InterviewJoy Delima

Actrice Joy Delima: ‘Ik zou wel wat minder lief en aangepast willen zijn’

Beeld Valentina Vos

Ze ging in therapie voor haar sociale angsten en typeert zichzelf als verlegen, maar op het toneel is actrice Joy Delima (25) voor de duvel niet bang. Daar praat ze sans gêne over niet kunnen klaarkomen en andere kwetsbare onderwerpen. Haar solo Stamboom monologen gaat over alledaags racisme en identiteit. ‘Mijn vader zei laatst: je moet wel oppassen met wat je allemaal zegt hè?’

Joy Delima trekt haar rug krom en kijkt scheel. In haar solo Stamboom monologen imiteert de actrice een nerveuze, sneue man die haar in de kroeg veel te gretig een reeks impertinente, seksistische vragen stelt. Hoe zwart haar laatste vriend was. Of ze weleens met een witte man... En o ja, trouwens, hij heeft een keer gehoord… Kan zij bevestigen dat de binnenkant van de vagina van een zwarte vrouw inderdaad roze is? 

Vervolgens mimet ze zwijgend een absurdistische scène waarin de man even een kijkje neemt, steeds verder, steeds dieper, tot hij op zeker moment met verbijsterde blik in haar binnenste rondzwemt. Gulle lach: ‘Ja, die scène, dat was eerst gewoon een grapje, en dat breid ik dan steeds verder uit, omdat het leuk is, en het werkt. Soms denk ik wel, djiezus, néé, dit gaat te ver! Maar ja, dan kan ik al niet meer terug. Die vraag over die vagina is trouwens letterlijk aan een vriendin van mij gesteld.’

Delima (25) schreef de solo in het derde jaar van de ArtEZ toneelschool in Arnhem, waar ze vorig jaar afstudeerde. In juni speelde ze hem drie weken lang in Internationaal Theater Amsterdam (ITA). Vers van school is ze direct toegetreden tot het ensemble van ITA, dat geldt als de eredivisie voor acteurs. Normaal zou in deze periode de grote productie Op hoop van zegen hebben gespeeld, maar in coronatijd is ook hier nood aan flexibel, kleinschalig repertoire. In de week dat overal ter wereld massale Black Lives Matter-protesten plaatsvonden, besloot het gezelschap haar solo over racisme en identiteit op te voeren. Delima: ‘Mijn collega Maria Kraakman, die mijn solo eerder al eens had gezien, stelde voor dat ik hem weer zou spelen, en toen was het supersnel gefikst. Echt kapot snel.’

Voelde je je als nieuwkomer bij een overwegend wit gezelschap meteen vrij om over racisme te praten?

‘Het voelt raar om de ene dag bij het Black Lives Matter-protest op de Dam te staan, en de volgende dag te moeten repeteren voor Op hoop van zegen. Dat lijkt dan even onverenigbaar. Gaan we gewoon door? Hoe kunnen we nu theater gaan maken? Dat soort twijfel wil ik ter sprake kunnen brengen. Want als je zwart bent kun je dat niet even opzijzetten, het is een permanent onderdeel van je leven. Maar ik ben natuurlijk niet de enige daar die geraakt is door de gebeurtenissen.’

Ik vraag het ook omdat ITA van oudsher niet het meest maatschappelijk geëngageerde gezelschap is. De keuze van stukken gaf in het verleden weinig blijk van actueel politiek bewustzijn, en het ensemble was tot twee jaar geleden nog hagelwit.

‘Ik loop er nog maar net rond, maar in die korte tijd heb ik het gevoel gekregen dat het gezelschap en de leiding mij en alles wat bij mij hoort, omarmen. Dat ik meteen mijn solo daar kon spelen zegt heel veel.’

Je zei zelf in de Volkskrant dat het klassieke repertoiretoneel bestaat uit ‘oude stukken van witte mannen.’

‘Dat is ook zo. Zelf vind ik het belangrijk om me in mijn werk uit te spreken over urgente maatschappelijke kwesties. Nina Simone zei: ‘It’s the artist’s duty to reflect the time’, en zo wil ik ook theater maken.

Maar ik hou óók van dat klassieke repertoire. Daar ben ik ook voor opgeleid. Ik heb de technische vaardigheden om de eerste Nederlandse Shakespeare-vertalingen van Burgersdijk uit 1886 te spelen. En daar geniet ik heel erg van. Dan is de uitdaging: die oude taal, hoe bekt dat, hoe krijg ik dat mijn mond uit, hoe maak ik het hier en nu?’

Delima formuleert rustig en bedachtzaam. Ze praat zacht en neemt de tijd voor haar antwoorden – soms laat ze lange, aarzelende stiltes vallen. Maar als ze enthousiast wordt, barst ze uit in een gulle, melodieuze lach, of slaat ze vrolijk – ‘O my God!’ – met haar hand op tafel. Gaandeweg het gesprek permitteert ze zich steeds meer grapjes. ‘Ik heb een heel goofy soort humor, dat verwachten mensen niet zo snel. Ik ben in eerste instantie het kat-uit-de-boomkijkerige type, maar als ik me op mijn gemak voel, kom ik los.’

Ze was een ‘rustig kind’, zegt ze zelf, geboren en getogen in Rotterdam-Alexander. Haar vader, afkomstig van Curaçao, heeft een internationale baan als servicemonteur. Haar moeder, die oorspronkelijk uit Suriname komt, gaf haar baan bij het Korps Mariniers op om voor haar twee dochters te zorgen. Het was een hecht, veilig gezin, aldus Delima. Joy ging naar basisschool De Pionier, waar het motto was: ‘Het gevoel iemand te zijn die iets kan.’

Had jij als kind dat gevoel?

‘Het gevoel niet zozeer nee, ik was stil, verlegen, teruggetrokken. Ik verschool me altijd achter mijn vader of mijn grote zus.’ Stralend: ‘Maar de droom was er wel.’

In de veilige omgeving van de huiskamer waren er al vroeg allerhande verkleedpartijtjes, en dansjes op muziek van Destiny’s Child (‘Ik was groot fan’). Haar moeder vertelt dat hoewel Joy een angstig kind was, ze iedereen kon verrassen door bijvoorbeeld op haar 10de zomaar te gaan zingen bij een karaokeshow. ‘Daar had ik me dan toch gewoon voor opgegeven, in m’n eentje.’

Als kind zat ze op jeugdtheaterschool Hofplein. Na het vmbo volgden de MBO Theaterschool in Rotterdam en de ArtEZ Toneelschool in Arnhem. In haar vierde jaar daar speelde ze in de voorstelling Onze Straat van Het Nationale Theater, en werd genomineerd voor de belangrijke toneelprijs Colombina – hoogst uitzonderlijk voor een stage. Kort daarop volgde de aankondiging dat ze gaat spelen bij ITA, een vliegende start van haar toneelcarrière.

Ze is in eerste instantie nog altijd verlegen en terughoudend in een groep, zegt ze, maar op toneel valt dat weg. ‘Mijn moeder vat het weleens zo samen: bang kind, durft dingen.’

Beeld Valentina Vos

Je moeder vertelde ook dat je gepest werd op de lagere school.

‘Het is heel gek, maar ik heb de herinnering daaraan grotendeels geblokt. Ik herinner me wel bepaalde incidenten, dat iemand een keer op me gespuugd heeft, en dat een ander kind me keihard op mijn hoofd sloeg. Maar verder is me vooral het gevoel bijgebleven: er niet bij horen, buitengesloten worden, oppassen geen fouten te maken opdat je er niet wéér wordt uitgepikt.

‘Het ging mijn hele basisschooltijd door, acht jaar lang. Niet eens om iets specifieks – ik was gewoon altijd de lul. Ik was denk ik een gemakkelijk slachtoffer.’

Hoezo?

‘Omdat ik een bang kind was. Je ziet het op foto’s, daar sta ik met van die grote, angstige ogen op, meestal vastgeklampt aan mijn vaders been. In groep één stotterde ik ook nog eens heel erg.’

Thuis hield je stil dat je gepest werd.

‘Ik ging elke ochtend moedig naar school, vrolijk zwaaiend ‘da-hag!’ En als ik thuiskwam deed ik ook alsof er niks aan de hand was. Ik begrijp zelf ook niet zo goed waarom, want thuis was het heel veilig.

Het gebeurt nog steeds wel dat ik me ellendig voel en toch beweer dat alles prima gaat. Dat is een automatisme geworden. Inmiddels ben ik er zo bedreven in dat ik soms niet meer weet of ik het echt leuk heb of alleen maar doe alsof.

In het eerste jaar van de toneelschool in Arnhem ging ik in therapie voor mijn sociale angsten. Maar als ik soms geen zin had – wat stom is, hè? – deed ik alsof alles oké was. En die therapeut geloofde dat. Dan dacht ik: djiezus, zie je niet dat ik dit speel?! Dat zegt misschien wel iets over mijn kwaliteiten als actrice, haha.’

Wat houden die sociale angsten in?

‘Ik maak niet zo gemakkelijk contact. In een nieuw gezelschap ga ik er eigenlijk altijd van uit dat ik er niet bij zal horen. Ik denk dat mensen mij in eerste instantie een beetje stuck-up vinden. En dat mijn blik uitstraalt: praat niet tegen me. Terwijl ik er juist graag bij betrokken wil worden.

Wat het ingewikkeld maakt is dat anderen het vaak niet geloven. Wat, werd jij gepest vroeger? Met wat dan? Mensen vinden het moeilijk te accepteren dat ik mezelf anders zie dan zij.’

Ondanks die sociale angst durf je publiekelijk behoorlijk openhartig te zijn. In de voorstelling Allemaal mensen van Toneelgroep Oostpool vertel je op het toneel dat je moeite hebt met klaarkomen.

Brede grijns: ‘Met een man dan hè? Hahaha. Ik heb ooit van mijn ex een vibrator gekregen, de womanizer, die heeft een orgasmegarantie van een minuut… Dat werkt met luchtdrukpulsaties, en, eh… Ja.’ Ze valt even stil.

‘Wacht even hoor. Ik wil altijd wel graag makkelijk over dit soort dingen praten, maar nu denk ik toch: oeh, shame

Maar ja, dat werkt dus prima. Maar met een man… Ik heb een app waarin ik mijn cyclus bijhoud, en daarin noteer ik ook wanneer ik klaarkom. Ik denk dat het misschien 1 op de 10 keer lukt. Toevallig is het dit jaar weer een keer gebeurd, maar de keer daarvoor was in 2017.’

En nu ga je een boek schrijven over seksualiteit en het vrouwelijk orgasme.

‘Haha, nee, ho: er is één gesprek geweest bij een uitgeverij, ik heb nog niet eens een contract. Maar wat ik zou willen is korte verhalen schrijven over seksualiteit en alles wat erbij komt kijken, ook de minder leuke dingen. Ik twijfel nog of ik dat expliciet vanuit mijn eigen ervaringen ga doen, of meer als een soort ‘gebaseerd op’. Want seks heb je niet alleen – of nou ja, soms wel, maar soms ook niet, en dan zou ik de andere betrokkenen toestemming moeten vragen, terwijl ik met sommigen van hen helemaal geen contact meer wil. Maar ik onthoud gewoon altijd van die gekke momenten of rare dialogen. Zoals met een jongen die na tien seconden vingeren zei: ‘Kom dan.’ Hè? Wat? Toen had ik echt even een brain fart.

Beeld Valentina Vos

Je werkte ook mee aan de documentaire Joy, over taboes rondom het vrouwelijk orgasme bij de twintiger van nu. Waarom deed je dat?

‘Omdat ik het zelf heel moeilijk heb gevonden dat niemand over dat soort dingen praat. Iedereen deelt altijd alleen maar de leuke, succesvolle seksverhalen. Je hoort nooit eens: shit, gister lukte het niet. Daardoor heb ik lang gedacht dat er iets mis met me was.

Terwijl, nadat die docu was uitgekomen bleken veel meer mensen hiermee te struggelen. Dan denk ik, wauw, wat missen we niet allemaal in de media? En wat kan ik daar zelf aan doen?’

Ben je erachter gekomen waar het bij jou door komt?

‘Ik was best vroeg met mijn interesse in seksualiteit, 10 ofzo, en uit nieuwsgierigheid ging ik toen vrij snel porno kijken. Ik weet niet eens meer hoe ik daarop kwam, waarschijnlijk typte ik gewoon ‘seks.nl’ in.’ Ze klapt in haar handen: ‘OMG, spannend!’

Maar achteraf is dat problematisch gebleken, omdat ik het onderzoeken van mijn eigen lichaam een beetje heb overgeslagen. Ik had een pornobeeld van seks: o, zo hoort het dus, of: je moet op die manier kunnen klaarkomen.

Na mijn eerste keer, op mijn 18de, was ik echt teleurgesteld dat het niet was gebeurd. Wat, ik deed toch alles goed? Door die porno had ik geen realistisch beeld van seks, en veel te hoge verwachtingen.

Maar toen ik ontmaagd werd wist ik meteen: nee, hier ga ik niet van klaarkomen. En ontdekte ik dat ik zelf helemaal niet wist wat ik fijn of lekker vond.

Mijn ouders denken nu bij het lezen: O. Mijn. God.’

Hoe kan het dat jij, als verlegen persoon, hier zo open over durft te zijn, en dit zomaar vertelt aan...

‘De Volkskrant! Hahaha. Omdat ik helemaal vergeet dat wij hier niet gewoon gezellig aan de thee zitten. Nee, wat ik zei; ik heb dat zelf gemist. En het lijkt me goed dat mensen die wel een easy breezy seksleven hebben, ook weten dat dit bestaat. Dat het bespreekbaar wordt. ‘

Op haar Instagramaccount deelt Delima ook andere intieme dingen. Zoals een echo van haar baarmoeder, na een baarmoederonderzoek. In de begeleidende post schrijft ze openlijk over de onverklaarbaar hevige buikpijnen tijdens haar menstruatie. Ook volgt een vrij plastische beschrijving van het pijnlijke gynaecologische onderzoek, met eendenbek en al, dat uiteindelijk gelukkig uitwijst dat alles prima in orde is.

Vrolijk: ‘Ja, altijd als ik iets meemaak waarbij ik denk: dit had ik willen weten, dan deel ik het, zodat anderen het wél weten.

Maar misschien is het ook wel… Kijk, over dat niet kunnen klaarkomen heb ik me jarenlang geschaamd. Ik voelde me er minder vrouw door, en ik deelde dat met niemand. De schaamte erover werd erger dan het probleem zelf. En door er op het podium over te praten, heb ik dat doorbroken. Nu heb ik er ook minder moeite mee om het te vertellen aan een nieuwe partner.’

Het wordt dus makkelijker voor jou erover te praten als je het eerst hebt gedeeld op de engst denkbare plek: het podium.

‘Op het podium voelt het gek genoeg minder kwetsbaar. Omdat dat altijd een getheatraliseerde versie is van mezelf. En ik merk, ook nu ik in het echte leven vaker openhartig dingen deel, dat dat heel veel positiefs oplevert.’

Krijg je nooit vervelende reacties?

‘Jawel, ook. Toevallig laatst nog, een paar nare reacties op de aankondiging van mijn solo op de Facebookpagina van ITA. Iemand noemde mijn solo – ongezien  ‘gekleurde aanstellerij’ en schreef: ‘ik ben hier wel klaar mee.’

Ik las dat op de eerste dag dat ik zou spelen, en het maakte me zo verdrietig, ik wilde niet eens meer opstaan, ik was gewoon een steen. En ik was ook verbaasd, omdat ik dacht: dit zijn nota bene theaterliefhebbers.

Ik viel helemaal niemand aan, het was gewoon de aankondiging van mijn solo. Desondanks gaan mensen keihard in de aanval. Terwijl: ik heb niks tegen ze gezegd, doe rustig! Zij voelen zich door zoiets kennelijk meteen geraakt in hun witte zijn. Dat is echt white fragility op z’n allerergst. (De term ‘white fragility’ verwijst naar de weerzin of het onvermogen van witte mensen om over hun eigen (onbewuste) vooroordelen te praten, red.) Als ik dat soort dingen meemaak verlies ik mijn hoop een beetje.’

Wat is volgens jou het minimum dat witte mensen kunnen doen in het gesprek over racisme?

‘Zich verplaatsen in een ander. En zichzelf wit noemen in plaats van blank. Blank is geen neutrale term: het betekent rein en onbevlekt.’

Op Instagram postte je een foto met een bord, ‘White Silence = Violence’. Dat vind ik een heftige tekst. Natuurlijk ben ik tegen racisme. Ben ik schuldig aan geweld als ik me daar niet publiekelijk tegen uitspreek?

‘Voor mij is die uitspraak een oproep aan witte mensen om zich ook uit te spreken tegen racisme in hun eigen witte vriendenkring.

Ik herinner me een etentje met een groep mensen bij iemand thuis. Er kwam een kennis binnen en die maakte een grap met het n-woord. Toen hij mij zag, zei hij geschrokken: ‘O! ik wist niet dat jij er was’. Maar het gaat er niet om wat je zegt in mijn aanwezigheid: het gaat erom dat je zelf doorhebt dat je het überhaupt niet moet zeggen. Als je je alleen maar inhoudt als er zwarte mensen in de buurt zijn, lost dat niet zoveel op. Terwijl: racisme is óók jullie probleem, en jullie verantwoordelijkheid.’

Stilte. Vermoeide glimlach.

Vind je het vervelend dat ik daarnaar vraag?

‘Ik vind het niet het leukste onderwerp, nee. Witte mensen vragen mij nu vaak om advies of input, en dan denk ik: google het. Zoek het zelf op, ik ben niet je zwarte raadgever. Alle kennis die ik erover heb, heb ik ook gewoon opgezocht. Door boeken te lezen, documentaires te kijken of bepaalde mensen te volgen op Instagram, zoals Stephanie Afrifa. Ik google vaak gewoon een term, en ‘boek’ erachter, haha. Het is helemaal niet zo moeilijk.

Ik denk dat mensen nu ook graag willen laten zien dat ze moeite doen. Terwijl, dat had je eigenlijk al lang moeten doen. Fijn hoor dat het nu gebeurt, maar verwacht niet van mij dat ik sta te applaudisseren.

Soms ben ik ook bang dat mensen nu een beetje meegaan met een hype, voor hun eigen exposure. Maar nu ben ik misschien al te somber hoor, het is tegelijk ook de grootste movement ooit.’

Beeld Valentina Vos

Ben je over het algemeen hoopvol in deze kwestie?

‘Laatst knoopte een oudere witte man een praatje met me aan. Hij zei: ‘roerige tijden hè?’ en toen spraken we over racisme en de demonstraties. En toen zei hij: ik vind het soms wel moeilijk, want ik heb vroeger ook Piet gespeeld. Ik heet zelfs Piet! Vervolgens hadden we een prettig, open gesprek. Dat was fijn, er is belangstelling voor de ander, je ziet die persoon, je hoort zijn toon. Maar online gaat dat natuurlijk vaak mis.

Ik hoop dat ik in dit debat mijn openheid en kwetsbaarheid behoud. Maar ik ga het gesprek niet meer aan met mensen die meteen keihard in de aanval gaan. Het doet me pijn, ik vind het te zwaar, ik heb die persoon niks misdaan en ben hem niks verschuldigd. Dus dan zeg ik: doei.

Mijn ouders maken zich wel zorgen, nu bijvoorbeeld ook Akwasi met de dood wordt bedreigd. Mijn vader zei laatst: je moet wel oppassen met wat je allemaal zegt hè?’

Ben jij weleens bedreigd?

‘Nee, niet op die manier. Niet dat ik de politie erbij moest halen.’

Ze zucht. ‘Weet je wat het is: omdat ik een zwarte vrouw ben, gaan interviews bij mij ook altijd meteen over racisme. Terwijl, ik ben geen activist of een politicus, ik ben niet supergoed geschoold in zwarte geschiedenis, ik ben aan het lezen en leren, omdat ik het belangrijk vind. Maar het is niet zo dat, omdat ik zwart ben, dit meteen mijn expertise is. Dan reduceer je me tot enkel mijn kleur.’

Ik stel die vragen ook omdat je solo erover gaat.

‘Dat snap ik, en dan is het natuurlijk wel relevant.’

In haar solo onderzoekt Delima in korte, scherp gemonteerde scènes verschillende vormen van alledaags racisme. Bij het bekijken van de klassenfoto’s sinds de oprichting van de school ontdekt ze dat ze pas de tweede zwarte vrouw ooit is op de toneelschool in Arnhem (de eerste was Romana Vrede, red.). Een kennis uit de hogere klas suggereert vervolgens dat ze zich juist ‘vanwege haar kleur’ geen zorgen hoeft te maken over werk. Met een telefoontje naar de producent van een filmset toont ze hoe vaak acteurs van kleur gedwongen worden zelf hun haar en make-up te doen, door gebrek aan kennis en desinteresse. Ook imiteert Delima bijzonder geestig de Nederlandse stagiaire Jojanneke, die zich op Curaçao verlustigt aan zwarte mannen, maar de plaatselijke vrouwelijke bevolking schaamteloos beledigt. In de recensie schreef ik: ‘Delima maakt knap inzichtelijk dat institutioneel racisme van alle kanten belicht dient te worden, wil het kunnen worden herkend, benoemd en bestreden.’

Na alles wat er de laatste weken gebeurd is, de wereldwijde protesten en het toenemende bewustzijn over racisme, voel ik ook de verantwoordelijkheid om het gesprek daarover te voeren.

‘Ik vind dat gesprek natuurlijk ook belangrijk, maar voer het dan ook met witte mensen. Waarom wordt hun nooit gevraagd: Wat vind je van de protesten? Hoe voelde je je bij de dood van George Floyd? Of interview Mitchell Esajas, van The Black Archives, die heeft er veel meer verstand van dan ik.’

Het is ook belangstelling: ik maak niet mee dat ik word gediscrimineerd om mijn huidskleur, en ik probeer me daarin te verplaatsen: hoe is dat, wat doet het met je? Ik denk dat dat voor veel lezers leerzaam is.

‘Maar ik heb er ook weleens behoefte aan dat het gesprek gewoon over mij als persoon gaat, snap je? Soms lees ik zulke interviews, met andere celebrity’s, en die gaan gewoon over hun jeugd en andere dingen, heel onschuldig.

Wacht, hahaha – ik zeg andere celebrity’s, alsof ik zelf al een beroemdheid ben.’

Je collega en voorbeeld Romana Vrede zei dat je alles in je hebt om een Hollywoodactrice te worden; schoonheid, intelligentie, een goed karakter en talent. Ze noemde je de zwarte Audrey Hepburn van onze jaren twintig.

Verlegen glimlach. ‘Wat lief.’

Wat doet dat met je als je dat hoort?

‘Ik kan heel moeilijk complimenten in ontvangst nemen. Terwijl ik graag zou willen zeggen: ‘Inderdaad, that’s me! Want ik droom ik daar wel van, dus het is fantastisch als andere mensen dat denken. Romana is altijd ontzettend eerlijk en kritisch, dus ze zou dat niet zeggen als ze het niet meent.’

Beeld Valentina Vos

Ze zei ook dat de keerzijde is dat je spel wat al te perfect en ongepolijst blijft, dat je wel wat rauwer mag durven zijn.

‘Zei ze dat? Tja, Romana kent mij nog van de toneelschool, toen ik echt nog veel liever en verlegen was. In het spelen hou ik juist van absurdistisch en grotesk, zeker op toneel. En dan durf ik ook lelijk te zijn. Maar bij castings voor film of tv krijg ik inderdaad weleens te horen dat ik ‘te mooi’ ben voor een rol. Terwijl ik dan denk: hè, maar dat is toch een kwestie van transformeren?

‘Misschien is dat gebaseerd op mijn castingfoto’s. Dat snap ik wel, want ik zie er niet direct uit als een treurige crackhoer. Maar dat soort rollen wil ik wel graag spelen, en dat kan ik ook.

‘Ik denk dat Romana het mij heel erg gunt om meer schijt te hebben aan alles. Zij kan zelf echt onbeschaamd zijn, en daarin benijd ik haar. Zij durft in een interview te zeggen dat ze briljant is. Dan denk ik: dat zou ik nooit doen. Maar waarom eigenlijk niet?’

Omdat je nog te veel bezig bent met aardig gevonden worden?

‘Ja, dat speelt mee. Ik wacht nu vaak af tot anderen iets positiefs over mij zeggen, maar van mezelf zeg ik het niet. Terwijl ik weet wat ik kan. Mijn succes is geen toeval, ik heb hier heel bewust naartoe gewerkt. Maar ik wil het misschien allemaal iets te graag goed doen, en ben bang om fouten te maken. Ja, ik zou best wel wat minder lief en aangepast willen zijn. Want stel, ik wil inderdaad naar Hollywood, dan kom ik daar niet met bescheidenheid.’

cv Joy Delima

5 september 1994 Geboren in Rotterdam

2002-2011 Jeugdtheaterschool Hofplein

2011-2015 MBO Theaterschool Rotterdam

2015-2019 ArtEZ Toneelschool Arnhem

2017 Maakt solo Stamboom Monologen

2018 Allemaal Mensen van Oostpool

2018-2019 Flikken Rotterdam

2019 Onze Straat van Het Nationale Theater, nominatie toneelprijs Colombina

2019 Tournee met Stamboom Monologen, speelt Allemaal mensen/UMUNTU

2020 In dienst bij Internationaal Theater Amsterdam, speelt Stamboom Monologen, en is vanaf september te zien in Op hoop van zegen bij ITA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden