Als een kind in een snoepwinkel zo blij

Hij houdt van München. Niet van die ‘protserige kermis’ in het centrum, maar van de kunst, de architectuur, de rust en de ruimte....

Achter de Griekse tempels aan het Königsplatz bevindt zich een groot, lomp, fascistoïde pand. In de marmeren hal staan honderden torso’s, Griekse nymfen, Afroditen, Heraklessen, Venussen van Milo, Amors, stervende Galliërs en Bacchussen – met en zonder lendenen, hoofden en voeten. Het zijn gipsen beelden, modellen voor de academische kunst. De meeste soortgelijke collecties zijn door modernisten kapotgeslagen, maar deze, hier in het Zentralinstitut für Kunstgeschichte in München, is nagenoeg intact.

De collectie is indrukwekkend en het gebouw toegankelijk voor publiek, maar geen toerist zal hier ooit toevallig naar binnen stappen. ‘Dit was vroeger het hoofdkwartier van de NSDAP’, zegt Henk van Os, voormalig directeur van het Rijksmuseum. ‘München was tijdens de Tweede Wereldoorlog de nazi-stad bij uitstek.’ Ertegenover staat een identiek pand, de Münchener hogeschool voor muziek en theater. Dit gebouw was de Führerbau, zegt Van Os, ‘het huis waarin Adolf Hitler deels woonde en werkte.’

Van Os is curator van het Zentralinstitut für Kunstgeschichte, en bezoekt München dan ook regelmatig. Hij laat graag zien waarom deze stad niet oubollig en conservatief is, zoals de reputatie wil. München heeft niet alleen een rijke – en soms onaangename – geschiedenis, maar is ook een van de belangrijkste kunststeden ter wereld. ‘Dit is bovendien de rustigste grote stad die ik ken, en daarom hou ik ervan’, zegt hij. Lachend: ‘Maar als je een Manhattantype bent, dan wil München niet zo goed.’

Hij laat het oude stadscentrum links liggen en wandelt door het Kunstareal, de universiteits- annex museumwijk. Rondom het Königsplatz en de Prinzregentenstrasse liggen twaalf musea op loopafstand van elkaar, waarin zo’n zeven eeuwen kunst en geschiedenis wordt tentoongesteld. Wereldberoemd zijn de drie Pinakotheken, de ‘Alte’, de ‘Neue’ en de ‘Moderne’, waarin een omvangrijke collectie Europese schilder- en beeldhouwwerken is ondergebracht. De Alte Pinakothek is het grootste en oudste museum van München. Hier hangen werken uit de 13de tot de 18de eeuw, waaronder de grootste Rubenscollectie ter wereld. Hier voelt Van Os zich ‘als een kind in een snoepwinkel zo blij’.

De tocht voert langs brede lanen met neoklassieke villa’s, middeleeuwse panden en hypermoderne architectuur. In München wonen 1,3 miljoen mensen, maar door de weidse straten en pleinen lijkt het er nooit druk. We wandelen langs het Bayerisches Nationalmuseum – ‘Mooi hè; dit ontwerp diende als inspiratie voor het Rijksmuseum’- door een van de parken langs de Isar.

München heeft een mooie balans tussen stad en natuur, vindt Van Os. Het heeft drie grote parken, de Englischer Garten, de Hofgarten en het relatief nieuwe Westpark. Rond de stad liggen drie grote meren, waarvan de Ameersee favoriet is bij de kunsthistoricus. Gewapend met een zwemtas en zonnebril neemt hij de S-Bahn naar Herrsching, waar we koffiedrinken op het terras van Hotel Seehof aan de steiger. ‘Ik ben hier ook weleens te voet naartoe gekomen’, zegt Van Os. Dat is vanuit de stad een wandeling van zo’n vijf uur, langs bossen, heuvels, meren en kastelen. Heel mooi.’

In de namiddag wacht de boot naar Diessen, een historisch en daardoor toeristisch plaatsje, met veel oude Beierse huizen waarop heiligen en schertssituaties zijn geschilderd. Dit is een complete artificiële wereld, zegt Van Os. ‘Elk detail is bewust zo ontworpen. Maar het is oud genoeg om voor kunst te kunnen doorgaan.’ Lachend: ‘In plaats van kitsch.’

Diessen heeft een van de mooiste nog intacte rococo-kerkjes ter wereld, de Marienmünster. We gluren door een openstaande deur langs steigers die er staan wegens renovatie. Alles is heel licht en transparant, met veel wit, goud en tierelantijnen, alles lijkt te zweven. Een hemelse wereld, zegt Van Os. ‘Dit is het hoogtepunt van de kerkelijke rococo. Een Gesammtkunstwerk – het omhult je helemaal.’

Terug naar het museumkwartier mijmert hij over zijn liefde voor de stad. ‘München heeft werkelijk alles. Maar je moet wat verder kijken dan die protserige kermis in het centrum.’

BEIERSE KASTELEN
‘Stil zijn! Je bent hier in een kerk’, waarschuwt de lerares met een wijsvinger op haar lippen als ze de klas naar binnen begeleidt. Een twintigtal jochies met gele petten op neemt plaats in de houten banken. In een hoek speelt de organist Bach op een clavecimbel. Zonlicht valt in brede banen door de gebrandschilderde ramen naar binnen.

‘Ik hou van altaarstukken’, fluistert Henk van Os. Als adviseur voor de kunstcollectie in het Nederlandse kasteel Huis Bergh ontdekte hij de herkomst van sommige altaarstukken. ‘Het mooist is als je een drieluik weer compleet kunt maken’, zegt hij. ‘Of als je een plek ontdekt waar altaarstukken nog compleet hangen.’

Tijdens een bezoek aan Schloss Blutenburg beleefde hij eens zo’n moment. Aan het middeleeuws slot is in 1488 een kapel gebouwd. Het is een laat-gotisch meesterwerk. Net als de kerk in Diessen is dit een Gesammtkunstwerk; de drie beschilderde altaarstukken van Jan Pollak, de fresco’s op de muren, de heiligenbeelden, de glas-in-loodramen, de architectuur – alles is op elkaar afgestemd en hangt met elkaar samen. Op het hoofdaltaar in het midden wordt de Genadestoel met de heilige drieëenheid verbeeld, een stervende Jezus in de schoot van God de Vader, waarboven de Heilige Geest zweeft in de vorm van een duif. Op de predella daaronder zijn de vier evangelisten geschilderd tegen een bladgouden achtergrond. Bach versterkt de dramatiek.

‘Ik ga hier helemaal uit mijn dak’, zegt Van Os. ‘De eerste keer dat ik hier kwam, sprongen de tranen me letterlijk in de ogen. Het is geweldig om kunstwerken te zien op hun oorspronkelijke plaats, waarvoor ze zijn bedoeld, en niet in een museum. Dit is de mooiste collectie kunstwerken die ik ken. En het gekke is; hier komt geen mens.’

Het is een oase van rust. Het kasteel, dat hertog Albrecht de Derde in 1430 liet bouwen, staat aan de rand van een meer en dicht bij de ringweg rond de stad, maar door een afscheiding van hoge bomen is van het autoverkeer niets te merken. Aan de binnentuin grenst een brasserie waar bezoekers kunnen koffiedrinken en lunchen. Er is een bibliotheek en een kloostergang. Over het meer glijden sierlijke zwanen, in het water zwemmen forse karpers die met wijdopen bekken naar de oppervlakte komen zodra een van de schoolkinderen de oever nadert.

‘Dat is zo mooi aan Duitsland’, merkt Van Os op; ‘Schoolkinderen wordt hier standaard de belangrijkste kunst en cultuur bijgebracht. Niet alleen op school, ze gaan het ook allemaal bezichtigen. Dat zouden we in Nederland eigenlijk ook moeten doen.’

ETEN EN DRINKEN
Schweinsbraten mit Knödel, Milzwurst und Saures Lüngerl, Leberkäse und Weisswurst - de Münchner keuken is een echte vleeskeuken, en dan hebben we het niet over de categorie kalfsmedaillons en limousins. Duitsland staat bekend om zijn Biergärten en in München zijn ze authentiek en talrijk. Ze zijn relatief goedkoop, typisch Beiers en vooral: gemütlich.

Favoriet van Henk van Os is de Löwenbräukeller, een biergarten met restaurant en een brouwerij aan de overkant van de weg, de Nymphenburgerstrasse.

Het is een zwoele zomeravond en het is er zonder meer gezellig. De manager, Christian Kustermann, schuift aan en vertelt over de rijke geschiedenis van ‘zijn’ Löwenbräukeller. Het gebouw stamt uit 1894 en begon als een café waar uitsluitend bier werd verkocht, de bezoekers namen zelf hun snacks mee. Het pand werd in 1898 uitgebreid met –destijds– de grootste ballroom van Europa, waar grootheden als Chopin en Wagner veelvuldig hebben gespeeld.

Over de roemruchte bezoeken die Aldolf Hitler het liefst aan zijn etablissement bracht, praat Kustermann liever niet. ‘Hitler was hier, ja, maar Hitler was all over München’, zegt hij ietwat gepikeerd. ‘Hij heeft hier alleen een paar speeches gehouden.’

Dat waren niet zomaar ‘een paar speeches’; hier vonden de vergaderingen plaats voor de Putsch van 1923, toen Hitler tevergeefs naar de macht greep. Die bijeenkomsten waren eerder in een andere Biergarten, de Bürgerbräukeller, maar daar bleef na de bomaanslag op Hitler in ’39 weinig van over.

Löwenbräukeller
Favoriete Biergarten van Henk van Os, historisch beroemd vanwege zijn ballroom en berucht vanwege Hitlers bezoeken. dicht bij het centrum. Duizend zitplaatsen, terras onder kastanjebomen, geroemd vanwege zijn heerlijke os aan het spit. Nymphenburgerstrasse 2, tel. +49 (0)89- 526021. Dagelijks open van 10.00 tot 24.00 uur.

Hirschgarten
Grootste Biergarten van München, schijnt het beste bier te verkopen. Geliefd bij families omdat er een speeltuin is, reserveren aanbevolen. Hirschgarten 1, tel. +49 (0)89-172591. Dagelijks open van 11.30-23.30 uur.

Lekker na een duik vanaf het eiland in de Isar. Ook hier is speelplaats. Isarauen 8, tel. +49 (0)89-7232677. Dagelijks open van 11.00-24.00 uur.

In het restaurantgedeelte is de menukeuze opvallend groot, van Wurstsalat tot texmex- en pastagerechten. De Biergarten is klein, knus en Beiers traditioneel, geliefde plek voor studenten. Adalbertstrasse 33. tel. +49 (0)89-2715158. Open van april tot oktober van 11.00-23.00 uur.

MUSEUM
‘Dit móet je zien’, zegt Henk van Os als hij op buslijn 100 stapt. Aan de overzijde van de rivier de Isar die de stad in tweeën deelt ligt Villa Stuck. Dit grote maar intieme museum was het woonhuis, eveneens een Gesammtkunstwerk, van beeldhouwer en schilder Franz von Stuck (1863-1928). De villa wordt gesierd door bronzen beelden in de tuin en stenen beelden op het dak. Binnen hangt een serene rust, in de ontvangsthal praten bezoekers met de receptioniste op fluistertoon.

‘Voor modernisten is dit de Kamer van het Kwaad’, lacht de kunsthistoricus in de salon van het voormalige woonhuis. Het is donker, protserig, heeft een parketvloer met ingelegde motieven, goudfluwelen rookstoelen, spiegelwanden en bladgouden figuren op de muur. Het planetariumplafond in de aangrenzende muziekkamer is door Von Stuck zelf geschilderd, in alle kamers hangen werken van zijn hand – de kunstenaarstempel is als het ware de omlijsting van zijn eigen werk. Het narcisme spat er ontegenzeggelijk van af.

Franz Stuck was de opvallendste Duitse kunstenaar van zijn tijd. De schilder en beeldhouwer richtte een heel nieuwe, symbolistische stroming op. ‘Dit is toch prachtig, intrigerend’, zegt Van Os in de rookkamer, waar een groot schilderij van een naakte vrouw hangt, die als een feniks is afgebeeld. ‘Maar in zijn tijd was dit taboe, dat kon écht niet.’

In het voormalige atelier op de bovenverdieping hangt het schilderij van een vrouw met ontbloot bovenlijf verwerkt in een groenmarmeren altaar, als verwijzing naar de heilige maagd Maria, maar dan omlijst door afbeeldingen van gespierde, uitdagende mannen. ‘Dat moest je maar durven’, merkt de kunsthistoricus op, ‘dit is bedoeld om zonde te verheerlijken. Zie je hoe spannend dit schilderij is? Die schalkse blik? De manier waarop ze naar je kijkt? Hemels! Dit was lang taboe – toen ik in 1974 de expositie Het Geheim in het Groninger Museum organiseerde, werd ik in een recensie ‘een psychologische viezerd in Groningen’ genoemd.’

In de binnentuin zijgen we neer op het terras naast de museumwinkel, en lachen om de discussies van bezoekers over de provocatieve kunst van Von Stuck. Van Os bestelt koffie en beklaagt zich over de nieuwe vleugel die aan de villa is gebouwd. ‘Dat hadden ze moeten verbieden’, zegt hij stellig. ‘Barbaars gewoon. Zo is het niet bedoeld - bezoekers komen niet voor de wisseltentoonstelligen die ze daarin organiseren, ze komen voor von Stuck.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden