ColumnSylvia Witteman

Afgelopen zondag ging ik weer even kijken op het Museumplein. Wappies? Woodstock!

null Beeld

Bij wijze van tijdverdrijf ga ik vaak even kijken op het Museumplein. Elke zondag komen daar de zogeheten viruswappies bijeen. Aanvankelijk gaf dat nogal wat commotie, met waterkanonnen en briesende politiepaarden, maar het wordt er steeds gezelliger; ja, de sfeer was afgelopen zondag bepaald geanimeerd.

Het publiek is divers. Er zijn ernstige, bejaarde echtparen bij die op een klapstoeltje naast een zelfgeschilderde poster met spelfouten (‘Freedom is beautyfull’) eendrachtig zitten te zwijgen. Er is heel veel politie. Er zijn te hard pratende, Gretta Duisenberg-achtige vrouwen, stokstijf van de haarlak in een waxcoat van 1.500 euro, met een Schots geruite thermoskan in de gemanicuurde klauw. Er zijn oude meisjes met een Pippi Langkouscomplex, knokige knietjes in een knotsgekke maillot, rood of geblondeerd piekhaar, schor van het roken, maar onvermoeibaar schaterend om niks.

Er is muziek. Er zijn mannen, van wie een groot deel is meegegaan om de lulligste niet te wezen, waarom ook niet, biertje erbij, en je bent er nog eens uit; weer andere mannen, gedrongen lombrosotypes, voorzien van enge honden en doorlopende wenkbrauwen, die zich aan goedkope whisky (‘Dutchman classic’, € 7,99, DirckIII) de moed hebben ingedronken om hier op het plein ‘We pikken het niet meer’ tegen de politie te lallen; hippies die met viltstift ‘LIEFDE’ op hun paraplu hebben geschreven; en dan nog het voetvolk van jongelui dat uit verveling is gekomen, en natuurlijk omdat ze balen van die ‘kanker-avondklok’.

Tussen al dit gewoel stond een klein meisje. Zij was een jaar of 4 en hoorde bij zo’n Pippi-moeder die, lekker met de meiden, een jointje stond te roken. Het kind droeg een Incamutsje boven haar bleke snuitje en laarsjes met kikkergezichtjes. Ze knielde naast de enorme herdershond van zo’n whiskydrinker neer en begon die hardhandig te aaien.

Nu had ik net in de krant een afschuwelijk verhaal gelezen over een baby die door een hond was doodgebeten. Moest ik ingrijpen? Het meisje trok inmiddels aan zijn oren, waarop de hond gepikeerd met zijn kop schudde en haar alert aankeek. ‘Meneer!’, riep ik tegen de whiskydrinker. ‘Meneer?!’

De man keek even, schonk het meisje iets dat hij voor een glimlach hield, en sprak : ‘Is goed hoor, schat! Harley doet niks!’ Ze sloeg nu haar armen stevig om de nek van de hond en wiegde hem onstuimig heen en weer, haar gezichtje tegen zijn reusachtige kop gedrukt. ‘Dat vind jij leuk, hè, hondje?’, joelde het kind. Het dier legde zijn kop op haar schoudertje en staarde gelukzalig voor zich uit. De Pippimoeder en de whiskydrinker staken hun duimen naar elkaar op. En kijk, daar begon de zon lieflijk door een wolkenrand te schijnen.

Woodstock!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden