ADOPTIE?

Onderzoekster A. Vinke vindt dat bij adoptie moet worden uitgegaan van het kind: het type gezin moet bij het kind passen....

Gijs Zandbergen

Ed Mantel, vader van een gezin met drie kinderen, van wie twee geadopteerd: 'Waar mevrouw Vinke van uitgaat, lijkt mij op zichzelf niet verkeerd. Het zal nieuw zijn, want ik heb er niet eerder over gehoord. Mijn zorg is wel dat er geen ouders overblijven, als de selectie zo geschiedt.

Wat de standaardvragen betreft, daar kleeft een groot bezwaar aan. Die vragen gaan natuurlijk circuleren op Internet, met daarbij de meest gewenste antwoorden. Nu is het zo dat er maatschappelijk werkers met open vragen over de vloer komen. Die mensen hebben voldoende verstand van zaken om een goed inzicht in een gezinssituatie te krijgen.

Ik herinner me mevrouw Vinke van een lezing. Het leek me een lieve mevrouw, begaan met de problematiek. Maar de echte problemen in adoptieland zullen er niet door verdwijnen. Als ik u vertel dat het ministerie van Justitie er 29 weken over deed om een stapeltje A-viertjes naar Amerika door te sturen, dat een bureau honderd dagen nodig had om ons te laten weten dat ze iets niet deden. En ik kan nog veel meer voorbeelden geven, want ik ben secretaris geweest van de belangenvereniging Zelfdoeners in Adoptie.

Adopteren is verdwalen in een bureaucratisch bos. Mijn advies: als A iets belooft naar B te zullen sturen, bepaal dan voor jezelf een redelijke termijn van hoe lang het kan gaan duren. En controleer dat!'

Vonne van der Meer, schrijfster van De reis naar het kind uit 1989: 'In dat boek wordt beschreven hoe twee ouders in Zuid-Amerika een adoptiekind gaan ophalen en welke verrassing hen te wachten staat. Maar ik ben allesbehalve een ervaringsdeskundige op adoptiegebied. Mijn boek gaat eigenlijk over de vraag wat mensen met je kunnen doen, als je iets heel graag wilt.'

Mevrouw S., moeder van een adoptiekind met wie zij slecht contact heeft: 'Het karakter van een kind beter afstemmen op het gezin waarin het wordt opgenomen? Dat lijkt mij een uitstekend idee. Het is nu al zo ver gekomen dat wij de kinderen van onze adoptiezoon, dus onze kleinkinderen, niet meer te zien krijgen. Dat doet ontzettend veel verdriet.

Ons kind was negen maanden oud toen we hem kregen. Een baby lijkt lief en leuk, maar achteraf zeg ik: iets ouder is beter, want dan valt er toch wel iets te zeggen over het karakter van een kind.

Dat de vragen door middel van een formulier zouden moeten worden gesteld, juich ik ook toe, want de open vragen die wij destijds moesten beantwoorden vond ik soms nergens op slaan.

De maatschappelijk werkster kwam op een zaterdag. Die middag werd er aangebeld. Mijn man deed open. De padvinderij verkocht oliebollen aan de deur.

''Oh, dat is handig'', riep ik. ''Hoeven we straks niet te lunchen.''

Een week later werden we opgebeld door het maatschappelijk werk: dat we goed moesten beseffen dat een kind regelmatig en goed diende te eten.'

Wim Hulsbergen van de Raad voor de Kinderbescherming in Rotterdam: 'In de wet staat dat het adoptiekind ten hoogste veertig jaar jonger mag zijn dat de ouders, omdat anders het leeftijdsverschil te groot wordt. Het onderzoeksinstrument van Mevrouw Vinke is ontwikkeld om mensen te screenen van 42 of ouder dacht ik. Mensen die carrière hebben gemaakt, hun zwangerschap hebben uitgesteld en vervolgens te laat ontdekken dat ze niet meer zwanger kunnen worden. Dan ben je - want je doorloopt natuurlijk eerst het medische circuit - al gauw 42 jaar als adopteren in beeld komt.

Dat betekent dat een adoptiekind drie jaar of ouder moet zijn. Iets wat betrekkelijk weinig voorkomt, want het is bekend dat hoe ouder het adoptiekind is, des te groter het risico is dat de adoptie mislukt.'

Mr. M. Koomen, advocaat gespecialiseerd in adoptiezaken: 'Een jaar of zeven geleden had ik een zaak van een gezin met acht kinderen, van wie de ouders in een weeshuis in Haïti de nummers negen, tien en elf zagen en die dolgraag in hun gezin wilden opnemen. Zij gingen uit van het belang van de kinderen, maar hadden tegelijkertijd een kinderwens. Die mensen waren dolblij dat de Heer deze kinderen op hun levenspad had gebracht. Dit is een extreem voorbeeld, maar het gebeurt!

Adopteren gaat overigens nu ook al uit van het kind. In praktijk vragen natuurlijk de ouders allereerst om het kind, om welke reden dan ook. Maar het belang van het kind staat voorop. Adoptie regardeert om die reden onder de kinderbescherming.

Overigens is de wetgeving behoorlijk tegenstrijdig. In het Burgerlijk Wetboek stond tot de wetswijziging in april vorig jaar dat je tussen je achttiende en vijftigste mocht adopteren. De bovengrens is nu vervallen, maar tezelfder tijd is er nog de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen. Daarin geldt nog wel een grens. Met andere woorden: een Nederlands kind mag je op je 77-ste nog adopteren, maar een buitenlands kind niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden