interview Rick Paul van Mulligen

Acteur Rick Paul van Mulligen: ‘Ik zit ­kennelijk in het bakje vrolijke nicht’

Rick Paul van Mulligen: ‘De andere personages hebben alinealange beschrijvingen, bij mij staat alleen: homoseksueel’. Beeld Jouk Oosterhof

Met liefde propageert acteur Rick Paul van Mulligen het regenbooggezin dat hij vormt met man, vriendin en zoontje Ko. Nodig is het ook: ‘Mij wordt veel geweiger­d vanwege mijn geaardheid.’

Als in de auto van Rick Paul van Mulligen (37) de koelvloeistof op ­is, raakt hij in paniek. Het liefst vraagt hij zijn man René om voor hem naar de garage te gaan. Komt er thuis een monteur of een schilder langs, dan gaat Rick Paul boven zitten. Als René van huis is, bellen ze in zo’n geval Nina, de moeder van hun zoontje Ko (4), voor versterking. Van Mulligen, bekend uit de serie A’dam-E.V.A en afgelopen seizoen een van de deelnemers van spelprogramma Wie is de Mol?, moet een beetje om zichzelf lachen. ‘Het is een soort sociaal ongemak. Zo’n eerste ontmoeting met een vreemde man, die oppervlakkige gesprekjes, ik kan dat totaal niet. Als je me zegt dat ik moet optreden in Carré vind ik dat minder eng.’

Van Mulligen schenkt koffie met melk in zijn smaakvolle woonkamer met vintagedesign in Amsterdam Slotervaart, en lijkt verder volkomen op zijn gemak met de komst van de verslaggever. Terwijl er hier de helft van de tijd ook een 4-jarige woont, is het huis verbluffend schoon. Hij lacht. ‘Ik hou gewoon enorm van poetsen. Ja, echt.’

Je zegt ‘vreemde man’, maar dit is ook wel een specifiek type man misschien? De schilder, de monteur...

 ‘Haha, ja, ‘echte mannen’, tussen aanhalingstekens. Het stoere heteroseksuele masculiene type. Of nou ja, dat veronderstel ik dan. Ik denk dat ik me bij hen op een bepaalde manier moet gedragen: ‘mannen onder elkaar’, en dan raak ik helemaal gespannen. Als ik echt mezelf ben, ben ik behoorlijk fladderig, en ik ben bang dat zij daar iets van zullen vinden. Dat ik in hun ogen een mislukte man ben. Wat een enorm vooroordeel van mij is dus, hè? Want meestal valt het heel erg mee.’

Nina, de moeder van je zoontje Ko, noemt jou een ‘paniekhaas’. 

‘Is ze zelf ook, hoor. Maar klopt: ik ga eerst gillen en daarna pas bedenken: is dit wel zo eng? Ik ben voor heel veel bang, maar uiteindelijk doe ik alles. Dan wil ik me toch weer niet laten kennen. Kom op, je bent toch een kerel?’ Hij lacht. ‘Dat zag je ook wel in Wie is de Mol? Sjouwen, klimmen, abseilen, salsadansen, ik doe het allemaal. En tegelijk kon ik in onze groep ook echt helemaal mezelf zijn.’

Rick Paul van Mulligen studeerde aan toneelschool ArtEZ in Arnhem en bouwde een respectabele carrière op in het theater, die hij combineert met leuke (bij)rollen in films en tv-series, zoals tussen 2011 en 2014 de rol van Harm-Jan in A’dam – E.V.A, ‘de grootste knuffelhomo van Nederland.’ Hij speelde in veel voorstellingen van regisseur Marcus Azzini bij Toneelgroep Oostpool en stond in 2017 op zomerfestival De Parade met zijn semi-autobiografische soloshow Paradijsvogel, ‘een heerlijke paradevoorstelling die een lans breekt voor kleur en de durf om anders te zijn’, aldus de Volkskrant. Voor zijn vileine vertolking van slechterik Jago in Othello (2018) bij Het Nationale Theater werd hij vorig jaar genomineerd voor de belangrijke toneelprijs Arlecchino. Dit seizoen had Van Mulligen een zeer persoonlijke monoloog in de ontroerende montagevoorstelling Allemaal Mensen, en binnenkort is hij te zien in Small Town Boy, over anders-zijn in een kleine provinciestad, beide wederom onder regie van Azzini.

CV Rick Paul van Mulligen

28 september 1981 Geboren in Uithuizen

2002 - 2006 ArtEZ Toneelschool, Arnhem

2005 - 2019 Verschillende grote rollen bij Toneelgroep Oostpool

2010 Rol in Mightysociety 8, nominatie toneelprijs Arlecchino

2011 - 2014 Rol van Harm-Jan in televisieserie A’dam – E.V.A

2015 Rol in Angels in America, Toneelgroep Oostpool

2017 Solo Paradijsvogels op De Parade

2018 Speelt Jago in Othello bij Het Nationale Theater. Nominatie Arlecchino

2018 Rol in Grisse, bij HBO Asia. Deelname Wie is de Mol?

2019 Allemaal Mensen en Small Town Boy bij Toneelgroep Oostpool

2019 Treedt toe tot het ensemble van Het Nationale Theater

Van Mulligen woont in Amsterdam. Hij is getrouwd en heeft een zoon.

Small Town Boy is op 14 en 15 juni te zien in Huis Oostpool, Arnhem. Première op 23/7 in ITA tijdens Amsterdam Pride, daarna tournee.

Op toneel is hij een imposante verschijning. Hij is lang, 1,96 meter, breed (hij heeft een ‘personal body plan’ en bezoekt drie keer per week de sportschool) en heeft tegelijk een hoogblonde, engelachtige broosheid. Lichte ogen, witblond haar, marmeren huid. Nog witter geschminkt was hij als Jago een haast albinoachtig booswicht. Regisseurs die met hem werken prijzen zijn toewijding, tekstbehandeling en precisie, en zijn ‘geraffineerde humor’ (Azzini). Daarnaast kan hij als de beste het publiek inpakken, heel open en direct. Hij is wat je noemt een ‘transparante ­acteur’: hij transformeert niet volledig (‘ik ben geen Meryl Streep’) maar zijn persoonlijkheid schemert door in zijn personages.

Begin dit jaar was hij op tv te zien in Wie is de Mol? ‘Het is vandaag precies een jaar geleden dat we op het vliegtuig naar Colombia stapten’, zegt hij glunderend, terwijl hij een blik werpt op zijn telefoon. ‘We zaten elkaar net allemaal foto’s te appen.’

Meedoen was een lang gekoesterde wens, hij is fan sinds het eerste seizoen in 1999. ‘Ik vind het op de een of andere manier een heel gezellig programma. Ik keek altijd samen met mijn zus. Het heeft voor mij grote nostalgische waarde.’ Sinds de uitzending – hij viel af in aflevering 7 – schuift Van Mulligen geregeld aan bij spelprogramma’s op tv, of bij de talkshow M. Zijn Instagramaccount explodeerde van 2.000 volgers naar 33 duizend.

Beeld Jouk Oosterhof

Hoe gaat je plotse bekendheid samen met die sociale onzekerheid? 

Vrolijk: ‘Goed! Ja, het helpt me juist. Al die mensen die mij nu groeten of met me op de foto willen die weten al wie ik ben, en ze hebben blijkbaar besloten dat ze me leuk vinden. Daardoor durf ik meer mezelf te zijn. Op de fiets, iedereen gezellig zwaaien, ik vind het héérlijk. Maar als ik in de studio van zo’n spelprogramma kom, ben ik altijd nog opgelucht als de producent een vrouw is. En ik wacht nog steeds op vrouwelijke monteurs. Eigenlijk ben ik gewoon doodsbenauwd voor mannen.’ Hij lacht hard. ‘Ik ben laatst voor het eerst in mijn leven naar Italië geweest, daar wilde ik nooit naartoe omdat ik dacht dat iedereen daar een soort bonkende testosteronmacho was.’

En? 

‘Iedereen was natuurlijk heel aardig.’

Waar komt die angst vandaan? 

‘Tja. Tijdens de repetities voor Small Town Boy hebben we het vaak over homo zijn in een kleine gemeenschap, zoals Uithuizen, waar ik ben opgegroeid. Dat bracht veel herinneringen boven. Laten we zeggen dat ik mijn middelbareschooltijd niet gauw over zou willen doen.’

Als kind had Rick Paul al stiekem een poster van zanger Peter Andre (‘Superfout!’) onder zijn bed, evenals een van The Backstreet Boys. ‘Onder mijn bed, ja, want daar kwam mijn moeder niet, dacht ik. Ik was altijd al anders dan andere jongens – ik hield van verkleden, had veel meer vriendinnetjes dan vriendjes, en ik had lang haar. Iedereen noemde mij een meisje.’ Maar er was in zijn omgeving niemand die openlijk homoseksueel was. ‘Echt helemaal niemand. Ik wist niet dat het bestond. Daar kwam ik pas op mijn 11de achter, toen Freddie Mercury overleed.’

Thuis waren ze allemaal enorme Queen-fans, zeg hij, ‘we zongen de hele vakantie mee met Bohemian Rhapsody.’ Toen Mercury overleed, wilde Rick Paul van zijn moeder weten hoe dat kon. Toen zei zijn moeder – ‘heel lief maar ook een beetje onhandig’ – nou ja, omdat hij met vrouwen en ook met mannen naar bed ging. Van Mulligen: ‘Bam, dubbele shock – je kan met mannen naar bed, dat vond ik onwaarschijnlijk bizar en meteen heel spannend, maar je kon dat dus beter niet doen, want dan ging je dood.’ Even later was daar nog het liedje Mister Blue van hiv-patiënt René Klijn. ‘Allemaal verhalen waarbij het niet goed afliep.’

Toen hij op zijn 14de zijn eerste seksuele ervaring had met een jongen – ‘gewoon een beetje voelen overal, op een slaapfeestje’ – was dat dus een ambivalente ervaring. ‘Ik merkte aan alles dat ik dat veel te leuk vond. En ik dacht: nu is mijn leven voorbij, want er is niemand die mij begrijpt. Hiermee zet ik mezelf definitief buitenspel. Dus toen heb ik een halve dag onder de douche gestaan. Het was schrobben, poetsen en door.’

Van Mulligen is de jongste in een gezin met drie kinderen. Zijn zus is fysiotherapeut in Nieuw-Zeeland, zijn oudere broer is Peter Hein van Mulligen, woordvoerder bij het CBS én dit jaar winnaar van het tv-programma De slimste mens. Rick Paul ging naar een christelijke middelbare school in Groningen, waar hij ook op de jeugdtheaterschool zat. ‘Ik was populair bij de meisjes, en ik werd in de zomer wel eens een caravan in getrokken, dat er weer zo’n meisje bovenop me ging liggen, maar dan gebeurde er helemaal niets, ik voelde geen enkele connectie. En met die jongen wel. Dus toen dacht ik, o jee, shit.’

Beeld Jouk Oosterhof

Was je bang dat je ouders het zouden veroordelen? 

‘Zo zijn ze helemaal niet, maar daar ben je dan blijkbaar toch bang voor. Bovendien was mijn zus me voor geweest. Die kwam opeens thuis met: ‘mam, pap, ik heb een vriendin!’ Dat was voor mijn ouders een schok, niet omdat ze het afkeurden, maar omdat ze het totaal niet hadden verwacht. En ik dacht: ik kan het ze niet aandoen dat twee van de drie zo zijn. Dat heb ik nog een jaar of twee volgehouden, maar daarna was het niet meer te houden, haha. Op mijn 17de kreeg ik mijn eerste vriendje en toen moest ik het wel zeggen.’

Hoe ging dat? 

Hier aarzelt hij even. ‘Hoezo is mijn coming-out altijd weer mijn interessantste verhaal? Het is 21 jaar geleden, ik was een puber, een heel ander mens, het heeft niks meer met mij te maken.’

Hij neemt een slok koffie. 16 seconden is het stil. Dan zegt hij: ‘Kijk, uit de kast komen is sowieso een irritant begrip. Waarom moeten wij in een kast? Wie heeft die kast getimmerd? Ik zou het liefste hebben dat het hele fenomeen gewoon verdween. Dat er geen officieel moment meer is waarop je de wereld moet vertellen dat je ‘anders’ bent. Ik haat die term, ‘anders’. Anders volgens welke norm?’

Sinds zijn bekendheid door Wie is de Mol? wordt Van Mulligen via Instagram dagelijks benaderd met vragen van jonge homo’s: hoe moet ik het aan mijn ouders vertellen? ‘Of ze complimenteren me met het feit dat ik openlijk homo ben. Daar schrok ik wel van: ik ben 37 en getrouwd; hoezo is het ‘knap’ dat ik openlijk homo ben? Maar kennelijk zijn we dus nog niet zo ver dat dat vanzelfsprekend is. Dat komt ook omdat er vrijwel nooit een homo op tv is die niet een wandelende glitteract is – met alle respect voor Gordon.’

Je lijkt je de laatste tijd, ook in je werk, meer uit te spreken over dit onderwerp. 

‘Ik deed er vroeger principieel luchtig over: het is geen big deal, ik wilde het niet te veel benadrukken. Maar elke keer dat ergens een bushokje wordt vernield omdat er twee zoenende mannen op staan, raakt mij dat direct. René is op klaarlichte dag op straat vol in zijn gezicht gespuugd, terwijl wij gewoon liepen te kletsen. Er is ook een keer gericht een stoeptegel naar zijn hoofd gegooid. We hebben al minstens zes keer aangifte gedaan van bedreiging, geweld en scheldpartijen, als het niet meer is. Dan zeggen mensen wel: het is hier toch geen Brunei? Nee, gelukkig. Maar echt gelijkwaardig is het ook nog steeds niet. Dus ik fungeer nu met alle liefde als posterboy voor de homo-emancipatie.’

Geregeld zie je Rick Paul dan ook in de bladen met zijn ‘regenbooggezin’: Rick Paul en René ontmoetten cabaretier Nina de la Croix op een speeddate-avond van de Stichting Meer dan Gewenst, een platform voor homo’s en alleenstaande hetero’s met een kinderwens. Met zijn drieën voeden ze zoon Ko op. Op zijn bovenarm prijkt een tatoeage met zijn naam.

Heeft het ook met de komst van Ko te maken dat je je meer uitspreekt? 

‘Ko groeit op in een wereld waarin net de Nashville-verklaring is ondertekend, en er nog steeds geen Meerouderwet bestaat. Nina en ik zijn Ko’s wettelijke ouders, dus als René met hem wil reizen moet hij een enorme stapel documenten mee. Sinds Ko er is vind ik dat ik me over zulke dingen moet uitspreken, of iets moet bijdragen. Niet per se op de barricaden, maar dan toch in elk geval in mijn werk.’

Wat zou je willen dat hem bespaard blijft? 

‘Dat hij moet uitleggen dat hij heus wel gelukkig is. Dat René en ik niet minder zijn als vaders. Er zijn mensen die vragen: is dit wel goed voor een kind? Wij dwingen hem zogenaamd ‘in een bepaalde hoek’. Maar in welke hoek dwing ik hem dan? In een liefdevol huis waar goed voor hem gezorgd wordt? Ik zou willen dat hij dat niet uit hoeft te leggen.’

Wat antwoord je de jongens die vragen hoe ze het hun ouders moeten vertellen? 

‘Vertel het gewoon, hoe eng het ook is. In bijna alle gevallen valt het mee; je ouders houden van je. Het komt wel goed, ook al schrikken ze misschien even.’

Beeld Jouk Oosterhof

Schrokken ze bij jou ook? 

‘Mijn moeder niet, die zei: ik wist het al vanaf je 3de. Ik vond het een enorme opluchting, maar ik dacht ook: waarom heb je nooit iets gezegd? Ze had het me een stuk makkelijker kunnen maken. Maar ik neem haar niks kwalijk, zij hadden ook geen voorbeelden op dat gebied, hè? Mijn moeder had een nicht die zelfmoord pleegde omdat ze lesbisch was.

‘Mijn vader was wel even stil toen ik het vertelde. En die bleef nog een tijdje proberen: ‘neem je dit weekend dan een jongen mee naar huis? Of een meisje, dat kan ook nog, hè?’ Maar hij was wel de eerste die stond te huilen toen ik trouwde met René. En niet omdat hij het erg vond.’

Het laatste jaar van zijn middelbare school bleef Rick Paul ‘in de kast.’ Op school heerste een heteronormatieve ­machocultuur, zegt hij. ‘1.800 leerlingen, met een heleboel etters ertussen. Er was er altijd wel eentje bij die zin had om te zieken. Ik was best populair en goed in sport, maar als ik een keer niet scoorde, was ik meteen een nicht of een mietje.’ De zelfverloochening, die was het ergst. ‘Pure ­horror, eigenlijk. Elke keer bij het uitgaan weer doen alsof je meisjes gaat versieren. De 500 meter van de bushalte naar de voordeur oefenen met ‘stoer lopen’. Terwijl ik thuis heupwiegend op mijn moeders hakjes door de kamer ging.’

De toneelschool moet een verademing zijn geweest. 

‘Ja, deels, zeker. Maar docenten daar wilden ook altijd dat ik wegbleef van ‘dat fladderige’. Ik moest juist heel groot en stoer spelen: ‘wees een beer!’ Of mensen zeiden: Hans Kesting is ook homo maar dat wéét niemand. En dat was kennelijk goed voor je carrière. Toen is er iets in mij geslopen van: dat fladderige moet je niet willen, daar moet je ver van wegblijven. Tot A’dam – E.V.A, want toen nam mijn carrière een heel andere bocht. Sindsdien vraagt nooit iemand mij meer om groot en stoer te spelen, haha.’

Marcus Azzini vertelde dat je bang was om ‘die homoseksuele acteur’ te worden. 

‘In het theater valt het mee, maar de Nederlandse film- en televisiewereld wordt geregeerd door kijkcijfers, rekenmodellen, algoritmes en angst. Het is enorm conformistisch, en ik zit kennelijk in het bakje van ‘de vrolijke nicht’. Ik zou het niet erg vinden om de rest van mijn leven homo’s te spelen, want die heb je in allerlei varianten – het is namelijk een geaardheid, geen karaktereigenschap. Maar bij film en tv is ‘homo’ vaak letterlijk de karakteromschrijving van een personage, de enige. De andere personages hebben alinealange beschrijvingen en bij mij staat alleen: homoseksueel. Punt. Want dan weet je wel wat we bedoelen! Er is blijkbaar maar één type homo. Daar bedank ik voor.’

En dan is er een keer een mooie, gelaagde hoofdrol voor een homoseksueel personage, in de film Singel 39, en vragen ze Waldemar Torenstra. 

‘Ja. Dat maakt me kwaad. Of, kwaad, ik vind het jammer, voor iedereen. Tegen mij wordt vaak gezegd: ‘Sorry, maar niemand zit er op te wachten als jij een hetero speelt.’ Maar als er dan een goeie ­homorol langskomt, mogen de heterohunks dat doen. Het is niet zo dat ik het Waldemar persoonlijk niet gun, en in een perfecte wereld zou iedereen alles moeten kunnen spelen. Maar mij wordt nu veel geweigerd vanwege mijn geaardheid, dat moet dan andersom eigenlijk ook gebeuren. Pas dan worden we ons bewust van de enorme verschillen in kansen. Het is een beetje zo: als Waldemar die mooie ­homorol mag spelen, dan wil ik ook de hoofdrol kunnen krijgen in kickboksserie Vechtershart.’

Dit najaar kwam voor Van Mulligen wel een mooie, atypische rol voorbij: die van de Hollandse koloniale gouverneur Daan van het Indonesische stadje Grisse, in de gelijknamige serie van streamingdienst HBO Asia. Niks knuffelhomo of vrolijke nicht: in vier van de acht afleveringen, tot hij gruwelijk aan zijn verdiende einde komt, speelt Van Mulligen een woedende, schuimbekkende, sadistische wreedaard, verslaafd aan opium en aan het ophangen en martelen van mensen. Hij wijst op een strook plantenbehang naast het dressoir in een hoek van de kamer. ‘Daar heb ik de video-auditie opgenomen, met krijsen en kwijlen en al, geweldig. Ik dacht: we zijn in Indonesië, zo heb ik alvast een beetje jungle op de achtergrond. Het was half voor de lol eigenlijk – hahaha, HBO, grappig! En toen wérd ik het opeens.’

Betekent dit dan nu je internationale doorbraak? 

‘Nee hoor, dan moet ik nu met dat materiaal in Los Angeles gaan zitten en de ene na de andere auditie aflopen. Dat hoeft niet van mij. Maar prettig aan werken in het buitenland was wel dat ik daar even los was van mijn imago en die typecasting. Ik kon gewoon lekker spelen, zonder verwachtingen of vooroordelen.

‘Grisse is overal ter wereld uitgezonden, van Amerika tot Australië. Ja, behalve in Nederland, waar het juist te zien zou moeten zijn, hoewel we er niet al te best vanaf komen. Het was tof om voor mezelf bevestigd te zien dat ik zo’n rol kan spelen, dat ik kan meedraaien op dat niveau, als ik zou willen. Maar ik wil natuurlijk niet fulltime in het buitenland werken. Vanwege Ko.’ Vertederde blik.

Ko wordt wel de ‘eerste roze speeddate-baby van Nederland’ genoemd. 

‘Van de wereld! Ja daar zijn ze bij de Stichting Meer dan Gewenst heel trots op.’ Hij kijkt verliefd. ‘Het is zo geweldig. Hij is een heel lief iemand, zo fijn. Hij wil alleen maar kusjes geven en hij zegt elke dag ‘ik hou van jou!’ met zo’n heel hoog piepstemmetje. We zijn er heel trots op dat hij zo lief is. Veel jongetjes wordt dat lieve al vroeg afgeleerd, want dat is niet stoer. Maar er is ook voor jongens niks mis met lief zijn.‘

In de voorstelling Allemaal Mensen houdt Rick Paul een lange, ontroerende lofzang op zijn zoontje en het vaderschap.

‘Mijn hand is precies groot genoeg om je hoofd in te leggen, als je moe wordt op de fiets.

Ik ben heel snel als je valt en ik kus overal waar pijn is. (...)

Als ik het licht uitdoe en je zegt: ik hou van jou... ben ik altijd even stil, voordat ik zeg: ik ook van jou.’

Terwijl hij zijn eigen tekst playbackt staat Van Mulligen in het volle licht op toneel, gekleed als dragqueen: wiebelige rubber hakken, roze string, snoeproze pruik en tape over zijn tepels.

Die combinatie van de tekst en jouw kostuum veroorzaakt een soort kortsluiting bij de toeschouwer. Hij glimlacht. ‘Ja, mooi hè? We zijn niet gewend om die twee hokjes, de vader en de geëxalteerde glitternicht, met elkaar te verenigen. Daarom wilden we het juist zo doen. Om te laten zien dat deze persoon óók een vader kan zijn.’ Om die reden is hij ook blij dat de ‘LHBTQ-gemeenschap’ nu zo prominent het podium zoekt. ‘Doe er nog maar zestig letters bij, want als duidelijk is hoeveel verschillen er bestaan tussen mensen, wordt dat misschien eindelijk een beetje normaal.

‘Kijk, ik propageer nu met liefde overal ons regenbooggezin, maar het is ook gewoon een gezin, snap je? In het dagelijks leven ben ik helemaal niet met homo of hetero bezig. En Ko al helemaal niet! Hij maakt geen enkel onderscheid. Hij ziet gewoon dagelijks al die opties om zich heen, voor hem is dát normaal. Zoals hij is, zou ik willen dat de wereld was.’

Lijkt Ko op jou als kind? 

‘Hij houdt ook heel erg van verkleden, maar dan als monster. Hij wil het liefst een draak zijn. Daarin is hij veel meer een ‘echt’ jongetje, haha. Tussen aanhalingstekens.’

Beeld Jouk Oosterhof
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden