afscheid nemen

‘Alles stond in het teken van zijn terugkeer, niet van doodgaan’

null Beeld Krista van der NIet
Beeld Krista van der NIet

De dood kunnen we niet ontlopen, maar afscheid ­nemen kan op veel manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Erik van Bruggen (51) overleed op 14 februari 2020 aan de gevolgen van een hartafwijking. Hij was getrouwd met Ernestine Bast (43) en had twee kinderen, Kate (8) en Abe (6). Erik was samen met compagnon en beste vriend Alex Klusman (51) eigenaar van campagnebureau BKB.

Alex: ‘Als Erik een vrouw was geweest, of ik, dan waren we met elkaar getrouwd. We waren heel verschillend, maar juist daardoor vulden we elkaar zo goed aan. Ik ben een calvinist, hij helemaal niet. Hij was een grote denker, ik probeerde dingen te verwezenlijken. Hij hield niet van zelf sporten, ik wel. Hij hield heel erg van muziek, ik minder. We hadden nooit ruzie. Wel meningsverschillen omdat hij het nooit ergens mee eens was. Zijn standaard antwoord was: ‘Daar ben ik het niet mee eens.’ Hij was extreem eigenwijs.

We kenden elkaar sinds 1996, toen ik bij de PvdA kwam werken. Erik was net samen met Lennart Booij Niet Nix begonnen, de vernieuwingsbeweging van de PvdA. Ze gedroegen zich als de neefjes van de toenmalige partijvoorzitter Felix Rottenberg, het waren echt mannetjes. Toch klikte het al heel snel tussen ons drieën. We zaten in het campagneteam van Wim Kok toen hij de verkiezingen in 1998 won. Na die campagne, en na hun gooi om het voorzitterschap van de PvdA, zijn we in september 1999 met z’n drieën het campagnebureau BKB begonnen; Booij, Klusman en Van Bruggen. Naast compagnons werden Erik en ik elkaars allerbeste vriend.

Hij wist sinds een jaar of tien dat hij een erfelijke hartafwijking had; een van zijn hartkamers pompte het bloed minder goed door. Een paar maanden nadat hij trouwde met Ernestine in juni 2016, ging hij voor controle naar het AMC. Hij moest er meteen blijven omdat er 12 liter vocht achter zijn longen bleek te zitten. Hij kreeg een pacemaker. Erik was opstandig, weigerde zijn levensstijl aan te passen. Hij at veel, sportte weinig. Ik heb heel vaak gezegd dat hij gezonder moest gaan leven: ‘Neem een hond, verhuis ook naar Durgerdam, fiets iedere dag met mij naar kantoor!’. Hij wilde het niet. Gestructureerd aan zijn gezondheid denken, paste niet in zijn levensstijl. Hij vond het ook heel irritant als ik erover begon. ‘Bemoei je met je eigen zaken’. Ik heb me er uiteindelijk bij neergelegd. Hoeveel ik ook op hem in zou praten, het paste niet bij wie hij was. Het zou misschien een deel van zijn originaliteit en genialiteit hebben weggehaald. Hij was niet iemand die je in een keurslijf van 10 duizend stappen per dag kon persen.

Alex Klusman en Erik van Bruggen Beeld privé
Alex Klusman en Erik van BruggenBeeld privé

In het voorjaar 2018 kreeg hij een bacteriële infectie op de draden van zijn pacemaker, waardoor zijn nieren ermee stopten. Hij moest aan de nierdialyse, wat hij verschrikkelijk vond. Een jaar later heeft hij van zijn broertje een nier gekregen en dat leek een aantal maanden behoorlijk goed te gaan.

Om het twintigjarig bestaan van BKB groots te vieren hadden we heel lang naar een evenement toegewerkt. Jacinda Ardern, de premier van Nieuw-Zeeland, was een van de gasten. Op de middag van die viering ging Erik naar het ziekenhuis omdat hij zich helemaal niet goed voelde. Hij werd onmiddellijk opgenomen. De volgende ochtend bezocht ik hem op de intensive care. Hij had op dat moment een delier, was helemaal de weg kwijt. Hij heeft twaalf dagen op de ic gelegen. Iedere dag ging ik naar hem toe. Na dertien dagen kwam hij eindelijk bij. Toen ik bij hem binnenwandelde, zei hij: ‘Waarom kom je nu pas?’ Ik antwoordde: ‘Gast, ik heb iedere dag naast je bed gezeten.’ ‘Echt niet! Hoe was twintig jaar BKB?’, dat was het eerste wat hij vroeg.

Er was wel wat met hem gebeurd; hij werd zachter en affectiever. Hij sprak uit dat hij heel blij was met onze vriendschap en dat hij zo gelukkig was met Ernestine. En hij zei ook: ‘Ik zie nu pas dat mijn lichaam onderdeel is van mij.’ Hij heeft heel lang het gevoel gehad dat hij bestond uit zijn hoofd en dat zijn lichaam niet bij hem hoorde. Ik kan me daar helemaal niks bij voorstellen, maar zo verwoordde hij het. Dat zou de verklaring kunnen zijn dat hij niets aan zijn levensstijl had kunnen veranderen. Omdat zijn lichaam voor zijn gevoel niet bij hem hoorde.

Na die ziekenhuisopname is hij er toch weer uitgeklauterd en naar het revalidatiecentrum op de Overtoom gegaan. Doordat hij zo verzwakt was kon hij niet meer lopen, dus hij zat in een rolstoel. Hij zat intern en dat vond hij afschuwelijk. Hij was heel opstandig. Maar hij had de stellige overtuiging dat hij weer beter zou worden. Terwijl we het werkelijk over álles konden hebben, heb ik het nooit met hem over de dood gehad. Dat had geen zin, want als ik erover begon, zei hij: ‘Ik word 122.’ Dat was steevast de dooddoener waarmee het gesprek meteen afgelopen was. Hij stak zijn kop in het zand, een totale struisvogel. Alles stond in het teken van zijn terugkeer, niet van doodgaan.

Met Oud en Nieuw kreeg hij koorts, hij bleek toch weer een ontsteking te hebben. Hij werd weer in het ziekenhuis opgenomen en vanaf dat moment ging het per dag slechter. Hij had een wond die niet genas, en er kwamen steeds meer wonden bij. Het voelde alsof je in een rubberboot zat, en terwijl je het lek achterin net hebt gevonden en dichthoudt, begint het opeens voorin ook te lekken. Als ze de ene wond onder controle hadden, zat er opeens een andere wond op zijn bil. Het was een grote ellende.

Op een gegeven zeiden zijn artsen dat ze misschien zijn onderbeen moesten amputeren. Maar uiteindelijk kwamen ze tot de conclusie dat ze met een amputatie een nieuwe wond zouden creëren die ook weer zou kunnen ontsteken. Na dat gesprek kwam ik bij Erik binnen en vroeg: ‘Hoe gaat het?’ Hij rukte zijn leesbril van zijn neus en smeet hem weg: ‘Het gaat heel slecht, écht heel erg slecht.’ Het is het enige moment geweest dat ik zag dat hij doorhad dat hij dood zou kunnen gaan. De volgende dag is hij naar de intensive care gebracht en geïntubeerd, waardoor hij kunstmatig in coma werd gehouden. Iedere dag bespraken de artsen of hij de bocht zou maken. Zo noemen ze dat, de bocht maken. Na vier dagen was het wel duidelijk dat het niet meer zou gebeuren. Na een week is in overleg met ons besloten ermee te stoppen. Toen iedereen er was, zei Ernestine: ‘Laten we het nu maar doen, want dan kan ik Kate en Abe nog van school halen.’ Ze wilde het zelf vertellen aan de kinderen.

We hebben geen afscheid genomen. Ik verwijt mezelf niks, want ik was er altijd. Ik ben ontelbare keren in het ziekenhuis geweest. En ik verwijt Erik ook niks, want hij kon het leven niet loslaten vanwege de drang om alles te blijven doen. Hij had nog zoveel plannen. De angst dat hij niet meer de dingen kon doen die het leven zo mooi maken, maakte dat hij ontzettend bang was voor de dood. Ik snap dat heel goed, ik heb die angst zelf ook. Erik zou nooit klaar zijn geweest. Ook als hij 122 was geworden, zou hij nog zeggen: ‘Ik ben nog lang niet klaar’.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden