laat het stoppenJulien Althuisius

Alleen de meest bevoordeelden pronken met iets wat ze niet hebben

Julien Althuisius Beeld
Julien Althuisius

Niet alle moderne verschijnselen hoeven we goed te keuren. Er zijn zaken waar we ons tegen ­kunnen, nee móéten verzetten. Deze week keert Julien Althuisius zich tegen mensen zonder televisie.

Ik heb onlangs een nieuwe televisie gekocht. Ze is geweldig. Groot, maar niet te groot. Dunne randen, slanke pootjes en een mooi, rustig beeld. Ze bindt weliswaar niet, om met Jeff Lebowski te spreken, the room together, maar ze is beslist ook geen potsierlijke zwarte doorn in het oog, zoals werkelijk enorme televisies dat kunnen zijn. Ik ben blij met mijn televisie. Ik kijk er graag films op, of de zeldzame goede serie op Netflix, of een blu-ray-registratie van een concert van Elvis uit 1972. Het best komt ze tot haar recht bij voetbalwedstrijden. Maar deze uitzondering daargelaten, schep ik niet op over mijn televisie.

Datzelfde kun je niet zeggen van mensen zónder televisie. Althans, van een deel van de mensen zonder televisie. Die bestaan in twee variaties. Je hebt de mensen zonder televisie (prima) en de mensen zonder televisie die de hele tijd zeggen dat ze geen televisie hebben (niet prima). De hele wereld moet van hun televisieloze bestaan weten, een onbeheerste geldingsdrang die ze gemeen hebben met een groot deel van de vroege, luidruchtige veganisten.

‘Hé, alles goed?’

‘Ja, prima, met jou?’

‘Goed hoor. Nog vakantieplannen?

‘Ik heb geen televisie.’

Meestal volgt dan nog een sektarisch glimlachje, alsof ze iets weten wat jij niet weet. Of iets gezien hebben wat jij niet hebt gezien (in ieder geval niet de laatste aflevering van Showcolade). Alleen de meest bevoordeelden pronken met iets wat ze niet hebben. Het is de lakmoesproef voor moreel en spiritueel snobisme. Kijk mij eens lekker niet hebben wat iedereen heeft. Oh, wat ben ik toch anders. Weinig dingen zo ergerlijk als de ernstige, zelfingenomen blik in iemands ogen als hij of zij net heeft gezegd geen televisie te hebben. Op de Laat Het Stoppen-schaal der Middelgrote Ergernissen zijn de ik-heb-geen-tv-zeggers te vinden ergens tussen de ik-heb-geen-mobiele-telefoon-zeggers en de ik-heb-geen-auto-zeggers (‘Kan ik trouwens dit weekend je auto lenen?’)

Twintig of dertig jaar geleden was het nog wel bijzonder als je – met opzet – geen televisie had en je de avonden doorbracht in de zachte gloed van een olielampje terwijl je elkaar verhalen vertelde. Nu daarentegen is het kinderspel. De schermtijd die eens opgeslokt werd door alleen de televisie, is nu vermenigvuldigd en verdeeld over smartphones, laptops en tablets. Video is overal en onontkoombaar. Los daarvan is het dédain voor televisie misplaatst, ongeïnformeerd en toont het wat voor boomereske opvattingen millennials kunnen hebben.

Neem dit aan van iemand die parttime televisierecensent is: ja, er wordt veel troep gemaakt (hallo Herman Knippenberg uit The Serpent), maar in het enorme aanbod zit meer dan genoeg moois, interessants, ontroerends, verstrooiends of verrijkends. En laten we tegelijk niet doen alsof de televisieloze nu ’s avonds in plaats van RTL Boulevard te kijken bij een haardvuur Ulysses zit te lezen of ‘een goed gesprek’ voert. Zij zonder televisies kunnen koketteren met hun televisieloze levens en dat is hun goed recht. Maar zolang ze de ganse dag op hun telefoon zitten te staren, hun duimen blauw scrollen over Instagram, hun gal spuwen op Twitter en ’s avonds een film streamen op hun laptop, zijn ze nog net zo dom en platvloers als wij allemaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden