Als de artsen arriveren, komen de kapmessen tevoorschijn

Reportage Angst voor hulpverleners in Guinee

In het West-Afrikaanse Guinee, waar de ebola-uitbraak het hevigst is, denkt de bevolking dat westerse hulpverleners het dodelijke virus verspreiden. Artsen worden bedreigd, dorpelingen moffelen besmettelijke patiënten weg en zoeken hulp bij medicijnmannen.

Beeld SAMUEL ARANDA/The New York Times

Acht jongeren, sommigen bewapend met katapulten en kapmessen, staan langs de hobbelige, onverharde weg, die toegang verschaft tot het dorp Kolo Bengou in Guinee. Staand in een opening van het hoge riet zijn ze op hun hoede. In het dorp zouden een paar mensen besmet zijn geraakt met het dodelijke ebolavirus. De jongens blokkeren de weg om hulpverleners tegen te houden.

'We willen geen bezoekers', zegt hun leider, de zeventienjarige Faya Iroundouno. 'We willen met niemand contact.' De andere jongens knikken instemmend, friemelend aan hun katapulten.

'Overal waar die mensen zijn geweest, zijn dorpen getroffen door ziekte', zegt Iroundouno, doelend op de noodhulporganisatie Artsen zonder Grenzen.

Hulpverleners in dit gebied zeggen twee vijanden te hebben. De ongekende ebola-epidemie heeft sinds de uitbraak in maart al meer dan 660 mensen verspreid over vier landen het leven gekost. Zorginstanties in Guinee meldden afgelopen vrijdag veertien nieuwe slachtoffers van het virus. De andere tegenstander is de angst, die een groeiende vijandigheid voedt voor hulp van buitenaf.

Hulpverleners en deskundigen worden beschuldigd van het verspreiden van ebola. Ze worden bedreigd met stenen en kapmessen en hun voertuigen worden soms omsingeld door vijandige bendes. Op smalle, onverharde wegen dienen houten barricades de ebola-dorpen te beschermen tegen de hulpverleners. 'Dat we niet worden vertrouwd, is erg ongebruikelijk,' zegt Marc Poncin, de noodhulpcoördinator van Artsen zonder Grenzen in Guinee, de belangrijkste organisatie die de epidemie in het land bestrijdt. 'Zo stoppen we het virus niet.'

Pogingen om de epidemie in de gaten te houden, komen tot stilstand door 'intimidatie', zegt Poncin. De mensen lijken meer vertrouwen in lokale medicijnmannen te hebben.

Deskundigen zeggen dat de epidemie uit de hand is gelopen. Ebola verspreidt zich gemakkelijk over de poreuze grenzen van Guinee en buurlanden Sierra Leone en Liberia. Het virus dringt levendige markten binnen, overdondert zwakke zorginstellingen en dunt dorpen uit.

Ebola werd voor het eerst gesignaleerd in een gebied op zo'n 650 kilometer afstand van de Guinese hoofdstad Conakry. Hier sloeg de ziekte het hardst toe: meer dan 80 procent van de besmette mensen overleefde het niet. In Guinee zijn ook twee keer zoveel doden gerapporteerd als elders.

In het dorpje Koundony is meer dan een achtste van de bevolking dood - inclusief het dorpshoofd - en veel anderen zijn gevlucht.

Er is geen geneesmiddel voor het virus dat leidt tot hoge koorts, braken, diarree en in de helft van de gevallen ongecontroleerde bloedingen. Meer dan 90 procent van de zieken sterft een snelle dood. Alleen het aanraken van een besmet persoon of dode is al gevaarlijk. Contact met bloed, braaksel of ontlasting kan dodelijk zijn.

Een tweede crisis is ontstaan, zeggen ambtenaren, nu men vreest dat de hulpverleners, voornamelijk Artsen zonder Grenzen en het Rode Kruis, de ziekte verspreiden. Dorpelingen vluchten bij het zien van een naderende Rode Kruis-vrachtwagen. Als een westerling passeert, krijsen de dorpelingen het uit: 'Ebola, ebola!', en rennen ze weg.

Deze maand heeft Artsen zonder Grenzen twaalf dorpen code 'rood' gegeven, wat betekent dat ze mogelijk door het virus besmet zijn maar vanwege veiligheidsredenen niet kunnen worden bezocht. In april leek het besmettingsgevaar nog onder controle. In de afgelopen twee weken is het centrum van de epidemie echter naar Sierra Leone verschoven, waar het grootste aantal nieuwe doden is gemeld. De zieken worden verstopt, en de doden begraven, zonder enige bescherming.

In Sierra Leone raakte vorige week Sheikh Umar Khan, de belangrijkste dokter die zich inzette voor de bestrijding van het virus, besmet. Ook verspreidde het zich naar Nigeria, waar de eerste slachtoffers zijn gemeld. In Liberia werden een Amerikaanse dokter en een hulpverlener ebolapositief getest. Ook stierf de Liberiaanse dokter Samuel Brisbane, een van de belangrijkste ebola-artsen in het land, aan het virus. In de regionale hoofdstad Guéckédou heeft Artsen zonder Grenzen een centrum voor spoedbehandeling opgezet, maar volgens een verpleegster neemt de toeloop af. 'Wie naar binnen gaat, komt er niet levend uit,' zegt verpleegster Fadima Diawara.

Dat de medische teams van top tot teen pakken en maskers dragen, die ze zoveel mogelijk na een behandeling verbranden, helpt niet het vertrouwen te winnen. Het wantrouwen tegen hulp van buitenaf is diep geworteld. In dit deel van Guinee, bekend als Forest Region, zijn al meer dan 200 mensen gestorven. Het gebied staat bekend om haar sterke geloof in traditionele religie. Ahmed Sékou Touré, de dictator die Guinee voor tientallen jaren met ijzeren vuist regeerde, slaagde er maar gedeeltelijk in dit uit te roeien. Massale verbrandingen van fetisjen mochten niet baten.

Lokale ambtenaren zijn een campagne gestart om de gesloten dorpen te openen; in Kolo Bengou zijn zelfs een paar mensen gearresteerd. In het kleine Koundony blijft de angst voelbaar.

Een vrachtwagen van het Rode Kruis kwam een aantal dagen geleden de begraafplaats oprijden, om het in plastic gewikkelde lichaam van de veertienjarige Marie Condé af te leveren. Terwijl het lichaam van de vrachtwagen getild werd, doorboorde gejammer de stilte. 'Er is geen geneesmiddel!', huilde een vrouw. 'Er is geen geneesmiddel!'

De grafdelver, Marie's halfbroer Famhan Condé, transpireerde terwijl hij schoffelde. Het was het 26ste graf dat hij groef sinds het uitbreken van het virus.

'We zijn allemaal doodsbang,' zei hij. 'Er is geen oplossing. We kunnen niets doen. Alleen God kan ons redden.'

Beeld SAMUEL ARANDA/The New York Times
Beeld SAMUEL ARANDA/The New York Times
Beeld SAMUEL ARANDA/The New York Times

Sterfte kan oplopen tot 90 procent

Ebola wordt veroorzaakt door een virus, dat in het hele lichaam bloedingen veroorzaakt. Een medicijn is er niet, de behandeling bestaat uit het bestrijden van de complicaties, zoals diarree en hoge koorts. Bij een uitbraak van de ziekte kan de sterfte onder geïnfecteerden oplopen tot 90 procent.

Hoewel West-Afrika nu wordt geteisterd door de grootste uitbraak ooit, is er geen reden voor een negatief reisadvies. Volgens het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR) is het risico dat reizigers aan het ebolavirus worden blootgesteld zeer gering. Het virus wordt niet, zoals veel andere ziekteverwekkers, overgedragen via de lucht, door te niezen of te hoesten. Patiënten kunnen anderen alleen besmetten via direct contact met bloed, ontlasting, urine, sperma en zweet, maar dat gebeurt pas als zij echt ziek zijn. En de symptomen van de ziekte zijn zo heftig dat buitenstaanders niet zomaar nauw contact met patiënten zullen onderhouden. Tijdens de incubatietijd, van gemiddeld een week, zijn mensen niet besmettelijk. Dat betekent dat terloopse contacten met plaatselijke bewoners die gezond ogen, geen gevaar opleveren. Bovendien wordt het ebolavirus makkelijk gedood door zeep, wasmiddel en bleekmiddel.

Het Europese centrum voor infectieziektenbestrijding ECDC adviseert reizigers naar West-Afrika om rechtstreeks contact met patiënten te vermijden, alleen veilige seks te hebben en om geen bushmeat, vlees uit het oerwoud, te eten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.