Interview Joy Delima

Actrice Joy Delima: ‘Ik heb niet het gevoel dat ik minder werk heb dan een blonde klasgenoot, misschien zelfs meer’

Beeld Ernst Coppejans

Afkomstig uit Rotterdam, ervoer Joy Delima (25) pas op de toneelschool in Arnhem dat ze anders was. Het heeft haar carrière niet in de weg gezeten.

De auditie was bij Ivo van Hove, regisseur en directeur van Internationaal Theater Amsterdam (ITA), voorheen Toneelgroep Amsterdam. ‘Ik had hem daarvoor nog nooit gesproken. Hij zat in de repetitieruimte met castingdirector Hans Kemna.’

Was je zenuwachtig?

‘Het was doodeng. Ik was vereerd, maar dacht ook: o mijn God, wat spannend. Later, toen ik bij het ensemble werd gevraagd, vroeg ik me nog steeds af: gebeurt dit echt? Ik ben deze zomer net afgestudeerd aan de toneelschool.’

Actrice Joy Delima zat nog op de toneelschool in Arnhem toen ze begin dit jaar werd genomineerd voor een Colombina, de toneelprijs voor beste vrouwelijke bijrol. Ze dankte die uitverkiezing aan de rol die ze als stagiaire speelde in het stuk Onze straat bij Het Nationale Theater. Komende zomer treedt ze in dienst bij een ander groot gezelschap, ITA.

Het ensemble speelt klassiek repertoire.

‘Oude stukken, ja. Geschreven door witte mannen.’

Bespraken jullie al wat jouw rol wordt in die klassieke stukken?

‘Nee. Het ging alleen om mijn spel. De rollen zijn oorspronkelijk geschreven voor witte acteurs, dat hoort bij die tijd. In 2019 zijn we wel klaar voor een andere interpretatie, toch? Zo hou je het actueel, je bevraagt het. Waarom spelen we dit nu nog? Door mij zo’n rol te laten spelen, zeg je iets over dat stuk. Of niet, dat kan ook.

‘In het begin ging ik naar voorstellingen en dacht ik: hoe ga ik werk krijgen? In een witte zaal keek ik naar witte acteurs op een podium. De ensembles zijn wit, de regisseurs ook. Ze spelen stukken die zijn geschreven door witte mannen. Het zijn de witte gezelschappen die subsidie krijgen.

‘Nu is diversiteit bespreekbaar geworden en ik moet zeggen: ik mag niet klagen. Ik heb niet het gevoel dat ik minder werk heb dan een blonde klasgenoot, misschien zelfs meer. In Nederland zijn meer blonde actrices dan vrouwen die eruit zien zoals ik. De vijver waarin ik zwem is kleiner, maar er zitten ook minder vissen in.’

Terug naar vier jaar geleden, ze weet het nog tot op de dag nauwkeurig: ‘21 november 2015, in Rotterdam, bij de Dominicaanse vrouw die mijn haar deed. Mijn moeder stond ernaast terwijl alles werd afgeknipt. Ze vond het best heftig. Al die jaren had ze dat haar zo liefdevol verzorgd. En nu haalde ik het eraf.’

Nederlands

‘Op vakantie.’

Surinaams

‘Op een huisfeest.’

Antilliaans

‘Mijn vader komt van Curaçao, mijn moeder is Surinaams. We gingen vaker op vakantie naar Curaçao, daar voel ik me thuis. In Suriname was ik een toerist.’

Partner

‘Ik heb niet één type, daar sluit je mensen mee uit.’

Wit of blank

‘Blank is geen benaming van een huidskleur, het betekent rein en onbevlekt. Die omschrijving ken ik niet toe aan witte mensen.’

Het afknippen stond voor iets groters?

‘Mijn haar is een van de belangrijkste oorzaken waardoor ik me anders voel. Het is een issue sinds ik een kind was. Vanaf groep 7 had ik chemisch behandeld haar, ik groeide op met het idee: wat ik heb, is fout. Alle prinsessen van Disney hadden glad haar, net als iedereen die ik op de televisie zag. Ik wilde dat de jongens mij ook mooi zouden vinden.

‘Glad haar staat bekend als good hair. Als je in het leven ver wilt komen, moet je zulk haar hebben. Mijn natuurlijke lange haar, een afro, staat voor: ontembaar, wild, onprofessioneel. Bad hair. Ik had eerder impulsieve beslissingen genomen over mijn haar, het in alle kleuren geverfd. Nu zei ik: het is tijd voor The Big Chop.’

Had je spijt?

‘Ik had geen haar meer, ik voelde me naakt. Mijn hoofd was niet kaal geschoren, maar mijn haar was wel heel kort. Ik ging veel sieraden dragen, anders konden ze denken dat ik een jongen was. De tussenfase, van kort haar naar een Jackson 5-afro, die is niet mooi.’

Waarom deed je het juist op dat moment?

‘Ik kom uit Rotterdam. In de zomer van 2015 was ik verhuisd naar Arnhem, om naar de toneelschool te gaan. Ineens kreeg ik iedere dag iemand die zomaar zijn hand in mijn haar stak. Bij het uitgaan werd ik standaard aangesproken door een man die zei: normaal val ik niet op zwarte vrouwen, maar jou vind ik mooi. Of ze zeiden: eigenlijk ben je niet mijn type, maar ik zou je wel een keer willen doen, als een avontuurtje. Alleen zou ik je nooit aan mijn moeder voorstellen. Heel beledigend, maar het werd gezien als normaal, want het gebeurde iedere keer.

‘Ik zat net op de toneelschool, was al op zoek naar mijn identiteit als actrice, blablabla, en dan kwam dit er nog bij. Ik was gewend om mooie kleren te dragen en me op te maken. Die opleiding was zo zwaar dat ik geen tijd had om er iedere dag leuk uit te zien. Alles kwam samen in de vraag: waarom is mijn haar zo, waarom is het nodig dat ik het chemisch laat behandelen?’

Hoe lang acteer je al?

‘Sinds ik 8 was, op jeugdtheaterschool Hofplein. Nu is het gemengd, in die tijd was ik het enige zwarte meisje. De rest van de kinderen kwam uit een ander milieu, die zaten op het gymnasium. Ik zat op de havo en daarna vmbo-t. Ieder jaar zei ik dat ik wilde stoppen, ik voelde me lonely. Mijn moeder wist dat ik gewoon zou doorgaan. Mijn plezier in het spelen was te groot om me daar weg te krijgen.

‘Op de toneelschool in Arnhem was ik weer de enige zwarte vrouw. Het is niet zo dat de andere studenten onaardig tegen me waren, of dat alle black people automatisch mijn vrienden zijn. Ik denk dat het gaat over herkenning. Op de toneelschool moest je schermen, met een masker op. Dat was een probleem voor mijn haar. Tijdens een toernooi waaraan ook de Utrechtse toneelschool meedeed, waren er drie zwarte vrouwen die dat meteen snapten. Het zijn kleine dingen die je bij elkaar herkent, zonder dat je meteen een heel verhaal hoeft te houden.’

Joy Delima (Nederland, 1994) speelt vanaf augustus 2020 bij Internationaal Theater Amsterdam, voorheen Toneelgroep Amsterdam. Eerder dit jaar werd ze genomineerd voor een Colombina, voor de rol die ze speelde in het toneelstuk Onze straat, tijdens haar stage bij Het Nationale Theater.

Robert Vuijsje interviewt op deze plek Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met schrijver Abdelkader Benali (Marokkaans) en kunstenaar Charl Landvreugd (Surinaams).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden