Reportage

Alleen op de wereld

Volgend jaar wordt het vijfde babyluik in Nederland geopend, waar kinderen te vondeling kunnen worden gelegd. Drie vondelingen over hun lot, hun jeugd, de eeuwige zoektocht naar hun moeder. 'Zo'n vondelingenluik, daar ben ik fel op tegen.'

Karim Messaoudi (21) werd te vondeling gelegd voor een portiekwoning in Rotterdam. Hij was toen negen maanden.Beeld Linelle Deunk

Marleen Van Minnebruggen (51) werd in het Belgische Hasselt te vondeling gelegd bij een kinderdagverblijf. Ze groeide op bij adoptieouders.

'Als kind was ik ervan overtuigd dat mijn moeder en vader bekende acteurs waren. Of popsterren. De waarheid is dat mijn moeder er een grote puinhoop van heeft gemaakt.

Ik werd achtergelaten in de hal van kinderdagverblijf De Hummeltjes in Hasselt. Ik was een week oud. De nonnen vingen mij liefdevol op. Eén van hen is zelfs naar mijn moeder gaan zoeken in achterstands- en hoerenbuurten.

De taxichauffeur die mijn moeder afzette bij het kinderdagverblijf kreeg spijt. Hij is naar de politie gegaan, zij is opgespoord en er is direct een procedure geregeld waarmee ze afstand deed. Ik wist daardoor dus wel wat dingen over haar. Bijvoorbeeld haar naam. En dat ze uit het Franstalige gedeelte van België kwam. Altijd als ik iemand Frans hoorde praten dacht ik: zou dat haar zijn?

Pas toen ik 40 was, had ik de behoefte mijn moeder te zoeken. Eerder dacht ik: ze heeft me weggegeven, gewoon ergens neergelegd. Dan hoef ik haar ook niet. Ik heb me altijd een beetje ongewenst gevoeld. Speelde ik met vriendinnetjes, dan voelde ik me altijd het vijfde wiel aan de wagen. En ik kon niet delen. Ik kon het al niet hebben als de buurman vriendelijk naar mijn adoptiemoeder lachte. Mijn moeder was van mij en van niemand anders.

Toen ik zelf kinderen had, zag ik dingen in mijn kinderen die niet uit de familie van mijn man kwamen en ook niet bij mij terug waren te zien. Mijn dochter is linkshandig en kan goed schaken. De oudste is heel muzikaal - mijn man en ik niet. Zouden ze dat van mijn biologische familie hebben? Ik wilde het weten, dus ging op zoek. Via via heb ik heel wat familie gevonden.

Mijn moeder heeft in totaal twaalf of dertien kinderen gekregen. Ik heb er een aantal ontmoet dankzij een man die stambomen maakte. Hoewel ik een goede band heb met mijn adoptieouders en -zus, voelde het meteen goed met mijn biologische zussen. Dat is dus hoe een bloedband voelt, dacht ik. Als thuiskomen.

Het maakte me tegelijkertijd boos. We zaten daar, met z'n achten. Drie verschillende talen, Amerikaans, Vlaams, Frans, en allemaal in een andere omgeving opgegroeid. Allemaal andere vaders. Een zus en een broer zijn ook afgestaan, een zus is in de kliniek na de bevalling achtergelaten, de rest heeft bij opa's, oma's en andere familieleden gewoond. Of in tehuizen. Ik dacht: ze moest eens zien wat ze heeft aangericht. We zijn uit elkaar getrokken. Ontwricht.

Maar ze kan het niet zien. Ik heb haar nooit ontmoet - toen ik 40 was, kwam ik erachter dat ze meer dan twintig jaar geleden was overleden. Dat doet heel wat met je. Aan de ene kant dacht ik: ze kan in elk geval geen dingen zeggen die me kwetsen. Maar ik besefte ook dat mijn vragen onbeantwoord zouden blijven. Wie is mijn vader? Waarom heeft ze me weggegeven? Ik zat tussen twee kinderen in die ze wel hield, al zijn die ook met tussenpozen bij familie ondergebracht. Waarom ben ik ertussenuit gehaald?

Eigenlijk moet ik haar dankbaar zijn. De kinderen die zijn geadopteerd, zijn er het beste uit gekomen. Geen trauma's, geen hechtingsproblemen, gewoon werk, een goed huwelijk, goede relaties. Als ik eerlijk ben, denk ik dat er geestelijk van alles mis was met mijn moeder. Eén ongewenste zwangerschap, dat kan gebeuren. Maar meer dan tien?!

Dat gevoel werd versterkt toen ik mijn oudste in mijn armen had, net na de bevalling. Ik dacht alleen maar: hoe kun je je kind nou weggeven? Hoe kun je zo'n keuze maken? Het is zo onomkeerbaar.

Ik probeer niet te oordelen - elke adoptie heeft een reden. En ik snap dat je als moeder compleet in paniek kunt raken. Maar de manier waarop, dat anonieme, gewoon een kindje ergens neerleggen, dat vind ik onvergeeflijk. Zo'n vondelingenluik, daar ben ik fel op tegen. Dat die taxichauffeur naar de politie stapte, is mijn geluk geweest. Als je te vondeling wordt gelegd zijn je wortels onvindbaar. Terwijl je juist als afgestaan kind een onbedwingbare behoefte hebt om ergens op terug te grijpen.'

Marleen Van Minnebruggen (51) werd in het Belgische Hasselt te vondeling gelegd bij een kinderdagverblijf. Ze groeide op bij adoptieouders.Beeld Linelle Deunk

Karim Messaoudi (21) werd te vondeling gelegd voor een portiekwoning in Rotterdam. Hij was toen negen maanden.

'Daar stond ik dan. Met een doos Merci in mijn hand tegenover twee agenten. Wat zeg je dan? Dank je wel dat jullie me vonden? Het was een beetje gek, ongemakkelijk. Toch had ik de behoefte ze te zien. Zij hebben mij tenslotte gevonden. 21 jaar geleden werd ik door mijn moeder gedumpt in een portiek in Rotterdam-Zuid. Gedumpt, ja, anders kan ik het niet verwoorden. Ik was negen maanden, lag daar in een rood rompertje en er stond een sporttas naast me met een flesje en wat kleertjes. Verder niets. Geen briefje, geen paspoort, geen foto, geen adres. Helemaal niets. Volgens getuigen kwam en ging ze met een taxi. De mensen voor wier deur ik lag, waren op vakantie, getuigen belden de politie. Vanaf die dag tot mijn 18de heb ik op zeventien plekken gewoond. Zeventien! Ik ging van pleeggezin naar pleeggezin, van begeleider naar instelling naar inrichting. Als ik er nu op terugkijk, was ik net een pion die heen en weer werd geschoven. We doen Karim daarheen. Of daarheen. Of nee, toch daarheen.

Ik denk dat ik het gelukkigst was in het pleeggezin waar ik vanaf mijn 6de tot mijn 12de zat. Ik had een huis waar Kerstmis en Sinterklaas werd gevierd, waar we elke avond aan tafel aten. Ik wist heel goed dat ik een vondeling was. Ergens in dat huis lag de sporttas die naast mij stond toen ik werd gevonden. Die zou ik krijgen als ik 18 was. Ik heb er vaak stiekem naar gezocht. Ze moeten hem goed hebben verstopt, want ik heb hem nooit gevonden.

Het was best gezellig in dat pleeggezin. Maar toch voelde ik altijd: ik hoor er niet echt bij. Er waren nog vijf pleegkinderen en mijn pleegouders waren strenge mensen.

Ik werd op een gegeven moment weer opgehaald door Jeugdzorg. 12 was ik toen. Opstandig. Een stampvoeter. Ik jatte dingen van mijn pleegouders, had een grote mond, liep veel weg. Op school ging het niet goed. Ik had al snel door dat de agent die voor de deur stond, mij zou meenemen. Ik rende weg. Die agent erachteraan. Ik weet nog dat die man veel te dik was om mij bij te houden, maar ik ging toch langzamer lopen. Want: als ik zou ontsnappen, waar moest ik dan in godsnaam naartoe?

Als je mij vraagt wat familie is, weet ik het niet. Ik denk dat familieleden mensen zijn die je geld lenen, in goed vertrouwen. Op wie je kunt bouwen. Met wie je Kerst en Sinterklaas viert. Tijdens de feestdagen voel ik me echt fucked up. Ik maak een beetje muziek, game wat.

Er was een periode dat ik veel drugs gebruikte. Waarom niet? Het kon me gestolen worden hoe m'n leven zou vergaan en ik werd er rustig van. Ik heb mijn school niet afgemaakt. Ik heb zelfs een tijdje in een gesloten inrichting gezeten. Hechtingsproblematiek, was de diagnose. Vind je het gek? Ik heb me nooit aan iemand kunnen hechten. Nog steeds: kom je te dichtbij, dan duw ik je van me af.

Sinds ik in Den Haag woon, gaat het beter met me. Ik heb een huisje dankzij een begeleidwonenproject, ik ben afgekickt en in januari begin ik met een horecaopleiding.

Aan mijn moeder denk ik vaak. Een hele tijd heeft het rode rompertje waarin ik ben gevonden aan mijn muur gehangen. Maar mocht ze morgen op m'n stoep staan, dan kan ze meteen vertrekken. Een paar jaar geleden hoorde ik van de politie dat mijn moeder nog op het bureau is geweest, een paar dagen nadat ik was gevonden. Ze had me in de kranten zien staan en was zich kapot geschrokken. Spijt had ze volgens mij niet. Ik geloof dat ze later het land uit is gezet.

Door dat bezoekje weet ik wel waar ik vandaan kom en hoe ik heet, hoewel ik geen paspoort heb. Ik weet dat ik Marokkaans ben en dat mijn moeder was uitgehuwelijkt in Marokko. Daar kreeg ze een kind, ze vluchtte ermee naar Frankrijk en kwam naar Nederland - nadat ze haar oudste kind in Frankrijk had gedumpt. In Nederland dumpte ze mij. Ik weet nog steeds niet waarom. En nu? Ze zal wel weer in Marokko zijn, maar eigenlijk heb ik geen idee.

Mijn vader wist dat ik bestond, maar kon me niet vinden. Met hulp van de politie heb ik hem opgespoord. Hij is ook Marokkaan, woont in Nederland. Op hem ben ik niet boos. Het contact gaat moeilijk - hij spreekt gebrekkig Nederlands en we kennen elkaar nog maar kort. Daar moeten we wat aan doen. Door mijn vader weet ik dat ik Berbers ben. Hoe gek dat ook klinkt: het scheelt veel als je weet waar je wortels liggen. De vraag 'waar kom je vandaan?' kwam me de strot uit. Ik zei altijd: de oceaan. Al weet ik nu nog veel niet, ik kan in ieder geval antwoord geven op die rotvraag.'

Karim Messaoudi (21) werd te vondeling gelegd voor een portiekwoning in Rotterdam. Hij was toen negen maanden.Beeld Linelle Deunk

Antoinette de Boer (54) werd te vondeling gelegd voor een kindertehuis op Kreta toen ze elf dagen oud was. Een Nederlands echtpaar adopteerde haar.

'Soms denk ik: wat nou als ik mijn moeder allang heb gezien? Dat ik naast haar heb gestaan bij de fruitkraam op de markt zonder dat ik het doorhad? Ik zou dat zo erg vinden. Ik weet niets van haar. Elf dagen was ik toen ik werd neergelegd in een stenen nisje voor een kindertehuis op Kreta, Griekenland. Dat nisje was voor vondelingen; er hing een bel boven waar de moeder aan kon trekken. Bij mij lag een briefje voor de verzorgsters van het tehuis. 'Ik kan nu niet voor haar zorgen, maar ik kom haar weer halen. Ik dank jullie, tijdelijke moeders van mijn hart'. Mijn moeder heeft om een of andere reden haar belofte niet kunnen nakomen. Ik heb al duizend-en-een scenario's in mijn hoofd gehad. Dat ze was doorgedraaid. Verbannen. Geëmigreerd. Ik heb geen idee waar ze is. Maar ik heb wel altijd een band met haar gevoeld. Een lijntje van Nederland naar Griekenland. Gek, hè? Ik weet dat ze aan mij heeft gedacht, haar hele leven. Misschien romantiseer ik het, hoor. Maar als je elf dagen je kind hebt vastgehouden, verzorgd, geaaid, geroken, kun je het toch niet zomaar vergeten?

Ik neem mijn moeder niets kwalijk. Dat zou ik haar zo graag willen zeggen. Het ergste vind ik misschien nog wel het schuldgevoel dat ze vast en zeker met zich meedraagt. Ik zou dat kunnen wegnemen door te zeggen: 'Het gaat goed met me, ik ben goed terechtgekomen'.

Bij mijn adoptieouders heb ik een goede jeugd gehad, samen met mijn broertje, die ook was geadopteerd. Maar toch werd ik nieuwsgierig toen ik een jaar of 19 was. Ik voelde me alsof ik uit de lucht was komen vallen.

Alles heb ik gedaan om mijn moeder te vinden. De media in Griekenland opgezocht en in Nederland. Ik heb een onderzoeksbureau op Kreta ingeschakeld, sprak tientallen mensen. Ik was in Spoorloos te zien, zowel de Nederlandse als de Griekse versie. Soms ging ik zelfs naar Griekse feesten in Nederland. Zitten. Kijken. Zie ik iemand die op mij lijkt? Ieder jaar ga ik terug naar Kreta voor een oproep, tijdens Pasen; ik weet dat mensen dan teruggaan naar hun geboortedorp in Griekenland. Dan heb ik de meeste kans.

Tijdens die zoektocht, die nu dus al meer dan dertig jaar duurt, heb ik het al honderd keer opgegeven. Losgelaten. Maar ook honderd keer heb ik het weer opgepakt. Doodvermoeiend. Ik heb vijf dna-tests gedaan met vrouwen die misschien mijn moeder zouden kunnen zijn. Ik ben teruggegaan naar de plek waar ik ben gevonden, naar het tehuis - met mijn pasgeboren dochter, nota bene. Ik had heel erg de behoefte met haar erheen te gaan. Ik stond daar, bij het nisje, met mijn baby. Ik heb daar staan huilen.

Toen mijn oudste werd geboren, heb ik veel aan mijn moeder gedacht. Nog meer dan anders. De eerste elf dagen na de bevalling vond ik heftig. Zo lang heeft mijn moeder mij gehouden. Ik weet nog dat ik op de elfde dag met mijn dochter Jorinda in mijn armen stond en dacht: stel dat ik haar moest weggeven. Dit kleine meisje ergens neer moest leggen en achterlaten. Ik leefde me in mijn moeder in. En tegelijkertijd besefte ik hoe gezegend ik was dat ik die keuze niet écht hoefde te maken.

Een van de scenario's in m'n hoofd is dat ik in het geheim ben geboren. Als baby waren mijn heupen uit de kom. Dat kan wijzen op een onprofessionele, eenzame bevalling. Toen ik laatst op Kreta was, kwam er een nieuw scenario bij. Een Griekse vriend die het briefje had gezien dat ik altijd heb bewaard, zei: 'Je moeder had beloofd terug te komen. Kan het niet zijn dat ze een verkeerde baby heeft meegekregen?' Een klap in mijn gezicht. Dat ik daar nooit eerder aan heb gedacht. En dan laait dat vlammetje hoop weer op. Misschien heb ik daarom nooit een reactie gehad, denkt mijn moeder alleen 'arme stakker' als ze mij op tv ziet. Ik weet dat in de week waarin ik te vondeling ben gelegd er nog twee meisjes waren van wie er zeker één nog leeft. Hup, weer een reden om naar Griekenland te gaan.

Ik ben een vondeling die volhoudt.Voor de rest blijf ik hopen. Dat ze zich bedenkt. Misschien durft ze niets te zeggen tegen haar man. Moet ze wachten tot hij doodgaat. En misschien neemt ze haar geheim wel mee het graf in. Het enige geruststellende aan dit verhaal vind ik dat ik er alles aan heb gedaan haar te vinden. Aan mij zal het niet liggen. Ik blijf ieder jaar terugkomen. Ik ben te vinden.'

Antoinette de Boer (54) werd te vondeling gelegd voor een kindertehuis op Kreta toen ze elf dagen oud was. Een Nederlands echtpaar adopteerde haar.Beeld Linelle Deunk
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden