Alleen maar spijt betuigen over 'kleine shoah' kan niet meer

Over de roof van joodse tegoeden in de oorlog is een reeks rapporten uitgebracht. Jos Palm meent dat het advies van het rapport Van Kemenade om 250 miljoen te betalen niet kan worden genegeerd, maar dat aan het gesteggel over het bedrag ook een einde moet komen....

AL in de eerste weken van de Liro-affaire werd de toon gezet. De ambtenaren die elkaar voor een paar centen hadden getrakteerd op vulpennen en gouden oorbellen van in de oorlog omgekomen joden, bewezen het voor de zoveelste keer: in Nederland is sprake geweest van een 'kleine shoah'. Dat althans verklaarde de historicus Isaac Lipschits.

Of de ambtenaren van het ministerie van Financiën vóór de gewraakte verkoop misschien serieuze pogingen hadden gedaan het geroofde goed terug te geven aan de nazaten? Lipschits vroeg er niet naar. Evenmin deden anderen dat. Alom was er een sfeer van aanklagen en heilige verontwaardiging: 'Nederlanders zijn latent antisemiet' kopte NRC Handelsblad.

Inmiddels ligt het Liro-schandaal drie jaar achter ons. In de slipstream van de affaire heeft een aantal rapporten over roof van joodse tegoeden het licht gezien. Gepasseerd zijn een vertrouwelijk RIOD-rapport, het rapport-Kordes en de rapporten Scholten I en II. Vandaag wordt daar het rapport van de commissie Van Kemenade aan toegevoegd. Verder volgt nog het rapport van Ekkart over kunstroof. Om kort te gaan: er is een woud van rapporten gegroeid waarin niemand de weg weet te vinden.

Er is wel een duidelijke teneur waar te nemen, zowel in de rapporten als in de reacties daarop. Velen in Nederland voelen zich schuldig. In de eerste plaats over het uitroeien van de joden tijdens de oorlog, maar ook voor wat Lipschits de kleine shoah noemt. 'Het lot van de joden is door heel Nederland verdrongen', aldus F. Kordes, voorzitter van de eerste commissie die rapport uitbracht. Het liefst zou men dan ook de geschiedenis overdoen, maar dat kan helaas niet. Wat wel mogelijk is, zijn openbare spijtbetuigingen en boetedoeningen met bijbehorende rituelen. .

Nu is het de beurt aan de Nederlandse verzekeraars (die overigens al 50 miljoen hebben toegezegd), de effectenhandelaren (de beurs), de banken en de overheid. En deze zullen geld op tafel moeten leggen. Dat wordt ook nu van hen verwacht, net als van de overheid.

In dat verband is het interessant wat de commissie Van Kemenade vanmiddag gaat adviseren. Van Kemenade maakt de balans op van drie jaar onderzoek naar roof en teruggave van joodse financiële en materiële eigendommen. De commissie beveelt de regering waarschijnlijk aan 250 miljoen gulden te schenken aan de joodse gemeenschap. Dat als genoegdoening voor de financieel-bureaucratische ellende die over joodse oorlogsgetroffenen is heengekomen. Verder is van belang hoe de commissie de, zoals ze dat zelf noemt, 'feitelijke systematiek van het rechtsherstel' beoordeelt.

Om met de laatste vraag te beginnen: inzake het rechtsherstel zou de commissie wel eens een ingewikkelde spagaat kunnen maken. Het is niet ondenkbaar dat ze concludeert dat er rechtsherstel is geweest, maar niet in afdoende mate. Oftewel, dat er van 'feitelijke systematiek van het rechtsherstel' weinig is terechtgekomen, ook al zijn bijna alle gaten en scheuren van het financiële joodse leed dichtgeplakt.

De commissie lijkt namelijk niet ongevoelig voor kritiek uit de hoek van het Centraal Joods Overleg, dat de belangen van de joodse gemeenschap behartigt. Woordvoerder Ronny Naftaniël noemde al eerder het naoorlogse rechtsherstel 'kil', 'onverschillig' en 'onvolledig'. Vergelijkbare conclusies, overigens in meer strikt juridische beschrijvingen en zonder de moreel verontwaardigde toon, werden getrokken in het deelrapport van de commissie Scholten over de effectenhandel. Dat deed de economisch historicus Johan de Vries verzuchten: de feiten kloppen, maar in dit rapport is een officier van justitie aan het woord, in plaats van een historicus.

Het hoeft niemand te verbazen als ook de schrijver van de beschouwing over het rechtsherstel, de historicus P. W. Klein, soortgelijke kanttekeningen plaatst. Als historicus zal hij zich niet uitsluitend laten leiden door de strenge normen van nu.

Klein zal wellicht verzachtende omstandigheden zien en mogelijk zal hij concluderen: naar de zuinige letter van de wet heeft er rechtsherstel plaatsgevonden - namelijk, bijna iedereen is althans formeel in zijn eigendomsrechten erkend. En ook naar de geest van de samenleving van toen is er niet onredelijk gehandeld. Het land moest opgebouwd, het financiële verkeer hersteld. Bovendien: de overheid was in die dagen nog niet de drager van de verzorgingsstaat die zich financieel aan elke burger had verplicht - joods of niet-joods.

Maar zal Klein niet ook een deurtje openzetten naar de geest van nu, ook al is het maar op een kier? Het moet haast wel. Hoe is anders de 250 miljoen gulden te verklaren die de overheid geadviseerd wordt te betalen? De rechtvaardiging van dat bedrag moet toch gebaseerd zijn op de erkenning dat het rechtsherstel op zijn minst niet helemaal deugde.

Hoe het ook zij, de regering kan niet wegkomen met mooie woorden die verder niets kosten. In dat geval moet zij het advies van de commissie Van Kemenade naast zich neerleggen. En dat is maatschappelijk gezien volslagen onverkoopbaar. Spijt betuigen terwijl het niks mag kosten, kan niet meer. Voor minister Zalm niet en voor de banken en effectenhandelaren niet.

Hoewel, echt reden tot klagen hebben ze niet. Want het had altijd nog veel duurder gekund. Naar Amerikaanse maatstaven is 250 miljoen gulden een aardigheidje. Zo bezien komt de domineesnatie toch nog vrij goedkoop van zijn ereschuld aan zijn joden af.

Het is dan ook onwaarschijnlijk dat de joodse gemeenschap onverdeeld tevreden zal zijn met het rapport Van Kemenade. Afgelopen dinsdag, na het uitlekken van enkele belangrijke conclusies van Van Kemenade, deelde directeur H. Vuijsje van het Joods Maatschappelijk Werk mee dat het rapport teleurstellend was en en dat het onderzoek over moest. Lipschits was er ook allesbehalve gelukkig mee. Het mag duidelijk zijn: 'de kleine shoah' kan niet ongedaan gemaakt worden.

En zo blijven we aan de gang met steggelen over de precieze omvang van het leed en de vergoedingen. Het is maar de vraag of de joodse gemeenschap daar gelukkig mee moet zijn. Zou zij niet beter af zijn als haar vertegenwoordigers zouden zeggen: 250 miljoen gulden is een mooi gebaar, laten we er nu een punt achter zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.