Aids bestaat niet

De internationale aidsconferentie die morgen wordt geopend, begint onder een slecht gesternte voor gastheer Zuid-Afrika. De vn meldde dat een op de vijf volwassen Zuid-Afrikanen (4,2 miljoen mensen) drager is van het hiv-virus....

Vrijdagavond, Disco Blue Waters Palace.

Sibongile danst graag op bonkende house van Bella Mar guerita, Bella Maguerita, Ole-Ole, Ole-La-La. Ze lacht naar de bar, lonkt naar de leukste jongens. 'Hé schatje, drink wat van me', roept er een. Een slok, dan danst ze weer verder. De jongens kijken naar haar ranke, deinende lijf. Sibongile heeft er zin in vanavond.

De Palace: een uitgeleefde woning aan de oever van de Mosesrivier, aan het einde van een lang hobbelig pad, dat langs veldjes met mais en koeien voert. Er staat een poolbiljart en achter de tralies een grote koelkist en een stevige geluidsinstallatie, waarop de laatste mixes uit Johannesburg worden gespeeld.

De muziek is up-to-date, maar verder is het een weinig opwekkende bedoening. Sibongile danst met een deken om haar schouders, want de avondkou kruipt door de kapotte ruiten naar binnen. Een paar jongens staan beneveld te frea ken. Kale betonnen vloer, bierkratjes als stoelen - de eigenaar rekent er duidelijk op dat de klanten zelf sfeer maken. Hij hoeft zich in ieder geval weinig zorgen te maken over concurrentie. De Palace is de enige disco in Elandsdoorn.

Als je jong bent op het zwarte platteland van Zuid-Afrika en je wilt uit, dan ben je aangewezen op dit soort gelegenheden. 'Het is nu koud, daarom zijn er niet veel mensen. Maar als je hier zomers komt, is het afgeladen. Dan gaat de party tot buiten door', zegt student Nelson. Dan is de Palace een goeie tent om een girlfriend te scoren, verzekert hij.

In Elandsdoorn en de zwarte plattelandsdorpen op de heuvels rondom, wonen ongeveer een kwart miljoen burgers van Zuid-Afrika. Deze dorre uithoek van de provincie Mpumalanga, honderd kilometer ten noordoosten van Pretoria, was onder het apartheidsregime - toen de streek nog Transvaal heette - een thuisland voor de tweederangs inwoners van het land. Werkvolk voor de blanke boerderijen van Groblersdal, als dat er al was.

Die situatie is weinig veranderd. Toen het anc in 1994 de macht overnam, ging het plaatselijk bestuur over in zwarte handen. Maar in het dagelijks leven zijn de verhoudingen hetzelfde gebleven: wie in Elandsdoorn woont, is zwart en meestal arm; wie in Groblersdal woont, is wit en vooral welvarend. Want door Groblersdal stroomt de Olifantsrivier, waarvan het water via de reusachtige Loskop-stuwdam zorgt voor vruchtbare, 'blanke' velden vol sinaasappelen, druiven en katoen. Slechts twintig kilometer scheidt de twee dorpen.

Groblersdal ziet er keurig aangeharkt uit: lanen vol bungalows, four-wheel-drives en glimmende bmw's en Merce dessen op de oprit. Van de uitbundige straatverlichting is niet één lamp stuk. Groblersdal, dat is happy hour bij Wolf's Rock Lodge ('Kom geniet die Rugby saam met ons') en het Sonskynfees, waar ook dit jaar bij de Mejuffrouw Loskop vallei-schoonheidsverkiezing alle finalisten weer blanke blommen zijn.

Elandsdoorn is de andere wereld. Zandpaden met kuilen, nergens een straatlantaarn te bekennen. Het grootste huis is van de begrafenisondernemer, die in zijn mortuarium de lijken het liefst naakt op de betonnen vloer legt. De snelste auto, een bmw-cabrio, behoort aan het groepje criminelen - specialiteit autokapingen - dat onaanraakbaar midden in het dorp woont. En de nieuwbouwwijk, waar 1600 woningen hadden moeten verrijzen, is nog steeds een braakliggend veld. Het dorp heeft ruzie met de aannemer, omdat hij geen lokale werklozen wil inschakelen. Voor de goegemeente in Groblersdal is Elandsdoorn nog net als vroeger een kafferdorp, waar je als blanke niets te zoeken hebt. Alleen zeggen de boeren het tegenwoordig niet meer zo gauw hardop. Tenzij ze een slok op hebben. 'Wat moet je bij die bobbejaane', roept een naar sterke drank ruikende Afrikaner tegen fotografe Jodi Bieber, als ze op een middag langs de doorgaande weg naar Groblersdal aan het werk is. Hij zet zijn auto stil uit verbazing over een blanke vrouw die daar zomaar langs de weg staat, midden in een zwart dorp. 'Wil je aids krijgen?'

Aids? Bestaat die ziekte in Elandsdoorn? Volgens de statistieken moet een op de vijf Zuid-Afrikanen besmet zijn met hiv. Dat betekent dat er in Elandsdoorn en omliggende dorpen zeker vijftigduizend gevallen moeten zijn. Maar je merkt er niets van, op het eerste gezicht. Ja, in het staatsziekenhuis aan de weg naar Dennilton is een aparte zaal met twintig bedden, waar patiënten liggen die in het laatste stadium zijn. Daar zie je dat aids bestaat. Je kunt ook zeggen: die mensen hebben tuberculose, of een van die andere infecties die door de verzwakking van het afweersysteem kan toeslaan.

In de wachtkamer bij de eerste hulp wijst een bescheiden poster op het nut van condoomgebruik, maar het woord aids komt daar niet op voor. Op een tafel staat een doos met gratis condooms, dat wel. Op de kruising met de provinciale weg van Groblersdal naar Bronkhorstspruit staat een billboard met een reusachtig condoom en de tekst 'Aids kills! You're Next?' Het is er neergezet door de Nederlandse arts Hugo Tempelman, die in Elandsdoorn een kliniek heeft. Zijn medisch centrum Ndlovu (De Olifant) leidt ook een voorlichtingsproject, dat alle scholen in de streek afgaat.

En de Zuid-Afrikaanse overheid? Die schrijft mooie beleidsnota's, roept commissies in het leven, maar doet in de praktijk weinig. Er is altijd wel een excuus. Geen geld, geen tijd, geen mensen. Het is alsof de regering niet weet wat ze aan moet met de ramp die het land bedreigt. President Tahobo Mbeki betwijfelt zelfs of hiv wel tot aids leidt.

Hij zou misschien eens bij Nomvula langs moeten gaan. Ze is 28 jaar oud en kreeg bijna een jaar geleden na een routinetest te horen dat ze hiv-positief is. Toen haar man voor de zekerheid ook werd getest, bleek hij dat eveneens te zijn. Bij Amanda, haar dochterje van zes, bleek het ook al raak. Het gaat niet goed met Nomvula. Ze ziet er flets en breekbaar uit, als ze praat fluistert ze bijna. Geld voor medicijnen heeft ze niet, zegt ze. We wandelen door de stoffige township - thuis wil ze niet praten. Ze krijgt sinds kort multivitaminepillen van de dokter, dat scheelt wel. 'Ik voel me nu beter', zegt ze zonder overtuiging.

Haar verhaal is typerend voor de wijze waarop veel Zuid-Afrikanen met aids omgaan. Haar moeder weet niet dat ze besmet is. Een tante met wie ze goed kan opschieten, heeft ze het verteld. De rest van de familie, haar vriendinnen en kennissen, denken dat ze kanker heeft. 'Ze zien natuurlijk wel dat ik ziek ben. Ik heb gezegd dat er kanker in mijn buik zit.

'Ik kan mijn omgeving niet vertellen dat ik aids heb. Als ik dat doe, wil niemand me meer zien. Je maakt je familie te schande. Het is vies. Alleen mijn tante en haar man begrijpen het. Ik ken zelf ook niemand die aids heeft. Wie het heeft, houdt het stil.' Over de toekomst probeert ze niet te veel na te denken. 'Ik hoop dat ik het overleef. Ik hoop vooral dat Amanda blijft leven, dat er een geneesmiddel komt dat haar redt.' Nomvula weet niets van de academische kwestie die president Mbeki eerder dit jaar heeft opgerakeld. Of hiv wel de oorzaak van aids is, of dat het allemaal heel anders zit, zoals een kleine groep zogeheten aids-dissidenten meent. De president heeft twee maanden geleden een internationale commissie samengesteld die deze oude, volgens de leidende wetenschappers al lang achterhaalde discussie nog eens wil overdoen.

De meest prominent dissident, de Amerikaanse biochemicus Peter Duesberg, is al verheugd in Pretoria gesignaleerd. Op de radio mocht hij vertellen dat aids niets met seks te maken heeft, dat het een armoedeziekte is, veroorzaakt door slechte voeding, tropische parasieten en drugs, zoals het anti-retrovirale middel azt.

Als ik het vertel, haalt Nomvula haar schouders op. Ze gebruikt geen azt of andere drugs, ze had geen last van tropische ziekten, ze at ook niet slecht. Ze heeft wel gehoord van het nieuwe voorstel van grote internationale farmaceutische concerns om middelen als azt tegen speciale prijzen aan Afrika te leveren. Zodat patiënten voor een paar dollar per dag de ziekte onder controle kunnen houden, net als dat in het rijke Westen gebeurt.

Hoeveel rand gaat dat voor haar en haar dochtertje kosten, wil ze weten. Minstens dertig rand per dag, zeg ik. 'Dat kan ik nooit betalen. Ik ben werkloos, we moeten thuis met z'n zessen rondkomen van het geld van mijn moeder.' Negenhonderd rand brengt haar moeder per maand binnen - ze is werkster bij een blanke mevrouw. Ruim driehonderd gulden. Dat zou helemaal opgaan aan de 'goedkope' medicijnen. 'Wat moeten we dan eten?', zegt Nomvula.

Zo bezien is aids natuurlijk wel een armoedeziekte, maar op een heel andere manier dan de president hoopt en de dissidenten denken. Op haar man rekent Nomvula niet. Ze heeft hem al meer dan een halfjaar niet gezien. Hij woont in Witbank, een mijnwerkerstadje honderd kilometer verderop, bij familie. Zijn werk in de kolenmijn is hij kwijt. 'Hij zal daar wel een nieuwe vriendin hebben. Ik denk niet dat hij verteld heeft dat hij aids heeft.'

'Wie heeft er weleens een condoom gebruikt?' Veertig pubers in een overvol klaslokaal lachen een beetje ongemakkelijk. Een jongen steekt zijn hand op. De meisjes giechelen naar elkaar. Die durft. Openlijk over seks praten, is nieuw in Zuid-Afrika. Ntombane Madonsela geeft met een groepje vrijwilligers sinds een jaar seksuele voorlichting op de scholen in Elandsdoorn en omgeving. Het project van de Olifant-kliniek wordt betaald door de Nederlandse ambassade.

Vandaag is de Nabitane secondary school aan de beurt. De acht vrijwilligers, allemaal werkloze jongeren uit het dorp van rond de twintig, draaien verspreid over de lokalen geroutineerd hun verhaal af. Seks? Wacht er mee. Als je er aan toe bent, wees dan trouw aan een partner. En hoe dan ook, gebruik een condoom, is de boodschap.

Waarna de act volgt met de banaan - steevast goed voor luid gejoel - waarmee de juiste wijze van ontrolling van het voorbehoedmiddel wordt gedemonstreerd. Wild applaus weerklinkt uit de bankjes, als de stoerste jongen van de klas het ding eenmaal ontrold heeft. Het zweet breekt hem uit omdat hij de verpakking niet open krijgt. 'En denk erom, na afloop knoop erin en netjes weggooien.'

'Thuis is het taboe, over seks leer je op straat', zegt Kate. Tijdens de voorlichtingsles steekt ze zelfbewust haar vinger op, als gevraagd wordt wie er voor de klas wil komen voor het toneelstukje 'Hoe poeier je een opdringerige jongen af'. Vastberaden wijst ze de avances af van Oupa, die haar met zijn snelle babbel probeert plat te krijgen.

'Waarom een condoom, liefje? Je ziet toch dat ik gezond ben? Het is de eerste keer, we moeten echt flesh to flesh.' Niks ervan. Applaus voor Kate, vooral van de meiden.

Ntombane neemt zakelijk de cijfers door: 1700 nieuwe besmettingen per dag, meer dan vier miljoen gevallen inmiddels, geen geneesmiddel. Het is opeens doodstil in het lokaal, zelfs de jongens die bij de banaan nog cool met hun vingers knipten en schokkende heupbewegingen maakten, houden zich even koest.

'Ladies, please say no. That's your right, it's your body!', roept ze tot besluit. Dan worden er strippen condooms uitgedeeld. Bij het verlaten van de klas schiet een snelle jongen, oorringetje, kaalgeschoren hoofd, Kate aan. Hij fluistert iets terwijl hij zijn rits condooms voor haar ogen houdt.

'Die ga ik met jou gebruiken, zei hij. En ik heb 'm verteld dat hij moet oprotten', meldt ze buiten.

Kate is zestien, en ze heeft zich vast voorgenomen niet in de valkuil van vroege seks te vallen. Ze wil stewardess worden, de wereld zien, niet een tienermoeder worden, zonder man en zonder schooldiploma, zoals zoveel jonge vrouwen in Zuid-Afrika. Ze wil niet haar hele leven tot Elandsdoorn veroordeeld worden.

Het is moeilijk aan de gewoonten van het platteland te ontkomen. 'Jongens zijn vaak nogal grof. Als ze een oogje op je hebben, zeggen ze: "Zo meisje, ik wil dat je mijn vriendin wordt". Als je niet geïnteresseerd bent, gaan ze gewoon door. Ze wachten je op na school, bij de winkel, pakken je vast en proberen je billen en je borsten aan te raken. "Als je niet van me houdt, laat ik je niet los". Ze willen je dwingen.'

Het probleem is dat veel meisjes het toelaten, zegt haar vriendin Charmaine. 'Het gaat ook om geld. Jongens beloven cadeautjes, en meisjes willen graag wat krijgen, bijvoorbeeld een teddybeer met Valentijnsdag. Of mooie kleren met Kerst. Dan kunnen ze tegen hun vriendinnen opscheppen: "Kijk eens wat ik gekregen heb". Zo laten meisjes zich paaien.'

'Sommigen geloven nog steeds niet dat aids bestaat', zegt Teens, een jongen die veel met Charmaine optrekt. 'Nee, ze is niet mijn vriendin. Misschien later.' Charmaine is duidelijk vertederd, ze durft Teens bijna niet aan te kijken. 'Aids? Wie heeft er hier dan aids', hoort hij van andere jongens. 'Nou, wijs eens iemand aan?' Aids komt alleen in de grote stad voor, in het dorp is het veilig. 'Weet je wat ze ook wel zeggen? Als we aids krijgen, zullen we niet alleen doodgaan.' Waarom zeggen ze dat, Teens? Hij weet het niet.

Later, in het Wayside cafetaria, bij het busstation en de drankwinkel, die al rond het middaguur klandizie heeft, zegt voorlichtster Ntombane dat ze die uitdrukking wel kent. 'Sommigen redeneren: ik kreeg het omdat ik van iemand hield en nu zal ik het doorgeven. Het is een soort hopeloze wraak, denk ik. Je wilt niet alleen sterven.'

Ntombane is zelf 25, ze heeft een kind van acht. Ze weet precies hoe het gaat. 'Mannen zeggen: onthouding? Onmogelijk! Met seks bewijs je je liefde. De meeste jongens in die klas waar we waren zijn actief, en tal van meisjes van veertien, vijftien ook al.' Er wordt veel gerommeld in Elandsdoorn. Het is vaak ook het enige vertier.

'Ze zeggen wel dat ze condooms gebruiken, maar als ze het doen, is het vaak niet consequent. Een van die jongens in de klas zei: "Soms moet je heel snel zijn, dan is er geen tijd voor een condoom".'

Het is gokken met je leven, veroorzaakt door gebrek aan informatie, aan besef van de ernst van de ziekte. Het grootste probleem, vindt Ntombane, is dat aids nog steeds zo'n taboe is. 'Je vertelt het aan niemand, als je het hebt. En omdat het nog niet zichtbaar is, omdat de mensen niet met zweren overdekt over straat strompelen, omdat ze nog niet bij bosjes sterven, denken velen dat het niet bestaat.'

Het grote sterven moet nog beginnen, zegt Hugo Tempelman. De arts van medisch centrum De Olifant vreest dat de somberste voorspellingen zullen uitkomen: Zuid-Afrika wordt het epicentrum van de ziekte, de komende vijftien jaar zullen zeven tot tien miljoen slachtoffers vallen, in 2008 zal de gemiddelde levensverwachting gedaald zijn van zestig tot veertig jaar.

'Ik vermoed ook dat de regering het niet erg vindt als er geen azt en andere middelen voor iedereen beschikbaar komen.' De redenering: de enige manier om die spullen voor tien miljoen mensen beschikbaar te krijgen, is dat de overheid alles betaalt. Dat wordt een uiterst kostbare zaak, ook al krijgen we ze tegen afbraakprijzen.'

Bovendien heeft de overheid absoluut niet de medische slagkracht om het consequente gebruik van de middelen te controleren. 'Sommige mensen zullen dubbele doses gaan slikken, anderen zullen er als het even beter gaat mee stoppen. In het eerste geval krijg je ernstige bijverschijnselen, in het tweede het risico dat het virus resistent wordt. Een grote ellende', zucht Tempelman.

Zijn taxatie is dat de regering stilletjes op de harde lijn gaat zitten: de besmette mensen laten sterven, en hopen dat een nieuwe generatie de kans grijpt om onbesmet op te groeien. Net zoals in Uganda is gebeurd. Dat is een beter alternatief dan wanneer je als ontwikkelingsland misschien wel veertig jaar tien miljoen verzwakte, weinig productieve medeburgers te moeten meeslepen. 'Het klinkt heel grof, maar zo werkt het wel hier'.

De Palace, tegen middernacht. 'Weet je wat het is', zegt een jonge leraar aan de bar. Hij zit achter een grote jampot bier dat is gemengd met een gemene sterke drank. 'De meesten weten wel dat aids de dood kan betekenen. Maar ergens achter in je hoofd denk je toch dat het jou, als door een wonder, niet zal overkomen.'

Twee collega's die de jampot met hem delen, luisteren aandachtig mee. Ze nemen om beurten een slok, hun voeten houden ze dicht bij het straalkacheltje dat onder de bar staat. De temperatuur in de disco is tot bij het vriespunt gedaald. 'En dus, als je een leuke meid ziet die wel wil, doe je het gauw zonder. Als ze wat op heeft, is dat meestal geen probleem. Flesh to flesh, that's the real thing.'

En Sibongile danst. Ze heeft haar deken afgelegd en swingt door de kale ruimte. De zware bassen van Pride and Joy dreunen, de snelste jongens draaien nu flirtend om haar mooie lijf heen. Als ik me even omdraai naar de biljarttafel, zie ik uit een ooghoek nog net hoe ze door een van de kapotte ruiten naar buiten glipt. Een van de jongens gaat achter haar aan. 'Die gaan even buiten spelen', grinnikt de onderwijzer. 'Als je heet bent, merk je niks van de kou.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden