interview sarina wiegman

Als iemand de Oranjeleeuwinnen naar de overwinning kan leiden, is het Sarina Wiegman

Sarina Wiegman. Beeld Valentina Vos

Schrijfster Anna Enquist zegt weinig van voetbal te weten, maar de bondscoach van de vrouwen intrigeerde haar. Bondscoach Sarina Wiegman (49) zet al haar enthousiasme in om de Oranjeleeuwinnen naar de overwinning te leiden.   

Ik zou graag schrijven dat ik moeiteloos in een dik half uur van huis naar de KNVB-paleizen in Zeist reed, maar zo is het niet. Onstuimig weer, zware windstoten, veel vracht­wagens, een navigatie-apparaat dat van de voorruit klettert en mij, als ik eenmaal de snelweg af ben, wonderlijke beboste woonerven op stuurt waaruit ik over fietspaden ontsnap. Gelukkig ben ik een uur te vroeg van huis gegaan, gewapend met routebeschrijving en kaart. Om kwart voor twee draai ik alsof het de gewoonste zaak van de wereld is de oprit in. Rechts naar beneden, daar is de parkeerplaats. Het staat bomvol maar ik ben er, het is gelukt.

Ik had verwacht dat er hier louter Jaguars en Maserati’s zouden staan, maar ik zie kleine Koreanen en Peugeootjes. Vreemd. Omdat ik toch nog een kwartier te vroeg ben loop ik langzaam naar het imposante Bondsgebouw. Enorm, halfrond, veel vlaggen, Warschau in de jaren zestig, maar dan glimmend. Eerst even langs de beeldentuin. Twaalf bronzen voetballers op sokkels, in een cirkel rond Rinus Michels geplaatst. Cruyff heeft ze uitgekozen, lees ik, en zichzelf ook, in een stereotype pose, arm omhoog. Piet Keizer staat erbij, Faas Wilkes, van Basten en de jongste toevoeging Dennis Bergkamp. Zou Cruyff er een iconische vrouw bij hebben gezet? Zou kunnen, ik zie een wat ­mollige rug, halflang haar, twee geheven armen. Gauw eromheen om het naambordje te bekijken. Ruud Gullit. Hij heeft een beker in zijn handen. De beelden zijn op de helft van de ware grootte gemaakt zodat het geheel de indruk wekt van een monter legertje donkere dwergen.

Naar binnen. Daar is alles, echt alles, tot de wc’s aan toe oranje. Monique staat mij hartelijk op te wachten, we gaan koffie halen aan een oranje balie.

‘Je ziet de bui zeker al hangen’, had Hard gras-hoofdredacteur Henk Spaan gezegd toen hij vertelde over het vrouwennummer dat zijn tijdschrift en Volkskrant Magazine gingen maken ter gelegenheid van het komende WK. Nou ja, een gedicht misschien, dacht ik, maar nee, het moest een lang stuk worden. Maar ik weet er niets van, schreef ik terug. Alleen bondscoach Sarina Wiegman, die vind ik intrigerend. Kwam dat even goed uit, de redactie had net besloten mij op pad te sturen om haar te interviewen, het liefst bij haar thuis in Monster. Verzin dan nog maar eens een uitvlucht.

Ik had meteen moeten denken aan een reclamefilmpje van zo’n vijfentwintig jaar geleden, waarin een jonge vrouw, tot verbazing van een stel mannen, in een rokje en op hoge hakken elegant over het middenveld rent en een bal hooghoudt. Zou zij het zijn? Kan best, begin jaren negentig voetbalde Wiegman op hoog niveau. Ik wil haar niet in haar eigen huis overvallen, ik spreek zelf altijd in een café af met interviewers. Ik ga liever naar Zeist.

Nu staat ze ineens tegenover mij, kleiner dan ik had ­verwacht. Over een oranje trap gaan we naar een oranje bar en vervolgens naar een rij besloten oranje treincoupeetjes waar je rustig kan zitten. Zij kiest er een uit en sjort er onverschrokken een loodzwaar tafeltje naartoe voor de koffie en de bloknoot. Ze kijkt licht geërgerd naar de toegangsdeur van een aanpalende kantine, daar zullen straks luid kakelende bezoekers naartoe komen, de eigenaars van de autootjes op de parkeerplaats.

We zitten. Zou ik over haar gezicht schrijven als zij een man was? Ik denk van wel. Bril, kraaiepootjes bij de ogen, ernstige blik, soms ineens openbrekend in een lach. Ze heeft een spijkerbroek aan met een grijze trui en een zwart jasje. Gympen.

Beeld Valentina Vos

‘Ik draag nooit rokjes’, zegt ze als ik naar het filmpje vraag. ‘En geen hakken. Ik was het niet!’

‘Dat blauwe blazertje dat je droeg bij de EK-wedstrijden, dat vond ik zo mooi dat ik er net zo een heb gekocht.’

Wiegman schatert. ‘Dat vind ik nou eens echt leuk! Dat heb ik nog nooit gehoord. Het zat ook heel lekker. Weet je dat ik ook eens iemand naar een jasje heb gevraagd, een hoge FIFA-vrouw die ik trof bij een internationale conferentie. Een prachtig bruin jasje, en ik houd zo van bruin. Ik sprak haar aan, zij dacht dat ik een belangrijke voetbalkwestie wilde bespreken. Ze moest lachen: heel goedkoop jasje, zei ze. Dat ik dat wilde hebben!’

Gaat dit wel de goede kant op, denk ik intussen. Ik had over de emancipatie van het vrouwenvoetbal willen praten en binnen tien minuten zitten we over kleding te beppen. De nieuwe tenues voor het WK zijn net geopenbaard, dat kan er dan ook nog wel bij.

‘Nee, inspraak heb ik daar niet in, maar ze vragen ons wel regelmatig wat we vinden van de kwaliteit en de pasvorm. Alles wat Nike maakt is van supergoede kwaliteit. Het lijkt of ik voor ze werk, maar dat vind ik echt. Helemaal oranje is het nu, geen witte broeken meer, dat is ook beter. Wel een witte boord aan de kous en een inkeping in de broekspijp, heel vrouwelijk. Ik ben er tevreden mee.’

Sarina Wiegman is na een succesvolle loopbaan als speler en aanvoerder van het Nederlands vrouwenelftal in 2017 bondscoach geworden en won vervolgens het Europees Kampioenschap met haar elftal. Nu is het wereldkampioenschap in Frankrijk aanstaande.

‘Ik speelde alleen maar met ballen, als kleuter al. En altijd bewegen: rennen, in bomen klimmen, zwemmen. Wat later deed ik de ene sport na de andere: turnen, judo, atletiek – ik vond alles leuk. Ik was jarenlang bij het kindercircus, dat vond ik geweldig. Maar voetballen was het allerleukste.’

Wiegmans ouders waren helemaal niet bijzonder sportief. Ze hadden een stomerij waarin ze allebei werkten naast andere banen, moeder als koffiejuffrouw op een ministerie en vader bij de PTT. Ze woonden in Den Haag en kregen eerst een dochter en daarna een tweeling, Tom en Sarina. Ik moet denken aan het liedje over ‘Sarina, kind uit de dessa’ maar de naam heeft met Indonesië niets te maken, haar moeder vond hem gewoon mooi.

‘Mijn vader korfbalde in zijn jeugd wel, en later voetbalde hij ook, maar niet fanatiek. Toch accepteerden ze alles wat ik wilde. Meisjesvoetbal bestond toen niet. Ik moest illegaal bij de F-jes en kwam bij mijn broer in het team. Die was totaal niet zo gedreven als ik, hij plukte paardebloemen voor onze moeder, die stonden toen nog op het gras van het voetbalveld. Terwijl ik me te pletter voetbalde. Ik was dag in dag uit met een bal bezig.’

CV SARINA ­WIEGMAN

26 oktober 1969 Geboren in ­Den Haag

1976-1982 ­Speler bij ESDO (bij de jongens), Wassenaar

1982-1995 Speelt bij ­Celeritas, Den Haag, KFC’71, Delft en ­University of North ­Carolina (landskampioen)

1995-2003 Speelt bij Ter Leede, ­Sassenheim. Twee keer ­landskampioen

2006-2007 Trainer bij Ter Leede, hoofdklasse, landskampioen, bekerkampioen

2014 assistent-coach Nederlands vrouwenelftal

2007-2014 ­Trainer bij Ado, Den Haag. Landskampioen eredivisie vrouwen (2011-2012), beker (2012, 2013)

2017 Bondscoach Nederlands vrouwenelftal.

Wiegman is ­getrouwd met Marten Glotzbach, ­docent lichamelijke opvoeding op het Segbroek College en ­trainer meisjes onder de 16 bij Ado Den Haag. Ze hebben twee dochters.

Enige rivaliteit heeft dat nooit gegeven, mijn broer en ik waren gewoon verschillend van aard en onze ouders vonden het een niet beter dan het ander.

‘De kapper knipte mijn haar zo kort mogelijk, zodat ik op een jongetje leek. Later heb ik me wel eens afgevraagd of mijn ouders zich daar geen zorgen over maakten. Dat ze dachten dat ik eigenlijk liever een jongen wilde zijn, bedoel ik. Zo was het niet, als ik een boodschap moest doen en de slager mij als ‘jongeman’ aansprak werd ik kwaad. ‘Ik ben een meisje, hoor!’, zei ik dan. Toen ik een jaar of 11 was zijn we met een meisjeselftal begonnen, daar zat mijn zus ook in. En op mijn 13de kwam ik al in het eerste van een echte meisjesclub. De meesten waren veel ouder. Ook toen lieten mijn ouders me vrij. Je zou je kunnen voorstellen dat een meisje van die leeftijd zich op allerlei gebieden, ook ­seksuele voorkeur, kan laten beïnvloeden door oudere meiden. En dat je je daar als ouders zorgen over maakt.

Ik heb mijn ouders ook wel eens gevraagd of ze dachten dat ik met een meisje thuis zou komen. Dat was voor hen geen punt. Ze zagen vooral dat ik zo ontzettend veel plezier had in die sport.’

Wiegmans echtgenoot is ook voetbaltrainer en ze hebben twee (voetballende) dochters van 15 en 17. Ze zijn al samen sinds de middelbare school.

‘Ik ging in Den Haag naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Daar heb ik heerlijke jaren gehad. Fijne vakken en een goede sfeer onder de studenten. We spreken nog weleens af met een klein groepje, hartstikke leuk. Toen ik klaar was werd ik leraar aan het Segbroek College, dat heb ik jarenlang gedaan.’

Op die grote middelbare school aan de rand van Den Haag hebben onze wegen elkaar gekruist. De sectie Nederlands had mij uitgenodigd om over het schrijven te vertellen, ik herinner me een enorme zaal – zal de gymzaal wel geweest zijn – vol kinderen die allemaal een boek van mij hadden moeten lezen en vragen hadden voorbereid. Ze herinnert zich de commotie rond het bezoek en de opwinding onder haar collega’s. Een erg fijne school, vinden we allebei.

‘Ik heb nog nooit zo’n interview gehad’, zegt Wiegman. ‘Het is heel anders dan ik gewend ben.’

Na een jaar op een voetbalbeurs te hebben gestudeerd aan de Universiteit van North Carolina ging ze in Nederland weer voetballen, maar dat viel tegen.

‘Ik was wat voetbal betreft heel gefrustreerd. Ik heb zelfs nog serieus overwogen om te gaan hockeyen. Daar was het toen al veel professioneler: hoog niveau, goede faciliteiten. Maar er waren ook nadelen. Als late beginner kan je het nooit meer echt goed leren, dacht ik. En het is een ander milieu. Ik kom uit een volksbuurt in Den Haag, de Molenwijk. Het lag niet voor de hand om te gaan hockeyen. Dat ging dus niet door. Ik ben na de Academie de trainers­cursus gaan doen en gaf eerst bij Ter Leede training en later bij ADO. Sinds 2007 bestond er een eredivisie voor vrouwen.

Met het eredivisie-elftal van ADO werd ze kampioen en won ze twee keer de beker. Intussen speelde ze in het ­Nederlands elftal, daar debuteerde ze in 1987 onder Dick Advocaat in de eerste wedstrijd die hij als bondscoach ooit heeft geleid. In totaal speelde ze 104 wedstrijden, een enorm aantal. Bij de honderdste werd ze door Louis van Gaal gehuldigd. Er bestaat een filmpje waarin je Wiegman een zilveren schaal in ontvangst ziet nemen. Haar oranje shirt is een paar maten te groot, de mouwen vallen ver over haar polsen. Later stroopt ze ze op met de aanvoerdersband. Van Gaal is zeer complimenteus en spreekt met bewondering over haar opleidingen en toewijding, je kunt merken dat hij het echt meent.

Beeld Valentina Vos

Ze vertelt over de mannenwereld waarin ze terechtkwam en hoe je je daarin als vrouw handhaaft.

‘Je moet zorgen dat je kwaliteit levert. En je moet je blijven ontwikkelen. Lezen, onderzoeken. Dat geldt voor iedereen, maar voor een vrouw misschien extra. Op zo’n mannenbijeenkomst, bijvoorbeeld op de trainerscursus, wacht ik met praten tot ik echt iets heb toe te voegen. Dan word je ook gehoord. Voetballers en trainers worden dom als ze niet blijven leren en alleen maar trainen, eten, slapen, ­trainen. In de cursus gingen we in kleine groepjes op bezoek bij clubtrainers: De Graafschap, Cambuur, PSV. In 2016 kreeg ik het diploma en een jaar later volgde ik Arjan van der Laan op als bondscoach.’

Omdat we het over de cursus hebben bespreken we ook even de recente ontwikkelingen bij Feyenoord. We besluiten deze gedachtewisseling buiten het interview te houden.

Nu over het succes van de Oranjeleeuwinnen en de gevolgen daarvan.

‘Na het gewonnen EK is er veel veranderd. Er is druk ­ontstaan, de mensen denken: o, makkelijke loting voor het komende WK, we gaan winnen. Ze hebben geen idee. Ze meten het, begrijpelijk, af aan de rangorde bij de mannen. Daar stelt een ploeg als Canada niets voor, maar hun ­vrouwenelftal is de absolute top. Die druk kan lastig zijn. In de media neem ik de groep in bescherming, maar tijdens de voorbereiding moeten we verder komen. We zitten nu in een andere fase en worden voor het eerst gewaardeerd om het voetbal. Fans willen selfies met de speelsters maken voor we gaan trainen. Een half uur, zeggen we dan, niet langer. Sommigen vinden dat moeilijk want ze willen geen mensen teleurstellen. Ze willen aardig gevonden worden.

‘We willen nu vooral aan het team werken, ze moeten het samen doen. In de voorbereiding op het EK van 2017 hebben we een hele dag gepraat, het onderwerp was de vraag: wat geef je op voor succes? De een vertelde iets, de ander had een filmpje gemaakt of zong een lied. We hebben vreselijk gelachen. Zo leren ze elkaar op een andere manier kennen, niet alleen op het veld. We hebben er 23 en ze zijn allemaal verschillend wat achtergrond, interesse en opleiding betreft. Daar houden we rekening mee als we iets ­uitleggen. Dat doen we met abstracte begrippen, maar je zoekt ook metaforen, zodat ze zich er concreet iets bij kunnen voorstellen. Mensen leren op verschillende manieren en je wilt dat iedereen het begrijpt.

Beeld Valentina Vos

‘Ik neem vóór de wedstrijd alle mogelijke scenario’s door, dan heb ik altijd een plan B. Tijdens de wedstrijd denk ik alvast na over wat ik in de pauze ga zeggen. Nooit meer dan drie dingen, anders dringt het niet door. Ik ben niet ­alleen hè, ik kan overleggen. Ik heb de keeperstrainer naast me zitten, de inspanningsfysioloog en Arjan Veurink, een van de assistenten. De andere, oud-voetballer Michel Kreek, zit boven te coderen. Zijn beelden kunnen we in de rust terugzien en tijdens de wedstrijd hebben we contact met elkaar. Ik moet zelf mijn best doen om vooral rustig te blijven. Niet opspringen, niet gaan roepen!

Wat heel erg helpt is het nieuwe gebouw. Alle kantoren ­zitten nu bij elkaar, dus ik heb meer contact met Ronald Koeman en met de coaches van de jeugdelftallen. We scouten ook regelmatig voor elkaar. De mannen zijn zeker geïnteresseerd in ons, en andersom ook. Koeman komt weleens bij onze training kijken en Erskine Schoenmakers, onze keeperscoach, overlegt regelmatig met Patrick Lodewijks, de keeperstrainer bij de mannen. Jessica Torny, die de vrouwen onder 19 coacht, maakt wedstrijdanalyses voor de jongens onder 19 van Maarten Stekelenburg, voor de EK-kwalificatie. Ik zat vorige week nog beelden te bespreken met Dwight Lodeweges, de assistent van Koeman. Dus die samenwerking gaat hartstikke goed. Verder heb ik mensen met ervaring om mee te sparren. Wij wilden gezien worden en dat is gelukt. Daarom is het nu zakelijker geworden, harder ook. Maar in de KNVB zijn we enorm gegroeid. Ronald Koeman en ik deden samen het filmpje voor de kerstwens. Wij horen er gewoon bij, nu.’

Speelsters van het Nederlands elftal. Beeld Martin Dijkstra

Nou ja, denk ik, bij de voetbalplaatjes van Albert Heijn zitten de Leeuwinnen helemaal achteraan in het boek geplakt, alsof iemand dacht: o ja, die heb je óók nog.

‘Ik wist eerst helemaal niet dat die actie al begonnen was’, zegt Wiegman. ‘Een buurvrouw kwam naar me toe en zei: ik heb je! Of ik dat plaatje wilde. De voorbereiding voor die actie was al bezig voordat wij kampioen werden. Het is leuk dat we erbij zitten, zo kun je het ook bekijken. Klagen is niet productief, het kost alleen maar energie. Je kunt veel beter kijken naar wat er wél lukt.’

Maar als we het over de toekomst van het meisjesvoetbal gaan hebben valt er toch wel het een en ander te klagen.

‘Er is een groot verschil met de mannen. Er moeten betere opleidingen komen voor de jeugd, goede velden en deskundige trainers. Nu zijn het vaak vrijwilligers. Je moet jongens en meisjes zo lang mogelijk samen laten trainen. Vanaf een jaar of 12 zou je meerder opties kunnen aanbieden: de topspeelsters langer gemengd laten spelen en een meisjescompetitie die misschien beter past bij speelsters met minder talent of ambitie. Bij het beroepsvoetbal moet alles wat de mannen hebben ook bij de vrouwen beschikbaar zijn: technische staf, video, medische zorg, lifestylecoaching. En betaling conform de voetbalmarkt.’

We hebben het over het Deense vrouwenelftal dat ­weigerde om een kwalificatiewedstrijd te spelen als ze niet beter werden betaald. Het lukte. Wiegman lacht.

‘De betaaldvoetbalorganisaties moeten het voortouw nemen. Gisteren was hier een conferentie waar alle directeuren van de Eredivisieclubs rondliepen. Toen heb ik toch Martin van Geel maar eens aangesproken. Daar had ik vaak over gedacht en nu deed ik het ook. Feyenoord moet toch een vrouwenelftal hebben. Ik zei dat hij de opbrengst van de verkoop van overtollige spelers daar wel voor kon gebruiken. Vond hij niet leuk, geloof ik. Maar vrouwen moeten voor zichzelf opkomen, anders gebeurt er niets. We zijn nog maar met weinig, Jessica Torny is nu de vierde vrouw ooit die de cursus Coach Betaald Voetbal gaat doen, daar ben ik blij mee. Vrouwen worden anders gewaardeerd en daarom schort het hun ook vaak aan zelfwaardering. Ik krijg steeds meer bewondering voor hoe mijn ouders dat gedaan hebben. Nooit veroordelen, altijd meedenken, ­vertrouwen geven. Dat is goed voor een kind.’

Ja, denk ik, op die manier ontwikkelt een meisje een gezonde manier om de zelfwaardering op peil te houden. Dan hoeft ze niet door iedereen aardig gevonden te worden en voortdurend op zoek te gaan naar applaus.

De samendrommende KNVB-gasten maken een gesprek nu vrijwel onmogelijk. ‘De KNVB verhuurt het gebouw’, zegt Wiegman, ‘voor bedrijfsuitjes. Dan krijgen ze een rondleiding en mogen ze in de kantine eten. Daar kun je je gedachten over hebben, maar er moet ook geld verdiend worden.’

Ik stop mijn bloknoot weg. We praten nog wat na over onze levens. Wiegman weet dat ik Feyenoordfan ben en dus hebben we het over Giovanni van Bronckhorst die zo’n fijne trainer is, rustig, slim en ook met gevoel. Ze denkt dat het gevoelige met zijn achtergrond te maken heeft. Ik vind dat hij op Obama lijkt, met die elegante jas. Ik heb voor Wiegman mijn voetbalboekje Kool! uit 2012 meegenomen, met het gedicht over Van Bronckhorst erin. Ze leest alleen non-fictie, ze wil altijd iets leren, maar hier is ze toch blij mee. We praten verder, alsof het moeilijk is om afscheid te nemen. De ongelijke beloning voor vrouwen en mannen komt weer aan de orde want een Amerikaans vrouwenteam spant daar nu een rechtszaak over aan. We vragen ons ook af waarom het toch zo lastig is om voldoende vrouwen op echt hoge posities te krijgen Wiegman vertelt over een onderzoek waarbij precies hetzelfde cv nu eens met een foto van een man en dan weer met een foto van een vrouw werd gepresenteerd: ‘Iedereen koos voor de man! De vrouwen ook!’

Hoe komt zoiets? Ze vermoedt dat het te maken heeft met het gebrek aan zelfwaardering waarover we het hadden, daardoor denken vrouwen bij een zware baan te snel dat ze het niet kunnen. Mannen overschatten zichzelf juist. Ik heb het idee dat alle maatschappelijke instituties – staatsinrichtingen, het bedrijfsleven, universiteiten – door mannen zijn ontworpen en dat een vrouw zich daar misschien niet in thuis voelt, sneller denkt: als het zó moet heb ik er geen zin in. ‘Zo heb ik er nog nooit tegenaan gekeken, maar er zit wat in’, zegt Wiegman. Over de eventuele functies in haar eigen toekomst denkt ze niet echt na. Bij een buitenlandse club werken zou problematisch zijn in verband met haar gezin. Maar het is niet aan de orde: ‘Ik ben niet zo van het plannen. Ik leef in het nu’.

Koffiebekertjes en plastic glazen meenemen en wegzetten, het coupeetje netjes achterlaten. Ze kwakt het overgebleven water kordaat door het rooster van de koffiemachine. We nemen afscheid in oranje licht. ‘Weet je hoe je moet rijden? Je bent net voor de spits als je nu gaat.’ Ik wens haar succes en vooral plezier met het WK. Dan gaan we ieder een andere kant op.

Ik let niet goed op en kom op de verkeerde snelweg terecht zodat ik flink moet omrijden. Files zijn er ook. Het kan me niet schelen, ik zit over Wiegman na te denken. Ze is gedreven, fanatiek misschien. Waar zou dat vandaan komen? Niet vanuit afgunst jegens mannen, dan zou ze een soort feminisme uitstralen waar je je meteen aan ergert. Dat is niet het geval. Het klinkt klef, maar ik denk dat verliefdheid op het voetbal haar inspireert tot die doelgerichte ambitie waarmee ze haar werk doet. Daarnaast is ze heel bescheiden en zorgzaam. De combinatie van bescheidenheid en ambitie is fascinerend. Beide eigenschappen komen heel natuurlijk over. Humor heeft ze ook. Kan ze alsjeblieft minister-president worden na het WK?

Beeld Valentina Vos
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden