Alles in je jongensbroek, behalve een penis

Eindelijk is er weer aandacht en waardering voor ‘mannelijke’ vaardigheden. Maar hoe een jongen met iemand van het andere geslacht moet omgaan blijft schimmig....

tekst Wim de Jong

Op onze gewone en ietwat voorspelbare gezinsvakantie op een kasteelcamping in Frankrijk had ik de afgelopen maand tijdens de afwas alvast een plan uitgewerkt voor een echt mannending, dat ik bij terugkeer in Nederland nog met mijn zoons zou kunnen gaan ondernemen. Eenmaal thuis zouden de drie jongens per slot van rekening nog vier schoolvrije weken hebben, en wat kon nu leuker zijn dan nog even iets als kerels onder elkaar te gaan beleven – een expeditie te voet door een onherbergzaam gebied bijvoorbeeld. Of, met de dood permanent voor ogen, per vlot ergens een wilde stroom afzakken. En goed, paalkamperen op een terreintje van Staatsbosbeheer of een meerdaagse fi etstocht door Drenthe volstond desnoods ook.

Dat was nog eens wat anders dan onderling bekvechten en duwen wie ’s ochtends nog even wat langer tegen mamma aan mocht blijven liggen.

Ik was een maand of wat ervoor op het idee van zo’n onvergetelijk masculiene jeugdervaring voor mijn zonen gebracht door Gerrit, een jonge vader wiens kind met zekere regelmaat bij ons over de vloer komt spelen. De laatste keer dat dat het geval was, had Gerrit een steekwapenencyclopedie bij ons thuis op de eettafel zien liggen. Dat boek had ik toentertijd even voor mijn werk nodig, maar desondanks schaamde ik me er koffi etafelboeksgewijs voor, vanwege de op het omslag afgebeelde leger- en jachtmessen. Wat moesten andere nette, progressieve ouders die even bij ons binnenwipten hier in hemelsnaam wel niet van denken?

Een korte blik van Gerrit in de messenbijbel was voor hem op dat moment echter voldoende aanleiding geweest om een enthousiast mannenverhaal af te steken dat ik met stijgende jaloezie had aangehoord. Als twintiger was hij jaren geleden dusdanig aan de drank en dope geraakt dat zijn vader, een oud-militair naar ik begreep, hem van de ene op de andere hosseldag van de straat had geplukt en hem voor een maandenlange survivaltocht door de wouden van Noord-Zweden had meegenomen. Ze sliepen in bivakzakken en navigeerden op het kompas en de sterren, voor zover het dichte gebladerte van de Scandinavische jungle dat laatste tenminste toeliet. Onderweg hielden ze zich in leven met alles wat ze aan beesten aan hun enorme jachtmessen konden rijgen.

Gerrit was tijdens dat uitputtende en tegelijk louterende initiatieritueel veranderd van een behoeftige junk in een sterke, zelfbewuste vent, en tegen de tijd dat hij in mijn messenencyclopedie de Airforce Breakout Hill-Knife (prins Bernhard had er ook een van dat vaderlandse merk) had opgezocht, die hem in Zweden ten dienste had gestaan, was ik zelf in gedachten al zo ver afgedwaald dat ik mezelf als pelotonsleider aan de kop van mijn eigen initiatie- gezinsexpeditie zag.

Ja, dit waren nou typisch van die avontuurlijke voetsporen waarin de De Jongs konden treden. Gek dat we zoiets als gezin ook zonder een dopeverslaving al niet veel eerder hadden gedaan!

Mijn kinderen voelden er, na al drie weken ouderlijke vakantie in de Gascogne te hebben uitgezeten, helemaal niets voor om daarna ook nog eens met alleen pappa door de Zweedse of Drentse rimboe te moeten gaan sjouwen. Hallo, meneer de macho, het leven was geen fi lm, hoor! Hun eigen Rambo mocht dan weliswaar op voorhand een lichtgewicht tipi, drie nieuwe poolslaapzakken en een draagbare titanium keukenuitrusting voor zijn vader-zoonjamboree hebben aangeschaft, maar jammer dan voor hem: de zoons in kwestie gingen liever alvast hun nieuwe schoolboeken kaften, op de Back to School-afdeling van het warenhuis shoppen voor een liniaal en passer en vette lijntjesschriften, en ook weer gewoon lekker hangend op de bank met de Nintendo DS Lite en de iBook aan de gang.

‘En trouwens pap, je kúnt niet eens kompas lezen. Maar als je zelf nou zo graag met zo’n wigwam op je rug wil gaan lopen – niemand hier houdt je tegen, hoor.’

Ik besloot het werkende bestaan dus maar weer gewoon te hervatten en vergat de expeditie, totdat The Dangerous Book for Boys deze maand thuis boven op de messenencyclopedie kwam te liggen. De opdracht om over de wereldwijde zegetocht van dit avonturenboek ‘voor jongens van 8 tot 80’ een artikel te schrijven, bood een mooie gelegenheid om thuis toch nog eens op het mislukte lukte initiatief voor de vader-zoonjamboree terug te komen. Hoe dangerous waren mijn eigen kinderen, en op welke wijze zou ik ze daarin kunnen stimuleren?

‘Luister’, zei ik tegen Rokus (13), die je in zijn vrije tijd blind kunt opsporen onder zijn fleece dekentje op de grote bank in de woonkamer, ‘tien dagen wandelen zonder kennis van enige Zweedse heg of steg was als idee dan misschien wel crazy, maar wat verwacht je op jouw leeftijd dan eigenlijk wél van je vader?!’

Rokus wreef een héél lange, sluikvallende pony voor zijn gezicht weg, keek me vanachter zijn Pokémon-display niet-begrijpend aan en mompelde vervolgens: ‘Wbedoelje?’

‘Ik bedoel: wat vind jíj dat je als jongen speciaal van een vader moet leren? Noem iets waarvoor je bij je moeder, je schooljuffrouw of bij een vrouw in het algemeen, niet zo gemakkelijk terecht kunt!’

‘Zelf je fi etsband leren plakken!’, begon maar alvast mijn toehorende, altijd alerte ex, die naast ons woont, terwijl ze ostentatief haar linkerhand opstak om driftig op haar vingers te gaan tellen. ‘Lampen ophangen. Schilderen. Gaatjes boren. Technische dingetjes. Gordijnrails eindelijk eens vastzetten! Kortom, al die klusjes die alle mannen eigenlijk gewoon zouden moeten kunnen.’

‘Zelf een schip varen?’, begon ik mee op te sommen. ‘Zeemansknopen leggen? Fikkie stoken? Een brommer opvoeren? Een klein kinderboerderijdier slachten voor onmiddellijk gebruik? Barbecuen? Zeg het! Wat wil je nu, vlak voordat je echt groot wordt en zelf een man, nog van een vader opsteken?’

Rokus verschoof onrustig onder zijn dekentje, ongetwijfeld als een idioot zoekend naar het juiste, sociaal wenselijke antwoord: ‘Eh, vaders moeten hun kinderen meenemen naar Alaska. Iets stoers met ze doen. Ervoor zorgen dat wij als jongens geen mietjes worden!’

‘Alaska?! Maar je wou deze schoolvakantie niet eens mee naar Drenthe, omdat je al moe en zenuwachtig werd bij de gedachte!’ ‘Da’s waar. Oké dan... jongens kunnen van een vader leren hoe ze met vrouwen moeten omgaan... Dat is de goede vraag!’

The Dangerous Book for Boys behandelt, bijna letterlijk, 1001 onderwerpen, waaronder inderdaad ook die hoe met het andere geslacht om te gaan. Maar dat is op zijn best een beleefdheidshoofdstukje in een handleiding die toch vooral bedoeld is om jongens een weg in hun leven te wijzen die van de wondere wereld van meisjes en vrouwen áf loopt.

Want tot de verbeelding sprekende hoofdstukken als die over de essentiële gereedschappen die je in je jongensbroekzak moet hebben om je staande te kunnen houden in de maatschappij van 2007 (een Zwitsers zakmes, een zakdoek, een doosje lucifers, een loep, vishaken), over hoe je een katapult en een pijl-en-boog maakt, over goocheltrucs met een oude zilveren gulden, en kunstjes die je een hond kunt leren, behoren jongens het masculiene zelfbeeld en de eigenwaarde terug te geven die ze de laatste decennia node moesten missen als gevolg van de voortschrijdende feminisering van de samenleving.

De sinds de jaren zestig gevoerde strijd tegen de onderdrukking van de vrouw heeft de maatschappij tot dusver ontzettend veel goeds opgeleverd, maar zoals bekend helaas ook de opkomst van nieuwe onderdrukte bevolkingsgroepen in de hand gewerkt. Psycholoog Martine Delfos constateerde in Pedagogiek in praktijk (2001) een dreigende ontmannelijking van de man:

‘Soms lijkt het er in de huidige maatschappij wel op dat mannen geen mannen meer mogen zijn. De vrouwelijke moraal domineert. Dat komt doordat onze maatschappij erg talig is geworden en volslagen op communicatie is gericht, en dat is de sterke kant van vrouwen. Vrouwen geven tegenwoordig vaak de boodschap aan mannen dat ze vooral niet man moeten zijn. Aan de ene kant eisen ze vrouwelijk gedrag – praten en zorgen –, aan de andere kant juist mannelijk gedrag, zeker wanneer ze zich in gevaar bevinden.

‘(Meisjes) missen de assertiviteit om te handelen bij gevaar, om op te komen voor hun eigen belangen, en om de leiding op zich te nemen. Ze kunnen vaak uitstekend hun gevoelens onderkennen en onder woorden brengen, maar voelen zich vaak machteloos om hun ideeën ook ten uitvoer te brengen. Ze missen een hormoon als testosteron (dat mannen standaard negen maal zoveel in hun bloed hebben als vrouwen) om bij gevaar de nodige handelingen ook daadwerkelijk uit te voeren.’

Het bovenstaande mag de noodzaak (en aansluitend ook het succes) van studlit als The Dangerous Book for Boys onder mannen en zonen volledig verklaren. Eindelijk weer aandacht en waardering voor hun sekse-specifi eke vaardigheden. En het hoeft niet elke dag van pas te komen dat je in plaats van inkt urine gebruikt in handgeschreven boodschappen die niet voor de vijand zijn bestemd, maar de zekerheid dat je over dergelijke oerkennis beschikt, verschaft je als jongen een houding, een attitude die we sinds de teloorgang van de padvinderij in onze westerse maatschappij niet meer kennen – de goede werken op dit vlak van streetgangs in binnen- en buitenland natuurlijk niet te na gesproken.

Zaak is nu dat, na de vaders, ook onze opgroeiende zonen zelf voor de ideeënwereld van The dangerous book for boys worden gewonnen. Bij ons thuis ligt het boek inmiddels al een poosje boven op die messenencyclopedie ter inzage, maar de kinderen hebben tussen alle dagelijkse YouTube- en Pokémon-beslommeringen door nog geen kans gezien om zich te verdiepen in de studie van wolkenformaties of de regels van het cricketspel, twee uitvoerige lemma’s in het jeugdboek.

Ook vader zelf is er wegens overvolle werkweken nog steeds niet toe gekomen om met het 300 pagina’s dikke compendium op schoot apart te gaan zitten met zijn zonen en bijvoorbeeld het grootste papieren vliegtuig ter wereld met ze te vouwen. Dat is ook weer zo’n modern probleem voor mannen: ze moeten die pro-actieve vaderrol er op de een of andere manier zien bij te fi etsen, terwijl ze er tegelijk maar nauwelijks kans toe hebben gekregen om wat regelmatiger onder de prestatiedruk op het werk uit te kruipen.

In de Verenigde Staten, waar men altijd voorop loopt, is intussen al een eigentijdse oplossing gevonden voor dit pijnlijke dilemma: in New York worden door de rijken sinds een paar jaar stoere, jonge mannelijke nanny’s – manny’s dus – in dienst genomen om jongens in hun jeugd de vaderfi guur te bieden die hun echte verwekkers door tijdgebrek niet kunnen vervullen. Wordt ook hier de nieuwe lifestyletrend, schijnt. De roman die insider Holly Peterson er met Dagboek van een Manny (House of Books, 2006) over schreef, lag de afgelopen dagen bij ons thuis eveneens op de leesstapel ter voorbereiding voor dit verhaal.

Want wat doen manny’s waarvan je als moderne-vader-zondertijd het nodige kan opsteken? Ze basketballen, high-fi ven, keten en schaken wat af met de jongetjes op wie ze dagelijks moeten letten, zo blijkt. Maar dan worden zulke manny’s na een paar bladzijden per ongeluk verleid door de vrouw die plotseling in hun leven gekomen is en die hen in dienst heeft.

Aan de opvoedkundige capaciteiten van manny’s wordt in Petersons boek dan nauwelijks nog een woord besteed, maar over seks met deze surrogaatvaders des te meer. Veelzeggend: in alle seksscènes in Dagboek van een Manny neuken de kerels niet meer, maar likken ze mevrouw de meerdere alleen nog. Een penis is anno 2007 allicht wel het láátste dat je tegenwoordig in een echte jongensbroek moet hebben zitten.

Dus tja. Ik kan Jim, Rokus en Béla met behulp van het Dangerous Book for Boys nog voordoen hoe je papier marmert en waar Venus zich ongeveer bevindt aan de sterrenhemel – en misschien ook interesseert het ze langer dan een minuut of tien. Maar voor het antwoord op de wezensvraag van Rokus hoe je met vrouwen moet omgaan, lijkt er voor de moderne jongensavonturier weinig anders op te zitten dan op de afdeling chicklit in de boekwinkel eens door wat eigentijdse lectuur te bladeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden