Alles voor 't jong

Dit voorjaar doen, zoals altijd, tienduizenden rooms-katholieke kinderen hun eerste heilige communie. De recente schandalen die de kerk dwarszitten hebben geen directe invloed op de traditie, al neemt het aantal communicantjes gestaag af....

Krullen en diamantjes in het haar wil Esmée Hendriks (8) op de dag dat zij haar eerste communie doet. En zo gebeurt het: zondagochtend om 9 uur belt kapster Nadie aan en na een kopje koffie zet zij de krultang in Esmées haar.

Vandaag ontvangt Esmée in de Sint Clemenskerk in het Brabantse Nuenen haar eerste communie, met alles erop en eraan. ‘Ik krijg veel cadeaus’, zegt ze. ‘Communie hoort er gewoon bij’, vindt haar moeder, die een ‘veel te duur’ pakje bij eerste-communiespecialist Lolly Pop in Eindhoven kocht en vijftig familieleden en vrienden uitnodigde voor een lunch, vanmiddag in de tuin. Traditiegetrouw krijgt Esmée bovendien vlak voordat het gezin naar de kerk rijdt een nieuw horloge. Van Diddle, want daarvan is ze fan. Dat in het schuurtje ook nog een nieuwe fiets staat te glanzen, blijft nog even een verrassing.

Rooms-katholieke kinderen gaan, als ze dat willen, rond hun 8ste voor het eerst ter communie. Na een voorbereiding van ongeveer twaalf godsdienstlessen mogen zij vanaf dat moment tijdens de mis naar voren komen om het lichaam (de hostie) en het bloed (de wijn) van Jezus Christus in ontvangst te nemen – al is de wijn in de praktijk meestal voorbehouden aan de priester. Volgens het katholieke geloof is, op het moment dat de priester zijn zegen uitspreekt, Jezus Christus daadwerkelijk fysiek aanwezig in de vorm van het brood en de wijn.

In 2008 deden ruim 35 duizend kinderen hun eerste communie, ruim de helft minder dan in 1980, 20 procent minder dan in 2000. De kerk loopt leeg, ook als het om eerste communicanten gaat.

In Sint Willebrord is daarvan weinig te merken. Het dorp tussen Roosendaal en Breda is, als het om de eerste communie gaat, the place to be. De Sint-Willibrorduskerk, die lijkt op de kathedraal in bedevaartsoort Lourdes, stroomt elk jaar vol met eerste communicanten. Vandaag is Melanie Luijkx (7) aan de beurt. Vanochtend zat zij voor dag en dauw bij Kapsalon Valentijn, samen met haar mede-communiegenootjes die zich straks met de mooiste kapsels rond het altaar zullen scharen. Van de eenentwintig kinderen in Melanie’s klas doen achttien hun eerste communie. En dat betekent hier veel meer dan alleen het ontvangen van de hostie. Belangrijker nog dan de viering in de kerk is namelijk het feest en de kleding. Het feest na de mis moet groot, bourgondisch en onvergetelijk zijn. En de outfit is, zeker voor de meisjes, een sprookje: ze dragen allemaal een mini-bruidsjurk. Wie aan Melanie vraagt wat ze het leukste vindt aan deze dag, krijgt dan ook steevast als antwoord: ‘De jurk.’

Half april was haar jurk al af. Dat moest wel, want zoals gebruikelijk in Sint Willebrord, wordt er een maand voor de eerste communie proefgedraaid voor een fotosessie. In haar witte jurk en met gekapte haren ging Melanie een middag op pad met de fotograaf. Tussen teer lentegroen werd de eerste communicant in spe vastgelegd als een gelovig bruidje. Er werd een fotoboek gemaakt als aandenken aan de dag die nog moest komen. En de mooiste foto’s werden afgedrukt op het bedankkaartje dat vanavond, na afloop van Melanie’s feest, aan de gasten wordt meegegeven.

Marion en Fred Luijkx geven ongeveer 6.000 euro uit om hun dochter de dag van haar leven te bezorgen. Ze is enig kind, iets wat in Sint Willebrord tegenwoordig gangbaar is. ‘De helft van de kinderen in Melanies klas heeft geen broertje of zusje’, zegt Marion. De kinderen worden op handen gedragen. ‘Alles voor ’t jong’, is het idee. En al schamen de ouders zich een beetje om die uitdrukking te gebruiken: ‘Het dekt wel de lading.’

Na de kapper is het tijd voor de grote aankleedsessie. Melanie danst door het huis: eindelijk mag de jurk aan. Wanneer de rits is gesloten en de witte zijde is gladgestreken, wordt het even stil in de kamer. Marion slaat een hand voor haar mond. ‘Ze lijkt van achter wel een volwassen vrouw’, zucht ze. ‘O, wat prachtig.’

Dan is het opschieten want de kerk wacht niet. Het gezinnetje holt naar de auto. Het regent hard. ‘Gelukkig heb ik een stolaatje’, zegt Melanie terwijl ze klappertandend het portier opentrekt.

Ook in de kerk staan de kinderen centraal. Wanneer Melanie samen met de andere eerste communicanten binnenkomt, klinkt zacht het nummer Tuintje in mijn hart van Damaru en Jan Smit uit de luidsprekers. En de pastoor staat de meeste tijd met zijn rug naar het publiek; hij richt zich tot de achttien kinderen voor hem. Die lezen hun gebeden en zingen de liederen uit een boekje. Hun familie en vrienden in de kerkbanken hoeven zelfs het Onze Vader niet mee te bidden.

Fred en Marion zitten op de eerste rij. Echt kerkelijk zijn ze niet. Ze komen hier met Kerstmis en Pasen, maar deze viering mag je echt niet missen.

Toen de mediastorm rond het misbruik in de katholieke kerk ook in Sint Willebrord losbarste, lag Melanies jurk al klaar en waren de feestlocatie en de clown voor vanmiddag al geboekt. Fred was woedend. Hij belde zijn streng gelovige moeder en vertelde haar dat hij zich ging laten uitschrijven bij de kerk. Maar Fred heeft het druk, dus het kwam er niet van, en nu laat hij het maar zitten. Hij denkt dat het wel weer overwaait.

In Utrecht gaat het er een stuk nuchterder aan toe dan onder de grote rivieren. In Kerkcentrum H. Johannes de Doper-H. Bernardus hangen weliswaar vrolijke tekeningen van de vissen en broden die Jezus ooit uitdeelde, maar de liederen zijn vromer dan in Brabant en alle kerkbezoekers worden geacht mee te bidden. Wieb Devilee (10) is een van de twaalf kinderen die hier vandaag haar eerste communie doet. Ze besliste zelf dat ze het wilde. ‘De cadeaus zijn leuk’, zegt ze, ‘maar ik vind het vooral interessant. Je leert best veel.’ Tijdens de voorbereidingsbijeenkomsten kreeg Wieb, veruit de oudste van haar groep, les over de Bijbel en de gebruiken in de kerk. Ze deed haar best. Ze doet haar eerste communie namelijk ook een beetje om dichter bij God te komen.

Vandaag mag Wieb de eerste lezing van de mis doen. Met heldere stem predikt ze over Jezus die iedereen had verteld over de liefde van God en vervolgens werd gekruisigd: ‘Uit en voorbij? Nee!’, leest ze op vastberaden toon. ‘Met Pasen merkten zijn leerlingen dat hij leefde op een nieuwe manier.’

Er wordt gezongen en gebeden en om de beurt krijgen de kinderen een hostie, die ze in de witte wijn mogen dopen. Op de vraag waarom de wijn niet rood is – dat lijkt toch meer op Jezus’ bloed – kan Wieb ’s middags meteen haar verworven kennis tentoonspreiden: ‘Witte wijn is langer houdbaar.’

Tegen het eind van de mis komt Lisette van Oosterhout, Wiebs moeder, naar voren om namens de ouders pastoor Hans te bedanken voor zijn inzet. Hij heeft de kinderen en hun ouders goed begeleid. ‘Er rezen natuurlijk vragen naar aanleiding van de actualiteit’, zegt Van Oosterhout tegen de volle kerk. ‘Hans is daar heel open over geweest. We hebben goed met elkaar gesproken en we zijn allemaal gebleven.’ De viering wordt afgesloten met een luid applaus.

Thuis is voor Wieb een feestje georganiseerd. Een handvol familie en vrienden schuift aan voor koffie en zelfgebakken taart. Wieb mag haar cadeaus uitpakken: oorbellen, geld voor skates, een puzzel, een spel voor de Wii en van haar ouders een eenwielfiets. ‘Toch wel leuk, die cadeaus.’

In Nuenen stroomt de Sint-Clemenskerk vol met ouders, grootouders en enigszins onwillige kinderen. Rianne, haar man Cor en Timo schuiven aan op rij één.

Ouders proberen hun kleine kinderen in toom te houden. Ze zingen af en toe mee en zeggen ‘amen’. Zo hoort het. Dat hier en daar een Nintendo tevoorschijn wordt gehaald om een kleuter rustig te houden, dat vindt de onze Lieve Heer vast niet erg. De kerk is vol; het moet een mooi gezicht zijn voor de pastoor.

De communicanten komen binnen en het kinderkoor zet, onder begeleiding van een keyboard, een lied in:

‘In mei legt elke vogel weer

een ei, of soms wel twee of meer

Die vogel vindt dat vast heel tof,

in dat hokje in de hof.’

De twee pastoors zingen mee. Met hun boekje in de hand en de blik op oneindig, doen ze denken aan het Nederlands voetbalelftal dat voor aanvang van de wedstrijd het volkslied aanhoort.

Muziek speelt hier, net als in Sint Willebrord, een centrale rol. Het kerkkoor telt veertig leden, de meeste zijn meisjes die twee of drie jaar geleden zelf hun eerste communie deden. Ze zingen de gospel-achtige liederen met zo veel enthousiasme dat er soms zachtjes wordt geswingd op de banken. Stiltes vallen er niet. Als het koor even pauzeert, wordt de evergreen Big Yellow Taxi van Joni Mitchell opgezet. Zo hebben de kerkgangers ook nog iets om naar te luisteren terwijl zij in een stoet richting het altaar schuifelen voor de hostie.

Ter afsluiting van de mis zingt iedereen luidkeels Lang zullen ze leven voor de nieuwe communicanten en daarna stroomt de kerk snel leeg. Hier en daar wordt een Toys ’r Us-tas onder een kerkbank vandaan gevist. Het feest kan beginnen.

Ook de familie Hendriks racet naar huis. Over vijf minuten staan de gasten op de stoep. Even later, Esmée heeft nog net even haar nieuwe fiets kunnen bewonderen, vormt zich een rij familie en vrienden van de voordeur tot aan het feestvarken. Iedereen wil feliciteren. ‘Ej Esmée, proficiat met oe communie’, zegt een neef terwijl hij haar de hand schudt. Esmée kust, knikt en lacht plichtsgetrouw voordat haar vliegensvlugge vingers het papier van weer een cadeautje kapot scheuren. Ze wordt niet teleurgesteld: behalve talloze envelopjes met geld krijgt ze veel Diddl-spulletjes, een dagboek met slot, een spaarpot, kleurpotloden en – ‘Yes!’ – Watertwister.

In de tuin roken opa en oma Hendriks een sigaretje. Boven hun hoofd hangt een piñata, een paard van papier maché dat vol snoep zit. Esmée mag het straks kapot slaan. Van hun elf kleinkinderen is Esmée de zoveelste die haar eerste communie doet en ze worden er niet warm of koud van. ‘Leuk dat het nog gebeurt hoor’, zegt oma. ‘Maar het is te rommelig in die kerk, de pastoor heeft geen gezag meer.’

Ook opa voelt zich niet meer thuis in de kerk waar hij ooit normen en waarden kreeg bijgebracht. En dat komt niet door alle schandalen die nu naar buiten komen, al vindt hij dat niet fraai. ‘Het is niet meer wat het geweest is’, verzucht hij. ‘Behalve dan bij ons in Son, op het woonwagenkamp’, valt oma hem bij. ‘Och, daar is het zo mooi. Daar zijn de communicantjes nog echte bruidjes prachtig. Zij vieren het zoals het hoort.’

Melanie Luijkx, het minibruidje uit Sint Willebrord, geeft haar feest in uitspanning De Twee Gebroeders in Etten-Leur. Familie en vrienden zitten aan lange tafels en eten van de taart waarop een foto van het eerste communicantje is afgedrukt. Melanie is klaar met het uitpakken van haar cadeaus. Dat ging snel want ze had geld gevraagd, dus ze kreeg vooral veel envelopjes. Wat ze ervan gaat kopen weet ze nog niet. Ze heeft eigenlijk alles al. ‘Ook dat is het probleem hier op Willebrord’, lacht moeder Marion. Het enige dat haar dochter nog graag zou willen hebben, is een minilaptop. ‘Maar daarvoor vinden we haar nog te klein.’

Nu holt Melanie met zo’n vijf andere kinderen heen en weer tussen het springkussen en de ingehuurde clown. Haar krullen beginnen uit te zakken en haar schoenen staan ergens in een hoek, maar ze voelt zich nog steeds een prinses.

Achter in de zaal zit Melanies overgrootmoeder (92). De oude mevrouw Luijkx deed haar eerste communie in de jaren twintig in dezelfde kerk. Ze kan zich de dag nog goed herinneren, zegt ze. Er was een groot feest in de tuin. En al werd ze niet zo verwend als haar achterkleindochter – ‘Ik droeg die dag een tweedehands jasje, zwart!’ – toch was het een dag die ze nooit meer vergeten is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden