InterviewLineke Rijxman

Actrice en schrijver Lineke Rijxman: ‘De taal die mij dierbaar was, is gekaapt’

Beeld Jouk Oosterhof

Lineke Rijxman heeft niet veel zin om de details van haar jeugd op te rakelen. Het is haar immers gelukt om méér te zijn dan ‘een vuilniszak van het verleden’, bijvoorbeeld een gelauwerd schrijver, regisseur en actrice, die zich buigt over déze tijd, over polarisatie en taal. ‘Gaan we het ook nog over kunst hebben? En over toneel?’

Twee jaar geleden had Lineke Rijxman misschien nog nee gezegd tegen de uitnodiging voor een persoonlijk interview in het Volkskrant Magazine, denkt ze. Ze laat het verzoek even bezinken, en meldt later per voiceapp dat het haar ‘fijn’ lijkt, mits ze bepaalde zaken kan ‘vetoën’. ‘Nee’, corrigeert ze zichzelf, een veto is te groot, maar: ‘mits we kunnen onderhandelen over wat er komt te staan.’

Ze stemt er aarzelend mee in het gesprek bij haar thuis te houden, maar komt daar twee dagen voor de afspraak toch op terug. Dus komt ze op het afgesproken tijdstip, na een dag repeteren, breed lachend het terras van hotel The Hoxton in Amsterdam op gelopen. ‘Ja, sorry, ik ben heel hard aan het werk, en het idee dat ik ook nog van die Marqt-bakjes met hapjes in huis had moeten halen was even te veel.’ Ze gaat zitten: witte blouse, donkere zonnebril, glanzend kastanjebruin filmsterrenhaar, en bestelt een glas witte wijn. ‘Lange dag. Ik moet éven ontspannen.’

Rijxman (63) repeteert momenteel voor de nieuwe voorstelling Happy Hour van het gezelschap Mugmetdegoudentand, die op 10 oktober in première gaat. Sinds 2009 behoort ze tot de artistieke kern van deze groep, die verder bestaat uit Marcel Musters en Joan Nederlof. Ze schreef mee aan het nieuwe stuk en speelt een van de drie rollen (naast Malou Gorter en Rosa van Leeuwen). Happy Hour gaat over wij-zij-denken, rechtspopulisme, polarisatie en de rol van taal. Rijxman buigt zich naar het opnameapparaat: ‘Maar er valt ook heel veel te lachen.’ Ze grijnst: ‘Dat moet je er altijd bij zeggen.’

Rijxman is ernstig maar goedlachs, formuleert bedachtzaam, en zoekt lang naar de juiste metafoor voor een ervaring of emotie. Ook zegt ze geregeld ferm: ‘Dat is niet voor in de krant.’ En dan direct, verontschuldigend: ‘Ja, shit, dat vind ik wel vervelend voor jou.’

Je bent heel precies in wat je wel en niet wil delen, en in hoe je het formuleert.

‘Taal is belangrijk, daar gaat onze voorstelling ook over. En ik ben denk ik beter in schrijven dan gemakkelijk voor de vuist weg praten. Soms als ik dingen van mezelf teruglees, denk ik: O god. 

‘Ik vind het zwart op wit vaak zo zwaar en ernstig staan, je mist de relativering, de knipoog, de lach, terwijl zo’n gesprek toch ook vrolijk en leuk is.’

Ook de voorstelling gaat over taal, over hoe bepaald woordgebruik kan stigmatiseren: er is sprake van ‘kansparels’ en ‘deuggleuven’.

‘Ik wilde schrijven over wat taal kan aanrichten, op sociale media en in het maatschappelijke debat. Er kan zo bezeerd worden met taal, je kunt er mensen mee ontmenselijken. Rechtspopulistische politici – Trump voorop, maar natuurlijk ook Wilders en Baudet, scheppen met taal een heel nieuwe, eigen werkelijkheid. En ze komen er mee weg: links staat erbij en kijkt ernaar.

‘Ik constateer soms met verbijstering dat taal die mij dierbaar was, langzaam maar zeker is gekaapt. Linkse woorden die een bepaald ideaal weerspiegelden, zoals ‘Gutmensch’ bijvoorbeeld: dat predicaat droeg je vroeger met trots, het was een opdracht, een voornemen. Nu is het een denigrerend scheldwoord geworden.

‘Of ‘utopie’, dat is gewoon gekaapt door de commerciële omroep voor een platte realityshow! (Utopia, red.) Termen die mij dierbaar waren, zijn qua betekenis omgekeerd, of leeggetrokken.’

Taal verandert nou eenmaal, is dat zo erg?

‘Dat het verandert is op zich niet erg, dat is misschien een natuurlijke beweging, maar we moeten ons ervan bewust zijn hoe het wordt gebruikt, en met welk doel: polarisatie? Electoraal gewin? Want je kunt met taal veel goeds, maar ook veel kwaads aanrichten.’

Ze denkt even na.

‘Laat ik het zo zeggen: gedurende het grootste deel van mijn leven leek bij veel mensen een bepaalde consensus te bestaan over wat schofterig was, over wat je niet deed, en niet zei. Die afspraak is door radicaal rechts eenzijdig opgezegd. Zij spelen het spel niet volgens de regels, sterker: ze ontkennen dat die regels ooit hebben bestaan.

‘Zo kunnen ze de meest weerzinwekkende termen voor vluchtelingen gebruiken, zoals dat afschuwelijke ‘dobber-n-woord’ – dat moet je echt niet voluit opschrijven in de krant – en als je daar kwaad om wordt, verschuilen ze zich achter ‘O, dat is maar ironie!’ Zo maak je je gesprekspartner vleugellam. Om nog maar te zwijgen over ronduit liegen, draaien, jezelf tegenspreken en nepnieuws verspreiden. En ermee wegkomen. Happy Hour gaat over die complexe rol van taal in de gepolariseerde hedendaagse politiek.’

Beeld Jouk Oosterhof

Naast schrijver, maker en regisseur is Lineke Rijxman een van de grote actrices van Nederland. Van 1991 tot 2004 maakte ze deel uit van het ensemble van Internationaal Theater Amsterdam (toen nog Toneelgroep Amsterdam) waar ze in meer dan dertig producties te zien was. Ze speelde prachtige rollen in onder meer Ashes to Ashes, Ballet, Een soort Hades, Richard III en Drie Zusters. Voor haar eerste rol bij Mugmetdegoudentand, in Quality Time (2006), ontving ze de toneelprijs Colombina. Haar rol in Hannah en Martin (2009) werd bekroond met een Theo d’Or.

Rijxman speelde in talloze films en televisieseries  en werd twee keer genomineerd voor een Gouden Kalf. Recent maakte ze indruk op kijkers en critici als de ijskoude, snoeiharde Dana Woerdenbagh in de satirische serie Koppensnellers. Zelf schreef ik in mijn ­recensie in de Volkskrant: ‘Speciale vermelding verdient leading lady Lineke Rijxman, die met precies de juiste, opgewekt cynische toon, en de perfecte blik, hard maar kwetsbaar tegelijk, van Dana een zeer geestig en gelaagd personage maakt.’

Ze glimlacht. Stilte.

Je goede vriend, acteur Hans Kesting, zei: Lineke kan niet zo goed complimenten ontvangen en heeft een hekel aan bewondering.

‘Zei hij dat? Nou ja, ik heb een hekel aan een bepaald soort bewondering; als mensen je op een voetstuk plaatsen. Dat gaat eigenlijk niet over jou, maar over die daad van bewondering zelf, en dus over de bewonderaar.

‘Maar met oprechte waardering kan ik intens gelukkig zijn, als een kind zo blij. Omdat ik het nooit verwacht.’

Rijxman groeide op als middelste van drie dochters in een intellectueel Joods gezin in Bussum. Haar jongere zus is NPO-directeur Shula Rijxman, haar oudere zus, Fransje, was geschiedenisleraar en is met pensioen. In 1978, toen Rijxman 21 was, overleed haar moeder aan hartfalen. Haar vader, die in 2004 overleed, was in de jaren zestig rector op een middelbare school, waar hij in 1971 geschorst werd op basis van verdenkingen van ontucht. 

In een interview in 2018 in de Volkskrant zei je zus over die periode: ‘Het is heel erg geweest voor de jongens die het hebben meegemaakt, en ook voor ons als gezin.’

Lineke: Ik moet even een time-out nemen. Sorry.’ Ze bestelt een tweede glas wijn. Lacht: ‘Ik ben geen alcoholist hoor. Verdacht dat ik nu de neiging heb dat meteen heel nadrukkelijk te zeggen.’

Hoe heb jij die periode ervaren?

Diepe zucht. ‘Ik voelde al heel jong dat er van alles bij hem niet klopte. Dat hij geen liefde wilde of kon geven, dat hij me verachtte. Ik interesseerde hem niet.

‘Hij was een manipulerende, gewetenloze man en hij heeft mensen beschadigd. En er komt altijd schaamte bij als ik over hem praat. Ik hoef me niet te schamen, en toch gebeurt het. Schaamte verlamt. Het kan je gevoel van eigenheid aantasten: gaan mensen nu anders naar mij kijken? Nu denk ik wat vaker: oké, fuck it, dat is dan hun probleem. Maar lang was dat moeilijk.

‘Maar ik wil het eigenlijk zo min mogelijk over hem hebben. Vind je dat goed? Omdat dat mijn leefwereld zo klein maakt. Ik wil er best iets over zeggen, maar hoe concreter ik hem benoem, hoe kleiner mijn wereld voor mijn gevoel wordt.’

Hoe bedoel je dat precies?

‘Dat ik dan word gereduceerd tot die geschiedenis, tot die ‘moeilijke jeugd’. Maar waar ik juist zo enorm voor ben, en waar ik ook veel werk in heb gestoken, is ...’ (lange stilte). ‘Nee, laat ik het zo zeggen: ik wil niet een soort vuilniszak van mijn verleden zijn. Daar heb ik veel aan gedaan. Ik heb hard gewerkt om méér te zijn dan die trauma’s, en dat is me ook gelukt.’ Dappere glimlach.

‘Ik verwacht niet van het leven dat het zonnig en pijnloos is. Alle barstjes, krassen, elk afgebroken oortje vind ik onderdeel van mens-zijn. En natuurlijk, als een ervaring of trauma je in de weg zit, dan moet je aan de slag.’

Beeld Jouk Oosterhof

En jij bent aan de slag gegaan.

‘Heel vroeg al. Dat volgde uit de bizarre situatie dat mijn eerstejaarsklas op de Amsterdamse toneelschool klassikaal in therapie moest. We konden het onderling niet vinden, waren opstandig en vervelend, de docenten wilden ons geen les meer geven. Toen zijn we als groep in therapie gegaan. Dat was geen leuke tijd, nee, al moet ik eerlijk zeggen dat ik een groot talent heb om heel nare dingen op een gegeven ogenblik terzijde te schuiven.

Hoe dan ook, die therapeut beoefende een therapievorm die Gestalttherapie heet. Mij sprak het heel erg aan, omdat je ook stilstaat bij je eigen aandeel in de problemen; je eigen zienswijze en keuzes daarin. Na die groepstherapie ben ik bij haar gebleven en gingen we à deux verder. Omdat ik merkte dat ik tegen dingen aanliep waarvan ik wist: die moet ik onder ogen gaan zien.’

Wat voor dingen?

Lange stilte. ‘Ik vond het lang moeilijk om mijn pijn en mijn verdriet te delen’. Ze buigt naar opnameapparaat en dicteert: ‘... zei zij met een lach’.

‘Het was niet zo dat het me nooit lukte, want in een relatie of een goede vriendschap ga ik een brug over en dan ga ik wél open. Maar ik voelde wel dat er een heleboel woede en verdriet in mij zat. En ik wist: als ik dat niet uit de weg ruim, gaat het me bepalen.’

Wat leverde de therapie op?

‘Inzage in mijn geschiedenis en dat ik daar zeggenschap over heb. Als je als kind nare dingen overkomen, heb je geen keuze. Maar als volwassene heb je die wel; je hebt een keuze in hoe je ermee omgaat, in hoe je het je leven laat beïnvloeden. Als ik nu word overmand door woede of verdriet, kan ik die gevoelens even parkeren en denken: wat gebeurt er precies? Ik zet ze als het ware even op een krukje, en op het juiste moment ga ik ernaast zitten, en geef ik ze de ruimte.

‘Dat klinkt een beetje psychoblabla, maar het helpt. Ik laat me niet meer overweldigen door die gevoelens. Maar ik kan ze wel toelaten, en dat moet ook. Een kind zal zijn ouders heel lang verdedigen of verexcuseren, maar dan sla je je eigen pijn over. Dat heb ik te lang gedaan.’

In een interview in NRC zei je over je vader: hij was een vreselijke vader. Agressief, koud.

‘Ik denk dat ik rond mijn 10de begon te begrijpen dat ik beter niet van hem kon houden. Dat dat niet goed voor me was.’

Werden jullie mishandeld?

‘Hij sloeg ons, ja. En hij zei verschrikkelijke dingen.’

Zoals wat?

‘Die ga ik hier niet letterlijk herhalen. Die impact gun ik hem niet. Maar het waren woorden die je reduceren tot de allerslechtste variant van jezelf.’ Brede lach.

Jij lacht erbij.

‘Ja, want dat is voor mij inmiddels het gevoel eronder geworden. Ik hoop dat je dat ook kunt laten zien in je artikel.’

En je moeder, hoe verging het haar?

‘Bij haar was de mishandeling geestelijk. Hij bedreigde en vernederde haar. Ze was zeer ongelukkig in het huwelijk, en dat is afschuwelijk, want zij was een fantastische, enorm liefdevolle vrouw. Soms denk ik wel eens dat ze van ellende ziek is geworden. Dat ze is gestorven aan een gebroken hart.’

Heeft de goeie band met je moeder iets van het leed gecompenseerd?

‘Ja, dat denk ik wel. Ze was echt een grote liefde. Maar zij leed natuurlijk ook heel erg onder hem; ik had altijd de neiging haar in bescherming te nemen.’

Beeld Jouk Oosterhof

Wat had dat voor invloed op jou?

‘Ik heb er een sterk besef aan overgehouden van ...’ Ze denkt even na. ‘… van hoe snel vernietiging kan gaan. Hoe makkelijk het is, hoe rücksichtslos het plaats kan vinden – boem! En het slachtoffer moet vervolgens een leven lang werk verrichten om het te boven te komen. Extreem geweld brengt zoveel verwarring met zich mee. Het is als de inslag van een bom, een tijdlang hoor je alleen maar een piep in je oren.’

Heb je het nu ook over jezelf?

Stilte. Ze kijkt de andere kant op. 

Het valt me op dat je vaak heel beeldend en vanaf een zekere afstand je gevoelens beschouwt.

Veert op. ‘Ja, de verbeelding van emoties is natuurlijk mijn vak. Als ik mijn gevoelens omzet in beelden, dan kan ik er beter mee omgaan.

‘Als ik nu pijn voel, of woede, of verdriet, heb ik geleerd er rustig naar te kijken: o, zo ziet het eruit, het is niet van levensbelang, je gaat er niet dood aan. Ik vind het makkelijker om me ertoe te verhouden als het een zekere mate van abstractie heeft.’ 

Dan: ‘Maar vanwaar toch altijd dat gevraag naar vroeger? Waarom wil je dat allemaal weten?’

Nou, je zus zei in dat eerdere interview: ‘Eigenlijk zou het toch niet zo mogen zijn dat hier een taboe op rust. […] Niet zwijgen maar spreken.’

‘Daar ben ik het mee eens. Alleen niet bij specifieke details die heel privé zijn. Wat hebben mensen daaraan? En wat heb ik eraan? Ik heb er geen zin in dat mensen denken (zet plat accent op): ‘guttegut, die hep ook een rotleven gehad’.’

Waarom is het zo erg als mensen dat zouden denken?

‘Omdat ik dat helemaal niet vind! Ik vind dat ik een heel rijk leven heb, met grote liefdes en hechte vriendschappen. Sowieso ben ik elke dag dankbaar dat er water uit de kraan komt. Daar kan ik bij denken: djiezus, dit is geweldig! En iedere keer als ik de ijskast open doe, denk ik: moet je nou toch eens kijken!’

Waar komt die dankbaarheid vandaan?

‘Dat komt omdat ik niks vanzelfsprekend vind. Ik ben gezegend met een kadootje, zomaar, namelijk het vermogen om blij te zijn tegen de klippen op. Ik kan genieten als een kind. Dat is een geweldig antigif, en dat is nooit kapot gegaan.

‘Ik ben geen bitter iemand. Sterker: ik ben er van doordrongen wat een enorm geluk het is hoe wij nu leven in Nederland. Met alle mitsen en maren, besef ik toch altijd dat dit een paradijs is, vergeleken met veel andere plekken op de wereld.’

Is dat bewustzijn bij jou sterker ontwikkeld, als kind van twee joodse ouders wier familieleden zijn uitgemoord?

‘Misschien, maar het is ook karakter. Ik verbaas me er altijd over dat mensen veiligheid en welvaart vanzelfsprekend vinden. 

‘Ik vind het heel goed voor te stellen dat als er een economische crisis komt, dat mensen tegen elkaar worden opgezet, en er zondebokken worden uitgekozen... Nou ja, de geschiedenis leert dat de situatie dan in razend tempo kan veranderen, ja.

‘Geschiedenis voltrekt zich in golven, en het is zaak om die golven in de gaten te houden. Ik vind dat belangrijk, nee, noodzakelijk. Ook vanuit mijn werk, dat altijd gaat over: hoe verhoud ik me als mens tot grote maatschappelijke en politieke kwesties?’

Ondanks de moeilijke omstandigheden van je jeugd ben je zeer succesvol in je werk.

‘Ik aarzel even over dat woord: ‘succesvol.’ Ik zou eerder zeggen: ik ben er in geslaagd om bestemming te vinden. En ik denk dat dat al heel geweldig is.

‘Soms gebeuren dingen ook gewoon ondanks je eigen bagage. Je tast als een blinde door het leven, en boem, ineens val je in de goede groef. Daarin speelt gelukkig toeval ook een belangrijke rol. En er zijn nog altijd genoeg momenten waarop ik denk: godverdomme, waarom is het mij nou niet gelukt om… vul in, vul in, vul in.’

Beeld Jouk Oosterhof

Ja, vul eens in? Waarom is het jou niet gelukt om…’

‘Ik wist toen ik het zei: dom, Lineke! Hahaha. Maar oké. Waarom is het me nooit gelukt om een eigen huis te kopen?’

En waarom is dat?

‘Omdat ik altijd dacht: ik moet weg kunnen.’

Staat dat huis symbool voor meer? Voor ‘huisje, boompje, beestje’?

‘Ik heb in elk geval nog steeds niet het gevoel dat ik echt een volwassen leven leidt. Het is me nooit gelukt om het plaatje dat daarbij hoort, te realiseren: je eigen huis, eigen auto, eigen hypotheek. Je eigen scheiding.’ (lacht.)

En een gezin? Je goede vriendin Marieke Heebink vertelde dat je een geweldige peetmoeder bent voor haar kinderen. En je ex, acteur en regisseur Titus Muizelaar, zei dat je destijds voor zijn kinderen ook een fantastische stiefmoeder was.

Stralend: ‘Ja, de meisjes van Marieke zijn heel belangrijk voor me. En ik ben ook nog peettante van de zoon van mijn goeie vriendin (en ITA-actrice, red.) Janni Goslinga. Ik ontleen een astronomisch geluk aan de rol die ik kan spelen in de levens van mijn neven en van de kinderen van vrienden.’

Zelf heb je geen kinderen gekregen. 

‘Het is niet gelukt. Meer wil ik daar eigenlijk niet over zeggen.’

Heb je daar nog verdriet van?

Ze zucht. ‘Het is een soort zeepbel in mijn binnenste. Ik kan hem voelen, hij zit er, hij is onderdeel van mij. En het is een pijnlijke, verdrietige plek.

Maar ik ervaar zoveel geluksmomenten met de kinderen van vrienden, of vroeger, met mijn neefjes, de kinderen van Fransje. Van dat ultieme geluk dat je kan overvallen, zomaar, zonder dat je er invloed op hebt, en waarin je samenvalt met het moment. Flitsen zijn het; een lach, een opmerking of een aanraking.

Ik herinner me zo’n moment met mijn neefje. Hij was een jaar of 4, 5 en ik was zijn veters aan het strikken. Toen keken we elkaar aan en zei hij: ‘Ik ga dood van liefderd.’ Bij zo’n zin breekt gewoon de wereld open. Het kráákt open, je komt bij de essentie van alles.’

En relaties? Momenteel ben je single. Je ex Titus Muizelaar zei dat je een ‘grote behoefte hebt aan autonomie.’

‘Natuurlijk. Jij niet dan?’

Hij zei ook, over waarom jullie na acht jaar uit elkaar gingen: ‘Ja, twee mensen met bindingsangst...’

Fel: ‘Nou, dat vind ik al te gemakkelijk. Hij vond het moeilijk dat ik mijn autonomie wilde behouden.’

Heb je daaraan meer behoefte dan anderen?

Lacht: ‘Tot nu toe wijzen de verhoudingen uit van wel, ja. Terwijl, die behoefte is geen angst voor verbinding. Ik geloof echt wel in… Nee, die zin ga ik niet zeggen.’

Jawel, doe maar.

‘God, ik ga toch niet hardop zeggen: ik geloof in de liefde?’

En heb je aan je jeugd geen argwaan jegens mannen overgehouden?

‘In het geheel niet. Tenzij het terecht is, haha.’

Knap.

‘Ja, vind je niet? Dat vind ik ook zo ongelofelijk bijzonder. Ik weet niet hoe het kan. Misschien omdat ik – deels door geluk, deels door wie ik ben – nooit gekken of agressievelingen heb uitgekozen.

‘Ik ben nooit gevallen voor een man die – in negatieve zin – op mijn vader lijkt. Dat heb ik op de een of andere manier intuïtief wel begrepen, dat soms iets wat vertrouwd voelt toch slecht voor je is.’

Dan: ‘Gaan we het ook nog over kunst hebben? En over toneel?’

Beeld Jouk Oosterhof

Oké. Je bent schrijver, regisseur en acteur geworden. Maar in een interview in NRC vertelde je dat je als kind vier grote verlangens had: heks worden, spion, archeoloog, of psychiater.

Ze lacht. ‘Ja, dat is waar. Het is waar. En ik vind dat dat allemaal gelukt is. Het zit allemaal in toneel.

Soms is toneel een soort toveren. Het is de psyche onderzoeken, het is graven, onderzoek doen, proberen de scherven bij elkaar te krijgen. En het is je vermommen en andere werelden infiltreren.

Als kind sprak ik eindeloos hardop tegen mezelf. Ik vertelde verhalen, verzon personages, deed stemmetjes na. Toen mijn moeder me een keer meenam naar de schouwburg besefte ik voor het eerst dat je daar je vak van kon maken.’

Was toneelspelen ook een manier om te ontsnappen aan de situatie thuis?

‘Ik heb lang het gevoel gehad: kunst is mijn redding. En als het mijn redding is, kan het veel meer mensen redden.’

Redden hoe?

‘Ja, dan beland je al snel bij de clichés, die probeer ik te vermijden. Maar kunst kan je in aanraking brengen met andere werelden, met andere zienswijzen en denkwijzen. Daardoor hoef je niet te blijven leven met de beperkingen die je door omstandigheden worden opgelegd, of dat nou thuis is, of op school, of door de maatschappij. Kunst biedt een uitweg uit die beperkingen. Ik gun iedereen de extra zuurstof die dat geeft.

‘Maar natuurlijk vraag ik me ook wel eens af… Met alles wat er wereldwijd gebeurt; polarisatie, oorlogsdreiging, vluchtelingen, klimaatcrisis… Kan ik me nog wel tot de wereld verhouden via de kunst? Is dat genoeg?’

En wat is het antwoord daarop?

Lange stilte. ‘Ik aarzel. Maar de kunst is mij zo lief, dus voorlopig is het antwoord ja.’

Happy Hour gaat 10/10 in première in de Toneelschuur in Haarlem. Tournee t/m 19/12.

CV Carolina Elisabeth Rijxman

14 april 1957 Geboren in Bussum

1982 Studeert af aan Toneelschool in Amsterdam

1982-nu Speelt in diverse films als: Minoes, Taal is zeg maar echt m’n ding, De Boskampi’s, Alles is Liefde en Gooische Vrouwen II. Is op televisie te zien in onder meer in Rundfunk, ’t Schaep met de 5 pooten, Vuurzee , Kleine Pauze, S1NGLE, Keyzer & De Boer Advocaten en de Mug-televisieseries Hertenkamp en TV7

1982-1991 Speelt bij onder meer het Ro Theater en het Zuidelijk Toneel

1984 Film Gebroken Spiegels, nominatie Gouden Kalf

1991-2004 Lid van ensemble Toneelgroep Amsterdam, speelt in meer dan dertig producties

1998 Tv-serie Hertenkamp

2006 Eerste rol bij Mugmetdegoudentand, in Quality Time, wint toneelprijs Colombina

2009 Treedt toe tot artistieke kern Mug, schrijft en speelt Hannah en Martin, over Hannah Arendt en Martin Heidegger. Wint de belangrijkste toneelprijs, de Theo d’Or.

2011 Film Alle tijd, nominatie Gouden Kalf

2015 Regisseert veelgeprezen voorstelling Kunsthart (tekst van Nathan Vecht), selectie Nederlands Theaterfestival

2017 Regisseert opvolger Gidsland

2020 Hoofdrol in serie Koppensnellers, Happy Hour bij Mugmetdegoudentand

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden