Je kunt het maar één keer doen

‘Alles was nog hetzelfde, en tegelijkertijd was alles aan hem veranderd’

De dood kunnen we niet ontlopen. Afscheid ­nemen van het leven kan op veel ­manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Allard Felderhoff (54, marketingmanager Telegraaf Media Groep) overleed op 21 december 2017 door euthanasie. Hij was getrouwd met Desirée Bekker (53, programmamanager Stichting Jong Ondernemen) met wie hij een dochter (21, student) had.

Desirée: ‘Tijdens Sail 2015 had zijn werkgever een boot gehuurd voor alle relaties, en mijn dochter en ik mochten met Allard mee. We liepen richting de Veronicaboot op het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord. Allard had van die lange benen, hij liep altijd twee meter voor ons. En ineens zakte hij in elkaar. Hij zakte letterlijk door zijn benen, het was een heel raar gezicht. Gelukkig was er veel EHBO aanwezig, dus er was meteen hulp. Hij had een iets verhoogde bloeddruk, verder was er niks aan de hand. De volgende ochtend hoorde ik hem van de trap naar beneden lopen. Iedere ochtend smeerde hij in de keuken twee boterhammen met pindakaas voor zichzelf. Toen ik na een kwartier in de keuken kwam, lag Allard languit op de grond. Heel zachtjes riep hij: ‘Help, help!’.

De ambulance heeft hem naar het Tergooi-ziekenhuis in Blaricum gebracht. Drie uur later kregen we pas de diagnose: hij had een zwaar herseninfarct gehad. ’s Middags is Allard in slaap gevallen en hij werd pas na twee dagen wakker. Toen mijn dochter en ik dinsdag in het ziekenhuis kwamen, schrokken we heel erg. Hij kon bijna niks meer zeggen en kon zijn rechterkant niet meer bewegen. Hij wilde een kopje thee, maar kon dat niet meer uitspreken. Hij was alles kwijt. De neuroloog legde uit dat de draadjes in zijn hoofd waren doorgeknipt en dat hij leed aan afasie en apraxie. De rechterkant van zijn lichaam was totaal gevoelloos, daar kon hij niks meer mee. Ze konden in het ziekenhuis niets meer voor hem doen en op vrijdagochtend werd hij in een invalidenbusje naar een revalidatiecentrum gebracht.

In het revalidatiecentrum is hij enorm aan het oefenen geslagen, hij was ontzettend fanatiek. Hij wist dondersgoed dat het herstel kort na het infarct het snelst gaat. De winst moet je binnen twee, drie maanden behalen. Daar heeft hij keihard voor geknokt; logopedie, fysiotherapie, uren, uren, uren, en maar oefenen, oefenen, oefenen. Na twee maanden merkte ik dat hij steeds somberder werd. Hij kon alweer eenvoudige zinnetjes zeggen, ook al kostte het hem veel concentratie, moeite en tijd. Op een donderdagavond in oktober, ik weet het nog goed, sprak hij uit: ‘Dees, als dit het is, dan wil ik dit leven niet.’

Totaal veranderd

Hij is vlak voor Kerst naar huis gekomen. We zagen er beiden om onze eigen redenen tegenop. Allard wilde eigenlijk pas naar huis als hij ‘beter’ was. En ik dacht: hoe moet dat in godsnaam gaan met een man die hulpbehoevend en depressief is? Ik weet nog dat we in de auto zaten op weg naar huis en dat hij heel erg moest huilen: ‘Alles is hetzelfde gebleven, het is mijn huis en mijn gezin, maar ik ben zelf totaal veranderd.’ Een aantal handicaps kenden we, zoals zijn afasie en zijn gevoelloosheid, maar thuis kwamen ook andere dingen tevoorschijn. Hij had bijvoorbeeld veel last van geluiden. Als ik aan het koken was, of onze dochter gooide haar schooltas neer, dan zag je hem in elkaar krimpen van ellende. Dan liep hij de keuken uit naar boven. Voor ons voelde dat als een afwijzing, terwijl hij het juist goed bedoelde omdat hij niet wilde dat wij last van hem hadden.

Voor de val viel Allard het beste te omschrijven als een echte levensgenieter. Hij hield van het goede leven, van lekker eten, sporten, een borreltje drinken met vrienden in de kroeg, was dol op zijn werk. Door het infarct was hij als persoon veranderd. Dat was heel verwarrend voor mij en onze dochter; hij zag er hetzelfde uit, zijn stem was nog hetzelfde, hij had nog dezelfde humor, en tegelijkertijd was alles aan hem veranderd. Zelfs zijn smaak. Hij heeft nooit meer pindakaas gegeten. Zelf wist hij niet of dat aan zijn veranderde smaak lag, of aan de onbewuste associatie met het infarct.

 Allard en Desiree Beeld privé
Allard en DesireeBeeld privé

Allard is op zijn gedachte dat hij dit leven niet wilde leiden, geen dag meer teruggekomen. Wat niet wil zeggen dat hij niet enorm zijn best heeft gedaan om te kijken of er nog meer mogelijk was. Hij heeft er twee jaar voor geknokt. Op een zonnige zondag in de zomer van 2017 zei hij: ‘Ik heb een afspraak om de aanvraag voor euthanasie te doen.’ Het overviel me ontzettend. Ik ben heel positief ingesteld en zag echt nog wel een leven voor ons samen voor me. Hij vroeg zichzelf ook af waarom het anderen wel lukte om dit te accepteren en hem niet. Ik zei alleen maar: ‘Omdat jij jij bent.’ Ik begreep hem zo goed. Alles wat het leven voor hem de moeite waard maakte, kon hij niet meer. Het leven dat er voor hem overbleef, wilde hij niet. Na een lang gesprek met het Expertisecentrum voor Euthanasie beloofden ze hem te zullen helpen. Ik vroeg hoe hij zich erover voelde. ‘Enorm opgelucht’, was zijn antwoord. Terwijl ik alleen maar dacht: ik raak hem gewoon echt kwijt. Toen realiseerde ik me voor het eerst dat ik weduwe zou worden.

Weer de oude

Het moeilijkste vond Allard het om het aan onze dochter te vertellen. Zij hadden altijd een heel sterke band gehad maar toen hij ziek werd, werd het voor allebei lastig. Dingen die ze samen deden konden niet meer, dingen die ze leuk aan elkaar vonden waren er niet meer. Op het moment dat Allard wist dat zijn wens ingewilligd ging worden, kwam er een soort rust over hem. Hij werd weer de oude Allard. Hun band herstelde zich naar het niveau van daarvoor. Ze voerden lange gesprekken over zijn leven en haar toekomst. Hij heeft een mooi boekje voor haar gemaakt met tekeningen van dingen die ze samen hadden beleefd. Ze zijn nog een sieraad voor haar gaan kopen als aandenken; een kettinkje met twee rondjes die zij samen moesten voorstellen.

We zijn op donderdag 21 december uitgekomen als datum, de kortste en de donkerste dag van het jaar. Vanaf maandag hebben we niemand meer gezien, we hadden behoefte ons met z’n drietjes terug te trekken in een cocon. Het is het ergste wat je kunt meemaken, ik hing ’s ochtends kotsend boven de wc van ellende. Maar het was ook mooi en intiem; we hebben eindeloos gepraat en nog alles kunnen zeggen wat we wilden. Hij was ook heel verdrietig, vond het ontzettend moeilijk om ons los te laten: ‘Dit is absoluut niet wat ik heb gewild en ik wil het nog steeds niet. Maar dít leven kan ik niet leiden.’

De artsen kwamen om tien uur. Hij had nog gedoucht en is toen gaan liggen. Hij deed alvast zijn ogen dicht en was heel ontspannen. Een paar seconden nadat het slaapmiddel was ingespoten, kwam hij met een grijns overeind: ‘Ik ben er nog hoor!’. Toen zakte hij weg. Mijn dochter en ik hielden ons aan elkaar vast, we moesten keihard huilen. Op het moment dat hij tien minuten later was overleden, voelde ik een oneindige leegte in mijn hoofd, ik kon niet eens meer denken. Misschien dat het kwam omdat ik in één klap van mijn angst en mijn zorgen bevrijd was. Daarvan had mijn ongelofelijk moedige man me verlost.’

De ervaringen van Allard en Desirée over het ziekteproces en de aanloop naar de euthanasie zijn verzameld in De smaak van Pindakaas. €16,95, Uitgeverij Donkigotte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden