Al-Qaida kan nog wat leren van piraten

De Indische Oceaan is al eeuwenlang het werkterrein van zeerovers. Piraten zijn van niemand bang. Het gevaar van onze tijd is dat de piraterij als een springplank voor terroristen gaat fungeren, schrijft Robert Kaplan....

Piraterij is het maritieme rimpeleffect van anarchie op het land. Somalië is een mislukte staat, met de langste kustlijn van het Afrikaanse continent, waardoor de piraterij in die contreien welig tiert. Volgens de 20ste-eeuwse Franse historicus Fernand Braudel is piraterij ‘een afgeleide vorm van oorlog’, die net als opstanden op het land doorgaans de kop opsteekt in perioden zonder grote conflicten tussen landen of wereldrijken. Sinds de val van de Sovjet-Unie met haar Afrikaanse vazalstaten en de afkalving van de Amerikaanse invloed in de derde wereld worden er zowel te land als ter zee allerlei ongeregelde oorlogen uitgevochten, en dat zal wel zo blijven totdat er weer nieuwe wereldrijken of equivalenten daarvan zijn opgestaan.

De Somalische piraten zijn voor het merendeel jonge werkloze mannen die zijn opgegroeid in een klimaat van anarchistisch geweld en die door plaatselijke krijgsheren op strooptocht worden gestuurd. Het is pure georganiseerde misdaad, gepleegd door rondtrekkende benden. De onmetelijke Indische Oceaan die ze onveilig maken, had evengoed een steegje in Mogadishu kunnen zijn. Omdat ze uit een cultuur komen waar niemand oud denkt te worden, zijn de piraten van niemand bang. Een gemiddelde piratencel heeft een paar bootjes vol ratten en kakkerlakken en bestaat uit een man of tien. Ze hebben drinkwater bij zich, benzine voor hun buitenboordmotortjes, enterhaken, ladders, messen, mitrailleurs, raketgranaten en wat opwekkende qatbladeren om te kauwen. Ze voeden zich met rauwe vis.

Vanaf die bootjes vallen ze doorgaans schepen aan die net een slagje groter zijn, bijvoorbeeld onder Zuid-Koreaanse, Indische of Taiwanese vlag varende vissersschepen, waarvan ze bemanning gevangen nemen. Met de nieuwe aanwinst als uitvalsbasis kapen ze een groter schip, en dan een nog groter schip, en zo werken ze de hele voedselketen af. De kleinere bootjes en hun bemanning laten ze na verloop van tijd weer gaan. Op die manier zijn de Somaliërs stapsgewijs opgeklommen tot het kapen van olietankers en containerschepen; hoe groter het vaartuig, hoe hoger het losgeld dat de piratensyndicaten vervolgens weer kunnen investeren in nieuw materieel.

Zoals we uit het werk van Braudel kunnen opmaken, is er dus niets nieuws onder de zon. De Indische Oceaan is van de Golf van Aden tot aan de Straat van Malakka al eeuwenlang het werkterrein van zeerovers, helemaal sinds de komst van westerse zeevaarders, waarbij de Portugezen in de 16de eeuw het voortouw namen. Hoe meer de koopvaardij bloeide, hoe meer piraten er kwamen, ook wel ‘zeezigeuners’ genoemd, en hoe brutaler ze werden; in die zin is piraterij vaak een teken van welvaart. De Marokkaanse reiziger Ibn Battuta, die in de 14de eeuw voor de westkust van India in handen van zeerovers viel, schreef dat de handelsschepen op de Indische Oceaan in zijn tijd in gewapende konvooien voeren. Kort daarvoor had Marco Polo al bericht over tientallen piratenschepen voor de kust van het Indiase Gujarat, waar de zeerovers de hele zomer met vrouwen en kinderen op zee zaten terwijl ze op gezette tijden een handelsschip aanvielen.

In onze tijd is het grote gevaar dat de piraterij als een springplank voor terroristen gaat fungeren. De werkwijze van de piraten zou evengoed kunnen worden gebruikt om schepen te kapen en midden in een drukke zeestraat op te blazen, of om cruiseschepen te enteren en alle passagiers overboord te gooien. Al Qaida zal vast met grote belangstelling naar de laatste verwikkelingen op zee hebben gekeken, waarbij Somalische piraten het containerschip Maersk Alabama bestormden en dan wel door de Amerikaanse bemanning werden verjaagd, maar er toch maar mooi in slaagden om de kapitein als gijzelaar mee te nemen.

En zo kwam het dat de Amerikaanse torpedobootjager USS Bainbridge, met genoeg Tomahawk-raketten en ander wapentuig aan boord om een kleine stad te verwoesten, werd afgestuurd op een handvol Somalische zeerovers in een reddingsbootje. Bepaald geen doelmatig gebruik van de Amerikaanse middelen, en het leert ons dat niet alleen terroristen, maar ook piraten in staat zijn om asymmetrische aanvallen op ons uit te voeren. De uitdaging waar de Verenigde Staten voor staan is dus niet alleen hoe we moeten omgaan met de opkomst van China als zeemacht, maar ook hoe we ons kunnen verweren tegen onconventionele gevaren waarvoor we eigenlijk een straatvechtersvloot zouden moeten hebben.

In zekere zin heeft Amerika drie verschillende oorlogsvloten nodig, maar zoals tijdens deze piratencrisis wel blijkt, worden het er waarschijnlijk niet meer dan twee. We hebben een vloot voor de volle zee, die als een mondiale politieagent de grote scheepvaartroutes moet beveiligen. Deze vloot bestaat uit oorlogsschepen met genoeg precisiewapens om tegenstanders als Noord-Korea en Iran aan land de baas te kunnen. Maar ze vormen geen varende anti-terreur macht die het hoofd kan bieden aan tegenstanders als de Somalische piraten en de marine van de Iraanse Revolutionaire Garde. (Die laatste heeft in de talrijke inhammen van de Iraanse kust speedbootjes vol explosieven verborgen, die kamikazeacties tegen schepen kunnen uitvoeren.)

Om dat te ondervangen wil de Amerikaanse marine 55 nieuwe kustgevechtsschepen bouwen. Dat zijn snelle en wendbare schepen met geringe diepgang, die geschikt zijn voor allerlei soorten onorthodoxe missies dichtbij de kust. Maar de wereldzeeën zijn groot, en een schip kan maar op een plaats tegelijk zijn. Dus zolang we er niet een heleboel van hebben, zullen ze niet zo gek veel kunnen uitrichten. Minister van Defensie Robert Gates heeft in zijn begrotingverklaring aangegeven dat er voorlopig maar een paar stuks worden gebouwd, al heeft hij wel zijn goedkeuring gegeven aan het complete programma.

De afgelopen jaren is het Amerikaanse volk vernederd door de beperkingen van Amerika’s militaire slagkracht in vuile oorlogen op het land. Maar de marine is van oudsher altijd een belangrijke militaire manifestatie van de macht van een land geweest. Dat een relatief klein aantal zeerovers uit een zieltogend land zo’n grote bedreiging kan vormen voor belangrijke scheepvaartroutes, is een zoveelste teken van de anarchie die kenmerkend is voor een multipolaire wereld, waarin een grote marine als de Amerikaanse – met een krimpende vloot – relatief steeds minder voorstelt, terwijl de marines van andere landen niet de moed of het vermogen hebben om de zeeën afdoende te bewaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden