou is inzichtrijk. Maar als je op ‘gedrag veranderen’ googelt, kom je op hetzelfde uit. Ik vind vooral het gebrek aan originaliteit kwalijk. En dan een toon aanslaan alsof je iets heel waardevols brengt.’

Beeld Anne Claire de Breij

Waarom heb jij zo veel zelfhulpboeken in de kast? 

‘Onzekerheid en ontevredenheid over mezelf. De behoefte aan zelfhulp komt bij mij voort uit het idee dat ik het niet goed doe. En ik heb een voorkeur voor overzicht, sturing van buitenaf, iemand die zegt hoe het moet. Daar komt mijn perfectionisme ook vandaan, altijd die bevestiging van anderen veilig willen stellen. De zelfhulp moet zorgen dat ik alles perfect doe, waardoor ik me zeker voel. Als ik alles maar goed geregeld heb, als ik alles op orde heb, dan voel ik me veilig.

‘Dit speelde vroeger veel meer dan nu hoor. Toen had ik veel minder oog voor de bullshitkant van zelfhulp, al denk ik ook dat die bullshitkant gegroeid is in de afgelopen tien jaar.’

Je hebt dus een haat-liefdeverhouding met die boeken.

‘Ik heb de laatste jaren meer zelfvertrouwen ontwikkeld, dus de behoefte aan externe zekerheid is een stuk kleiner geworden. Maar als ik me onzeker voel, dan grijp ik toch altijd weer naar een boek. 

‘Mijn haat-liefde verhouding is denk ik precies dat: op het moment dat ik liefde voel voor de zelfhulpboeken, ben ik eigenlijk onzeker, wat ik niet leuk vind. Liever ben ik vol zelfvertrouwen en kan ik het zonder zelfhulpboek af. Snap je?

‘Dat is misschien ook de reden waarom ik de zelfhulpbranche niet cool vind. Veel van die goeroes spelen in op de onzekerheid van mensen door te zeggen: je hebt mij nodig. We mogen volgens mij best wat meer op onszelf vertrouwen, en minder leunen op goeroes. 

‘Het is een interne strijd. Want ergens vind ik het ook wél goed om er een boek met concrete tips bij te pakken als je iets wilt veranderen en je weet niet hoe. Aan sommige inzichten heb ik veel gehad.’

Noem eens zo'n inzicht?

De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown vond ik een topboek. Door dingen te doen waar je eigenlijk onzeker over bent, ontwikkel je zelfvertrouwen.’

Die boodschap zit verborgen in de subtiele laag onder alle gekkigheid in 1 Kilo, als duidelijk wordt dat Kasper van der Laan het met zijn terugkerende therapiezinnetjes (‘Wat zeggen we dan? Fouten maken mag!’) nooit tegen het publiek had, maar tegen zichzelf: dat je moedig en kwetsbaar moet zijn om meer zelfvertrouwen te krijgen. En dat voor hem het idee werkt dat je gewoonten moet aannemen om in kleine stapjes een doel te bereiken.

‘Zo ging het ook met mij en comedy’, zegt hij. ‘Het heeft geen zin om als je begint met stand-up meteen succesvol te willen zijn. Je moet telkens opnieuw dat podium op om steeds iets beter te worden.’

Beeld Anne Claire de Breij

Hij begon er op zijn 30ste mee. Eerst rondde hij een hbo-opleiding bedrijfseconomie af in Zwolle, terwijl hij nog bij zijn ouders in Ommen woonde. Met bedrijfseconomie kun je een goede baan vinden, was het devies van zijn vader, politieagent. ‘Van huis uit, van Ommen uit, was dat de bedoeling, een studie doen waarmee je een goede baan kon vinden, huisje boompje beestje, voetbal op zaterdag, in mijn geval zwemmen op donderdag. Het was niet: wat zijn je dromen? Jaag je dromen na!’

Hij had een ‘smalle blik op de wereld’ en stelde zich passief op, zegt hij, tot hij op z’n 23ste naar Breda verhuisde voor de studie Media & Entertainment Management. ‘Ik dacht toen dat ik bij een platenlabel wilde werken, al had ik niet echt een idee wat dat precies inhield. Ik ging vooral naar Breda omdat ik weg wilde uit Ommen. Dit is niet wat het leven moet zijn, dacht ik, elke donderdag zwemmen en zaterdag weer naar die ene kroeg.’

Spottend: ‘Ben Tiggelaar schrijft in De Ladder dat de drang naar verandering ontstaat uit onvrede. Dat vind ik ook zoiets doms om te zeggen. Omdat het zo waar is. Natuurlijk wil je veranderen vanuit onvrede. Niet omdat je denkt: dit gaat te gek, dit moet helemaal anders.’ 

Weer in standje goeroe: ‘Onvrede is een enorme motivator. Daarom ben ik ook een groot voorstander van negatief denken. Hou op met positief denken.’

Werd het leven vanzelf spannender in Breda?

‘Niet vanzelf. Ik ging er in mijn eentje heen en stroomde in het tweede jaar in, bij mensen die elkaar al kenden. Ik moest ertussen zien te komen, maar dat ging eigenlijk best makkelijk. Het bestuur van de studievereniging zocht een penningmeester. Omdat ik bedrijfseconomie had gestudeerd, dacht ik: daar heb ik wel het cv voor.

‘De sfeer was open, met veel Brabanders en Limburgers. Creatieve mensen. Heel andere types dan op het hbo in Zwolle, waar vooral mensen uit de dorpen rondom Zwolle zaten. Allemaal gesloten, allemaal bang om door de mand te vallen. Daar leken ze in Breda minder last van te hebben.’

Cabaretier worden was geen jeugddroom, toch?

‘Ik vond cabaret leuk om naar te kijken, maar cabaretier worden zag ik niet als een beroepskeuze. Zoals Beatrix toen de koningin was, zo was Hans Sibbel cabaretier voor mij. Dat was gewoon zo. Het kwam niet eens in mij op om te bedenken of ik het zelf misschien ook zou willen doen. Dat kwartje viel pas laat. 

‘Ik ging naar Breda omdat ik er klaar mee was om in Ommen te zijn. En ik ben uiteindelijk begonnen met comedy omdat ik er klaar mee was om het niet gewoon te proberen.’

Beeld Anne Claire de Breij

Je regisseur Micha Wertheim noemt het stoer dat je zoveel geduld hebt gehad, door jezelf jarenlang in de luwte te ontwikkelen.

‘Mijn plan van aanpak is altijd geweest: als ik iets doe, dan wil ik ook klaar zijn voor de stap erna. Ik wilde pas meedoen aan het Leids Cabaret Festival als ik daarna in de finalistentour drie kwartier een goede show zou kunnen neerzetten. Daarmee laat je aan theaters en impresariaten zien dat je klaar bent om aan een debuutvoorstelling te gaan werken. Er zijn ook mensen die aan zo’n wedstrijd meedoen met het idee: als er niet te veel goede comedians meedoen dit jaar, dan kan ik misschien wel in de finale komen. Ja, en dan?’

Alex Ploeg, die tegelijk met jou bij Comedytrain begon, kent niemand die zo georganiseerd is en zijn dagen zo strak indeelt als jij. Hoe ziet een gemiddelde dag eruit?

‘Ik sta op om kwart over acht. Mijn vriendin is formatontwikkelaar voor tv en werkte de afgelopen maanden thuis. Om kwart voor negen haalden we samen koffie en om negen uur begonnen we aan de werkdag. Dan had ik mijn spullen al klaargelegd: laptop, mijn notitieboekje, een boek dat ik aan het lezen was. Ik bedenk iedere dag wat ik wil doen, en waarmee ik wil beginnen. 

‘Ken je de pomodorotechniek? Je kiest één taak, je zet een timer en binnen die tijd ga je alleen maar aan die ene taak werken. Daarna neem je pauze. ’s Middags is bij mij de focus een beetje weg, dus ik probeer zoveel mogelijk ’s ochtends te doen.’

Alex vertelde dat je hem voor zijn verjaardag het boek Grip gaf, ‘het geheim van slim werken’. 

Grijnst: ‘Als mensen mijn mails niet beantwoorden, dan krijgen ze Grip voor hun verjaardag.’

Hij vermoedt dat jij het gelukkigst bent als je met een voorstelling kunt toeren die helemaal af is, omdat je dan anderhalf uur ‘uit je hoofd’ bent en echt in je spel kunt opgaan.

‘Dat was inderdaad fijn aan de periode na de première van 1 Kilo. Alle spanning was eraf, dus het was alleen nog maar leuk om die voorstelling te spelen. 

‘Het klopt wel dat optreden echt mijn speelkwartier is. Overdag ben ik serieus aan het doen en laat ik het denken overheersen. Maar als ik ’s avonds het podium op moet, dan stapt de piekeraar achteruit. Dan zegt-ie: oké, we kunnen er nu toch niks meer aan doen, nu mag die ander het gaan doen in het moment.’

En wie is ‘die ander’?

‘De intuïtieve kant van mij. Juist op het moment dat er andere mensen bij zijn, het moment dat het er om hangt, lukt het hem om te zeggen: nou, kijk maar effe wat je doet.’

‘Ik zou willen dat die piekerkant ’m ook naast het podium gewoon wat vaker chillt. Dat ik overdag kan denken: wat is nou gewoon lachen om te doen vanavond? In plaats daarvan breek ik me het hoofd over volgordes, de tien dingen die er echt in moeten. Dat geanalyseer levert creatief gezien niks op. Soms lukt het om een beetje te lummelen en schrijf ik ineens allemaal goeie ideeën op. Dan denk ik natuurlijk meteen: ja, zie je wel!’

Wat heeft comedy jou over jezelf geleerd?

‘Ik heb er meer zelfvertrouwen door gekregen. En ik durf meer van mezelf te laten zien. Speelsigheid. Dat is een kant die ik hiervoor niet vaak aan andere mensen liet zien.

‘We proberen ons in het dagelijks leven allemaal te gedragen, toch? Ik heb die totale-gekkigheidknop op het podium gevonden, maar daarbuiten blijf ik de neiging hebben om een stramien en een keurslijf voor mezelf te creëren. Eigenlijk precies de routine waarvan ik in Ommen genoeg had. Maar ja, de drang om ervoor te gaan zitten en mijn werkwijze in een systeem te gieten, die is er gewoon.’

Beeld Anne Claire de Breij

Waarom werd je gelukkiger van een jaar geen zelfhulpboeken lezen?

‘Omdat de gedachte dat ik het zonder die boeken mocht doen rust gaf. Al die boeken in de kast, de lijst opgeslagen artikelen in m’n telefoon, de ongeopende nieuwsbrieven in mijn mailbox en de inspirerende video’s op YouTube die ik had opgeslagen zaten altijd in mijn achterhoofd: dat moet nog.

‘Door te zeggen: nu een jaar even helemaal niets, accepteerde ik dat ik het een jaar lang mocht doen met wie ik was, met de kennis die ik op dat moment had. En ik werd inderdaad gelukkiger van niet steeds de druk voelen van moeten lezen, moeten verbeteren, moeten veranderen. Het lukte om tevredener te zijn met hoe het ging. Ik kon beter ontspannen. Ik haalde veel meer plezier uit mijn vrije tijd. Juist door het niet-streven werd ik gelukkiger. 

‘Nu zit ik weer erg in de streefmodus, met die nieuwe show. Dat zit een geluksgevoel in de weg. Maar ik doe tegenwoordig vaak een oefening om mijn perfectionisme te challengen. Dat levert doorgaans wel een goed gevoel op.’

Hoe gaat die oefening?

‘Oké, we doen ’m even live.’

Begint een gesprek met zichzelf: ‘Kasper, je zit niet lekker in je hum. Hoe komt dat?’

–  ‘Omdat ik vanavond weer 50 minuten moet try-outen met De weg naar SuccesGeluk in Toomler, en het materiaal is nog los zand, een brij van ideeën.’

‘En waarom is dat erg?’

- ‘Omdat mensen misschien zullen denken: waar zit ik naar te kijken? Dit is helemaal niks!’

‘Maar denken mensen dat echt? Het is een try-out. Is het erg, dat je bij een try-out nog niet alles op een rijtje hebt?’

– ‘Nee, dat is eigenlijk helemaal niet erg. Het is ook pas de tweede avond sinds lange tijd dat ik langer dan een kwartier speel. En met Powerpoint werken in Toomler is misschien ook niet helemáál wat de mensen daar verwachten.’

‘Mensen die jou misschien niet eens kennen! Het is al knap dat je daar 50 minuten überhaupt wat staat te doen.’

– ‘O, nu je het zegt, ja. Dat klinkt al een stuk positiever!’

Is comedy maken over je twijfels ook een vorm van zelfhulp?

Denkt lang na. ‘Dat kan het wel zijn, ja. Maar dat klinkt meteen weer zo gewichtig.

‘Mijn grappen lijken in eerste instantie nergens over te gaan. In mijn coronaprogramma zit een stukje over hoe we naar elkaar zwaaien, nu we elkaar door corona geen handen en kussen geven. Waarom zwaaien we zoals we zwaaien? 

‘Dat stukje gaat er eigenlijk over dat misschien wel 95 procent van ons gedrag onbewust is. We maken ons druk over van alles, we ondernemen serieuze pogingen om orde te scheppen in de chaos, terwijl we bij de meeste dingen die we doen, zoals zwaaien, helemaal niet stilstaan. En die dingen doen we óók gewoon, zonder ons de hele tijd af te vragen of het beter of anders kan. Ik vind het grappig om juist bij die dingen uitgebreid stil te staan. En ook wel geruststellend.’

Opgelucht: ‘Het duurde ruim anderhalf uur voordat Kasper van der Laan ter zake kwam. Tegen de tijd dat hij zichzelf helemaal moe had geanalyseerd en er geen zin meer in had, werd het eindelijk interessant.’

CV Kasper van der Laan

27 april 1981 Geboren in Poortugaal

1999-2004 Hbo Bedrijfseconomie 

2004-2007 Hbo Media en Entertainment Management

2007-2012 Webredacteur bij de NCRV

2015 Sluit zich aan bij stand-upcollectief Comedytrain

2018 Wint publieksprijs van het Leids Cabaret Festival

2019 Debuutvoorstelling 1 Kilo

2020 De weg naar SuccesGeluk

Kasper van der Laan woont met zijn vriendin in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden