Adrenaline moet blijven

Adrenaline, het hormoon dat door de bijnier en de farmaceutische industrie wordt geproduceerd, mag eigenlijk geen adrenaline meer heten. Ingevolge richtlijn 92/27 van de Europese Gemeenschap van 31 maart 1992 moet in alle EU-lidstaten voor geneesmiddelen uitsluitend de 'aanbevolen internationale niet-gedeponeerde naam' (ofwel: de generieke naam of stofnaam) worden gehanteerd....

Per 1 januari 1998 al had daarom heel Europa adrenaline moeten omdopen in epinefrine, de door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vastgestelde officiële generieke naam. Nederland hanteert die al langer, maar in het Verenigd Koninkrijk is de richtlijn nog steeds niet uitgevoerd. Maar uiteindelijk zal ook Engeland er aan moeten geloven.

Dit zeer tot verdriet van de Britse klinisch farmacoloog Jeffry Aronson van de universiteit van Oxford. Niet uit Euroscepticisme of een vlaag van anti-Amerikanisme, maar met kracht van argumenten betoogt hij in de British Medical Journal (BMJ) van 19 februari waarom de naam adrenaline gehandhaafd moet blijven.

De aanbevolen internationale naam epinefrine lijkt volgens Aronson te veel op efedrine, vanouds ook bekend als onder wielrenners geliefd dopingmiddel. En dat leidt maar tot verwarring op de eerstehulp, waar slachtoffers van een hartstilstand met adrenaline weer op de been worden geholpen. Is het verwisselen van geneesmiddelnamen op recepten in de dagelijkse praktijk al niet eens zo zeldzaam, in de hectiek op de eersteharthulp zal zo'n fout alleen maar sneller worden gemaakt, aldus Aronson. Bovendien is epinefrine voor adrenaline ook histórisch onjuist, schrijft hij.

Dat de bijnieren een krachtig hormoon afscheiden, werd in 1893 ontdekt door de Engelse huisarts George Oliver en de fysioloog Edward Schäfer van University College in Londen.

Maar het hormoon kreeg pas vier jaar later zijn naam, toen de Amerikaan John Abel er in slaagde ruwe extracten uit de bijnier te verkrijgen. Abel koos de naam epinefrine, naar eigen zeggen 'in navolging van de Weense anatoom Joseph Hyrtl, die 'epinephris' de beste aanduiding vond voor de bovenop de nieren gelegen hormoonklier'.

Hyrtl hield volgens Aronson meer van Grieks dan van Latijn, zich daarbij beroepend op Molière, van wie de gevleugelde uitdrukking stamt: 'Parce qu'avec du grec on a toujours raison.'

Helaas ging die wijsheid voor Abel niet op. Al snel bleek dat hetgeen hij uit de bijnier had geïsoleerd, een inactieve vorm van adrenaline was. Pas in 1901 wist de Japanse onderzoeker Jokichi Takamine het zuivere hormoon uit de bijnier te halen. Hij nam er octrooi op en gaf de stof in licentie aan de Amerikaanse geneesmiddelenfirma Parke, Davis & Co, die er de gedeponeerde handelsnaam Adrenalin voor verzon.

Van de weeromstuit werd de gangbare generieke naam in de VS epinefrine. Engeland daarentegen koos voor adrenaline als generieke naam, volgens Aronson voornamelijk op instigatie van de fysioloog Henry Dale, werknemer bij de Engelse geneesmiddelenfabrikant Wellcome.

Hoewel oprichter en eigenaar van het bedrijf, de apotheker Henry Wellcome, weinig trek had in een merknamenruzie met Parke, Davis & Co, liet hij zich toch overtuigen door Dale's argument dat adrenaline een betere naam was, die de stof duidelijk onderscheidt van het onwerkzame epinefrine van Abel.

Aronson pleit er in de BMJ voor dat de WHO die gedachtengang voortzet en adrenaline als de internationaal aanbevolen generieke naam kiest. Ook Europa dient te volgen: niet voor niets draagt het hoofdstuk over het hormoon in de Europese Farmacopee, het standaardwerk over medicijnen, de titel Adrenaline, aldus Aronson.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden