Afscheid van een 27 jaar oud trauma

De zaak van de Surinaamse Decembermoorden is zijn tiende jaar ingegaan. Nabestaanden zijn optimistisch over een levenslange veroordeling, later dit jaar, van hoofdverdachte Desiré Delano Bouterse....

Door Stieven Ramdharie

Het is Kleine Regentijd in Suriname maar op Bastion Veere, de ‘plek des doods’ op Fort Zeelandia, valt al de hele ochtend geen druppel. De binnenplaats van het oude koloniale fort is het toneel van rennende schooljeugd. Op ‘Veere’ baadt de plaquette waarop Bram Behr en veertien andere ‘zonen van Suriname’ worden geëerd, in een zee van zonlicht.

Slechts enkele maanden oud is het gedenkteken voor de slachtoffers van de 8 Decembermoorden van 1982, onthuld welgeteld 27 jaar na de moorden in het toenmalige hoofdkwartier van de legertop.

‘Hun vastberadenheid liet ons het licht van hoop, recht en waarheid maken vrij’, staat op de gedenksteen waarop de naam van journalist Behr (31), oprichter van de linkse krant Mokro, prijkt tussen die van de andere door het leger geëxecuteerde journalisten, advocaten, vakbondsleiders, ondernemers en militairen. De kogelgaten zijn in ‘Veere’ nog te zien.

‘Nee!, het heeft niet té lang geduurd’, reageert broer Henri Behr (61) kribbig bij het monument. De vraag was waarom het 27 jaar heeft moeten duren voordat de plaquette voor de vijftien prominente Surinamers, indertijd beschuldigd van een coup, er kwam. ‘Er waren geen democratische instituten die dit eerder konden dragen en toestaan. Het proces tegen de verdachten gaat ook niet om vijftien vermoorde Surinamers, maar om herstel van de rechtsstaat Suriname.’

Moe wordt Behr van de steeds weer opduikende commentaren, vooral in Nederland, dat het niks wordt met het megaproces tegen de 26 verdachten, onder wie oud-legerleider Desi Bouterse. Behr is consultant in Paramaribo en is een van de meest gedreven nabestaanden. De zittingen in de zwaar bewaakte marinebasis bij Boxel, vanaf het begin gemeden door Bouterse, duren nu toch al twee jaar en vijf maanden? Wordt er ooit wel iemand veroordeeld in deze zaak die, inclusief het gerechtelijk vooronderzoek, nu zijn tiende jaar is ingegaan?

Behr: ‘Snelheid is niet van belang. In Nederland wordt alleen maar in tempo gedacht. Dit is ook een psychologisch proces. We krijgen nu de ruimte, de nabestaanden én Suriname, om eindelijk afscheid te nemen van een 27 jaar oud trauma. Daarom moet en kan deze rechtszaak niet te kort duren. En wat de uitkomst betreft: dit proces eindigt in een levenslange veroordeling voor Desi Bouterse. Dat is hard. Het bewijs tot nu toe staat als een huis.’

Het 8 decemberproces, dat eind 2007 startte, gaat een nieuwe fase in. Ruim twee jaar nadat de krijgsraad de berechting begon van de complete militaire top uit 1982, inclusief de schutters van Fort Zeelandia, kan het verhoor van de getuigen tegen de verdachten binnenkort worden afgerond. Vrijdag moeten de advocaten van de verdachten met een lijst komen van getuigen die ze willen horen.

Als het huidige tempo wordt aangehouden en de advocaat van hoofdverdachte Bouterse, Irwin Kanhai, niet met een waslijst aan getuigen komt om de rechtszaak opnieuw te vertragen, kan later dit jaar de langverwachte uitspraak volgen.

Suriname, dat op 25 mei naar de stembus gaat, zal in een kritieke fase belanden als het tot veroordelingen komt. Want hoe pak je Bouterse aan als zijn Nationaal Democratische Partij (NDP) tegen die tijd in de regering zit? Hoe vaardig je als krijgsraad een bevel tot gevangenneming uit tegen een oud-bevelhebber die dan wellicht al maanden zijn intrek heeft genomen in het presidentieel paleis?

De doorgaans nonchalante houding onder zijn aanhangers over het proces kan niet verhullen dat men zich onderhand wel degelijk zorgen maakt. Zitting na zitting kwamen de afgelopen twee jaar de gruwelijke details naar buiten over de executies en de samenstelling van het vuurpeloton.

Ex-militairen en lijfwachten verklaarden dat Bouterse op 8 december, zeker in de ochtend en de middag, aanwezig was in het fort toen de eerste moorden plaatsvonden. ‘Ze gooien vuil naar onze voorzitter’, houdt Lesley Artist de NDP-aanhang voor op een avondbijeenkomst in Bernharddorp. ‘Maar we blijven achter hem staan!’

Ricardo Panka, een jonge, rijzende ster in de partij, trekt op een bijeenkomst in het NDP-hoofdkwartier Ocer het boetekleed aan. In het bijzijn van Bouterse. ‘We zijn ons ervan bewust dat sommige dingen niet hadden moeten plaatsvinden’, bezweert Panka, NDP-fractievoorzitter in het parlement. ‘Maar wij kijken vooruit.’

Lila Gobardhan-Rambocus (61) deelt het optimisme van Behr. ‘Het einde is langzaam in zicht’, zegt de zus van Soerindra Rambocus, de officier die in maart 1982 bijna het Bouterse-regime opzij schoof en dat op 8 december moest bekopen met een standrechtelijke executie in het fort.

Gobardhan-Rambocus: ‘In het begin was ik niet zo positief. Steeds weer uitstel, steeds weer vertraging. Ik dacht: ik moet het allemaal nog zien. Maar we zijn nu dat stadium gepasseerd, het zal tot een veroordeling komen. Wat er daarna gebeurt, weten we niet. Misschien moeten we het gewoon niet willen weten.’

‘Een aanfluiting’, zo kwalificeert Behr de verdedigingsstrategie van Bouterse die er vooral op neerkwam dat hij ten tijde van de moorden niet aanwezig was in het fort, maar sliep bij zijn toenmalige minnares, Rita Chin A Loi.

Sinds het justitieel onderzoek naar de moorden in 2000 begon, betoogt de oud-bevelhebber dat de vijftien pas werden gedood nadat hij het fort laat in de avond had verlaten. Bij Chin A Loi zou hij vervolgens, diep in de nacht, de wachtcommandant hebben gebeld die gezegd zou hebben dat de groep op de vlucht was doodgeschoten.

Behr: ‘Wat tijdens het proces overtuigend is bewezen, is dat Bouterse wel degelijk in het fort was toen de moorden plaatsvonden. Want de executies begonnen al in de ochtend van woensdag 8 december. Het gebeurde ook in een bepaalde volgorde. Toen hij bij zijn minnares ging slapen, lag er dus al een stapel lijken. Ook het ‘vluchtverhaal’ is ontzenuwd. Forensisch onderzoek, maar ook de getuigenis van een Surinaams-Nederlandse GGD-arts, toont aan dat ze frontaal zijn doodgeschoten.’

China A Loi, die in Nederland woont en is opgeroepen als getuige, weigert al jaren te praten over Bouterses alibi. In december werd echter een tipje van de sluier opgelicht. In de rechtszaal las haar zwager, de Surinaamse arts en publicist Henry Does, voor uit mails die hij met haar had gewisseld. Overigens zonder haar toestemming. Does, die in 1982 vluchtte naar Nederland, was indertijd hoofdredacteur van Mokro en een goede vriend van Bram Behr. ‘Ik kan onmogelijk een ‘alibi’ of iets dergelijks zijn voor meneer B.’, schrijft ze aan Does, bekend onder het pseudoniem Theo Para. ‘De mensen zijn vermoord, dood, onder zijn bevel. Bouterse heeft het recht niet zich achter mijn smalle schouders te verbergen. Een alibi is onzin. Hij weet dat hij bevel had, dat hij Derby (vakbondsleider Fred Derby, red.) heeft gespaard en de rest heeft opgeofferd als bloed voor de revolutie.’

Volgens Chin A Loi liet de moordpartij Bouterse niet onberoerd. ‘Niet alleen zag ik voor mij een gebroken mens, die in de moeilijkste fase van zijn leven zat, wanhopig leek hij, en met spijt van binnen.’

Behr: ‘De vraag of Bouterse wél of niet zelf heeft gemoord, is niet van belang voor zijn veroordeling. Je ziet dat de auditeur-militair tot nu toe duidelijk aanstuurt op het bewijzen van de planmatigheid waarmee de slachtoffers zijn gedood en wie verantwoordelijk was. Zoals de ‘Groep van 16’, de coupplegers van 1980 waartoe ook Bouterse behoorde. Het was een duidelijk hiërarchische groep die het militaire gezag vormde. Dit was geen incident van militairen die dronken waren en gingen schieten.’

Rond lunchtijd heeft een vredige rust bezit genomen van het fort. Het koffiebruine water van de Surinamerivier klotst tegen het voormalig Nederlandse bouwsel. Behr wandelt door het fort, op het oog onbewogen. Andere nabestaanden mijden het complex, midden in de historische binnenstad van Paramaribo, al 27 jaar.

Zoals ze ook Bouterse, prominent aanwezig in de stad, het liefst mijden. Lila Gobardhan-Rambocus dreigde in die 27 jaar één keer oog in oog met hem te staan in hotel Torarica. Zij zat, hij kwam binnen. ‘Ik ben opgestaan en naar een andere ruimte gegaan. Ik heb Suriname nooit willen verlaten. Het land is niet van hem, ook al lijkt het zo voor buitenstaanders.’

Behr houdt zich al bezig met de vraag wat Bouterse gaat doen om uit het gevang te blijven. ‘Binnen de rechtsstaat kan hij de procesgang van de krijgsraad niet frustreren’, zegt hij. ‘Daarom zal hij, als hij aan de macht is, aansturen op een soort coup. Maar hoe, is voor mij een raadsel. Het leger ziet hem niet zitten. Hij kan alleen overleven als hij een andere gewapende macht achter zich heeft.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden