Als ik écht nijdig ben is er altijd nog het Marokkaanse arsenaal aan verwensingen

De moeder van Hayat laat zich van een onverwachte kant zien. En zo blijkt maar weer dat schelden in een andere taal niet zonder risico is.

Beeld Eva Roefs

Ik ben in de auto met mijn moeder en zusje veel te gezellig aan het kletsen als ik ineens vol op de rem moet om een fietser te ontwijken. Oef, wat stom van me, ik had hem helemaal niet gezien. Ik draai mijn raam open en bied mijn excuses aan. Die kan of wil de man helaas niet horen, want hij zet zijn fiets neer en komt kwaad op me aflopen. Ik twijfel of ik moet uitstappen; de man kijkt niet alsof we een leuk gesprek gaan hebben. Al tierend over waar mijn ogen hebben gezeten, duwt hij zijn hoofd door het raam naar binnen en slingert een 'Vieze trut!' de auto in. Ik schrik me rot en probeer snel te bedenken hoe we uit deze benarde situatie kunnen wegkomen, maar dan hoor ik vanaf de achterbank een brul: 'Jij bin zelf vieze troet, jij zoon von hoer!'

Mijn zusje en ik draaien onze hoofden als door een wesp gestoken naar achter en staren onze moeder met open mond aan. Het duurt een seconde of twee voor we in een onbedaarlijke lachstuip schieten. Dat haar woorden zo'n sterk effect zouden hebben, had mijn moeder ook niet verwacht. De man druipt af en loopt verbouwereerd terug naar zijn fiets. Met drie gierende vrouwen kan hij niks.

Als mijn zusje en ik weer op adem zijn gekomen, vragen we mama van wie ze in vredesnaam het woord hoerenzoon heeft geleerd. Gniffelend antwoordt ze dat we onze oude moeder niet moeten onderschatten. Ze had het collega's tegen elkaar horen zeggen en vond het wel lekker stevig klinken. Oeps. We drukken haar op het hart om alsjeblieft nóóit meer dat woord te gebruiken. Hoe geestig het ook was om onze beschaafde moeder zo'n grove term te horen zeggen, ze kan het beter houden bij haar brave 'sjodemieter' en 'Bin jij stom!'

Schelden in een andere taal is niet zonder risico. Net als met humor kun je al snel de plank misslaan omdat zaken als emotie, nuance en timing zich moeilijk laten vertalen. Daarvoor moet je toch echt bij je moedertaal zijn. Ik merk het ook bij mezelf. Hoewel ik het gemakkelijkst praat in het Nederlands en mijn Marokkaanse woordenschat niet verder reikt dan de dagelijkse huis-tuin-en-keukentaal, doen Nederlandse scheldwoorden me niet zoveel. Nee, als ik écht nijdig ben, biedt een woord als 'klootzak' geen enkele verkoeling aan de uitslaande brand. Daarvoor moet ik terugvallen op het Marokkaanse arsenaal aan verwensingen. Naast de gewoonlijke scheldwoorden als 'hmar' (ezel) of 'el mouseg' (viezerik) heb je in het Marokkaans namelijk de beschikking tot verwensingen die je zo kleurrijk en uitgebreid kunt maken als je zelf wilt. Het recept bestaat doorgaans uit drie elementen: God, familieleden en vuur. Zo kun je tegen iemand zeggen: 'Moge Allah jouw wortels, die van je ouders en die van al je grootvaders doen verbranden'. Daarbij geldt: hoe verder je teruggaat in iemands stamboom, hoe erger.

Mijn oma was in onze familie de absolute kampioen verwensingen. Niet alleen had ze de gave om heel bijzondere gebeurtenissen te verzinnen die iemand moesten overkomen, ze kon er bovendien een bijna officieel moment van maken. Ze ging er dan even rustig voor zitten, nam haar hoofddoek plechtig af en hief vervolgens met een dramatisch gebaar haar handen in de lucht naar God terwijl ze bij elke nieuwe verwensing even heen en weer schommelde. Die vrouw had geen enkele schroom om haar emoties een plek te geven.

Mijn zusjes en ik hebben van dat gebruik een eigen remix gemaakt door de verwensingen niet te verbinden aan het eeuwig doen verbranden van iemands voorouders (vinden we toch een beetje cru), maar aan kleine, dagelijkse gebeurtenissen. Terwijl we oma's dramatische handbewegingen imiteren, verzinnen we een reeks als: 'Moge Allah het doen geschieden dat je soep altijd te zout smaakt, je de trein steeds op het nippertje zult missen en je printer bij elke opdracht vastloopt'. Elk spoortje van boosheid is dan allang verdwenen, want we liggen altijd dubbel om elkaars ingevingen. Hoe alledaagser de ergernis, hoe beter. Wel trekken we een grens bij zaken die écht heel naar zijn. Zo zullen we geen vrouw ooit toewensen dat elke panty die ze voortaan aantrekt een ladder krijgt. En ook vinden we het niet kunnen om iemand de rest van zijn leven gesmolten ijsjes toe te wensen. Sommige dingen gaan te ver. Dan kunnen we nog beter terugvallen op zoon von hoer.

Columniste Hayat schrijft onder pseudoniem in verband met haar juridische werk. hayat@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden