Akwasi Frimpong: 'Ik had nooit gedacht te trouwen met een witte vrouw'

Wat betekent het om nu man te zijn? Skeletonner Akwasi Frimpong (32): ‘Ik had nooit gedacht te trouwen met een witte vrouw.'

Akwasi. Pet: DemureBeeld Imke Panhuijzen

Akwasi Frimpong is een strijder. Eerst voor een verblijfsstatus in Nederland, nu voor een olympische medaille. Geef nooit op, wil hij tegen de wereld zeggen. Of zijn droom uitkomt, moet nog blijken.

Wat heeft u van uw moeder geleerd?

‘Dat je veel kunt bereiken als je in jezelf gelooft. Wij komen uit Kumasi in Ghana, een plek waar niemand dacht dat-ie ver kon komen. Mijn moeder was een goede zangeres, maar dat bracht geen geld op. Mijn oma zorgde voor mij, mijn broer en onze neefjes en nichtjes. We woonden in een kamer van vier bij vijf, sliepen op de grond. Mijn oma verkocht haar Ghanese kente (kostbaar, veelkleurig gewaad, red.) om ons te eten te kunnen geven. We hadden soms zo veel honger, dat mijn broer mij uit irritatie begon te slaan. Maar we hadden wel een tv, dat was luxe. Als Abedi 
Pele speelde, kwam de hele buurt kijken.’

Wat deed uw moeder intussen?

‘Op straat pasteitjes verkopen. Ik zag haar nauwelijks. Op mijn 3de is ze naar Nederland gegaan om te werken, op de bloemenveiling in Aalsmeer en als schoonmaakster. Op mijn 8ste kwam ze me halen. Ik wilde eigenlijk niet mee, ze was als een vreemde voor me. ’

En uw vader?

‘Hem heb ik niet goed gekend. Sinds mijn moeder hertrouwd is, beschouw ik mijn stiefvader als mijn vader.’

Vraagt u zich af waar hij is?

‘Nu ik zelf vader ben, denk ik wel eens aan hem. Ik vermoed dat hij een harde werker is. In de Ghanese cultuur gaat het om overleven. Voor jezelf zorgen, is moeilijk genoeg.’

Vanuit Ghana belandde u in de Amsterdamse Bijlmer in een huisje-boompje-beestje-situatie.

‘Dat was wennen in het begin. Samen aan tafel, naar de kerk. Ik vond dat fijn, al was het nog steeds ploeteren. Mijn stiefvader had drie banen. Mijn atletiekclub was een paar honderd meter van ons huis, maar mijn ouders kwamen nooit kijken. We waren met elkaar, maar intussen was ieder voor zich bezig om het hoofd boven water te houden.’

Uw coach, Sammy Monsels, was belangrijk voor u.

‘Hij heeft me gescout tijdens een atletiekdag. Als je wilt winnen, zei hij, moet je precies doen wat er gevraagd wordt. Dat heb ik gedaan. Binnen 18 maanden was ik Nederlands jeugdkampioen.’

Uw stiefvader en moeder waren daar niet bij?

‘Hun eigen survival was dwingender dan het belang om mij met een medaille te zien. Zij delen de dingen met mij in gebed. Toen ik naar de Olympische Spelen mocht, zei mijn stiefvader: ‘Okay, we thank God.’

Een jaar na uw kampioenschap, in 2004, raakte u geblesseerd.

‘Bij de Bijlmer Olympische Spelen wilde ik laten zien wat ik kon. Ik had veel tegenslag gehad, mijn verblijfsvergunning was geweigerd, mede doordat onduidelijkheid bestond over mijn familienaam. Ik won de finale, maar maakte een meter voor de finish een vreugdesprong, waarna ik bij het neerkomen door mijn enkel ging. De adrenalinerush was zo hoog dat ik eerst niets voelde, maar de volgende dag kon ik niet meer lopen. Ik werd niet behandeld, omdat ik als illegaal geen ziektekostenverzekering had. Pas drie jaar later was ik voldoende hersteld om het hardlopen weer op te pakken. ’s Avonds ging ik vaak naar de atletiekbaan om te bidden. Ik wilde zo graag laten zien dat ik het waard was om Nederlander te zijn.’

Het werd u niet makkelijk gemaakt.

‘Mijn verblijfsvergunning werd steeds geweigerd, zodat ik als teamcaptain niet mee mocht naar buitenlandse trainingskampen. Ik kon ook niet werken omdat ik geen sofinummer had. Pas toen ik in 2008 met een studiebeurs in Amerika zat, kwam er in Nederland een pardonregeling en kreeg ik een Nederlands paspoort.’

Toen kreeg u weer een blessure.

‘Dit keer aan een pees. Ik heb toch nog meegedaan aan de Nederlandse kampioenschappen. Hopend op een wonder, ben ik door de pijn heen gelopen. Maar ik haalde de finale niet eens.’

Legde u het hoofd toen in de schoot?

‘Ik realiseerde me dat alles verloren was. Maar een uur na de nederlaag stond de bobsleebondscoach voor me. Of ik in hun team de slee wilde duwen. Aanvankelijk dacht ik: nee jongens, dit gaan we niet doen. Hoe ga ik dit uitleggen? Maar over de schaamte van het niet gehaald hebben en dan iets anders moeten doen, heb ik mij heen gezet. Mijn trainer Sammy had me op mijn 17de de gouden Michael Johnson-Nikes gegeven, omdat hij geloofde dat ik de Olympische Spelen zou halen. Ik wilde niet opgeven. Een jaar lang heb ik keihard getraind.’

Bij de Spelen in Sotsji in 2014 werd u als reserve opgesteld. U deed niet mee.

‘Toen kwam bij mij het besef: misschien was dit toch niet meant to be. Dat was heel zwaar. Ik had al mijn tijd en geld erin geïnvesteerd.’

Intussen had u een vrouw ontmoet, Erica.

‘Ik had nooit gedacht dat ik met een witte vrouw zou gaan, ik viel altijd op donkere vrouwen. Tussen hen was ik opgegroeid, daar was ik vertrouwd mee. Toen ik weg ging uit Nederland, liet ik een verloofde achter. Dat was moeilijk. We hebben geprobeerd onze relatie te redden, maar de afstand was te groot en onze levens te verschillend. Omdat Erica verspringster was, snapte ze hoe belangrijk de sport voor mij was. 

Ze komt uit een familie van mormonen, die geloven oorspronkelijk dat zwarten een vloek brengen. Dat ik én donker was én niet mormoons, was veel tegelijk. Toch hebben haar ouders mij vanaf het begin geaccepteerd. In hun cultuur is familie belangrijk. Kerst, Nieuwjaar, Halloween, alles vierden we samen. Dat vond ik fijn. Ik wilde graag met haar trouwen, maar had na Sotsji nog maar 700 euro. Toen ben ik stofzuigers gaan verkopen. Aan deuren kloppen en apparaten aanprijzen, daar bleek ik heel goed in te zijn. Ik kreeg de Golddigger of the Year Award en had binnen 5 maanden mijn eigen zaak. Een jaar geleden hebben Erica en ik een dochter gekregen.’

Heeft u een vrouw nodig?

‘Ik wil bij iemand thuis kunnen komen. Mijn frustraties en overwinningen kunnen delen. Erica is een slimme vrouw, maar kiest er nu voor om vooral moeder te zijn. Ik ben vaak van huis. Als zij fulltime zou werken, zou het moeilijk worden. De term huisvrouw vind ik te nederig klinken. Zij is de baas van ons gezin. Mijn taak is om te zorgen dat er eten op tafel komt. Die combinatie werkt. In een huwelijk gaat het om liefde, maar ook een beetje om strategie, hoe dingen in elkaar passen.’

Toen u twee jaar geleden het aanbod kreeg om voor Ghana aan de Olympische Spelen mee te doen als skeletonrijder, kon u dat toch niet weigeren?

‘De olympische droom heb ik nooit uit mijn hoofd gekregen. Erica zei: ‘ik wil niet dat je er op je 90ste nog over zeurt, dus we gaan ervoor.’ De eerste keer vond ik het hartstikke eng, zo dicht op het ijs, met 130 kilometer per uur, sneeën in mijn kin, keihard tegen de muren aan. Maar ik voelde de competitiviteit weer, en dat was heerlijk. De eerste 50 meter rennen, dat is cruciaal. Daarna komt het aan op kracht en sturen.’

In Pyeongchang eindigde u op de laatste plaats.

‘Omdat ik pas anderhalf jaar had getraind. Mijn moment komt bij de Winterspelen in Beijing in 2022.’

Hoe verdient u geld met skeleton?

‘Door sponsors te vinden zodat ik het tot 2022 kan uithouden. En als dat niet lukt, ga ik weer stofzuigers verkopen.’

Waarom wilt u zo graag naar de Olympische Spelen?

‘Ik wil de wereld laten zien dat er een heleboel mogelijk is, ook als je uit Afrika komt. Dat doelen stellen en halen gelukkig maakt en dat je tegenslagen nodig hebt om te bereiken wat je wilt.’

Dan moet u die medaille wel winnen.

‘De eerste zwarte man die een medaille haalt op het skeleton-ijs. Die persoon wil ik zijn. Daar ga ik alles voor doen.’

Is de emancipatie af?

‘Vrouwen zijn sterker geworden, maar de natuurlijke verschillen blijven. Mijn dochter wil de borst van mijn vrouw, niet die van mij. Maar mijn vrouw is wel de baas. Zij bepaalt hoe het loopt.’

Is de relatie tussen mannen en vrouwen ingewikkeld geworden sinds #MeToo?

‘Ik ken die problemen zelf niet. De tegenstelling man-vrouw heb ik niet zo sterk meegekregen, net zo min als die tussen zwart en wit. Ik vind het leuk om vrouwen complimenten te geven. Maar ik maak nooit seksuele toespelingen, dat vind ik respectloos.’

Na het huwelijk is er voor u nog maar één vrouw?

‘Natuurlijk. In Utah, volgens de oude mormonen, mag je tien vrouwen. Dat hoeft voor mij niet, kost te veel tijd, geld en energie. (lacht) Ik weet echt niet hoe het zou moeten, meerdere vrouwen. Zo ben ik niet opgevoed.’

CV Akwasi Frimpong

1986: Geboren in Kumasi

1994: Verhuisd naar Amsterdam

2003: Nederlands jeugdkampioen sprint, 4 x 200 meter

2011: Voorselectie Nederlandse sprintploeg voor de Olympische Zomerspelen van 2012 in Rio de Janeiro (niet afgevaardigd)

2012: Geselecteerd voor nationale bobsleeploeg

2014: Reserve in het Nederlands bobsleeteam bij de Olympische Spelen in Sotsji

2018: Skeletonrijder voor Ghana tijdens de Olympische Spelen in Pyeongchang

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden