Interview

Actrice Marian Mudder: ‘Bang leven is het domste wat je kunt doen’

Marian Mudder Beeld Linelle Deunk
Marian MudderBeeld Linelle Deunk

Marian Mudder, ‘die rooie uit Baantjer’, was altijd overal bang voor. Jaren van therapie brachten haar inzichten die ze nu als zelfstandig therapeut en schrijver deelt met anderen. ‘Ik stond trillend in het leven.’

Antoinnette Scheulderman

Uit haar boek Wat ik eerder had willen weten: ‘Als iets een eyeopener is geweest, dan is het dit: je kunt overal aan verslaafd raken als het maar op dat moment je onrust en ongeluk overstemt. Behalve aan drank en drugs kunnen we ook verslaafd zijn aan erkenning, succes, pijn, sporten, seks, eten, drama, aandacht, relaties, angst, piekeren en stress. Tijdens mijn helingsproces ben ik tot het inzicht gekomen dat alle verliefdheden in mijn leven, mijn zucht naar succes, erkenning en veel therapieën die ik heb gevolgd feitelijk drugs waren om niet te voelen hoe waardeloos en onbetekenend ik me diep vanbinnen voelde.’

Een dinsdagmiddag in het twee verdiepingen tellende huis van Marian Mudder (64), midden in de Amsterdamse Jordaan. Mudder schenkt zoethoutthee, neemt in kleermakerszit plaats op een okergele bank, haar zwarte kat Billie binnen aaiafstand. Roze lelies op een blauwgroene vaas, overal brandende kaarsen, een groot terras vol planten, roze pannen op het fornuis en een stapel zelfhulpboeken onder de vensterbank.

‘Een ervaringsdeskundige op het gebied van angst’, noem je jezelf.

‘Inmiddels weet ik dat ik lang een gegeneraliseerde angststoornis heb gehad. Dat betekent dat je altijd overal bang voor bent. Ik stond trillend in het leven, en dat is geleidelijk aan steeds erger geworden.’

Waar was je bijvoorbeeld bang voor?

‘Ik was vooral heel bang voor andere mensen. Dus ik durfde vreemden niet aan te spreken. Als meisje heb ik het een keer in mijn broek gedaan, omdat ik niemand durfde te vragen waar de wc was.’

Toch ben je actrice geworden, dan moet je je ook voortdurend tot anderen verhouden.

“Maar jij komt toch op televisie?’, zeiden mensen weleens als ik vertelde over mijn angststoornis. Alsof tv-persoonlijkheden nooit bang zijn. Ik heb ook altijd een dappere kant gehad, die lol maakte en een hang had naar avontuur. Dus ik ondernam wel van alles, maar het kostte me veel moeite. Soms lag ik twee dagen op bed voordat ik eropuit durfde te gaan.

Mijn plankenkoorts is jarenlang zo groot geweest dat ik geen toneelstukken meer speelde. Als toneelacteur moet je volledig kunnen opgaan in wat je op dat moment aan het doen bent, maar ik stond mezelf al tijdens de voorstelling te beoordelen en recenseren.’ Schaterlach: ‘En uiteraard gaf ik mezelf nooit vijf sterren.’

Wat vond je nog meer eng?

‘Ik vond de toekomst vreselijk eng en heb altijd een enorme angst voor armoede gehad. Met mijn onzekere beroep werd dat natuurlijk alleen maar erger. Het grootste schrikbeeld was om berooid onder een brug te belanden. Je neemt ook veel psychologische problemen van je ouders over, hè. Zij zijn allebei in armoede opgegroeid, vooral bij mijn vader was het heftig. Hij is geboren in 1916, maakte de depressie mee in een Rotterdams gezin waar geen geld en geen werk was. Op zijn benen zaten nog de plekken van de scheurbuik die hij als kind had gehad.

Mijn ouders hebben me geleerd om bang te zijn, dat was hun manier om hun liefde te uiten. Bij alles wat wij wilden, was het: ‘Doe maar niet, kijk maar uit.’ Mijn vader wilde dat ik lekker veilig in Capelle aan den IJssel zou gaan wonen, in een eengezinswoning en met een kantoorbaantje. ‘Word nou maar secretaresse’, zeiden ze, ‘dan heb je altijd iets om op terug te vallen.’ Dus deed ik braaf Schoevers.’

Je bent op mij altijd overgekomen als een zelfverzekerde vrouw.

‘Ik had op een gegeven moment een innerlijk en een uiterlijk leven ontwikkeld. Maar heel weinig mensen wisten hoe ik me vanbinnen echt voelde. Ik weet dat ik een trots hoofd heb, en ik zorgde dat ik altijd volledig in de make-up zat en prachtige kleren droeg, dus er kwam wel wat binnen. Maar intussen voelde ik me waardeloos. Diep eenzaam, niet goed genoeg, iemand die het niet waard was om van te houden. Altijd bang zijn is ongelooflijk vermoeiend. Ik heb heel lang heel hard moeten werken om niet in de diepe put van een zware depressie te zakken. Totdat het alsnog gebeurde.’

Marian Mudder woont tot haar 29ste in Rotterdam, als ongepland nakomertje in een arbeidersgezin uit Overschie met drie kinderen. Haar vader is optisch-glasbewerker, haar moeder huisvrouw. Daartoe aangemoedigd door haar ouders oefent Mudder aanvankelijk vooral ‘keurige meisjesberoepen’ uit. Ze is de dictafoniste die met een headset op brieven uittikt, directiesecretaresse en stewardess. Totdat ze het, inmiddels 27 jaar, toch aandurft zich in te schrijven voor een toneelcursus en vervolgens reageert op een advertentie van Koos Terpstra, die op dat moment net is afgestudeerd als regisseur en ervaren actrices zoekt. Mudder bluft, doet auditie, krijgt een black-out én de slappe lach, maar wordt toch aangenomen. Ze speelt in allerlei stukken onder regie van Terpstra voordat ze besluit ter bevestiging een diploma te willen halen. Voor de Amsterdamse toneelschool is ze inmiddels te oud om zich aan te melden, dus wordt het ’t Vlaams Conservatorium in Antwerpen – waar ze het na een jaar weer voor gezien houdt.

Landelijk bekend wordt ze uiteindelijk door haar rollen in veelbekeken dramaseries als Medisch Centrum West (1988) en Vrouwenvleugel, maar vooral als ‘die rooie uit Baantjer’: vanaf 1995 speelt ze acht seizoenen lang de rol van rechercheur Vera Prins in de hitserie die is gebaseerd op de boeken van politieman Appie Baantjer. Ze is daarna nog in verschillende succesvolle tv-series te zien (Voetbalvrouwen, Flikken Maastricht, Goede tijden, slechte tijden) voordat ze in 2009 debuteert als schrijver met roman Geluksblind. Tien jaar later speelt ze – met Koos Terpstra als regisseur – een onewomanshow die is gebaseerd op Sofasessies, haar eerste boek dat haar dertig jaar durende zoektocht in therapieland tot onderwerp heeft.

Tegenwoordig is Mudder zélf werkzaam als therapeut, met een eigen praktijk gespecialiseerd in angstproblematiek, waarvoor ze ook EFT-behandelaar (emotional freedom techniques) en mindfulnesstrainer is.

Marian Mudder. Beeld Linelle Deunk
Marian Mudder.Beeld Linelle Deunk

Hoe was het om als bang iemand in zo’n hitserie als Baantjer te spelen, met bekende collega-acteurs als Piet Römer en Victor Reinier?

Opgeruimde blik: ‘Het eerste jaar was voor mij een hel. Vooral omdat ik me zwaar geïntimideerd voelde door die collega’s, met name Piet. Die kon soms heel vervelend en onverdraagzaam zijn. Voor elke opname was er de blinde angst om mijn tekst te vergeten: als dat gebeurde, werd Piet meteen kwaad. Waardoor het bij mij alleen maar erger werd. Ik herinner me nog hoe ik na de laatste draaidag van dat eerste seizoen naar huis fietste. Hard huilend, met een bos bloemen in mijn hand.

Wat ook niet hielp was dat ik altijd alle afleveringen terugkeek. Om dan vooral alles van mezelf niet goed te vinden. Daar had ik dít moeten doen, daar dát. Ik ben zelf altijd mijn grootste criticus geweest.

Maar toen ik bij aanvang van het tweede seizoen op de set kwam, stond Piet me ineens vrolijk en met zijn armen gespreid op te wachten. Kennelijk had hij intussen gezien dat Vera Prins toch wel een toevoeging aan de serie was. Hoe dan ook bleef het er een soort baan bij om mijn collega’s goedgehumeurd te houden.’

Onlangs werd er in talkshow Beau teruggekeken op Baantjer. Victor Reinier vertelde dat hij nog elke dag aan de inmiddels overleden Piet Römer dacht, jij zei dat je inmiddels al drie levens verder was.

‘Ik ben niet tot het einde toe in de serie gebleven, ook omdat de rol van Vera Prins zo weinig inhoud had. Ik heb er flink tegen geageerd hoe rolbevestigend haar verhaallijn was. Voelde Prins zich misselijk, dan suggereerde het meteen een zwangerschap – ze kon nooit eens gewoon een kater hebben. Dat ergerde me. En ik voelde een grote behoefte om me verder te ontwikkelen.’

Je kreeg wel voor het eerst de goedkeuring van je vader.

‘Dat ik toch voor dat onzekere beroep had gekozen, vond hij verschrikkelijk. Eerst ook nog met allerlei ingewikkeld modern toneel waar hij niets van begreep. Maar toen ik naast Piet Römer stond werd alles anders. Piet was een man van zijn generatie en voor mijn vader een grote ster. Dus toen had ik het in zijn ogen ineens gemaakt.’ Weer die lach: ‘En twee jaar later ging-ie dood.’

Hoe kijk je achteraf terug op Baantjer?

‘Ik ben toch een soort tot bloei gekomen door die serie. Het was de eerste keer dat ik echt het gevoel kreeg dat ik succes had. En ook nadat ik was gestopt, heb ik er nog lang veel werk door gehad. Dus Baantjer heeft me veel gebracht, maar ik kijk er ook met gemengde gevoelens op terug. We hebben ontzettend met elkaar gelachen, maar tegelijkertijd had iedereen privé z’n eigen shit. Bij ons allemaal speelde die dubbele kant en dat was voelbaar op de set.’

Jouw boek Sofasessies gaat over je zoektocht door therapieland. Inmiddels is het veel normaler geworden om psychische hulp te zoeken dan een jaar of tien geleden.

‘Ik was 27 jaar toen ik bij zo’n stereotiepe psychiater naar binnen stapte. Hij rookte sigaren, ging tegenover me zitten en zei vervolgens niets. Niemand in mijn omgeving ging destijds in therapie. Sterker: er was een steekje aan je los als je dat deed.’

Je volgde allerlei zelfhulpcursussen en therapieën als NLP, rebirthing, kinesiologie, reiki.

‘Uiteindelijk kreeg ik door sommige van die boeken of therapieën wel meer inzicht in mezelf, maar tegelijkertijd versterkten ze ook het zelfverwijt en de schaamte. En denken dat er iets mis is, ís wat er mis is.’

Je deed ook Speyer-therapie, een methode die als uitgangspunt heeft dat emotionele problemen hun oorsprong meestal hebben in de eerste vijf levensjaren. Van jouw therapeut moest je met een mes insteken op een kussen dat je vader voorstelde.

‘Mijn zwager had die therapie al eens gedaan, en toen mijn zus hem verliet, ging-ie opnieuw. ‘Ik ben zo boos, wat moet ik doen?’, vroeg hij de therapeut. Die antwoordde dat je áltijd moet doen wat je gevoel je ingeeft. En vervolgens stak mijn zwager de huisraad in de fik. Maar goed, diezelfde therapeut liet mij twee weken lang elke dag komen en geblinddoekt op een bank liggen. Vervolgens gaf hij me allerlei opdrachten. Zoals met een denkbeeldig mes op mijn vader insteken. Maar dat kon en wilde ik niet: ik hield van mijn vader. Waarna de therapeut me een klap in mijn gezicht gaf.’

En jij hield die blinddoek om?

Verbaasd gezicht: ‘Ja! Ongelooflijk wel, hè? Hij heeft ook nog eens zijn hand op mijn kruis gelegd. Dat ik zo moeilijk bij mijn gevoel kon komen, betekende misschien wel dat ik als kind was misbruikt. Als ik heftig op die aanraking zou reageren, was dat volgens hem foute boel. Achteraf zie ik natuurlijk dat alles waar ik last van had juist tijdens die sessies gebeurde. Ik kwam niet voor mezelf op, liep niet weg, sloeg hem niet terug, gaf mijn grenzen niet aan. Desondanks heb ik er toch kracht uit geput. Toen heb ik ook de stap genomen om te gaan acteren.’

Marian Mudder. Beeld Linelle Deunk
Marian Mudder.Beeld Linelle Deunk

‘In therapie leerde ik dat het allemaal aan mijn ouders lag’, schrijf je in Wat ik eerder had willen weten.

‘Het is zo dat een kind de spanning die thuis heerst altijd op zichzelf zal betrekken. Een kind dat niet goed wordt behandeld, houdt niet op van zijn ouders te houden: het houdt op van zichzelf te houden.

Inmiddels weet ik dat een van mijn grootste problemen was dat ik onbewust de patronen van mijn ouders heb overgenomen – want dat doen kinderen. Mijn vader was een zorgelijke man die last had van depressies, mijn moeder lag regelmatig gestrekt in de gang omdat ze alles te spannend vond. Ze waren geen mensen die het leven licht namen. Daarbij was mijn moeder niet in staat om uitingen van genegenheid te geven. Ze knuffelde niet, zei nooit iets liefs. Niet omdat ze een nare vrouw was, maar omdat ze het zelf als kind van een koude moeder ook niet had gekend. Als het vroeger onweerde en ik angstig naar de slaapkamer van mijn ouders sloop, nam mijn moeder me niet tussen hen in, maar zei ze: ‘Ga maar aan het voeteneind liggen.’’

Grijnzend: ‘Lag ik daar, overdwars.’

‘Wat al dat gegraaf in mijn verleden me uiteindelijk vooral heeft opgeleverd, is een grote woede naar mijn ouders. Mijn relatie met hen verslechterde, omdat ik ze van alles kwalijk nam. Terwijl ik nu besef dat ze er natuurlijk niks aan konden doen. Als ze beter hadden geweten, hadden ze beter gedaan. Pas veel later lukte het me om niet langer de moeder te zien die me had teleurgesteld, maar een mens dat fouten had gemaakt en het graag anders had willen doen – als ze had geweten hoe.

Na de dood van mijn vader heb ik gelukkig alsnog een heel intensieve band met haar gekregen. Ik heb haar kunnen uitleggen wat ik als kind had gemist. Daarna sloeg ze soms ineens hard en onhandig op mijn rug, bij wijze van liefkozing. En toen ze eenmaal had geleerd met een computer om te gaan, stuurde ze me eenregelige mailtjes: ‘Ik hou van je’. Heel schattig.’

Zowel jij als je broer en zus kregen geen kinderen. Is dat toeval, denk je?

‘Nee. Als je niet uit een blij gezin komt, kun je twee dingen doen: je sticht zelf wel een blij gezin of je besluit dat het niet zo’n goed idee is om aan kinderen te beginnen. Wij hebben alle drie dat laatste gedaan. Daarbij dacht ik: het zorgelijke dat ik in me heb, wordt met een kind nog erger. En ik was ook echt wel bang om een slechte moeder te zijn. Bovendien behoor ik tot zo’n beetje de eerste generatie vrouwen die er dankzij de anticonceptiepil voor kon kiezen om geen moeder te worden. Dat was een kans die ik mezelf niet wilde ontnemen, en ik heb er nooit spijt van gehad.’

Ik heb zelf ook geen kinderen dus durf ik je dit te vragen: denk jij ook niet dat mensen zonder kinderen meer tijd hebben om te navelstaren?

‘Natuurlijk. Ik zie ook wel dat het een soort luxe is wat ik doe. Als je een kind hebt, is daar geen tijd voor. En het is goed om je te moeten concentreren op iets wat niet met jou te maken heeft. Je kunt namelijk ook verslaafd raken aan je eigen drama. Dat je het onbewust helemaal niet wílt oplossen. Dat heeft bij mij zeker gespeeld.’

De eengezinswoning en het keurige huwelijk dat je vader voor jou hoopte zijn er uiteindelijk nooit gekomen.

‘Dat had ook nooit mijn prioriteit. Ik wilde een goede, liefdevolle relatie, maar als ik ergens mijn onzekerheden ben tegengekomen, is het wel in de liefde. Zodra ik gek op iemand werd, ging ik mezelf minder leuk vinden. Omdat het stemmetje in mijn hoofd meteen begon te snateren dat ik niet goed genoeg voor zo’n man was. En vooral: niet mooi genoeg.’

Je ontwikkelde een obsessie met je uiterlijk, schrijf je ergens. Hoe uitte zich dat?

‘Mijn grootste angst is uiteindelijk geweest dat ik niet om van te houden was. Daarin speelde mijn uiterlijk een belangrijke rol. Ik redeneerde vanuit de male gaze: een vrouw om van te houden is een mooie vrouw. Wat weer de angst veroorzaakte lelijk te zijn. En ik vond natuurlijk dat ik lelijk wás. Terwijl, als ik nu foto’s terugzie van vroeger, denk ik: godskolere! Maar ik vond mezelf te dun, te jongensachtig, niet aantrekkelijk genoeg voor mannen. Dat had ook impact op mijn relaties. Ik ben lang met dezelfde man geweest, maar daarnaast was ik vaak verliefd op anderen, omdat ik voortdurend bevestiging nodig had. Intussen durfde ik niet naakt te zijn, dus schoof ik vanuit het bed met laken en al mijn peignoir in. Wat ook weer gevolgen heeft voor je seksuele beleving. Want als je je altijd afvraagt hoe je erbij ligt, lukt ontspannen ook niet. Dus dat is zeker tot mijn 40ste tobben gebleven.’

Je vond jezelf lelijk, maar werd wel model. Eentje met een ‘Libelle-hoofd’.

‘Dat vond ik natuurlijk ook niet leuk, ik wilde in de Vogue. Maar ik stond vooral met gebreide truien aan in bladen als Libelle of Margriet. Ik wilde gezien worden en daarbij zou een carrière als model me helpen, had ik bedacht. Zo gauw iedereen mij mooi vond, zou ik dat zelf ook vinden. Maar bevestiging die van buitenaf moet komen, gaat je niet helpen om van jezelf te houden. Hetzelfde geldt voor succes. Het tilt je misschien even op, maar daarna heb je altijd weer nieuwe dopamine nodig. Zelfliefde zit niet in jezelf de hele dag grandioos vinden, werkelijke zelfliefde is ophouden met jezelf steeds af te wijzen.

We zijn geneigd om te streven naar positieve overtuigingen over onszelf, maar uiteindelijk is het veel beter om zonder oordeel te zijn. Dat je geen enkel oordeel meer over jezelf hebt: niet positief en niet negatief.’

Op je Instagrampagina schreef je dat de meest gestelde vraag van cliënten in jouw praktijk is: ‘Hoe leer ik van mezelf te houden?’

‘Ik zie dat als een groot maatschappelijk probleem. Zolang je niet kunt voelen dat je goed genoeg bent, creëer je je eigen stress. Ik dacht altijd: als ik maar hard genoeg aan mezelf werk, komt er een dag dat ik mezelf de moeite waard zal vinden. Maar ook die positieve overtuigingen kunnen op een dag wegvallen. Schoonheid, succes; het moet allemaal worden onderhouden. Wat weer de angst voor verlies kan genereren. Sinds ik dit weet, gaat het mij om vrede vinden met mezelf en mijn leven – precies zoals het nu is. Omdat mijn hoge verwachtingen en het altijd streven naar beter me uiteindelijk meer in de weg hebben gezeten dan dat ze me iets hebben opgeleverd.’

Wat was het omslagpunt?

‘Ik was 47 jaar toen ik ontzettend verliefd werd op een Noor. Voor hem heb ik de man met wie ik toen samen was verlaten, terwijl ik nooit uit die relatie weg had durven gaan vanwege mijn verlatingsangst. Maar deze nieuwe liefde was zo groot en wederzijds dat ik er meteen vol voor wilde gaan. Toch is het ons niet gelukt om onze levens bij elkaar te krijgen.

Hij was zestien jaar jonger, woonde in Noorwegen en was nog aan het afstuderen. Daarbij bleek het feit dat ik geen kinderen meer kon en wilde krijgen een probleem voor zijn nogal traditionele familie. Thuis had hij verteld dat hij met een beroemde Nederlandse actrice ging, dus die mensen stelden zich waarschijnlijk zo’n diva in een bontjas voor. Ze wilden me in elk geval niet ontmoeten.

Toen hij na twee jaar een stage op Fiji kreeg aangeboden, speelden mijn oude onzekerheden weer op: waarom zou hij bij mij blijven als hij ook naar Fiji kan – zó leuk ben ik niet. Nu zou ik denken: ik ga lekker mee en zie daar wel hoe het loopt. Maar destijds zag ik alleen maar beren op de weg. Dus ik bleef hier en hij vertrok.’

Liefdesverdriet.

‘Enorm. Het is echt een lijdensweg geweest. Toen kort daarna ook mijn beste vriendin overleed, ben ik in een diepe crisis beland. Al die jaren had ik lopen watertrappelen, maar nu kón ik niet meer. Een bevriende coach zei tegen me: ‘Het beste wat je nu kunt doen is je naar de bodem van die diepe put laten zakken – en daar vind je een parel.’ Uiteindelijk heeft hij daar gelijk in gehad. Het heeft me een paar zeer ongelukkige jaren gekost, maar ik ben nu wie ik toen had moeten zijn.’

Hoe lukte je dat?

‘Een belangrijk omslagpunt kwam tijdens een tripje naar Wenen. Ik zat op een ochtend in mijn hotelkamer met een hoofd vol boze stemmen. Ik moest weer werk vinden als actrice – waarom lukte me dat nou niet? Deed ik er wel echt genoeg moeite voor? Ik bleef mezelf er in mijn hoofd maar van langs geven. Tot het moment dat ik me afvroeg: waarom zou ik hier eigenlijk naar moeten luisteren? Waarom moet ik doen wat mijn hoofd zegt? Terwijl die boze stemmetjes gewoon doortetterden, ben ik iets leuks voor mezelf gaan doen. Uiteindelijk heeft dat voor een ommekeer in mijn leven gezorgd.’

Op welke manier?

‘Al bleef mijn hoofd doormekkeren dat ik dat niet kon, ik ben mijn eerste boek gaan schrijven en heb me laten omscholen tot coach. Ik vind acteren ontzettend leuk, maar werd ook doodongelukkig van de afhankelijkheid die erbij hoorde. Altijd weer die zorg of je nog wel gevraagd zou worden – daar was ik klaar mee.’

Marian Mudder. Beeld Linelle Deunk
Marian Mudder.Beeld Linelle Deunk

Eigenlijk bleek de oplossing dus vrij eenvoudig.

‘Nee, eenvoudig was het zeker niet. Spiritueel bestsellerauteur Eckhart Tolle zegt dat gedachten onze zwaarste verslaving zijn, en ik begrijp dat. Ik was zwaar verslaafd. Maar uiteindelijk kwam ik tot het inzicht dat wat je je in je hoofd haalt, niet allemaal waar is. Een gedachte is onschadelijk zolang je haar niet gelooft. Alles in mijn leven draaide om wat er beter kon, waarmee ik mezelf dus voortdurend vertelde dat het nú nog niet goed genoeg was. Ik zeg weleens: als we net zo lief en geruststellend tegen onszelf zouden praten als we tegen onze huisdieren doen, zouden we ons een stuk beter voelen.

Overigens zijn meditatie, mindfulness en EFT voor mij wel onontbeerlijk geweest. Door te mediteren heb ik geleerd om mijn gedachtenwolkjes te observeren zonder erin te verdwijnen.

EFT is een behandelingstechniek waarbij je in je hoofd teruggaat naar vroegere angstervaringen. De emoties en spanningen die je destijds hebt weggedrukt, laat je in zo’n sessie alsnog toe. Vervolgens klopt de therapeut op specifieke punten van je gezicht en lichaam, waardoor de belastende herinneringen worden verdreven. En ik me inmiddels veel vrijer en energieker voel.’

Diepe zucht: ‘Dit had ik natuurlijk heel graag véél eerder geweten.’

Wat zonde van alle tijd die je tobbend hebt doorgebracht.

‘Daar heb ik ook wel verdriet om gehad, ja. Ik heb een hartstikke leuk leven geleid, maar dat heel vaak niet zo kunnen ervaren omdat ik me ellendig voelde. We lijden het meest door het lijden dat we vrezen.’

Inmiddels is er de corona-angst, die voor veel mensen wel heel reëel is.

‘Ik schoot begin vorig jaar ook eerst weer even in paniek. Omdat ik ging bedenken wat er zou kunnen gebeuren waardoor ik alsnog berooid onder een brug ging belanden. Terwijl ik nog gewoon werk had en er op dat moment voor mijzelf niets rampzaligs gebeurde. Door me daarop te concentreren en niet mee te gaan met de paniek in mijn hoofd ontstond er rust en ruimte.

Je denkt dat je jezelf veilig houdt door over allerlei zaken te piekeren, maar dat is niet zo: je maakt het er alleen maar erger mee. Zolang het je lukt rustig te blijven, kun je constructief en creatief nadenken over voorzorgsmaatregelen, bijvoorbeeld wat je kunt doen als je daadwerkelijk je baan kwijtraakt. Als ervaringsdeskundige zou ik het iedereen op het hart willen drukken: bang leven is het domste wat je kunt doen. Angst remt je vermogen om creatief te denken. En dat heb je hard nodig, juist in deze uitdagende tijden.’

En ben jij nu gelukkig?

‘Ja. Ik ben blij dat ik uiteindelijk niet ben weggedoken voor mijn problemen, maar ze te lijf ben gegaan. Waardoor ik nu denk: kom maar op! Het enige is dat ik heel graag weer een relatie zou willen. Ik heb na die Noor tien jaar lang een minnaar gehad, maar ik voel dat ik nu weer echt met iemand samen wil zijn. Ik heb een goede vriendin die hier regelmatig is en beneden wonen vrienden met wie ik vaak eet, dus gezelligheid genoeg, maar ik mis een man in mijn leven. Dus ik heb zin in 2022. Wie weet wat dit jaar me gaat brengen.’

CV Marian Mudder

8 januari 1958 Geboren in Rotterdam, opleiding Schoevers Instituut, daarna studie psychologie en Conservatorium Antwerpen (allebei één jaar).

1986 Debuut als actrice in toneelstuk De lente, speelt ook in stuk Sexual Perversity in Chicago.

1987 Rollen in Zeg ’ns Aaa en Nieuwe Buren, op het toneel in De blinde van Dürrenmatt en De cid van Corneille.

1988 Speelt Gerda Cazal in Medisch Centrum West.

1994 Speelt Nathalie Tellegen in Vrouwenvleugel.

1995-2002 Vera Prins in Baantjer.

1999 Poseert voor Playboy.

2000 Series Westenwind en Kees & Co.

2003 Toneelstuk Gouwe Handjes, naast John Kraaijkamp sr, vast panellid Ook Dat Nog.

2003-04 Serie I.C..

2004-05 Serie De Afdeling.

2006 Voetbalvrouwen, Lotte en Vera Prins in allerlaatste aflevering Baantjer.

2008 Debuut als schrijver, met roman Geluksblind.

2009 Verborgen gebreken en Flikken Maastricht.

2010 Toneelstuk Mensenkinderen, met Kees Hulst.

2011 Goede tijden, slechte tijden, schrijft fictieboek De perfecte minnares en start als zelfstandig therapeut en coach.

2012 Roman Volgende keer bij ons.

2013 Verliefd op Ibiza, kandidaat spelshow De Pelgrimscode.

2015 Doet mee aan Expeditie Robinson, speelt in Meiden van de Herengracht, toneelversie Fatal Attraction en schrijft thriller Opium.

2017-19 Eerste solovoorstelling Sofasessies, naar haar gelijknamige boek, onder regie van Koos Terpstra.

2020 Boek Lichter leven.

2021 Hoofdrol in theater- en dansvoorstelling Kaap Liefde, met Romano Haynes.

2022 Boek Wat ik eerder had willen weten verschijnt 17 januari bij uitgeverij AmboAnthos en Mudder begint ook een online zelfhulpplatform.

Marian Mudder woont in Amsterdam.

Credits fotografie

Visagie en haar : Bart Brom.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden