Interview De Vriendschap

Alles aan onze vriendschap is voor de buitenwereld vreemd

Vooral op sociale media lijkt het soms wel of niemand meer met iemand overweg kan. De Volkskrant zet daar deze zomer vrienden tegenover die grote en kleine verschillen overbruggen. Deze week: schrijver Mounir Samuel en Eerste Kamerlid voor D66 Petra Stienen.

Petra Stienen en Mounir Samuel Beeld Waldthausen Marlena

Toen Mounir Samuel (28) onlangs zijn nieuwe boek God is groot – Eten, bidden en beminnen met moslims presenteerde, hield Petra Stienen (53) een toespraak. Ze sprak over het ‘Graf met de handjes’ in haar geboortestad Roermond, met daarin een jonkvrouw en een kolonel die voor 19de-eeuwse begrippen een ‘gemengd huwelijk’ hadden – de een was katholiek en de ander protestants. Na hun dood mochten ze niet op één begraafplaats liggen en zo belandden ze aan twee kanten van een muur. Daar overheen houden twee gebeeldhouwde handen elkaar vast. Dát is wat Samuel in zijn boek doet, zei Stienen: als christelijke Egyptische Nederlander reikt hij zijn hand over de muur.

Tijdens de toespraak gebeurde er iets. Stienen voelde aan de zaal dat mensen zich afvroegen: huh, hoe zit het nou met die twee? Zo’n mevrouw, ex-diplomaat en Eerste Kamerlid namens D66, wat moet die met de veel jongere schrijver Mounir Samuel, die zo totaal wars van conventies is? Waarom legt ze een verband tussen haar eigen Limburgse achtergrond en Mounir Samuel met zijn boek over moslims en de islam? Na afloop zei iemand tegen Samuel: ‘Wow, zij houdt echt van jou, hè?’ Samuel antwoordde: ‘Wat dacht je dan, waarom zou ik anders al ruim zeven jaar vrienden met haar zijn.’ Het weerwoord: ‘Ja, maar ik dacht: misschien, toch...’

Jullie krijgen heel vaak vragen over jullie vriendschap, heb ik begrepen. Hoe komt dat?

Samuel: ‘Tja, wie van ons tweeën kopt hem in?’

Stienen: ‘We zijn geen stel-stel, maar er is wel intimiteit tussen ons, dat merk je zelfs als we een stukje van elkaar af zitten. Je ziet mensen vaak een beetje zenuwachtig worden als ze ons samen zien, ze snappen het niet.’

Samuel: ‘Het heeft te maken met deze tijd, waarin mensen steeds minder onbaatzuchtig zijn en snel denken: wat levert mij dit op? Wat wij met elkaar hebben zou dan eerder een werk- of een netwerkcontact moeten zijn.’

Dat had gekund. Jullie zijn allebei Midden-Oostendeskundigen.

Samuel: ‘We hebben het wel over het Midden-Oosten omdat daar ons hart ligt, maar we hebben het weinig over politieke kwesties. Sowieso zijn we niet zo van het debatteren. Kijk, we kunnen simpel zijn: alles aan onze vriendschap is voor de buitenwereld vreemd. We leven in een tijd van identiteitspolitiek waarin mensen eendimensionaal worden gemaakt. Volgens die redenering klopt er nogal wat niet aan ons tweeën: we zijn man en vrouw, er is een groot leeftijdsverschil, wat Petra tot een cougar zou maken en mij tot een gold digger, of weet ik wat.’

Stienen grinnikt: ‘Er is weinig gold hoor, schat.’

Samuel: ‘Ja, I know. Maar goed, zij is hetero en ik niet, zij is van D66 en ik ben niet de grootste sympathisant van die partij. Omdat ze van D66 is, wordt gedacht dat ze niet gelovig is en ik ben dat wel...’

Stienen: ‘Ons temperament is verschillend. Soms denk ik: mmm, een beetje doseren mag wel.’

Samuel, met een lachje: ‘Dat heet jong en bevlogen.’

Nou goed, Petra is dus wat rustiger.

Samuel: ‘Ik zou zeggen dat ik contemplatief passioneel ben en ik vind Petra hartstochtelijk redenerend. De ene keer steekt het ene meer de kop op en de andere keer het andere. Op mijn boekfeest, na afloop van de presentatie, heeft Petra gebuikdanst. Dat doet ze prima hoor, niks mis met die heupen.’

Stienen: ‘Mounir zet mij aan, omdat hij uitstraalt: durf alles te zijn wat je wilt.’

Petra Stienen en Mounir Samuel Beeld Waldthausen Marlena

Het is ’s ochtends iets na half elf als Mounir appt dat hij op het verkeerde station is uitgestapt. Hij heeft een oogziekte, waardoor zijn zicht voor 90 procent is verdwenen en dan horen dit soort onverwachte wendingen in het programma er soms bij, helemaal als hij op relatief onbekend terrein is. Hij woont in Amsterdam, Stienen in Den Haag. Op haar verzoek zitten we in een café in het Haagse winkelcentrum New Babylon, ze gaat bijna op reis en zit krap in de tijd.

We wachten even en dan begint Stienen te bellen. ‘Hallo schat! Waar ben je?’ Samuel is al in New Babylon, maar moet nu het café nog vinden. Er volgen aanwijzingen, links, rechts, tegenover de blauwe borden en dan roept Stienen ineens: ‘Hé, je bent er al, ik zie je lopen. Ik zie een hele mooie man!’ Tien seconden later loopt de man het café binnen, ze omhelzen elkaar en dan gaan ze zitten, deze twee heel verschillende mensen volgens buitenstaanders, die iets met elkaar hebben, maar wat?

Petra Stienen is arabist en was zeventien jaar diplomaat, waarvan negen jaar in Egypte en Syrië. Ze adviseert overheden, bedrijven en ngo’s op het gebied van diversiteit, inclusie en persoonlijk leiderschap en is daarnaast één dag in de week senator. Ze schreef boeken over het Midden-Oosten en de wijk in Roermond waar ze opgroeide, de Donderberg. Mounir Samuel is politicoloog en journalist voor De Groene Amsterdammer, performance-artiest en theatermaker en schrijver van intussen tien boeken. Thema’s in zijn werk: de Arabische wereld, sociale revolutie, maatschappelijke verandering, geloof, minderheden en rechtvaardigheid.

Pauw & Witteman 

Ze werden in 2011 tegelijk bekend bij een groot publiek, toen ze tijdens de volksopstand in Egypte geregeld aan de talkshowtafel van Pauw & Witteman plaatsnamen om de ontwikkelingen te duiden. De uitzending van 11 februari werd memorabel: president Moebarak was afgetreden en om dat te vieren buikdanste Samuel op de tafel. Hij heette toen nog Monique en droeg een doek om de heupen met gouden rinkeltjes erop.

De avond was om meer redenen speciaal. Vlak voordat ze de studio binnengingen, bespraken ze het competitieve sfeertje dat rondom hen was ontstaan. Op sociale media en in hun eigen omgeving was deze kwestie aan de orde: wie zit er vanavond bij Pauw & Witteman te duiden, komen ze allebei of apart? Op Stienen werd het beeld geplakt van de ervaren Midden-Oosten-deskundige, op Samuel dat van jonge, frisse nieuwkomer in commentatorland. Zelf hadden ze niets met dit soort tegenstellingen, waarop Stienen tegen Samuel zei: ‘Weet je, zie me maar als je grote zus.’

‘Dat moment is me heel erg bijgebleven’, zegt Stienen. ‘We stonden daar en hadden allebei dat Midden-Oosten-achtige, familiaire inner circle-gevoel.’ Na afloop van de uitzending zei Stienen: ‘We moesten maar eens samen eten.’ Zo toog Samuel op een zonnige dag naar Stienens huis, waar ze aten aan de keukentafel. ‘Dat betekende heel veel voor mij’, zegt Samuel. ‘Wanneer word je in Nederland nu direct thuis uitgenodigd?’

Petra Stienen en Mounir Samuel Beeld Waldthausen Marlena

Hoe heeft het zich daarna ontwikkeld? Zien jullie elkaar vaak?

Samuel: ‘Nee, dit is een vriendschap van kwaliteit en niet van kwantiteit. Elkaar vaak zien is complex met onze levens, zeker met het drukke schema van Petra.’

Stienen: ‘Mag ik even? Ik heb geen druk leven, ik heb een vol leven.’

Samuel: ‘We zien elkaar misschien acht keer per jaar, en het kan ook vier of tien keer zijn — maar dit is niet waar het om gaat. Als we bij elkaar zijn, staat de tijd stil en ik merk dat ik nog dagen, zo niet weken op Petra’s uitspraken kauw.’

Noem eens wat?

Samuel: ‘Tijdens het diner aan de keukentafel zat ik midden in mijn master international relations and diplomacy. Ik overwoog om bij Buitenlandse Zaken te gaan werken en toen ik dat aan Petra voorlegde, zei ze: ‘Je bent als een mes dat aan twee kanten snijdt, dat past niet in een bestekla.’

Weet jij dat nog, Petra?

Stienen, stellig: ‘Nee.’

Samuel: ‘Ik zal het nooit vergeten. Ik begreep meteen waarom ik niet de meest geschikte persoon ben voor Buza. Alles viel op zijn plek, waarom veel mensen zo ongemakkelijk worden in mijn buurt. Wat snijdt, dat schuurt ongewild, hè? Dat was een heel groot inzicht en het gaf me rust. Ik hoor in geen enkele bestekla.’

Wat bedoelde je met die opmerking, Petra?

Stienen: ‘Mounir is moedig. Ik ben voorzitter van de Stichting Vrienden van Rutgers en we hadden een avond over grenzen, waarbij Mounir een training gaf. Hij deed een soort ‘Over de streep’ en vroeg aan mensen zichzelf te positioneren op grond van geaardheid, geslacht en gender.’

Samuel: ‘Iedereen begon met de binaire gedachte: ik ben hetero of homo, ik ben man of vrouw. Ik wilde laten zien dat we in een continuüm staan, we zijn allemaal masculien en feminien. Ik merkte dat sommige mensen in de war raakten en Petra had de houding: let’s do it, kom op met dat zelfonderzoek! Petra denkt constant buiten haar eigen kaders, voor zover die bestaan.’

Stienen: ‘In Mounirs buurt word ik zelf ook altijd moediger. Hij laat zien dat alle grenzen fluïde zijn. Iedereen zou zijn eigen seksuele identiteit moeten kunnen kiezen en de liefdes-, levens-, of seksuele partner die hij of zij wil. Ik ben ervan overtuigd dat we dan een betere en rechtvaardiger wereld krijgen.’

Samuel: ‘Waarom moet overal altijd een label op? Welke letter van LGBTQI moet ik kiezen? Ik ben geen letter en Petra ook niet. Wat Petra en ik elkaar heel erg geven, en daarom hebben we ook niet snel discussies, is het complete zelfbeschikkingsrecht. Dat ligt onder onze vriendschap. Of ik hetzelfde vind, doe of geloof als Petra is niet relevant, want we laten elkaar in onze waarde. Dat zorgt voor instantveiligheid, waardoor we elkaar kunnen aanraken zonder dat we daar een ongemakkelijk gevoel bij krijgen. Ik heb nooit de gedachte: o, hier zit meer achter, wat gebeurt er?’

CV Petra Stienen

1965 Geboren in Roermond

1984- 1991 Arabisch en Midden-Oostenstudies in Leiden, Caïro en London

1992-2009 In diplomatieke dienst, van 1995-2004 in Caïro en Damascus.

2008 debuut Dromen van een Arabische Lente – Een Nederlandse diplomate in het Midden-Oosten

2009-2010 BMC management advies.

2011- heden: zelfstandig adviseur, publiciste, dagvoorzitter

2012 Het andere Arabische geluid

2012 Vrouwen in de Media Award

2013 Prins Bernhard Cultuurfonds Inspiratieprijs Limburg

2015 Terug naar de Donderberg – Portret van een wereldwijk

2015 – heden Eerste Kamerlid D66

2016 Aletta Jacobsprijs

2017: lid van Parlementaire Assemblee Raad van Europa

Stienen heeft een dochter

Drie jaar geleden, op Stienens 50ste verjaardag, begon Samuel over zijn fysieke transitie. Samuel vroeg haar: ‘Hou je ook nog van me als ik je broer ben?’ Stienen antwoordde: ‘Ik hou van je ziel.’

Samuel: ‘Het was de eerste keer dat ik het op een publieke plek tegen iemand zei. Je switchte meteen. Je noemde me vanaf dat moment ‘hij’.’

Stienen: ‘Het maakt mij wezenlijk niets uit. Of nee, dat is niet waar. Het maakt me wel uit, omdat ik zie dat je ondanks al je worstelingen nu echt gelukkig bent.’

Had je eerder niet aan Petra verteld dat je over een transitie nadacht?

Samuel: ‘Nee.’

Waarom niet? Ze lijkt me wel iemand met wie je dit kon bespreken.

Samuel: ‘Zeker. En met terugwerkende kracht zou ik het ook hebben gedaan. Maar ik had al een paar keer te horen gekregen: wat een onzin, je bent echt in de war. Toen heb ik besloten: ik keer naar mezelf en God terug. Ik ben de stilte ingegaan en dacht: ik treed pas weer naar buiten als ik mijn beslissing heb genomen.’

Je hebt gezegd dat je transitie spiritueel geïnspireerd was. Hoe bedoelde je dat?

Samuel: ‘Voor mij betekende mijn transitie: het volledig omarmen van mezelf. Daarin heb ik God in een ultiemere vorm gevonden. God is man noch vrouw. De eerste mens was man noch vrouw, Adam werd pas later gesplitst. Ik heb geen afscheid genomen van mijn vrouwelijke energie, ik heb altijd gezegd: mijn femininiteit is de kroon op mijn masculiniteit. Petra heeft nog steeds dezelfde vriend als eerst, maar dan in een geëvolueerde vorm. Ik ben dezelfde ziel, zoals Petra zegt. Petra is ook de enige vriendin die in haar affectie voor mij niet is veranderd.’

Alle anderen zijn dat wel?

Samuel: ‘Ja, ze kussen me minder, raken me minder aan. Het is voor al mijn vrienden wat ongemakkelijker.’

Stienen: ‘Ik vind het altijd fijn om met je te knuffelen.’

Samuel: ‘Jij bent een van de weinigen. Mensen vergeten soms dat ik nog steeds een mens ben die aangeraakt wil worden of graag een klopje op de schouder krijgt.’

Stienen: ‘Kom maar op hoor. Lekker.’

Jij weet nu wat testosteron met een lichaam doet, Mounir. Willen mannen wel knuffelen?

Samuel: ‘Het is een culturele misvatting dat mannen geen behoefte zouden hebben aan aanraking.’

Stienen: ‘Mannen horen van jongs af aan dat knuffelen niet moet. Het is sociaal bepaald.’

Samuel: ‘De Arabische cultuur laat dat zien. Daar lopen mannen hand in hand of met de pinken in elkaar. Ik kan daar zo vanzelfsprekend man zijn, er is nooit discussie over, ook niet bij hen die het weten.’

Mounir had het net over God. Dat is ook een van jullie gespreksonderwerpen?

Stienen: ‘Wat ik zo interessant vind aan Nederland: dat gedacht wordt dat als je van D66 bent, je ongelovig bent. Dat klopt helemaal niet. Voor mij kunnen geloven en vrije wil heel goed samengaan.’

Mounir heeft gezegd dat hij traditioneler is in het geloof dan jij.

Samuel: ‘Ik definieer mezelf iets meer als christen dan Petra – hoewel ik ook islamitisch recht studeerde en bid in de moskee.’

Stienen: ‘Dat klopt.’

Samuel: ‘Ik ben ook meer bijbelvast.’

Stienen: ‘Ja, dat denk ik ook. Maar ik geloof zeker in God, die voor mij een innerlijke stem is, een moreel kompas. God zit in alles, werd mij vroeger op de bijbelschool verteld, dat vond ik zo mooi. Maar God is ook dankbaarheid. Ik vind de 99 namen van God in de islam prachtig. De gever. De opener. De alziende. De subtiele. De vergevingsgezinde. De beschermer. De liefhebbende. God is niet in één woord te vangen.’

Laten we naar de liefde gaan, daar hebben jullie het ook best wel vaak over, heb ik begrepen.

‘Best wel vaak?’, roept Samuel uit. ‘Behoorlijk vaak. Laat ik het zo zeggen: als het om seks gaat, doe ik meer een boekje open dan Petra. Ik kan haar volgens mij hele grappige sekstips geven.’

Waarom ben jij daar zo goed in?

Samuel: ‘Ik ken alle facetten van het hele spectrum, met mannen en vrouwen en alles ertussenin. Plus: ik ben wel een beetje van de Verenigde Naties, ik beperk me op het gebied van seks niet tot één cultuur. Tegelijk ben ik ook in de liefde traditioneler dan zij.’

Je hebt me verteld dat je een klassieke romanticus bent. Je zei: ‘Ik ben een old school gentleman. Volgens Petra is er niet één ware en ik zou zweren bij de ware.’

Samuel: ‘Over Petra’s liefdesleven zwijg ik als de Zwitserse Bank.’

Stienen: ‘Er is een heel mooi gezegde: je ontmoet mensen for a reason, a season or a lifetime. Ik ben veel minder op zoek naar die ene for a lifetime. Ik ben getrouwd geweest met de vader van mijn dochter en ik ben nog steeds blij met die prachtige ziel in mijn leven. Maar ik zie soms dat mensen zichzelf zo vastzetten. Ik zeg altijd: heb nou niet de verwachting dat dit de ene ware is, begin nou gewoon bij het begin.’

Samuel: ‘Je waarschuwt mij daar ook voor.’

Stienen, lachend: ‘We geven elkaar vaak relatieadvies. Dan krijg ik weer een Mo-cast…’

Een wat?

Samuel: ‘Een Mo-cast, dat wordt echt een term tussen ons. Een whatsapp-voicememo die ik stuur. Het is een totaal gepersonaliseerde podcast en die is alleen voor Petra’s oren bestemd.’

Stienen: ‘Dan krijg ik twintig minuten te horen: dit is er gebeurd en dat is gebeurd... Het zijn gesproken brieven. En op die manier komen ook de liefdesperikelen aan de orde en dan stuur ik een bericht over mijn recente avonturen terug.’

Samuel, grinnikend: ‘Dat is Petra’s P-cast.’

Jullie leven allebei alleen?

Samuel: ‘We leven allebei alleen.’

Stienen: ‘Maar ik zeg altijd: ik heb veel liefde in mijn leven, mijn hart is vol.’

Samuel: ‘Mijn hart is ook vol. Mijn bed wat minder, maar daar werk ik nog aan.’

Bulderend gelach. Als het weer rustig is geworden, vervolgt Stienen: ‘Met Kerst was ik alleen in Marokko om te schrijven en ik voelde in mijn omgeving een combinatie van jaloezie, bewondering en gierend ongemak. Terwijl: ik vind de stilte heel fijn. Dat leer ik dan weer van Mounir: je mag best anders zijn.’

Wat bedoel je daarmee?

Stienen: ‘We denken in Nederland dat we heel progressief tegen relaties aankijken, maar het zegt genoeg hoe er over de premier wordt gepraat. Ik ben het niet vaak met Rutte eens, maar wel toen hij zei dat alleen zijn het laatste taboe is. Er zijn in Nederland drie miljoen mensen alleen, maar dat betekent niet dat ze eenzaam zijn. Dat in stellen denken, daar moeten we vanaf. Er zijn zoveel andere manieren om je leven in te vullen. We leven in de 21ste eeuw. En ik vind Mounir heel erg van de 21ste eeuw.’

Maar Mounir wil wel graag de ware vinden.

Samuel: ‘Het hele punt voor mij is: ik heb geen familie. Ja, ik héb familie, maar die zie ik nooit. Petra is meer familie dan wie ook. Ze zegt altijd: je kunt op me rekenen.’

Je hebt geen contact met je familie in Nederland en Egypte?

Samuel: ‘Met niemand.’

Gaat dat uit van jou of van hen?

Samuel: ‘Het is niet zo zwart-wit. Het is heel complex. Het gaat van allebei niet uit, maar het is wel de realiteit. Verder beweeg ik me in een wereld waarin ik iedere dag word aangesproken op één bepaalde identiteit en niet op een positieve manier.’

Je wordt sinds je transitie aangezien voor een Marokkaanse Nederlander.

Samuel: ‘Ja, dat gebeurt elke dag. In trams en treinen wordt gedacht dat ik niet ingecheckt ben. Ik word geschaduwd in winkels en in cafés krijg ik te horen: ‘Jouw soort mensen schenken we niet in.’ Ik mag de club niet in. De 16-jarige Mohammed vraagt om respect, maar heeft zelf niet eens door hoe diep de discriminatie soms gaat, omdat hij niet beter weet. Ik wel. En dan is er de islamofobie. Afgezien van mijn eindeloze zoektocht naar God buiten ieder religieus kader, is dit ook een van de redenen waarom ik geïnteresseerd ben in de islam: het is de meest bediscussieerde godsdienst ter wereld, die mij elke dag aangaat en onze samenleving diep vormt en verdeelt.’

Hoe zit het nu met die ware?

Samuel: ‘Ik heb niet zo zeer behoefte aan de ware, maar voor wáár aangenomen worden, voor wáár gezien worden, liefde, intimiteit, huiselijkheid.’

Stienen: ‘De ware is romantiek van Hollywood.’

Samuel: ‘Ja, precies.’

Stienen: ‘Wat jij zoekt is een metgezel. In het Arabisch heb je daar mooie woorden voor: rafiq, metgezel, nadim, drinkebroeder, sharik, partner, ashik, geliefde. Die zoeken we allemaal, maar soms kun je die niet in één persoon vinden. Veel mensen willen dat, maar vaak kan dat niet.’

CV Mounir Samuel

1989 geboren in Amersfoort; Egyptisch-Nederlandse vader, Hollandse moeder.

2007 & 2008 El Hizjra literatuurprijs

2007-2010 studie politicologie, Midden-Oostenstudies Universiteit Leiden/UC San Diego

2009 debuut Voorbij de horizon

2011 jongste politiek commentator bij diverse media

2011 Kleurrijke Prijs

2012 Dick Scherpenzeelprijs voor Journalistiek Talent

2010-2012 post-initiële master international relations & diplomacy Universiteit Leiden/Clingendael

2013-2014 fly-in correspondent voor De Groene Amsterdammer en De Correspondent

2015 Lira Correspondentprijs voor journalistiek talent

2015 coming-out als Mounir

2016 Roman Liefde is een rebelse vogel

2018 God is groot – eten, bidden en beminnen met moslims

Petra, jij hebt vroeger gebroken met je manisch-depressieve vader. Is dat óók waarom jullie zo goed dat familiegevoel bij elkaar kunnen vinden?

Stienen: ‘Sinds ik over mijn vader vertelde in het programma Het mooiste meisje van de klas krijg ik vaker vragen over hem. Maar dat is maar een deel van mijn verhaal. Mijn moeder, zus, broers, mijn dochter, neven en nichten zijn ook belangrijk voor me. En ja, ik heb óók mijn eigen familie gecreëerd in mijn vriendschappen. Ik heb genoeg dingen in het Midden-Oosten gezien waarvan ik dacht: dit is echt erg, dit klopt niet, maar de gemeenschapszin is iets waarvan we kunnen leren.’

Samuel: ‘Als ik zie hoe de Marokkaanse gemeenschap mij heeft opgenomen, met mijn totale eigenheid... Veel mensen snappen het niet, maar het is echt gebeurd. En niet door één of twee mensen, nee, door de volledige gemeenschap van imams en moskeeën tot vrouwenorganisaties en Imazigh-activisten. Ik ben écht opgenomen.’

Veel buitenstaanders hebben het beeld: dat doen Marokkanen niet met een transman.

Stienen: ‘Het beeld, het beeld... Daar gaan we weer. Er zijn zoveel van dat soort projecties op elkaar, maar zodra we echt het contact aangaan, gaan we voor elkaar zorgen. Dat verhaal vertellen we elkaar bijna nooit meer.’

Stienen citeert haar grote held, de Libanese schrijver Amin Maalouf, die hét grote vraagstuk van Europa beschreef als: how to manage diversity. De harde kritiek van minister Stef Blok op de multiculturele samenleving is dan nog niet eens bekend, en Stienen en Samuel voelen achteraf ook niet de behoefte er uitgebreid op te reageren. Hun verhaal spreekt voor zichzelf, vinden ze.

‘Hoe gaan we om met verschillen?’, herformuleert Stienen Maalouf. ‘Ik snap heel goed waarom ik het fijn vind om in de wereld van Mounir te zijn. Die is nogal anders dan de wereld waarin ik meestal zit, die van het witte, overwegend mannelijke, 50-plus politieke Den Haag, en die van de andere bevoorrechte Nederlanders.’

Samuel: ‘Mijn wereld valt echt niet te typeren aan de hand van één religie, kleur of gender.’

Stienen: ‘Ik reis graag met Mounir als een veerman tussen die twee oevers heen en weer. Dat doen we allebei ook in ons werk.’

Samuel: ‘Absoluut. Ik heb het in een groot essay voor De Groene eerder geschreven, vlak voor de discussie over identiteitspolitiek uitbrak: omarm de pluriforme identiteit. Ik heb geen eendimensionale identiteit en niemand heeft die. Wij moeten onszelf weer gaan zien als vader, dochter, neef, vriendin, buurtbewoner... Wat heeft een hipstermoeder met bakfiets met een Turks-Nederlandse islamitische slager gemeen? De buurt waarin ze wonen, de krant die ze lezen, dat ze misschien allebei van Andrea Bocelli houden, dat ze kinderen op dezelfde school hebben. Niemand kijkt meer zo.’

Hij zegt: ‘Ik vind dat onze vriendschap laat zien wat het doet als je meerdere identiteiten omarmt. Ik kan je twintig, dertig, veertig dingen noemen die ik met Petra gemeenschappelijk heb.’ Hij begint op te sommen… En Stienen knikt.

Eerder in deze reeks:

Kunstenaar Tinkebell en ondernemer Jan Hak willen samen de wereld redden
De namen alleen al. Jan Hak. Aards. Hollands. Met recht: uit de klei getrokken. Tinkebell. Speels. Rebels. Graag in roze, maar ze kleurt nooit binnen de lijnen. De vriendschap begon met een telefoongesprek, nog maar een maand of drie geleden.

Van Hanegem en Touzani kunnen lekker chillen met elkaar. Ook als ze het oneens zijn
De een is  zo’n legende dat hij nog steeds door velen wordt gezien als de beste Nederlandse voetballer na Cruijff. De ander is een professioneel straatvoetballer annex baltovenaar die met zijn (ook al onbeschrijfelijke) trucjes op zijn eigen YouTube-kanaal wereldwijd zo bekend is geworden dat spelers van het kaliber Ronaldo, Ramos en De Bruyne tijd vrijmaken om door hem te worden uitgedaagd. Maar wie de twee vrienden complimenteert met wat dan ook, stuit vaak op zwijgen of beschaamd weglachen. Doe toch gewoon, doe toch normaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.