interview

Actrice Romana Vrede: ‘Ik lijk verontrustend veel op mijn moeder’

Romana Vrede.
 Beeld Bastiaan Woudt
Romana Vrede.Beeld Bastiaan Woudt

Actrice Romana Vrede zorgde achttien jaar dag en nacht voor haar zoon. Nu Charlie ‘op kamers’ woont, moet Vrede haar eigen weg weer vinden. Lastig is dat ze er steeds meer achter komt: ze lijkt verontrustend veel op haar moeder. ‘Maar haar humor heb ik ook.’

‘Mama’. Dat George Floyd in de laatste seconden van zijn leven om zijn moeder riep, raakte Romana Vrede diep. ‘Mijn moeder was kort daarvoor overleden. Zij heeft mijn zus, mijn twee broers en mij vanuit Suriname naar Nederland gebracht in de hoop ons hier een beter leven te geven, en daar heeft ze veertig jaar voor geknokt. Ze heeft iedere dag gevochten, voor ons. Maar toen George Floyd werd vermoord dacht ik: het is mislukt.’

Dat is een opmerkelijke constatering voor een bejubelde acteur, schrijver, documentaire- en theatermaker. Nadat ze vier jaar geleden voor het eerst op deze plek geïnterviewd werd, won Romana Vrede (48) de belangrijkste toneelprijs Theo d’Or (2017), en werd ze het jaar erop opnieuw genomineerd. Ze was te gast bij het VPRO-tv-programma Zomergasten (2018), en werd tafeldame bij De Wereld Draait Door. In 2019 maakte ze de documentaire Dit is de leven, over haar autistische, zwakbegaafde zoon Charlie en andere kinderen zoals hij. Begin 2020 verscheen haar debuutroman, De nobele autist, over haar leven met Charlie. Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart was ze lijstduwer voor Bij1.

Vrede ontvangt op een steenworp afstand van het Binnenhof, in het directiekantoor van Het Nationale Theater in Den Haag waar ze tot het vaste acteursensemble behoort. Ze is uitgelaten na een lange dag repeteren, praat veel en lacht graag en luid, om dan plots over te schakelen naar diepe ernst.

Als ik het allemaal zo op een rijtje zet, denk ik: jouw leven is hartstikke goed gelukt.

‘Ja, tuurlijk. Dat is óók waar. Maar nog altijd worden mensen met mijn kleur op straat vermoord. Vanwege mijn kleur loop ik theoretisch ook dat risico, snap je? Het was na de dood van George Floyd voor het eerst dat ik dat besefte. Wanneer wordt de kiem van angst gezaaid? Ik weet in elk geval dat die twee gebeurtenissen voor mij op een heftige manier samenvielen. George Floyd riep om zijn dode moeder, die hem niet meer kon beschermen, en ik was net mijn moeder verloren. Die samenloop van omstandigheden deed iets met mijn gevoel van veiligheid. Een tijdje had ik het gevoel dat ik de straat niet meer op kon.’ Stilte.

‘Je weet wel, zoals Bob Marley zong in War:Until the colour of a man’s skin is of no more significance than the colour of his eyes’ . Ik dacht: wanneer word ik gezien als mens en niet alleen als ‘die zwarte vrouw’?’

Haar moeder woonde in Suriname, maar ze was hier in Nederland op bezoek toen ze ziek werd, ze kreeg een long­embolie, en ze overleed aan de complicaties daarvan op 1 april 2020. Vrede: ‘We moesten haar tegen haar wens hier begraven omdat haar lichaam door de lockdown niet kon worden overgebracht naar Suriname. Ik realiseer me trouwens nu pas goed dat dit allemaal zo kort na de corona-uitbraak gebeurde.’

Op welke manier had dat invloed?

‘Alles stopte. Ik mocht niet spelen; mijn vak, mijn levensvervulling stond stil. Ik zat thuis met Charlie... Het was moeilijk. Hier... heb je deze weleens gehoord?’

Vrede toont een filmpje op haar telefoon van een aangrijpende speech die ze houdt op 3 mei 2020, op de Nationale Dag van Empathie. In die speech vertelt ze – uiterlijk kalm, maar vol ingehouden emotie – hoe als gevolg van de veiligheidsvoorschriften de ene na de andere verzorger van haar zoon Charlie uitvalt. ‘Daarnet appte de enige begeleider die mijn zoon op zondag nog een uurtje logopedie geeft, dat ze de ‘de verschijnselen’ heeft, en dus niet meer kan komen. Zij was de laatste der Mohikanen.’

Dan beschrijft ze haast terloops hoe Charlie op straat agressief wordt en haar jas kapotscheurt. Charlie is geestelijk een 2-jarige, in het lichaam van een beresterke volwassen man. Zij vecht om hem van zich af te houden. Hij probeert haar ogen in te drukken. Gelaten: ‘Het crisisondersteuningsteam is ingeschakeld; het gaat niet goed.’

Vrede: ‘Het was ontzettend eenzaam. Samen thuis opgesloten zitten, al zijn begeleiding die wegviel. Nu ik erop terugkijk besef ik dat mijn angst in die tijd versterkt werd door die eenzaamheid. Ik kon geen contact met mensen maken, zat alleen maar op mijn telefoon, en alle nieuwsberichten en liveblogs versterkten dat onveilige gevoel.

‘Ik denk dat we kort na de uitbraak allemaal wel bang waren, maar bij mij telde alles bij elkaar op: het verlies van mijn moeder, het racisme en politiegeweld in de Verenigde Staten, de polarisatie in de samenleving, en dan ook nog volstrekt geïsoleerd thuiszitten met Charlie, die onberekenbaar was en soms agressief. Ik kon niks meer relativeren. Het was echt een angstige tijd. Als ik eraan denk voel ik het meteen weer.’

Waar was je precies bang voor?

‘Vooral het groeiende onbegrip en wantrouwen tussen mensen. Van berichten op sociale media of onlinediscussies kreeg ik het gevoel dat wit en zwart van die botsende koppen waren, stieren die steeds weer tegen elkaar aan rammen. De een zegt: erken mijn pijn, en de ander roept: ik ben geen racist! De een wil meer bewustzijn over de slavernij, de ander zegt: dat is verleden tijd. Het lijkt alsof er maar geen onderling begrip ontstaat.’

Heb je niet het idee dat er nu eindelijk iets ten goede verandert? De Black Lives Matter-protesten hebben bij veel witte mensen, in mijn omgeving in elk geval, tot meer bewustzijn en reflectie geleid.

‘Ja, voor jullie is het een verrijking. Jouw wereld wordt er groter van. En dat is mooi hè, dat meen ik. Maar als zwarte queer-vrouw zit ik wel in een andere positie. Als we het racisme niet aanpakken, dan heb ik een probleem. Door mijn angst radicaliseerde ik een beetje.’

Toen op 1 juni vorig jaar de theaters weer publiek mochten ontvangen, heropende Het Nationale Theater met HNT Speelt Altijd: een serie monologen over aan de coronacrisis gelieerde thema’s: ziekte, eenzaamheid, dood, maatschappelijke ontwrichting. Vrede: ‘Ik chargeer nu een beetje, maar toch: teksten van Beckett, Pinter, Tsjechov – van dode witte mannen. Terwijl ik op een BLM-demonstratie in Rotterdam een enorme, verdrietige, bezorgde mensenmassa toesprak. Wat zeg ik, toeschreeuwde: ‘Hou vol! We hebben een stem!’ Toen dacht ik: ‘Ik ga hier nu geen Tsjechov spelen. Dat kan ik niet. Dus dat heb ik ook niet gedaan.’

Romana Vrede.
 Beeld Bastiaan Woudt
Romana Vrede.Beeld Bastiaan Woudt

Vier jaar geleden zei je op deze plek nog: ik ben geen activist, ik ben actrice. Ik ben geen...

‘...Frontsoldaat. Ja, klopt.’ Gedecideerd: ‘Dat is veranderd.’

Wat is er precies veranderd?

‘Ik had een negatieve connotatie bij het woord activist, zoals veel vrouwen zichzelf vroeger ook geen feminist durfden te noemen. Maar je bent een activist als je verandering wilt en bereid bent daar iets voor te doen. Dus ben ik een activist.’

Brede grijns: ‘Gelukkig kan ik me hier bij HNT best wat permitteren. Ik noem dat mijn chocoprinsjesgedrag, naar het koekje, omdat ik een zoet, bruin, verwend prinsje kan zijn. En veel lof voor de directie hoor, dat meen ik. Want die zeggen dan: ‘Maar Romana, wat wil je dan wél?’

En?

‘Ik wilde zélf iets schrijven. Over de vraag: hoe komen we hieruit?’

Vrede wil schrijven over hoe de geschiedenis van kolonialisme en slavernij doorwerkt in de raciale verhoudingen nu. ‘Maar niet op een manier die de confrontatie zocht, nee, ik wilde juist op zoek naar een gemeenschappelijke deler. Zoals we Anne Frank hebben als nationaal symbool voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.’

Ze kwam uit bij ‘verzetsstrijders’ tegen de transatlantische- en Indische slavernij (tussen circa 1525 en 1867): van kritische schrijvers en politici tot ontsnapte slaafgemaakte mannen en vrouwen die streden tegen de kolonisator. Stralend: ‘Bruin, zwart, wit, in Afrika, Amerika, Azië en Europa.’ In ritmische, poëtische spoken word vertelt Vrede kort hun levensverhalen, daarbij begeleid door muzikant en componist Otion (Guillermo Blinker). Tijd zal ons leren, heet hun multidisciplinaire project. Voorlopig is er één podcastreeks en één tv-uitzending gepland. Maar het moet tussen voor 2025 resulteren in zeven podcastseizoenen, evenzovele tv-programma’s, een theatervoorstelling en een boek.

Vrede: ‘En een animatiefilm.’

Tijd zal ons leren gaat niet over ‘wit tegen zwart’, zeg je nadrukkelijk in de intro.

‘Dat wilde ik niet, want dan verkil ik alleen maar meer. Ik moest op zoek naar verbindende factoren.’

In een tekstdocument dat nu 37.273 woorden telt verzamelt Vrede de biografieën van haar ‘vrijheidsstrijders’. En dat zijn niet alleen de bekende zwarte opstandelingen tegen de slavernij, zoals Boni (Suriname) en Tula (Curaçao), maar bijvoorbeeld ook de witte predikant Bernardus Smytegelt (1665-1739) uit Goes, die de slavenhandel principieel afwees.

Vrede: ‘Vaak zeggen mensen over slavernij: ‘Zo dachten mensen toen, dat was nou eenmaal zo.’ Niet dus! Ik denk dan: educate yourself. Zodra je je verdiept in het onderwerp, ga je zien hoe bepaalde raciale mechanismen ontstaan. Om het te kunnen veranderen moet je je daarvan ­bewust zijn. Als die witte man in Goes zich in de 17de eeuw al uitsprak tegen slavernij, wat let jou nu dan om je uit te spreken? Kom op, het is een keuze. En daarbij gaat het echt niet alleen over grootse daden; ook kleine acties helpen. Iemand aanspreken op een racistisch grapje, zeggen: ‘Eh, volgens mij is dit niet oké?’ Als je dat doet op de momenten dat het nodig is, ben je voor mij al een held.’

Je koos alvast 127 helden uit om over te vertellen. Hoe heb je al die mensen gevonden?

‘Ze hebben mij gevonden!’ Opgewekte schaterlach. ‘Nee, serieus: ik begon bij de boeken van Frank Dragtenstein en kreeg vervolgens tips van mensen als Nina Jurna en Gloria Wekker. Ken je die film Ghost? Daarin doet Whoopi Goldberg alsof ze met geesten kan praten. Totdat het opeens écht lukt: dan kan ze plotseling Patrick Swayze horen. Als andere geesten dat ontdekken zoeken ze haar één voor één op.’

Ze klapt in haar handen. ‘Zo ongeveer ging het bij mij ook. Als ik er één had gevonden tikte de volgende alweer op mijn schouder: zou je mijn verhaal dan niet óók vertellen?’

In de podcast doet Vrede meer dan alleen hun verhaal vertellen: ze dompelt zich in hen onder. Ze identificeert zich volledig met haar onderwerp en verplaatst zich in diens gedachten en gevoelens. Magisch-realistische elementen uit de mondelinge overlevering neemt ze serieus: sommige helden kunnen zweven, verdwijnen en verschijnen, of zijn onsterfelijk. Hier is het onmogelijke mogelijk. Voodoo bestaat.

Vond je het gepast om in deze historische verslagen feiten en fantasie zo vrij te mengen?

Vrede: ‘Wanneer is iets een feit en wanneer is het verzonnen? Een probleem bij de overlevering van de slavernij is dat de geschiedenis is opgeschreven door de witte kolonisator. De verhalen van verzetsstrijders of tot slaaf gemaakten zijn vaak op andere manieren overgeleverd: in rituelen, gebeden, kleding en haardracht, kinderliedjes, zang en dans. Kunnen we de geschiedenis het beste leren uit de verslagen van een puisterige ambtenaar uit de 16de eeuw, die er niet eens bij was, of door te luisteren naar de verhalen die van generatie op generatie zijn doorverteld door degenen die het hebben meegemaakt?

Dat is wat ik doe, ik luister. En de hiaten vul ik in met gefundeerde fantasie. Ik vind dat ik dat mag, als theatermaker, en als Romana Vrede. Waarom niet? Dit zijn ook de verhalen van mijn voorouders.’

Heb je ook onderzoek gedaan naar je eigen stamboom?

‘Nog niet, maar dit is een begin. Mijn moeder heeft vragen over onze geschiedenis altijd weggewuifd: ‘Romana, dat is geweest, laat het rusten.’ Pas toen ze mijn boek had gelezen, begon ze mondjesmaat iets los te laten over vroeger. Toen heb ik haar in februari vorig jaar een paar keer kort geïnterviewd. Wacht.’

Ze laat een krakerige opname horen op haar telefoon, waarop ze met haar moeder praat over een broer. Vrede, met een glimlach: ‘Leuk om haar stem nu te horen. Zo heb ik drie opnamen van 5 of 6 minuten, en dat is het. Toen ging ze dood.

‘Zelf weet ik niets over Suriname: ik ben een echte blanda, een Hollander. Na ons vertrek ben ik er maar één keer geweest, op mijn 24ste. Mijn moeder woonde daar, en toch ging ik er nooit naartoe. Ze heeft ons ook nooit iets van liefde voor de cultuur, de taal of de geschiedenis bijgebracht. De familie die er woont ken ik niet, zij was mijn enige band met Suriname. Nu ben ik dat land echt kwijt.’

Monter: ‘Maar ik moet gewoon een keer meedoen met dat tv-programma Verborgen Verleden, toch?’ Ze buigt zich naar het opnameapparaat en spreekt langzaam en nadrukkelijk: ‘Lieve redactie. Dat zou ik héél graag willen.’

Had je een goeie band met je moeder?

Lachend: ‘Heeft iemand een goeie band met zijn moeder? Niet in mijn vriendenkring. God, nee, hoe moet ik dat zeggen? Er was geen vader in de buurt, dus het was alleen maar zij. Altijd, overal. Kun je een goeie band hebben met de zuurstof die je inademt? Die is er gewoon.’

Ze pulkt even nadenkend aan een draadje aan haar jas waar een scheur is dichtgenaaid. De jas die haar zoon kapotscheurde.

Dan, fel: ‘Ik lijk ook verontrustend veel op haar.’

Romana Vrede.
 Beeld Bastiaan Woudt
Romana Vrede.Beeld Bastiaan Woudt

In welk opzicht?

‘In alle slechte dingen!’ Luide bulderlach. ‘Mijn moeder kon overdrijven, en daar heb ik ook een handje van. Als er maar een klein dingetje misgaat is het meteen alsof de wereld vergaat.

Woest kon ze zijn als er, ik zeg maar wat, een keer geen eieren waren.’ Ze spert haar ogen open, zet een luide stem op en steekt haar armen dramatisch in de lucht. ‘HOE kan dit gebeuren! HOE KAN HET dat er op zondag bij het ontbijt geen eieren zijn?’ Dan slaat ze haar hand voor haar ogen en zucht diep.

Lachend: ‘Alsof iemand haar iets heel verschrikkelijks aandeed. ‘Maar eh, de eieren zijn gewoon op.’ Nee, dat was een onvergeeflijke fout.’

En dat was dan jouw schuld?

‘Wiens schuld anders? Of wat ze ook deed: als ik haar iets over mezelf vertelde leek het altijd alsof háár iets werd aangedaan.’ Ze grijpt naar haar hoofd. ‘O mijn God, wat verschrikkelijk, Romana heeft een autistische zoon! Waarom moet mij dit overkomen?’ Oké, bedankt mam.’

Ze schudt haar hoofd. ‘Ik heb het allemaal: haar arrogantie, haar dominantie, haar drama...’ Glimlachend: ‘Maar haar humor, die heb ik ook.’

In de nieuwe speelfilm I Don’t Wanna Dance, van regisseur Flynn von Kleist, die op 10 juni wordt uitgebracht, speelt Vrede een prachtige, zeer overtuigende rol als Daphne, de verslaafde, onberekenbare, maar ook innemende moeder van hoofdrolspeler Yfendo van Praag.

Daphne is ook een vrouw van hoge pieken en diepe dalen, ze is dramatisch, explosief en theatraal; alle – hevige – emoties liggen dicht onder de oppervlakte. Herken jij dat?

‘Nee, niet van mijn eigen moeder. Daphne heeft een bepaald soort fanatisme dat kan omslaan in fatalisme. Na een celstraf probeert ze de voogdij over haar zoons weer terug te krijgen, en daarom móéten dingen lukken: een familieuitje, een kadootje of een spelletjesavond. En als er ook maar iets misgaat is voor haar gevoel meteen alles verloren. Dan is alles mislukt.

Die strijdlust, en de keerzijde ervan, zie ik ook bij mezelf. Als ik ergens mijn tanden inzet laat ik niet los. Al kost het me mijn carrière, of een arm. Als ik iets wil, ben ik bereid daar alles voor op te geven. Dan kan ik heel hard worden of naar. Die onverzettelijkheid heeft goeie kanten en het heeft me veel gebracht, maar uiteindelijk gaat het ten koste van anderen. En van mezelf.’

Wanneer bijvoorbeeld?

‘Nou, zijn vader en ik hebben de zorg voor Charlie wel erg stug volgehouden. Vaak tegen beter weten in. En waarom? Want dat was ook echt niet altijd in zijn belang. Het crisisondersteuningsteam zei dat wij ‘ver over onze grenzen’ zijn gegaan. We hebben achttien jaar zelf voor hem gezorgd, en daar ben ik trots op, maar we hebben het op ons tandvlees gedaan. Ik heb zo vaak gedacht: ik kan niet meer, ik kán niet meer.’

Charlie woont nu permanent in een zorginstelling.

‘En het is fantastisch. Hij is nu 18 en uit huis. Op kamers! Ik zei tegen zijn neef: ‘Charlie gaat op zichzelf wonen.’ Die antwoordde: ‘Hèhè, dan gaat-ie eindelijk iets doen met z’n leven.’ Want hier zat hij ook maar op de bank de autistische puber uit te hangen. Dan gingen we een rondje fietsen of kwam er iemand een puzzel met hem maken. Dat is toch geen leven?

Nee, leven is dat je werk hebt, elke dag om zeven uur opstaat, en voor de kippen zorgt op de kinderboerderij. Daar werkt hij vijf dagen. Dat geeft hem ritme en structuur; hij is 15 kilo afgevallen. Daar thuis hebben al die jongens hun eigen taak: om beurten koken, de was doen, meedraaien, bijdragen, dát is leven. Ik denk dat Charlie zich vaak nutteloos voelde. Dus ik ben heel blij dat dit gelukt is. Het is een perfecte plek.’

Lachend: ‘Het is een soort studentenhuis eigenlijk. Ze hebben daar allemaal met stift hun naam in hun kleren staan. Kwam-ie laatst bij mij logeren, stond er ‘Kelvin’ in z’n onderbroek. Maar daar heb ik nu niks meer over te zeggen. Andere moeders van 18-jarigen vragen zich vast weleens af: van wie zijn die sokken en hoelang heb je ze al aan? Nee, oké, laat maar. Dat.

De meeste ouders groeien daar natuurlijk langzaam naartoe. Maar bij mij was het van het ene op het andere moment geen luiers meer verschonen.’

Wat levert de vrijheid jou op?

‘Dat ik nu versgeperste jus in de koelkast heb in plaats van appelsap. En mortadella in plaats van pindakaas. Hij woont daar sinds september maar het is nog steeds onwerkelijk. Opeens heb ik vrije tijd – dat is voor mij een heel abstract concept.’

Wat doe je in die vrije tijd?

‘Beetje vingeren, blowen...’ Schaterlach. ‘Vrienden! Daar had ik vroeger nooit tijd voor. Ik was zo’n vrouw...’

Vrede doet iemand voor die in het voorbijgaan heel enthousiast maar gehaast zwaait en roept: ‘Ja!! Met jou? Je ziet er goed uit! Gauw iets afspreken!’ Droog: ‘En dan door.’

Romana Vrede.
 Beeld Bastiaan Woudt
Romana Vrede.Beeld Bastiaan Woudt

Heb je daardoor veel gemist?

‘Ik denk het wel. Het was altijd maar doorbuffelen. Maar ik heb nu afgesproken met mijn vrienden dat ik ze sneller bel, als het even minder gaat. Dat is nieuw, dat deed ik nooit.’

Je bent behoorlijk hard geweest voor jezelf.

‘Ja, vind je? Nou ja, dat zijn gewoon dingen die ik van mijn moeder leerde. Opstaan is een kwestie van de wekker zetten. Of: je kunt ervoor kiezen om verdrietig te zijn, of jezelf nu bij elkaar rapen en doorgaan. Ik kan mezelf heel goed een schop onder de kont geven. Maar nu leer ik om soms gewoon iemand op te bellen: ‘Het gaat niet goed. Ik ben verdrietig.’’

Hoe leer je dat?

Ze veert op. ‘Weet je wat een primeur is? Ik ga binnenkort beginnen met therapie. Schrijf maar op, want dat moet geen taboe zijn. Ik heb er zin in!

Nu Charlie uit huis is, moet ik een deel van mezelf opnieuw gaan vormgeven, en mijn tijd opnieuw gaan indelen. Dat wil ik niet doen door simpelweg nóg meer te gaan werken. Hiervoor was mijn leven: honderd procent toewijding aan Charlie, of aan mijn werk. Maar wat wil ik eigenlijk zelf? Dat hoop ik nu uit te gaan vinden. Want ik realiseerde me ook dat er een hele tijd is geweest, te lang, dat Charlie de enige was die echt dicht bij me stond.’

Was er een concrete aanleiding voor het besluit om in therapie te gaan?

‘Ja, relaties. Maar dat is niet voor in de krant.’ (lacht). Of nou ja. Met wie ben je een team, die vraag houdt me wel bezig sinds Charlie weg is. Zijn vader, mijn ex, heeft een nieuw gezin. En ik, eindig ik alleen? Mijn moeder had ons maar bleef verder alleen, en omdat ik zoveel op haar lijk...’ Ze zucht. ‘Nee, ik denk echt wel dat ik een partner nu meer heb te geven. Maar hoe, dat moet ik nog leren.’

CV ROMANA VREDE

24 oktober 1972 Geboren in Paramaribo, Suriname.

1976 Verhuist naar Rotterdam.

1999 Studeert af aan de Theaterschool in Arnhem.

1999-2016 Speelt onder meer bij het Onafhankelijk Toneel en als gastacteur bij Maas, Compagnie Dakar, Bogaerdt/VanderSchoot en Artemis.

2016 Who’s afraid of Charlie Stevens over haar ernstig gehandicapte zoon.

2016 tot nu Behoort tot het vaste ensemble van Het Nationale Theater in Den Haag.

2017 Wint Theo d’Or, belangrijkste toneelprijs voor een vrouwelijke dragende rol, voor haar rol in Race van Het Nationale Theater.

2018 Genomineerd voor Colombina voor beste bijrol voor The Nation van Het Nationale Theater.

2018 Te gast bij Zomergasten

2019 Documentaire Dit is de leven.

2020 Roman De nobele autist.

2021 Podcast en tv-uitzending Tijd zal ons leren, speelt in de voorstelling De eeuw van mijn moeder.

Op 30 mei zendt de VPRO ‘Tijd zal ons leren’ uit om 22.45 uur NPO 2. De 4-delige podcast is vanaf 22 mei te beluisteren: hnt.nl/tzol

Fotografie : Bastiaan Woudt, haar & make-up : Alejandro Malcolm, styling : Richard Schreefel, Met dank aan Het Nationale Theater

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden